Willem van Kooten

by Suze Krijnen on June 21st, 2010

“Ik had geld nodig”, antwoordt Willem van Kooten (7 januari 1941) op de vraag hoe hij in februari 1961 bij Veronica terechtkomt. De derdejaarsstudent Nederlands kent enkele zoons van de directeur van de piratenzender, schrijft een sollicitatiebrief en wordt aangenomen als tekstschrijver. De schrijversambitie die hij op het gymnasium koesterde komt hem goed van pas tijdens het bedenken en vormgeven van de eerste veertig a vijftig radiocommercials die Nederland hoort.

Omdat Veronica te weinig diskjockeys heeft maakt de twintigjarige student af en toe een programma. Niet onder zijn eigen naam, want radiopiraterij is in die tijd in de studentenwereld niet geaccepteerd. Als hem gevraagd wordt onder welke naam hij als dj zou draaien, antwoordt hij ‘Joost mag het weten’, en het pseudoniem Joost de Draayer is geboren. In september 1961 krijgt hij zijn eigen programma: Joost mag het weten. Anderhalf jaar later verkiezen de lezers van Muziek Expres hem tot populairste dj en al snel is de ‘Joost de Draayer Fanclub’ een feit.

Als zijn diensttijd er in 1964 op zit keert Van Kooten niet terug in de schoolbanken; de studie Nederlands duurt hem veel te lang. Wel blijft hij plaatsnemen achter de Veronica-microfoon, waar hij graag mag spelen met taal. De ‘woordkunstenaar’ zoals hij genoemd wordt introduceert vele terminologieën in de dj-wereld; woorden als ‘het hitwezen’; ‘gouwe ouwe’; ‘met stip’ en slogans als ‘1-9-2 goed idee, luister mee naar Veronica’.

Een carrière als diskjockey is echter niet de bedoeling. De reclamewereld, daar ziet Van Kooten meer brood in. Maar op zijn 22e vertoont hij al de inslag van de ondernemer – zelf spreekt hij liever van ‘koopman’ – waartoe hij zou uitgroeien: “Bieden ze mij veel, dan blijf ik natuurlijk.” Zo geschiedt; Bull Verweij vraagt Van Kooten als programmaleider. De jonge dj gaat akkoord, op voorwaarde dat hij heel anders mag gaan programmeren. Hij wil van het nog vrij brave Radio Veronica een echt popstation naar Amerikaans voorbeeld maken.

In 1964 krijgt hij daarom geld voor een studiereis van twee weken naar New York, om te zien hoe daar commerciële radio gemaakt wordt. Van Kooten: “Ik had het idee om een hitparade te doen. Mijn bazen vonden het onzin, maar zeiden ‘ga je gang maar’. Dus ik vertrok naar de moeder aller kunsten op dit gebied. Bij de Top 40-stations WABC en WMCY zag ik hoe zij hun charts opstelden: op basis van hun eigen request line en de verkoop in platenwinkels.” Waarom een Top 40, en geen 30 of 50? “Mijn programma duurde twee uur. Daarin pasten precies veertig singles, plus reclame.” Op 2 januari 1965 presenteert De Draayer op Radio Veronica de eerste ‘zaterdagmiddaggebeurtenis’. “Vraag ernaar, hij ligt voor je klaar bij je platenhandelaar, het gedrukte exemplaar”: De Nederlandse Top 40 is geboren.

Vernieuwende, lucratieve ideeën zijn Van Kootens handelsmerk. Naar het voorbeeld van Amerikaanse radiostations laat hij T-shirts maken met het logo van Radio Veronica. Ook jingles en horizontale programmering voert hij in Nederland door. Als hij in 1968 zijn eigen platenlabel Red Bullet (o.a. Golden Earring) opricht is hij de eerste dj die op de radio zijn eigen platen promoot. Behalve bandjes ontdekken en beroemd maken, haalt de programmaleider bovendien radiotalenten als Lex Harding, Eddy Becker en Tom Mulder binnen.

Aan Van Kootens relatie met Veronica komt een einde na onenigheid over één van de eerste platen die zijn productiemaatschappij Red Bullet uitbrengt: Ome Sjakie van De Praatpalen (dat waren Peter Koelewijn, producer Freddy Haayen en Van Kooten zelf). Andere dj’s zien er een grote hit in, maar programmaleider Jan van Veen klaagt bij de Veronica-bazen, de gebroeders Verweij, dat dit ‘vieze liedje’ niet op de zender thuishoort. Daarop wordt het alle diskjockeys verboden om Ome Sjakie (“Het hele zakie, loopt in z’n nakie, zegt Ome Sjakie, aan de Middellandse Zee”) nog te draaien.

Op 8 november 1968 verlaat Joost de Draayer Veronica, tot verdriet van zijn collegae daar, om bij de VPRO de Top 30 te presenteren. In maart 1971 start hij samen met Jan van Veen de zeezender Radio Noordzee, waar hij een jaar later alweer vertrekt omdat hij gelooft dat het tijdperk van de piratenradio, die hij nota bene zelf groot maakte, voorbij is – hoewel ook sprake is van ‘privéaangelegenheden’ met de Noordzee-directie. In 1974 duikt hij op bij de NOS om het horizontale programma Joost mag niet eten te presenteren.

In 1978 stopt de godfather van de Nederlandse hitradio met platendraaien, om zich op zijn zakenimperium te storten. Naast muziekproducer wordt hij onder meer eigenaar van radiozenders Arrow Classic Rock en Arrow Jazz FM, muziekuitgeverij Nanada Music in Nashville en een waterbron in het Drentse Anloo. In de jaren tachtig en negentig legt hij zich steeds meer toe op onroerend goed, waaronder huizen en een golfresort in de Portugese Algarve, waar hij ook een tweede huis bezit. Als zakenman vergaart hij, naar eigen zeggen dankzij zijn zelfontwikkelde 4 T’s (Talent, Toewijding, Tijgeren en Timing) een fortuin dat door Quote op 200 miljoen euro geschat wordt. Zijn ultieme hitparadeshow is nu het Wall Street beursnieuws.

Van Kooten typeert zichzelf als een Hollandse koopman, met een hang naar romantiek en een afkeer van politiek en establishment. Van alle voormalige commerciële radiopiraten is hij waarschijnlijk de meest fervente criticus van het publieke bestel en de overheid in het algemeen. Het jammerlijk mislukken van twee van zijn media-initiatieven in de jaren negentig – eerst de Krant op Zondag en in 1996 televisiekanaal Sport7, waaraan hij overigens als enige geld verdient – wijt hij aan overheidsbemoeienis.

Zijn toenemende verontrusting over de verwaarlozing van ‘het landsbelang’ noopt Van Kooten in maart 1999 tot (financiële) ondersteuning van de nieuwe partij Leefbaar Nederland, waarvoor hij Pim Fortuyn aandraagt. Die slaat Van Kootens adviezen echter in de wind. “Het was nooit mijn bedoeling geweest dat hij premier zou worden”, aldus de meestermarketeer, die in 2001 besluit zijn politieke avontuur eervol te beëindigen.

Met tegenzin verkoopt hij in 2006, op 65-jarige leeftijd, zijn aandelen in Arrow Classic Rock en Arrow Jazz FM (zijn favoriet) aan PCM. Het vuur in de ondernemende duizendpoot is echter nog niet gedoofd; hoeveel bedrijven hij momenteel bezit kan hij eind 2006 niet exact zeggen. Nog steeds heeft hij iedere dag wel twee of drie goede ideeën. Maar de politiek in? “Geen denken aan! Ik wil graag tachtig jaar worden, misschien wel negentig.”

In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

Dee-jay! Een prachtvak en je hebt er geen diploma’s voor nodig.

Er bestaan veel misverstanden over hoe ik nou bij Veronica ben gekomen. Zwemmend, da’s waar…Ik had beide diploma’s ook voor gekleed zwemmen dus geen probleem. Nee, het is zo gegaan. Ik studeerde in Amsterdam, maar de poen was op en ik kreeg geen studiebeurs, dus moest ik terug naar huis, naar Hilversum, waar mijn ouders woonden. Op een feest in Amsterdam kwam ik Ger Anna tegen, dat is een dochter van Dirk Verwey en ik had toevallig in de Elsevier een stuk gelezen over de gebroeders Verwey die niet alleen meer in de textiel zaten, maar nu ook in radio deden. Dus vroeg ik aan Ger Anna of er bij hun niet wat voor mij te doen was want ik zat nogal om geld te springen. Ze zei dat ik maar even langs moest komen en de volgende morgen stond ik oog in oog met Tony Vos die toen nog programmaleider was bij Veronica. Praten, praten, praten en hij zag het wel zitten. Ze konden alleen niet veel betalen. Slechte tijden enzo. Enfin het klonk allemaal erg zielig en ik was toch padvinder geweest dus op z’n tijd een goeie daad was nooit weg. Ik begon voor tweehonderdenvijftig gulden in de maand. Dat vond ik allang mooi want ik wilde maar een paar maanden blijven en dan verder gaan met m’n studie. Toen ik begon waren ze bij Veronica net het stadium voorbij van: „Heden woensdag, gehaktdag in het Westland”. Ik moest reclameteksten maken voor de meest vreemdsoortige dingen: koekjes, bloembollen, kousen, enfin niks was te gek. Ik had zoiets ook nog nooit gedaan dus ik begon maar… We hebben wel gelachen. Nou ja, je kent dat verhaal van Hollen-Bollen. We deden in die tijd soms een hele dag over zo’n spotje en het hele bedrijf lag dan gewoon stil. Iedereen moest meedoen en we konden alle stemmen die er bij ons rondliepen wel ergens voor gebruiken. Het was mijn bedoeling om drie maanden bij Veronica te blijven, maar in augustus brak er paniek uit. In die dagen was het nog zo dat ook deejay’s nog wel eens op vakantie gingen. Lekker in de zon liggen of zo en ze werden zelfs op Nederlandse stranden gesignaleerd. .. Er waren precies zoveel deejay’s als we nodig hadden en als er dus iemand een weekje weg ging liep de hele boel in de soep. Er was al iemand met vakantie of ziek, dat weet ik niet meer en Tony Vos ging er ook een paar weekjes tussen uit. Ome Juke noemden we hem toen omdat hij de man was van de juke-box. Vlak voordat-ie z’n koffers pakte zei-ie: Willem als jij nou eens de juke-box over nam zou dat een hele geruststelling voor me zijn en kan ik fijn op vakantie.

Nou en daar zat ik dan. Ik wist van niks jo. Nee, laten we eerlijk zijn, wie wist er in die dagen wel wat. Als je nu met iets begint ga je er van te voren over nadenken. Je bekijkt het een beetje. Maar toen… ben je gek. Alles wat Veronica deed was toch goed en mooi. Je moet maar eens naar die bandjes luisteren van de eerste jaren. Allemaal Oscar Peterson en Dave Brubeck. Altijd goed. Jingles hadden we ook niet. Dat kwaad is pas van later jaren. Het enige jingeltje dat we hadden was „Dit is radio Veronica met gevarieerde muziek”, en dan hoorde je inderdaad wat. Eerlijk is eerlijk…

Ik begon dus met die jukebox en dat ging er geloof ik wel in. Ze zeiden tenminste blijf hier maar werken dan kun je fijn programma’s maken. loost mag het weten begon ik toen aan, en ik was deejay hè. Pracht vak en wat heel belangrijk is je hebt er geen diploma’s voor nodig. Eigenlijk moet je je van dat Veronica van vroeger niet zo heel veel voorstellen hoor. Het was wel aardig voor de mensen die eens wat anders wilden horen dan de zuilen, maar hits of een top veertig bestonden toen nog niet. De enige die een beetje In die richting ging was het blad Tuney Tunes. En we zaten toen ook nog met de ellende dat we programma’s hadden van een kwartier of een half uur. Luxemburg waar je in die tijd toch wel tegen op keek had dat ook nog. Zo langzamerhand werden het bij ons programma’s van een uur en nog later shows van twee uur zoals nu nog steeds. Daar heb ik toch wel even voor moeten vechten! Een deejay die twee uur achter elkaar voor de microfoon zit. Dat kan toch helemaal niet, Willem. Daar worden de mensen gek van Willem. Zo verliezen we alle luisteraars Willem

Nou mooi dat het wel kon. Kijk toen ik later programmaleider werd ben ik naar Amerika gegaan en daar zaten jongens drie uur achter een microfoon. Hele normale zaak en niemand die er wat van zei want ze waren niet anders gewend. Nou zag ik drie uur niet zitten maar shows van twee uur konden volgens mij best en het is wel bewezen dat een geen enkel probleem geeft bij een commercieel station.

Ik zag daar in Amerika bij die topstations ook allemaal vodjes waar de top-veertig op stond gedrukt. De mensen waren helemaal gek van die papiertjes en waarom zouden wij dat dan ook niet gaan doen dacht ik toen ik hier weer terug was. Ik heb weer als een gek moeten praten voordat het allemaal voor elkaar kwam maar we kregen het er door en die topveertig bestaat nog steeds. Ik spring misschien een beetje van de hak op de tak maar het is ontzettend moeilijk om nou precies jaar na jaar te vertellen wat er allemaal is gebeurd. Ik heb die andere stukken gelezen maar hier en daar kloppen de jaartallen ook niet. Tja’s ook logisch. Kijk, iedere dag gebeurde er wet geks en je zat helemaal in dat sfeertje. Na een poosje viel het je helemaal niet meer op dat je met zo’n stelletje gekken werkte.

Na juke-box bleef ik dus. Niet In vaste dienst. Ben je gek! Ie maakte je programma’s en haalde iedere maand je geld, dat was alles. Een planning zagen we toen ook niet zitten. Ie begon gewoon als je wakker werd of als er een cel leeg stond en voor de rest bekeek je het maar. Hebben ze je nog niks verteld over dat lunchen iedere dag. Dat was hardstikke gezellig. In de discotheek werd iedere middag een grote tafel gedekt en daar zat het voltallig personeel dan uitgebreid aan te lunchen. Jonge, het leek wel een restaurant. Zaten we lekker te ouwehoeren en te eten en dan zei een deejay tegen een technikus: Zeg zullen wij ZO een paar uurtjes gaan maken. Als beide partijen dat dan zagen zitten gingen ze. Maar nooit gedonder van programma’s die niet op tijd klaar waren hoor. Altijd dik voor elkaar.

Ik kan me uit die begintijd trouwens ook niet herinneren dat we heibel met elkaar hadden, ja, af en toe een klein ruzietje, wat wil je met al die driftige tiepetjes, maar echte rellen hadden we niet. O ja, dat was Ik nog vergeten bij de topveertig waar we het net over hadden. Geen hits draaien en zo zat me toch niet lekker en ik begon op vrijdagmiddag een programma dat heette het voorlopig nederlands platenelftal. Een soort top elf. Om dat ding samen te stellen luisterde ik eerst naar Herman Stok en zijn Tijd Voor Teenagers. Wat ging, wat bleef, wat kwam…ja zo was dat. Dan belde ik wat platenmaatschappijen op en dan keek ik in een Hilversums weekblad waar platenzaak Ger de Roos een soort top tien in had, even schudden in de grote hoed en ik had mijn voorlopig nederlands platenelftal.

Het sloeg natuurlijk nergens op maar we hadden in ieder geval wat en dat was beter dan helemaal niks. ik ging in die tijd ook nog reteketet in dienst. Daar hebben ze me in de opleiding aardig te pakken gehad. Ik was toen al min of meer bekend in den lande zoals dat dan heet en het was de hele dag, hé Joost doe jij dat nog maar even over je zit hier niet bij de radio jo! En dan moest ik weer een extra baantje tijgeren. ‘s Avonds als de dienst was afgelopen liep ik op m’n tenen maar ik wilde me niet laten kennen dus ik ging iedere dag dapper door. ‘Avonds in het legergroen naar Hilversum programma’s maken en al met al hebben ze nooit een goed militair van me kunnen maken. Na die opleiding in Amersfoort werd ik overgeplaatst naar Crailo. Daar heb ik een prima leventje gehad want ik werd daar ziekenverpleger. Goed van eten en drinken en ik had een dokter die gek was op Miles Davis. Daar draaide ik dan af en toe een plaatje voor en als er een leuk nachtconcert was regelde ik kaartjes voor hem. Zoiets scheelt altijd. Gek hè…

Nou in mei ’64 kwam ik uit dienst dat was na die overval van de artiesten op Veronica. Weet je dat niet. O jonge dat was toen een stunt. Op 1 april 1964 in de vroege ochtend is de Veronica overmeesterd door Willy Atberti, Rob de Nijs, lohnny Lion, Anneke Grönloh, nou ja, alles wat toen maar enige naam had was er bij. Bob Rooyens, fred Oster en die jongen van de KRO Han Mulder waren de organisatoren van de hele grap. Al die artiesten zijn life vanaf het dek van de Veronica gaan uitzenden. Niemand wist er iets van, behalve de directie, maar dat hoorden we achteraf. Ik zat nog in dienst en ik deed de radio aan en ik schrok me rot. De Veronica overvallen, onze programma’s werden niet uitgezonden en als de donder regelde ik een verlofpasje. Hans Oosterhof was toen net programmaleider en die man was helemaal in paniek. We zijn verloren riep-ie maar steeds, we zijn nu echt verloren. Nou viel dat achteraf natuurlijk best mee, maar we zaten er wel in onze rats. Het klonk allemaal nogal gezellig en wij zijn er ‘s middags heen gevaren en toen bleek dat het een stunt was. Wel een hele goeie want we stonden mooi op de voorpagina van Paris Match en de kranten stonden er de volgende dag vol van. Bob Rooijens en Fred Oster hebben van de MKO ontzettend op hun donder gehad en ik geloof dat Han Mukler o.a. door dat geintje op de Veronica ontslagen is bij de KRO!

Die artiesten hebben trouwens wel geweten dat ze aan boord zijn gegaan. D’r waren er een zootje ziek! De Wama’s zaten er ook en een van die twee, ik weet echt niet meer wie, riep maar steeds gooi me maar over boord, gooi me maar over boord. Zo ellendig was die man. We hadden in die dagen wel meer stuntjes hoor. Ik vond gewoon dat we wat meer aan public relations moesten doen. Er was toen een ronde van het lJsselmeer en daar hadden wij dan een Veronicaploeg in. Jonge jonge dat is lachen geweest. We hadden een geluidswagen omgebouwd en daar zat ik in en draaide plaatjes. Af en toe moest er dan ook een ooggetuigenverslag komen en omdat ik toch in die wagen zat was ik de aangewezen persoon voor dat werk. Ik voelde me net Barend Barendse. Ik wist er geen bal van maar ik heb me wel een peer dagen kapot gelachen.

In Amerika had ik ook een T-shirt gezien waar de naam van het radiostation op stond. Dat leek me wel een leuke stunt voor ons ook. Het werd me een rage, Ie kon opbellen en als je naam dan op de zender werd genoemd kreeg je een shirt gratis. In een paar maanden tijd waren we duizenden van die krengen kwijt. We konden ze gewoon niet aan laten maken. Ik zweer het je. Ze deden alles om maar aan zo’n ding te komen. In die tijd van die stunts begon het eigenlijk allemaal een beetje serieus te worden. Tot die jaren had iedereen maar zo’n beetje gedacht nou ja, Veronica, dat zijn een stelletje vogels die voor de lol radiootje spelen, jongens van de omroepen keken je gewoon niet aan. Die voelden zich gewoon veel te goed om met iemand van Veronica te praten. De platenmaatschappijen zagen het helemaal niet zitten. Platen moest je zelf kopen. Je kreeg er niet een. Ik weet nog dat ik lungen Komm Bald Wieder zelf gekocht heb… De mensen vroegen er om en wat doe je dan. Ik weet nog goed dat ik Polydor belde om een plaat, ik weet niet meer welke plaat het was, en weet je wat ze zeiden: Ach jongen daar heb je niks aan. Er zit helemaal geen mooie hoes om die plaat. Dat is gebeurd hoor. In de tweede helft van de zestiger jaren is dat in- eens allemaal veranderd. Ik heb iedereen afgesloft maar niemand zag er brood in. Zelfs de topveertig zagen ze niet maar daar kwam gauw verandering in. Platen die hier vroeger altijd drie, vier maanden na Engeland of Amerika uitkomen bestaan niet meer. Daar hebben wij erg veel aan gedaan. We zorgden gewoon dat we alles uit Engeland of Amerika kregen en dan moesten de maatschappijen wel. Vandaag de dag is het heel normaal en gelukkig maar. Waarom zou Nederland achter moeten lopen!

Tags: ,
Categories: Personen

Comments

Feed
Trackback URL

  • S.Potman

    Nu LLiNK redden! Great job


  • Anjo van der Wal

    Willem van Kooten, op de radio beter bekend als Joost den Draaijer, heb ik pas in 1970 leren kennen als presentator van de Top 30 op Hilversum 3, toen nog voor de VPRO. Op dat moment de enige echte tegenhanger van Veronica’s stokpaardje, de Top 40. Overigens saillant detail dat de zo alternatief ingerichte VPRO zich ook nog eens aan een publieksfavoriet als het uitzenden van een hitparade heeft gewaagd. De opvallende en unieke presentatie van Van Kooten daar hoeft verder geen betoog. Zijn Veronica verleden moest ik, mede door de vrij uitgebreide geschiedschrijving van Veronica over zichzelf, in latere jaren natrekken en via Internet is daar dan ook ruim de gelegenheid voor. Niet veel later presenteerde mijnheer Den Draaijer zich op Radio Noordzee met alweer een hitparade: de Top 50. Hij mag op grond daarvan gerust als de Vaderlandse Vader der Hitlijsten beschouwd worden. Stijl en presentatie waren nog niet veranderd. Lang haar, baard en eigentijds brilmontuur hadden zich inmiddels van hem meester gemaakt. Ook bij Radio Noordzee zou hij het niet lang volhouden. De terugkeer bij Hilversum 3 startte in de zomer van 1972 met Radio Tour de France, waarvan Van Kooten het laatste uur mocht presenteren op het moment, dat de finish van de fietstocht al door iedere deelnemer bereikt was. Daarvoor volgde het programma voor de luisteraar door middel van tourflitsen de rit op de voet. Voor Joost was er niks anders dan verslag te (laten) doen van andere sportevenementen, zoals roeien, waardoor Van Kooten in de hem typerende speelse bui het programma even “Radio Tour de Roei” noemde. Hierna zou hij ‘s avonds tussen 6 en 7 het programma Joost Mag Niet Eten presenteren. Lange tijd het enige dagelijks horizontaal gepresenteerde radioprogramma op Hilversum 3 en een waardig alternatief voor mensen, die bij Veronica de Jukebox even beu waren of, om in het etenstijd jargon te blijven, niet “door hun keel konden krijgen”. Later moest Joost de zendtijd delen met collega’s als Felix Meurders en de toen net opkomende Frits Spits. In een periode van toenemende werkloosheid (de jaren zeventig), moest ook nog tien minuten afgesnoept worden voor De Vacaturebank, een gesproken lijst met nieuwe banen voor hen die weer aan het werk willen. Nu en dan was Van Kooten nog op de televisie te zien. Daarnaast hield hij zich op de achtergrond met het promoten van het Nederlands produkt, onder andere voor zijn eigen platenproduktiemaatschappij. Het lintje, dat hij in een later jaar opgespeld kreeg is dan ook dik en dik verdiend.

    ANJO

Leave Comment

Commenting Options

Alternatively, you can create an avatar that will appear whenever you leave a comment on a Gravatar-enabled blog.

Please note: Comment moderation is enabled and may delay your comment. There is no need to resubmit your comment.