Walter Bakker

by Suze Krijnen on July 6th, 2010

Het begint als Walter Bakker een jaar of vijftien is. Hij luistert fanatiek naar Felix Meurders en Peter Holland bij de VARA op Hilversum 3. “Die maakten op een hele aparte manier radio. Holland had een rubriek, ‘In de brievenbus’, daar kon je alles naartoe sturen als het maar gek was. Nu is dat heel normaal, met sms, mail en een webcam, maar destijds kon je bijvoorbeeld een plaatje opsturen of reageren op een onderwerp. Per handgeschreven brief, want een typmachine had ik niet. En maar hopen dat er een week later iets mee werd gedaan in de uitzending.”

“Ik had een keer een singeltje op de markt gekocht van een Limburgs koor, Eikenhout is eikenhout heette het en dat was dan ook het hele lied. Zoiets werd dan gedraaid. Het gaf elke keer weer een kick, zelfs al zat er bijna elke week wel weer wat van mij bij. Op een gegeven moment zeiden ze wel eens: ‘We hebben weer een brief van Walter, maar daar doen we volgende week wat mee.’” Zo begint Bakker rond 1985 te schrijven onder andere namen. “Van jongens en meisjes op school. Ook gebruikte ik verschillende handschriften; sommige dingen schreef ik met links.”

In eerste instantie gaat het hem vooral om de muziek. “Maar het dingen aan elkaar praten en de jingles ging ik steeds spannender vinden; dat plaatje kon ik zelf ook wel draaien”, vertelt de radioliefhebber. Hij heeft vooral bewondering voor Jeroen van Inkel: “Die was natuurlijk koning op dat gebied; sfeer creëren, de luisteraar het gevoel geven dat hij alleen tegen jou aan het praten is. Dat kwam uit Amerika, waar ze met vormgeving en techniek heel veel sleutelden aan de stemmen.”

Zo raakt Bakker verslingerd aan Curry & Van Inkel. Als er vrijdagavond ‘soos’ is op de HEAO waar hij studeert en hij het programma dus niet meer kan luisteren, schakelt hij zijn moeder in om het op te nemen. “Ik zette de wekker op kwart voor acht, wanneer ze het bandje moest omdraaien. ’s Avonds spoelde ik dan de muziek door, om te kijken of mijn item erbij zat.”

Toch zijn er maar heel weinig mensen die van Bakkers radioactiviteiten afweten. “Ik liep er niet mee te koop. Het was meer een kick voor mezelf, ik vind het ook niet erg als ik onder een andere naam op de radio kom.” Hij vergelijkt zijn inspanningen met geven aan een goed doel: “Iets bijdragen waar een ander wat aan heeft, dat vind ik leuk.” Wel neemt hij al ‘zijn’ items op: “De back-up ging in de kluis.”

Als in 1987 bekend wordt dat Adam Curry naar de VS vertrekt, besluit Bakker de waarheid te onthullen. Al zijn bandjes verzamelt hij op één tape, die hij opstuurt met een begeleidende brief waarin hij verklaart dat hij het was onder al die andere namen. Een paar dagen later krijgt hij een telefoontje: of hij bij de laatste uitzending wil zijn. “Dat was natuurlijk helemaal te gek. We bleven contact houden, ook tijdens Stenders & Van Inkel.”

Ook bij de directie blijft Bakkers talent niet onopgemerkt. “In 1993 stond Unico Glorie op mijn antwoordapparaat. Ze waren op zoek naar een productiemedewerker. Ze hebben me een aanbieding gedaan, maar ik koos ervoor carrière te maken bij het marketingbureau waar ik toen werkte.” Spijt heeft Bakker niet van dit besluit, “maar ik heb achteraf wel eens gedacht: stel dat ik ja had gezegd… Misschien was ik dan wel een tweede John de Mol geweest.”

De radio met rust laten lukt hem echter niet. “Sinds 1995 ben ik nog heel vaak ’s ochtends bij Van Inkel in de ‘geheime ochtendshow’ geweest, met Cobus Bosscha op de AM-frequentie.” Bakker schrijft bijvoorbeeld teksten over actuele gebeurtenissen op bekende melodietjes als Ademnood van Linda, Roos & Jessica, die Van Inkel en Cobus vervolgens zingen in de uitzending.

Via Van Inkel komt Bakker in contact met Edwin Evers. Dit levert een bijzondere bijdrage op aan diens vrijdagnachtprogramma Oh wat een nacht. “Ik zat thuis achter de computer Rad van fortuin te spelen”, vertelt hij, “en in een gekke bui heb ik naar de studio gebeld met het geluid van dat spelletje aan de telefoon; de stem van Hans van der Tocht en de bordjes die omgedraaid worden. Op een gegeven moment heb ik toen maar gezegd: ‘Hallo, met Walter.’” Stenders vindt het zo leuk dat hij voorstelt het spel live in de uitzending te spelen, met Bakker als quizmaster: “Ik was de Hans.” Natuurlijk gaan luisteraars de meest schunnige woorden raden. “Evers probeerde dat dan weer recht te praten”, herinnert Bakker zich, “maar als de schuif dicht was lachte hij zich helemaal kapot.”

Zenuwachtig is de nuchtere Bakker nooit als hij naar de studio ging. Weliswaar is hij vooral van Jeroen van Inkel, in de tijd dat die pioniert op het gebied van radiotechniek en vormgeving, zwaar onder de indruk. Maar: “Ik heb die mensen nooit geadoreerd. Ze doen ook gewoon hun werk. Toen ik zo dichtbij kon komen ging ook wel iets van de magie verloren. Eind jaren negentig zat ik er drie ochtenden per week.”

Tegenwoordig is de radiodenktank iets minder actief. “Af en toe mail je eens wat of je belt een keer. Het zijn meestal losse flodders, simpele ideeën, maar op het juiste moment. Dan ben ik de enige die weet dat het uit mijn koker komt. Zelfs mijn vrouw vertel ik het vaak niet eens.” Vooral naar Radio 3FM, Edwin Evers op Radio 538 en Rob van Someren op Radio Veronica luistert Bakker nog graag.

Radio is behoorlijk veranderd, vindt hij. “Als je nu Curry & Van Inkel hoort kun je je bijna niet voorstellen wat daar nou zo magisch aan was. Het doorstarten na een jingle was een heel gedoe en dat ging vaak fout, nu kan iedereen het.” Een ander groot verschil is dat bijna niets meer spontaan is. Luisteraars in de uitzending worden vrijwel altijd van tevoren opgenomen. “Dat het laatste woord van de luisteraar precies aansluit bij het eind van de intro van de plaat, dat kan helemaal niet.” Ook is het allemaal veel commerciëler geworden, stelt Bakker: “Een radioprogramma staat nu bol van de sponsoring en billboarding.”

Jammer? “Nee, dat moet je gewoon accepteren”, vindt hij. “Maar daarom is het wel heel verfrissend om een stukje nostalgische radio van Rob van Someren op Radio Veronica te horen. De manier waarop hij daar zit met die twee anderen, dat is twintig jaar terug in de tijd. Ook Edwin Evers maakt nog echt spontane radio.” Bakker prijst het blinde vertrouwen dat deze ‘ouderwetse’ radiomakers in elkaar hebben: “Als iemand zijn hand opsteekt gaat de schuif open, want je weet dat diegene wat leuks gaat zeggen.”

“Een radiocarrière wil ik niet zeggen, maar ik heb wel mijn inbreng gehad in de ontwikkeling van het medium radio. Ik denk wel dat ik redelijk uniek was. Ze noemden me ‘Medewerker op afstand’, of ‘Agent 008’. Ik denk dat ze mijn naam nog wel kennen. Maar met de communicatiemiddelen van nu kan het best dat er nog wel honderd mensen zijn zoals ik. Ik ben vast niet de enige.”

Opnemen doet Walter Bakker nu niet meer. “Die romantiek is er wel een beetje af.” Bij elkaar heeft hij nu zes à zeven uur radio-items op een dvd. “Het is wel heel leuk om dat nu terug te luisteren. Ondanks dat het dertien jaar geleden is weet ik dan weer precies hoe het was. Overdag werken, om half één ’s nachts naar Hilversum rijden, vechtend tegen de slaap, en zes uur ’s ochtends thuiskomen. Gewoon voor de fun.”

Tags: ,
Categories: Jukebox, Personen

Comments

Feed
Trackback URL

Leave Comment

Commenting Options

Alternatively, you can create an avatar that will appear whenever you leave a comment on a Gravatar-enabled blog.

Please note: Comment moderation is enabled and may delay your comment. There is no need to resubmit your comment.