Bob en Brenda
Om inpiratie op te doen voor Veronicastory.nl zet ik regelmatig m’n hersenen in de ‘achteruit’. Ik probeer terug te reizen naar de tijd dat ik nog in korte broek naar school fietste. We flitsen ‘back in time’, het is 1961, hartje zomer, de ramen van de huizen in onze straat staan wijd open. Ik hoor Johnny Jordaan bij de overburen en verderop “Marina” van Willy Alberti en hoor ik daar “Can’t Help Falling In Love” van Elvis?
Bij ons thuis draait m’n vader de Grundig radio, die daarvoor meestal de VARA liet horen, helemaal naar de linkerkant van de zenderschaal. Er staat niet voor niets een kannetje met verzilverde VARA-lepeltjes naast het koffieservies in de woonkamer. Plotseling klinkt nogal krakerig een reclame door de kamer. Mijn moeder wordt verzocht Nurdie nylonkousen te kopen, die door de gebroeders Verweij uit Duitsland geïmporteerd werden: “Let op, Nur Die, nu ook in Nederland, Nur Die, dat is het!” Het riedeltje erachter is trompetmuziek van het gehalte waarmee Willy Schobben, 15 keer onderscheiden met De Gouden Trompet, een paar jaar lang de radiogolven teisterde.
Pas een mensenleeftijd later kom ik erachter dat het Nur-Die-melodietje geschreven is door Diadorius Boudleaux Bryant, die, op twee uur rijden van m’n huidige woonplaats Nashville in de ‘Smoky Mountains’, vlakbij waar nu pretpark Dollywood ligt, samen met z’n vrouw Mathilda, beter bekend onder haar nomme-de-plume Felice, zulke fantastische nummers schreef als “Raining In My Heart” voor Buddy Holly; countryklassieker “Rocky Top” (Osborne Brothers) en “Love Hurts” (de Everly Brothers, Gram Parsons & Emmylou Harris en… Nazareth). Het echtpaar waarvan ik in m’n slaap “Bye Bye, Love”, “Wake Up, Little Suzie”, “All I Have To Do Is Dream” en “Bird Dog” mee kan zingen ligt hier om de hoek op het Woodlawn Memorial Park kerkhof begraven. Ik ben in tegenstelling tot m’n ex geen liefhebber van begraafplaatsen maar moet hier toch eens langs om m’n petje af te nemen.
M’n vader had dus Veronica ontdekt! Vanaf dat moment volgde Radio Veronica ons overal, op vakantie op de brommer, op de Texelse boot, niet geheel storingsvrij bij m’n oom in het Limburgse Koningbosch, onder de dekens op m’n transistorradiootje… M’n vader bleef Veronica afwisselen met de VARA. Hij kon Malando en Frans Poptie’s Swing Specials en de Kilima Hawaiians niet missen. En ik verdeelde mijn luistertijd tussen 1-9-2 en ’s avonds 2-0-8. Dat was de zweverige frequentie van Radio Luxemburg, waarop om een uur of acht de Battle of the Bands plaatsvonden. De Beatles versus de Rolling Stones. Freddie & the Dreamers tegen Gerry & The Pacemakers… En, mijn favoriete programma in m’n middelbare schooltijd was ‘Top Of The Pops’ van Alan Freeman, ‘s zondagsmiddags op de BBC, dat heb ik minstens vijf jaar lang geen enkele keer gemist.
De Veronica openingstune zou nu totaal niet meer kunnen, een ziek riedeltje op een pijporgel, een aankondiging die ons liet weten te luisteren naar Veronica op 192 meter oftewel 1567 kilohertz en dan een stukje marsmuziek van John Phillip Souza door de Koninklijke Marinierskapel in dezelfde kwaliteit als de wascilinders van Thomas Alva Edison uit 1898. Nieuw voor ons, en best wel spannend, was de vele reclame tussen de gezellige praatjes en de toen nogal volkse muziek door, dat waren we vanuit Hilversum niet gewend: “Bij Televersum kopen – Veilig kopen!”.
Een hoop van die vroege ‘commercials’ en ‘jingles’ werden geschreven door Frans Mijts. M’n vader was helemaal ‘wauws’ van het tango-orkest van de Rotterdammer accordeonist Arie Maasland, beter bekend als Malando. En Frans Mijts speelde daar trompet bij. In z’n vrije tijd schreef Frans honderden deuntjes, waarvan die voor Kant-En-Klaar me nu nog iedere dag zeker tien keer door het hoofd gaan. Als ik over een telefoonnummer nadenk of me afvraag welke straat ik in moet slaan, en het antwoord schiet me te binnen, dan is het: ta-tuh-ta-tuh-ta-taa-kant-en-klaar!!! Het moet een reclame voor een hobbymarkt of zo geweest zijn, of was het voor oploskoffie? Later, in de jaren zeventig, kwam ik Frans vaak tegen als eigenaar van studio Soundpush in Blaricum, waar honderden vaderlandse hits opgenomen werden van Anita Meijer’s “Why Tell Me Why” tot Stars On 45.
Uit de eerste helft van de zestiger jaren komen de stemmen van Anuschka, de sexy gevooisde ‘Koffietijd’ voorganster van Tineke, en het duo Bob en Brenda bovendrijven. Bob en Brenda presenteerden een door het maandblad Muziek Expresse gesponsord programma: ‘Veronica’s Teenager Muziek Expresse’, iedere zaterdagmiddag om een uur of twaalf. De eerste Bob was onze Rob Out, die later vervangen werd door Krijn Torrenga. Ik maakte met Krijn een paar jaar later op Schiphol kennis. Ik haalde die dag de Kinks op, die voor een TV programma uit Londen overkwamen, en Krijn Torrenga kwam net aan uit Helsinki. Hij was in Finnair uniform, want hij verdiende daar zijn brood als steward. Bob en Brenda waren toen, ’t was ergens in April of Mei van 1967, vergaand voltooid verleden tijd als radiofenomeen, maar het duo bleef bestaan als echtpaar. Brenda, die eigenlijk Freda Keuker heette, was inmiddels in ’62 Mevrouw Torrenga geworden.
Krijn Torrenga bleef voor Veronica programmaas presenteren. Freda kluste op een gegeven moment bij een andere radiopiraat, Radio Noordzee. Daar presenteerden Freda samen met een zekere Rob een half jaar lang samen programmaas vol ‘tiener-muziek’, en… die Rob was dus weer Rob Out!
Evert Wilbrink
Een dubbeltje per blad
Het was in Februari of Maart (toen nog met een Hoofdletter geschreven) van 1971, dat Lex Harding mij belde met de vraag of ik voor het Veronica-blad wilde gaan schrijven. Het begon met LP recensies en Lex gaf me daarbij volkomen de vrije hand. Soms waren het er zes per pagina, soms besloeg de bespreking van één langspeelplaat meer dan twee pagina’s.
Een enkele keer leidde het tot cowboytaferelen. Op een gegeven moment belde Henri Audier, de persjongen van platenmaatschappij Bovema in Heemstede, mij op met de waarschuwing dat Frits Hirschland, de manager de manager van Kayak naar me op weg was met een pistool op zak. Want ik had net een vernietigende kritiek gespuid over de meest recente langspeler van Edward Reekers c.s. Frits had wel vaker leuke ideeën. Toen de firma Phonogram te weinig achter de nieuwe plaat van Earth & Fire bleek te staan, ging Frits te paard naar Wisseloord in Hilversum, waar de muziekdivisie van Philips kantoor hield, en na z’n rijdier een emmer wonderolie te drinken gegeven te hebben, sjokte hij er het kantoor van de directeur mee binnen. Dat leidde tot een behoorlijke knoeiboel.
Lex vroeg me ook al heel snel om het Popjournaal voor hem te schrijven. Ik geloof eerst voor de zender en daarna ook voor het Blad. Ik werkte tegelijkertijd bij BMG-Ariola, waar ik de laatste nieuwtjes op de telex uittikte en ze zo naar Veronica stuurde. Dat was heel handig, want ik was nog wel eens afgeleid en als Lex dan belde dat ik nog 10 minuten had, dan kreeg ik het toch nog op tijd voor elkaar. Nu heb je e-mail en vliegt alles in een seconde de wereld rond, maar toen was het enige alternatief voor de postduif dat maffe typemachine-achtige gevaarte, waar ponsbandjes uitliepen. Ik besteedde af en toe m’n bijdragen uit aan Rob Bakker en Cees de Bakker, twee journalisten van de Alkmaarse Courant, maar daar was Lex nooit zo blij mee. De stukjes die ik schreef hoefde hij nooit voor te kauwen, die kon-ie zo voor de microfoon doen. “Bekt lekker”, zei Lex. Vond ik een groots compliment.
Met Gérard Bed, die toen reclamechef was bij BMG-Ariola en de bevriende Bintangs-bassist Frank Kraaijeveld, trok ik later dat jaar iedere maandag naar Hilversum om eerst in het Veronicapand aan de Soestdijksestraatweg en later aan de Oude Enghweg aan het blad te werken. Frank hield dat 37 jaar vol en nam pas vorig jaar als vaste vormgever afscheid. We hadden met z’n drieën in de auto de grootste lol en maakten wereldplannen! We maakten af en toe het hele blad vol en op een gegeven moment stapten we op Rob Out af met een voorstel dat hij niet kon weigeren.
We hadden net gehoord dat Rob aan ieder verkocht exemplaar van ‘ons blad’ een dubbeltje overhield. Ik schreef wel eens bijna duizend gulden in één goeie maand bij elkaar, maar ik had geen vaste deal en BMG-Ariola was m’n enige maatschappelijke houvast. Gerard Bed wilde daar sowieso weg. En bassen bij de Bintangs was niet echt een vetpot. We stapten bij Rob binnen, schoven een paar stoelen voor z’n bureau en vroegen het onbeschofte bedrag van één cent per verkocht exemplaar. Dat Rob echt een dubbeltje per blad ving heb ik nog nooit iemand horen ontkennen. Maar die ene cent voor ons drieën kon er dus niet af! Ik haakte af en ging bij BMG-Ariola zoveel verdienen dat ik het niet meer op kon maken aan lekker eten, drank en andere rock ’n roll.
Het was het einde van een prachtige tijd. Tineke, die stiekem een jointje kwam roken in ons hok boven in wat nu Hotel Laapershoek heet. Snel een aktie-nummer in elkaar draaien voor de demonstratie van 18 april ’73 op het Malieveld. Gekonkel en politiek aan wat we nog stiekemer de Enge Outweg noemden. Voor de hand liggende grap, want na het aan-land-kruipen van Veronica verhuisden de studio’s en de Stichting Top40 met de Veronica Omroep Organisatie en de meiden van Out naar de Oude Enghweg.
Op een van de eerste feestjes die ik me daar herinner zou Tom Collins de ‘toastjes’ maken. Je weet wel, die naar karton smakende beschuitachtige baksels op creditcard formaat. Melba toast dus. Iedereen vond ze geweldig. Rob maakte Tom een compliment: “Wat zit er op, tonijnsalade?” “Nee”, zei Tom, “Ik heb er blikjes Purina op gesmeerd”. Rob’s vuist schoot uit en Tom ging gestrekt… Even later werkte ook Tom Collins bij BMG-Ariola, maar dat is een heel ander verhaal.
Evert Wilbrink
Nol Vis
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Ik versleet in een jaar meestal zo’n vier bazen, Ja, kijk er Is altijd wat wat nietwaar. Da laatste was een radio en tv-handelaar. Ik had het er best naar m’n zin maar dit kaar zag de patroon het niet meer zo zitten. Op een vrijdagavond keek ik in m’n loonzakje en toen zat er een briefje in met de mededeling dat ik vanaf de volgende week aan beetje minder zou verdienen vanwege de slechte tijden. Ik dacht die slechte tijden knap Je dan zelf maar op en ik ben nooit meer terug gekomen. Nou zat ik In Hilversum op kamers bij een oude dama en toen Ik weer eens thuis kwam met de mededeling dat Ik en m’n baas het niet eens waren keek ze aan beetje zorgelijk en haaide een krant voor de dag. Kijk zei ze, hier staat een advertentie van radio Veronica, die zoeken een technicus waarom ga je dat niet proberen. Na het eten ben ik op m’n brommer gestapt en daar stond Ik dan op de zeedijk. Nico de Jong deed open. Dat is trouwens een naam die ik nog niet ben tegengekomen In die verhalen van de anderen. Hij was In die tijd programmaleider. Ik denk dat-ie z’n werk zeer rustig deed want Iedereen heeft hem tot nu toe over het hoofd gezien. Krankzinnig eigenlijk. Nico de Jong zei dat ze inderdaad nog een technicus zochten. Ze hadden wel iemand maar die werkte alleen ’s avonds en knutselde dan wal versterkers in elkaar. Die man moest mij enkele vragen stellen want voor het zelfde geld had ik net zo goed een boekhouder kunnen zijn die graag bij de radio wilde werken. Hij zei, wat denk je, hoe gaat het ongeveer. Ik zei dat lijkt me niet zo moeilijk je hebt twee pick-ups, een bandrecorder en een mengversterkertje nodig. Prima zei hij toen, ja bent aangenomen. De eerste dag dat ik daar rond liep zei iemand tegen mij; in de gang staat een oude bandrecorder ga jij dat ding nou maar eens repareren en zorg dat-ie zo snel mogelijk weer loopt. Ik naar de gang toe en zoeken naar een bandrecorder. Nou was die gang ook nog opslagplaats van die textielfabriek naast ons en midden tussen de kousen en andere troep zag Ik dal hete grote zware kreng staan. Het was nog zo’n oud ampex geval met die hele brede banden. D’r klopte helemaal niets van want er waren gewoon een stel onderdelen uit en die dingen zijn nergens meer te krijgen. Ik heb er kwartiertje aan slaan rammelen, gaf er een paar grote trappen tegenaan en toen ben ik maar gaan koffie drinken. Af en toe liep ik dan weer even voorbij dat kreng, gaf hem een trap en liep weer fluitend verder. ]a, verrek ik dacht als ze nou af en toe maar geluid uit die gang horen denken ze dat ik er mee bezig ben. Die bandrecorder heeft trouwens nooit meer gelopen. Gelukkig was-ie erg zwaar. Oud ijzer was in die tijd hartstikke veel waard…
Die eerste cel waar ik ging werken was toen al een museumstuk. Het is misschien wat moeilijk om jou uit te leggen hoe dat ding in elkaar zat, maar ik zal het toch proberen. Om te beginnen zaten de technicus en de omroeper in één ruimte, Er zat geen raam of niks tussen. Dat is natuurlijk erg gezellig maar het geeft wel een paar aardige problemen. Je moet bijvoorbeeld een plaat scherp zetten maar dat kan in zo’n geval al helemaal niet want alles wat de technicus deed hoorde de luisteraar in de radio via de microfoon van de deejay. Boven m’n hoofd hing een speaker en daar hoorden we dan alles door wat de luisteraars ook mochten horen. Verder had ik nog een koptelefoon en als ik dan dacht nou die ene plaat is bijna afgelopen deed ik gauw die koptelefoon op, zette de andere plaat scherp en als ik de mond van de deejay niet meer zag bewegen liet ik het spul los. In die tijd nam ik al op met oom Frans Nienhuis en die man deed soms wel tien minuten over de aankondiging van een plaat vanwege al die namen die hij op moest noemen. En daar zat ik dan. Deze plaat is voor Jan van z’n vriendin Truus, voor Gerrit vanwege z’n twaalfde verjaardag. Nou ja je kent dat wel en dan dacht ik na vijf minuten daar komt-ie en dan haalde oom Frans alleen maar even adem om nog eens honderd namen te noemen..
Ze zaten trouwens ook altijd te donderen met het buitengeluid. Er is een tijd geweest dat je op de zender precies kon horen of er die dag veel auto’s over de zeedijk waren gereden. We waren het er op een gegeven moment wel over eens dat het niet meer ging een technicus en een omroeper in een cel. Dus wat deden we. We maakten een apart kamertje voor de omroeper en daarnaast een apart kamertje voor de technicus. Ze konden elkaar niet zien want er zat gewoon een muur tussen en de omroeper kon niks horen want dat was niet nodig. Degene die in die spreekcel zat moest beginnen te praten als het rode lampje ging branden en als het lampje uit was wist hij dat er een plaat draaide. Het werkte voortreffelijk. Je kunt er nu wel om lachen maar in die tijd was radio heel anders dan tegenwoordig. Dat ging allemaal nog heel rustig. Zo van, „goede middag luisteraars het is nu twee uur en we gaan beginnen met gezellige plaatjes voor de huisvrouwen. Allereerst is hier dan het kwartet van Dave Brubeck. Dan kwam er een plaat en ging het rode Lampje uit. Geen enkel probleem hoor, Tegenwoordig met platen die worden Ingesproken en jingles die je gebruikt kan het natuurlijk helemaal niet meer. Later Is er een raam in gekomen maar we waren in het begin al dik tevreden met dat rode lampje. Die cel werd later helemaal opgeknapt en ik weet nog goed dat ik in de nacht met Toon Vos de hele boel vol geplakt heb met akoestische tegels. We hadden een beetje geld gekregen om materiaal te kopen en die tegels zagen we helemaal zitten. We begonnen boven in de cel en toen we aan het einde van de nacht op de helft zaten, waren de tegels op. Geld was er voorlopig niet meer en wij waren allang blij dat het weer een stukje beter klonk. Zo ging dat nog in het hela prille begin van Veronica. Je bent er in meegegroeid en je hebt gezien hoe alles beter werd, hoe er steeds meer mensen kwamen werken en het is eigenlijk een stukje van je zelf geworden.
We hebben ook eigenlijk zes jaar toegeleefd naar die nieuwe studio waar we nu zitten. Op een gegeven moment werd er dus gezegd dat we in de toekomst wel eens naar een groter gebouw zouden kunnen gaan en dat was dan ook echt wel nodig want op de zeedijk barstten we er zowat uit. Over de spullen die we daar hadden staan zal ik het helemaal maar niet hebben. Het Was gewoon op. Adje had bijvoorbeeld een grote rubberhamer naast z’n bandrecorder liggen en als-ie het dan niet deed gaf hij er een enorme klap met die hamer op en dan liep-ie meestal wel weer. Je kunt rustig zeggen dat de laatste drie jaar op de zeedijk gemaakt zijn met elastiekjes, touwtjes en knutselen. Ik heb in die tijd m’n bandrecorder zovaak uit elkaar gehaald dat ik elk schroefje precies kon uittekenen. Je hoorde ook aan de geluidjes van die krengen wat er aan mankeerde. Het is trouwens nog een wonder dat ze het 20 lang uitgehouden hebben want ze draaiden zeven dagen per week twaalf uur en tijd voor een goede revisie hadden we gewoon niet.
Weet je wat de pest Is nou ik hier zo zit te praten ik weet eigenlilk alleen nog maar dingen die de andere jongens ook al verteld hebben, Ja, het wordt natuurlijk steeds moeilijker. Ik weet nog wel dat het toen helemaal in was om stukken voor te dragen en gedichten voor te lezen in de huiselijke kring. Tineke woonde toen in Hollandse Rading en als we dan klaar waren in de studio reed ik op m’n'bromfiets met Mn fles martini en wat gedichtenbundels in de fietstassen naar haar toe en dan zaten we tot diep in de nacht elkaar gedichten voor te lezen. Nou nou wat een tijd.
Tja, dat eerste sponsorprogramma van ons. Die mensen wilden graag een eigen orkest]e hebben en aangezien Toon Vos jaren z’n eigen kwartet had gehad kon hij daar uiteraard wel voor zorgen. Een broer van Toon speelde piano Toon zelf klarinet of bas, maar wie er nog meer meespeelden weet ik echt niet meer. Het programma namen we bij Toon thuis in Hilversum op, want er moest natuurlijk een piano staan en die hadden we niet op de zeedijk, Iedere week haalde ik dus uit mijn studio het mengpaneel de bandrecorder en uit de andere cellen haalde ik dan nog wat microfoons en dat hele zootje gooide ik in m’n oude volkswagentje en reed er mee naar Vos. De kelder van hel huis hadden we een beetje opgeruimd en daar installeerde ik mijn toestanden. Dan gooide ik allemaal microfoonkabels door de gang naar de kamer en we konden beginnen. Het eerste Veronica huisorkest. En de mensen vonden het prachtig ook. Nou is het op den duur natuurlijk geen pretje als Je tot ’s morgens vijf uur in een kelder zit maar daar wen Je wel aan.
Het werd namelijk meestal zo laat om dat er ‘a avonds natuurlijk mensen belden en de telefoon stond min of meer op de piano en het was of de duivel er mee speelde, maar net als een moeilijk nummer er bijna opstond ging óf de telefoon óf stond er Iemand op de stoep met z’n vinger aan de bel. Ais we dachten dat het een beetje in de maat was lieten we het nog wel eens staan. Je hoorde in het begin soms
toch krankzinnige dingen over de zender.
Ik zal nooit vergeten dat ik met mijn oor in de radio lag, dat deed je In die dagen nog, toen ik dwars door de aankondiging van de omroeper allemaal mensen hoorde lachen en gieren. Deuren werden dicht geknald er werd geschreeuwd, enfin het was een kompleet hoorspel op de achtergrond. Wat bleek nou. Door dat oude gebouw en die gammele cellen die we hadden pikte de microfoons alles op wat er in de gang gebeurde en daar moet je natuurlijk wel mee oppassen. Zeg nou zelf, af en toe geef jij ook wel eens een kreet waarvan je denkt dat zou Ik nooit voor de microfoon zeggen.
Maar goed voor die hoorspelen op de achtergrond hebben we ook weer een oplossing gevonden. Overal in het gebouw kwamen rode lampjes te hangen en een ieder werd vriendelijk verzocht zeer rustig te zijn als die dingen brandden. Was trouwens erg makkelijk want als je ’s morgens een kater had deed je een zootje van die rode dingen aan. Dan was het lekker rustig.
Kom uit de bedstee m’n liefste
Vier jaar geleden ben ik met m’n tandenborstel in de hand naar Nashville vertrokken. Mijn herinneringen, gouwe platen, vele jaren Veronicablad en dozen foto’s van weleer bleven helaas achter bij m’n ex. Voordien dacht ik altijd aan Holland vastgebakken te zitten, maar ik was in 34 jaar huwelijk het contact met al mijn vrienden en bekenden kwijtgeraakt en had er geen zin in straks half slapend voor de TV als een nachtkaars uit te gaan.
Op m’n nieuwe stekkie hier in Tennessee ben ik nu supergelukkig met m’n Deborah en langzamerhand zijn mijn vrienden van vroeger weer mijn vrienden van nu geworden. En er komen steeds herinneringen aan geweldige momenten van vroeger bovendrijven. Aan de artiesten waar ik mee optrok, zoals Cat Stevens, Bob Marley, Frank Zappa, de Tee-Set en George Baker. Maar ook aan de dagen dat ik vele bladzijden voor het Veronicablad pende.
In maart 1971 belde Lex Harding mij zomaar uit het niets op of ik voor het Veronicablad wilde schrijven. Ik kende hem van toen-ie nog voor Radio Dolfijn (229 op de middengolf) werkte en op de fiets langskwam om promotieplaatjes op te halen. Zijn telefoontje was het begin van een fantastische tijd, waarin ik vaak de eindredactie van het blad deed samen met Gérard Bed en lay-out man Frank Kraaijeveld (die overigens als aartsvader van De Bintangs sinds kort weer volop in de belangstelling staat), en honderden elpees lovend besprak of finaal afkraakte.
Ik was in Alkmaar opgegroeid met ‘1-9-2’ en de ‘Nur Die’ en ‘toedeloedeloet Kant En Klaar’ reclames van het Radio Veronica. In 1966 maakte ik voor het eerst kennis met mensen achter de luidspreker. Harry Knipschild had ‘s maandagsavonds een programma ‘Rhythm & Blues Hop’ en met de single “Said I Wasn’t Gonna Tell Nobody” onder m’n arm kwam ik in m’n hoedanigheid van Hitweek-medewerker een interview doen. Dat was in de oude studio aan de Hilversumse Zeedijk. Raar, die Zeedijk ligt in het hart van het Hilversumse winkelen en ik vroeg me toen af of het de naam Zeedijk gekregen had omdat de programma’s van onze zeezender er opgenomen werden. Ik geloof dat Stan Haag de eerste echte disc-jockey was die ik er tegen kwam. Met Tineke, Joost den Draayer, Will Luikinga, Chiel Montagne en al die andere ras-platendraaiers kwam ik pas later en soms op een heel andere manier in contact.
Na m’n eerste bezoekje aan de Zeedijk werd ik bij Neerland’s oudste platenmaatschappij Negram als publiciteitsman (publiciteitsjongen klinkt zo kortebroekerig) aangenomen. Ik was net negentien, zo groen als gras, had nog nooit een meisje gekust of een biertje gedronken. De hele dag zat ik bedolven onder de muziek en, behalve muziek en het schrijven erover, was er eigenlijk niets anders dat me interesseerde. Eén van Negram’s artiesten was de door Peter ‘Kom Van Dat Dak Af’ Koelewijn geproduceerde Ronnie Schutte, die als Ronnie en de Ronnies een toptien single had met “Beestjes”.
Voor de elpee “Beestjes” had ik de hoestekst geschreven en met m’n chef Cor Aaftink organiseerden we officiële lancering voor radio en pers in Club ’67 in de Lange Leidsdwarsstraat. Het was nog in de dagen dat mijn moeder me om zes uur thuis verwachtte voor Het Warme Eten. Maar dat kwam er die dag niet van. Ik werd opgenomen in De Club van Grote Drinkers. Ronnie lustte er wel pap van. Z’n vriendinnetje Bonnie (later: St. Claire) dronk (te) stevig mee. Peter Koelewijn had een nog dorstiger keel. En dan was er DJ Rob Out, die ik vaag kende van z’n vroegere klus bij het maandblad Muziek Parade en die vervolgens één van de populairste stemmen van Radio Veronica geworden was. Er ging die avond heel veel pils en sterke drank doorheen. Cor was achteraf niet zo blij met de rekening. Maar Rob, Ronnie, Bonnie, Peter en dit jochie uit Alkmaar hadden het vreselijk naar de zin.
Aan de bar begonnen we ‘weet je wat ik zie als ik gedronken heb?’ te lallen en andere meezingers in te zetten. Plotseling sloeg er een vonk over toen een ouderwets deuntje tot ‘Kom Uit de Bedstee, My Darling’ werd verbasterd. Rob had het hoogste woord en de luidste stem bij de door Heineken’s vocht opgezweepte samenzang. “Nondedju!,” riep Koelewijn, “Een Jezus-hit!”. Rob moest het op single zetten en toen we wat nuchterder werden met sloten Douwe Egberts koffie, werd besloten dat onder de naam Egbert Douwe zou gebeuren. En die single zou natuurlijk bij Negram uitkomen!
Ik zit nu aan de computer via YouTube van het zwart-wit promotiefilmpje met o.a. Pistolen Paultje (en is die sigarenroker niet onze Draayert Joost?) te genieten. Maar wat ik me totaal niet herinneren kan is waarom we bij Negram deze superhit misgelopen zijn… Het werd een nummer één bij aartsrivaal Phonogram, twaalf weken lang genoteerd in de Veronica Top 40… Als ik achter het telefoonnummer van ‘Peer’ Koelewijn kan komen moet ik hem daar eens stevig over aan de tand voelen…
“Kom Uit de Bedstee” was m’n eerste ervaring met Rob Out. Er volgde nog veel meer…
Groeten uit Nashville,
Evert Wilbrink
PS: “Kom Uit De Bedstee” van Egbert Douwe haalde op 23 maart 1968 de eerste plaats in de vaderlandse Top40.
Tineke
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Als ik aan die eerste jaren terug denk, hebben we eigenlijk alleen maar gelachen.
In juli 1960 liep ik toevallig langs de Zeedijk in Hilversum en ik zag een paar vreemdsoortige wezens stickers plakken op de ramen van een oud gebouwtje. Ik keek eens en dacht, verrek dat is dal schip. Nou kon je in die dagen Veronica nauwelijks ontvangen, maar de kranten stonden er vol van en dat vond ik spannend. Ik belde dus aan en een roodharig meisje deed open. Kan ik hier werken vroeg ik. Nou dat denk ik wel zei ze. Kom maar even binnen. Ik werd in een oud karretje geplant en daar zat ik dan. Een ouwe troep jonge. Dat hou je niet voor mogelijk. Het gebouw is er nog. Een van de weinig ouwe dingen in Hilversum die nog overeind slaan. Het is een kosterwoning geweest en later werd hel nog ’s zondagsschool ook geloof ik. Beneden een kamer-en-suite, zo- als dat toen nog heette, een keukentje en boven twee hele kleine kamertjes. Goed, ik zat dus in dat kamertje met een potkachel en zeil op de vloer en op een gegeven moment kwam een vrouw binnen. Dat was Ellen van Eck, die toen programmaleidster was. Ze vroeg wat ik eigenlijk kon. Nou. ja, ik had bij een krant gezeten en dat leek haar wel wal want dan kon ik de teksten schrijven voor reclame-spots. M’n stem vond ze ook wel leuk en het werd hoog tijd dal ze bij Veronica teenager-programma’s kregen. Dat moest dan gebeuren dooi een jonge kracht. En hou oud was ik helemaal, zevenden jaar geloof ik, Of ik ook verstand van muziek had vroeg ze. En dat had ik niet. Nee. Het enige wat Ik van muziek wist was de Engelse top twintig die ze elke zondagavond uitzonden op Luxemburg.
Een maand later ben ik bij Veronica begonnen. We werkten toen met Ellen van Eek, Toon Vos en Max Groen. Boven in zo’n kamertje hadden we een studio. Dal noemden we toen zo. maar het was helemaal niks. Er slond een ouwe keukentafel met een bandrecorder. een pick-up en een microfoon hing er aan een touwtje boven. af en toe mocht ik wat in die microfoon zeggen. Woensdag gehaktdag of zo, We zaten trouwens hele dagen bij restaurant Bus bij ons op de hoek. En maar koffie drinken, van ’s morgens vroeg lot een uur of zes ’s avonds. Omdat er geen geld was hadden we niet veel banden. Als het nou stormde of zo kwamen die banden niet op tijd van boord terug en daar zaten we dan. ’s Avonds reed iemand naar Scheveningen en als het dan wel gelukt was om de banden van boord Ie krijgen waren we doodgelukkig, We maakten soms onze programma’s lot een uur of vier in de nacht. Dat ouwe gebouw waar ik het net over had hebben we trouwens zelf helemaal geschilderd. Ik heb nog eens wat gordijntjes in de uitverkoop gekocht, thuis op de naaimachine in elkaar gezel en zo maakten we het een beetje gezellig. Ik zie me daar nog zitten achter een immens groot bureau op m’n leren stoel. Ja, dat hadden wc gekregen uit de nalatenschap van een of ander rijk persoon. Er was ook nog een prachtig Perzisch tapijt bij. Die heb ik over een paar sinaasappelkistjes gegooid omdat ik perse een typetafel wilde hebben.
Wal later kregen we drie Engelse discjockeys, “We waren ’s avonds namelijk wel in Engeland te ontvangen en daar maakten die vogels programma’s voor. Toestanden, Ze sliepen in de studio op luchtbedden. Als je dan ’s morgens binnenkwam moest je eerst over die jongens heenstappen. ]e zette dan maar een grote pot koffie, maakte de kachel aan en dan ging het wel weer. en wan die vogels was op een deejay-school geweest in Amerika. Hij heeft me eigenlijk een beetje bijgebracht hoe het moest. ]a, wij schreven onze teksten allemaal nog netjes op, gingen dan in zo’n kamertje zitten en begonnen met het programma.
Ik zal nooit vergeten dal die Engelsman bij me binnen’ kwam en zei: meisie je doet het helemaal verkeerd. Gooi al die mooie teksten van je nou maar in de prullenbak en kijk maar eens naar deze vrouw. Doe maar net ol je een programma voor haar maakt. Hij pakte een hoes van Eydie Gormé en zette die voor me neer. Nou en ik tegen Eydie Gorme praten he. Ontzettend stuntelig, maar na een paar programma’s zag ik die manier van werken wel zitten. In die eerste winter dat ik bij Veronica zat werd er een echte studio gebouwd. Karel van de Woerd kwam er toen bij en Nol Vis. Dat waren onze eerste volwaardige technici. Ze hebben er boven wat muren uitgebroken en er een ruit tussen gezet. Dal vonden we wat mooi hoor. Nou hadden ze de apparatuur zo neergezet dat de technicus met de rug naar je toe zat. Karel meteen een grote spiegel ophangen en daar kon je dan in zien wat je technicus deed. Dal holle geluid zag Karel trouwens ook helemaal niet zitten en op een dag kwam hij met honderden eierrekken aansjouwen. De hele handel werd tegen de muur gespijkerd en vanaf die dag noemden we die studio de eicel. De studio waar Nol later in zat was eerst discotheek. In het midden een kachel en de platen in kartonnen dozen op de grond. Later ging dat niet meer want we kregen af en toe ook wel eens wat van de platenmaatschappijen toen werd het te veel.
En in die tijd was het zo dat niemand er eigenlijk iets van wist. Van radio maken dan. Als er een mijnheer binnenkwam met een beetje goed praatje en een aardig koppie werd hij voor een geweldig salaris aangenomen en dan werd de hele kluit belazerd. Nou ja, in april eenenzestig werd het allemaal te gek en toen werden er een stelletje uitgetrapt. We bleven toen over met Nol, Karel, Toon Vos, Keesie van Zijtveld die er toen bijkwam, Ger-Ann Verwey die koffietijd deed en ik. Ik had een teenager-programma gekregen dat heette de zwarte schijf. Tweemaal in de week een half uur speciaal voor de scholieren. Niemand had hier een hitparade dus je rommelde maar wat aan. 3a, wist ik veel. Alleen die Engelse toptwintig, daar luisterde ik naar maar verder. .. En toen moest ik koffietijd doen omdat Ger-Ann wegging. Toon Vos was In mei programmaleider geworden en die zei dat het wel wat voor mij was, ik was de enige meid van het stel. Ik heb gehuild. Je moet niet vergeten dat ik toen negentien was en ik zag op mijn manier die muziek helemaal niet zitten. Ik van tien tot half elf gezellige muziek voor de huisvrouwen. Ik heb de tent afgebroken. Ik nam ontslag, daar kwam ik dan een dag later huilend op terug, nou ja één ellende, ik kon Toon wel vermoorden toen hij zei dat ik Iets voor de huisvrouwen moest doen. Ik dacht ik ben geen huisvrouw, en dat ligt me helemaal niet. Maar goed, Ger-Ann ging weg en daar zat ik dan. Toen kwam Willem van Kooten. Ik zie hem nog zitten aan dat buroo. Ik vond het een rare vogel. Hij had meteen al een paar van die zeer rare kreten. Hij moest dus mijn teksten schrijven en die waren niet te lezen joh. Die waren echt niet te lezen. Hij is zelf verschrikkelijk geinig, maar als hij het op papier zet en je moet zijn moppen en grappen voorlezen…Nou Ja da’s niet te doen. Je kent het verhaal dat Toon op vakantie ging en dat Willem de jukebox deed. Je ligt grijs onder de tafel als je dat nu weer hoort. Dat hou je niet voor mogelijk.
die zomer hebben we ontzettend fijn gewerkt. Fanatiek als de pest en de boel werd uitgebreid. Het gebouw van Veronica stond naast de oude fabriek van de gebroeders Verweij en we kregen wat meer ruimte. Het bedrijf begon te lopen, je kreeg op tijd je salaris en de platenmaatschappijen gaven platen en je mericte dat een plaat die wij vaak draaiden goed verkocht. Daar was je toen ontzetten trots op. Over die platenmaatschappijen gesproken. Ik zal nooit vergeten dat Toon op een ochtend bij ons kwam en zei: Jongens, vanmiddag komen er twee heren van een platenmaatschappij die wilden praten en ons dan platen sturen. Hou je nou een beetje in en gedraag je netjes. Nou werkte Keesie van Zijtveld in die tijd bij ons en die vogel had altijd van die vreselijk gekke spelletjes. Ja, die maakte hele konstrukties met touwtjes enzo, zodat je als je een deur opendeed een liak water op je hoofd kreeg. Ik weet niet precies meer hoe het zat, maar in ieder geval had Kees weer een of andere vreemde toestand met draden die door het hele gebouw liepen.
Enfin ’s middags bellen die heren aan en Toon kruipt zo onder die draden door de gang over, doet de deur open en nam die mannen in het keurig geklede pak mee naar binnen. Wij zaten op z’n paas-best in de discotheek en er volgde een heel geouwehoer over platen en Veronica enzo. Opeens hoorden we een gil omdat een van die meiden de deur was doorgegaan waar Kees die bak water boven had gezet. Even later ging de deur van de discotheek open en dat meisje gooit een koffiepot vol prut naar binnen en roept hier dat heb je terug. En wat denk je… Kees had geen spatje maar een van die heren droop. Z’n hele pak onder de koffietroep. En Toon maar zeggen, Tineke haal een handdoek, Tineke haal een handdoek. Ik lag dubbel onder een bureau. Goed ik heb die man afgesopt en we kregen nog platen ook. n februari 1964 is Toon er uitgestapt. Die dacht toen ik krijg nu zo’n bureaubaantje, kijken of iedereen z’n programma’s af heeft, kijken of de banden weg zijn, ik stop er maar mee. Die zag het niet meer zitten. Toen kregen we een half jaar Hans Oosterhof als programmaleider. Die begon van, zeg maak jij op dinsdag van tien tot kwart over maar een hoorspel en dan uit boeken voorlezen enz.
Dat zagen wij helemaal niet zitten want we kregen net in de gaten hoe je nou zo’n beetje een commercieel radio-station moet runnen. Goed die man bleef dus een half jaar. Hij klapte tegen een meisje op en daar is hij mee getrouwd en vertrokken naar Suriname ofzo. In de zomer van ‘62 moest Willem van Kooten in dienst. Hij had z’n studie opgegeven, die had zoveel programma’s en zoveel aan de kop dat ging niet meer. Dat was me een ellende, die dienst. Hij moest naar Amersfoort. We hadden geen vervanger voor hem en z’n programma’s moesten doorgaan. Joost mag het weten had-ie toen. Als je nou wist dat hij om acht uur uit de kazerne mocht, stond ik daar met ronkende motoren van m’n supersnelle eend voor de poort. Willem gauw achterin, een zak patat in z’n handen en dan als een gek naar de studio waar Nol Vis of Karel van de Woerd klaar zaten om het programma te maken. Ik hing dan maar wat rond in de studio want als Willem klaar was moest ik hem terug brengen. Ja, ik was de enige in die tijd die een auto had. Nou en dan reed je terug naar huis en kwam je tot de ontdekking dat z’n koppel nog achter in de auto lag. Daar sliep ik dan ’s nachts niet van. Willem om acht uur morgenochtend op het appèl dacht ik dan, geen koppel, dat wordt minstens zes weken zwaar, die krijgt op z’n sodemieter. Ja en wie moest dan in die tijd z’n programma’s doen. Ik dus ’s morgens vroeg m’n bed uit en weer naar Amersfoort waar ik dan z’n koppel aan de poort af gaf. Later ging Willem naar Crailo en dat was een stuk beter. Ik hoop dat je het allemaal nog kunt volgen want ik spring misschien een beetje van de hak op de tak, maar we beleefden ook zoveel. Ik zei dus net dat die Hans Oosterhof een half jaar prorammaleider was geweest.
Toen hij weg ging werd Willem het. De man met de minste ervaring maar wel de man met de meeste ideeën. En daar waren hele goeie bij. Je moet niet vergeten dat het een unieke toestand was dat Willem programmaleider werd. Een vogeltje van 22 jaar die een bedrijf moest runnen dat in die tijd toch al goed liep. Het was voor ons allemaal een beetje moeilijk om opeens bevelen van hem te moeten ontvangen. Maar Willem kan ontzettend goed met mensen omgaan en het liep dus allemaal wel. Als ik aan die eerste jaren van Veronica denk hebben we eigenlijk alleen maar gelachen. }onge wat hebben we een lol gehad. Je deed dingen die je je nu niet meer kunt permiteren en terecht. Maar vergeet niet dat je daar in opgegroeid was. De luisteraars trouwens ook. Willem ging toen naar Amerika en kwam toen terug met de topveertig. Dat was al een zet in het meer professionele werk en zo langzaam maar zeker werd Veronica toch een echt commercieel radiostation.
Willem van Kooten
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Dee-jay! Een prachtvak en je hebt er geen diploma’s voor nodig.

Er bestaan veel misverstanden over hoe ik nou bij Veronica ben gekomen. Zwemmend, da’s waar…Ik had beide diploma’s ook voor gekleed zwemmen dus geen probleem. Nee, het is zo gegaan. Ik studeerde in Amsterdam, maar de poen was op en ik kreeg geen studiebeurs, dus moest ik terug naar huis, naar Hilversum, waar mijn ouders woonden. Op een feest in Amsterdam kwam ik Ger Anna tegen, dat is een dochter van Dirk Verwey en ik had toevallig in de Elsevier een stuk gelezen over de gebroeders Verwey die niet alleen meer in de textiel zaten, maar nu ook in radio deden. Dus vroeg ik aan Ger Anna of er bij hun niet wat voor mij te doen was want ik zat nogal om geld te springen. Ze zei dat ik maar even langs moest komen en de volgende morgen stond ik oog in oog met Tony Vos die toen nog programmaleider was bij Veronica. Praten, praten, praten en hij zag het wel zitten. Ze konden alleen niet veel betalen. Slechte tijden enzo. Enfin het klonk allemaal erg zielig en ik was toch padvinder geweest dus op z’n tijd een goeie daad was nooit weg. Ik begon voor tweehonderdenvijftig gulden in de maand. Dat vond ik allang mooi want ik wilde maar een paar maanden blijven en dan verder gaan met m’n studie. Toen ik begon waren ze bij Veronica net het stadium voorbij van: „Heden woensdag, gehaktdag in het Westland”. Ik moest reclameteksten maken voor de meest vreemdsoortige dingen: koekjes, bloembollen, kousen, enfin niks was te gek. Ik had zoiets ook nog nooit gedaan dus ik begon maar… We hebben wel gelachen. Nou ja, je kent dat verhaal van Hollen-Bollen. We deden in die tijd soms een hele dag over zo’n spotje en het hele bedrijf lag dan gewoon stil. Iedereen moest meedoen en we konden alle stemmen die er bij ons rondliepen wel ergens voor gebruiken. Het was mijn bedoeling om drie maanden bij Veronica te blijven, maar in augustus brak er paniek uit. In die dagen was het nog zo dat ook deejay’s nog wel eens op vakantie gingen. Lekker in de zon liggen of zo en ze werden zelfs op Nederlandse stranden gesignaleerd. .. Er waren precies zoveel deejay’s als we nodig hadden en als er dus iemand een weekje weg ging liep de hele boel in de soep. Er was al iemand met vakantie of ziek, dat weet ik niet meer en Tony Vos ging er ook een paar weekjes tussen uit. Ome Juke noemden we hem toen omdat hij de man was van de juke-box. Vlak voordat-ie z’n koffers pakte zei-ie: Willem als jij nou eens de juke-box over nam zou dat een hele geruststelling voor me zijn en kan ik fijn op vakantie.
Nou en daar zat ik dan. Ik wist van niks jo. Nee, laten we eerlijk zijn, wie wist er in die dagen wel wat. Als je nu met iets begint ga je er van te voren over nadenken. Je bekijkt het een beetje. Maar toen… ben je gek. Alles wat Veronica deed was toch goed en mooi. Je moet maar eens naar die bandjes luisteren van de eerste jaren. Allemaal Oscar Peterson en Dave Brubeck. Altijd goed. Jingles hadden we ook niet. Dat kwaad is pas van later jaren. Het enige jingeltje dat we hadden was „Dit is radio Veronica met gevarieerde muziek”, en dan hoorde je inderdaad wat. Eerlijk is eerlijk…
Ik begon dus met die jukebox en dat ging er geloof ik wel in. Ze zeiden tenminste blijf hier maar werken dan kun je fijn programma’s maken. loost mag het weten begon ik toen aan, en ik was deejay hè. Pracht vak en wat heel belangrijk is je hebt er geen diploma’s voor nodig. Eigenlijk moet je je van dat Veronica van vroeger niet zo heel veel voorstellen hoor. Het was wel aardig voor de mensen die eens wat anders wilden horen dan de zuilen, maar hits of een top veertig bestonden toen nog niet. De enige die een beetje In die richting ging was het blad Tuney Tunes. En we zaten toen ook nog met de ellende dat we programma’s hadden van een kwartier of een half uur. Luxemburg waar je in die tijd toch wel tegen op keek had dat ook nog. Zo langzamerhand werden het bij ons programma’s van een uur en nog later shows van twee uur zoals nu nog steeds. Daar heb ik toch wel even voor moeten vechten! Een deejay die twee uur achter elkaar voor de microfoon zit. Dat kan toch helemaal niet, Willem. Daar worden de mensen gek van Willem. Zo verliezen we alle luisteraars Willem…
Nou mooi dat het wel kon. Kijk toen ik later programmaleider werd ben ik naar Amerika gegaan en daar zaten jongens drie uur achter een microfoon. Hele normale zaak en niemand die er wat van zei want ze waren niet anders gewend. Nou zag ik drie uur niet zitten maar shows van twee uur konden volgens mij best en het is wel bewezen dat een geen enkel probleem geeft bij een commercieel station.

Ik zag daar in Amerika bij die topstations ook allemaal vodjes waar de top-veertig op stond gedrukt. De mensen waren helemaal gek van die papiertjes en waarom zouden wij dat dan ook niet gaan doen dacht ik toen ik hier weer terug was. Ik heb weer als een gek moeten praten voordat het allemaal voor elkaar kwam maar we kregen het er door en die topveertig bestaat nog steeds. Ik spring misschien een beetje van de hak op de tak maar het is ontzettend moeilijk om nou precies jaar na jaar te vertellen wat er allemaal is gebeurd. Ik heb die andere stukken gelezen maar hier en daar kloppen de jaartallen ook niet. Tja’s ook logisch. Kijk, iedere dag gebeurde er wet geks en je zat helemaal in dat sfeertje. Na een poosje viel het je helemaal niet meer op dat je met zo’n stelletje gekken werkte.
Na juke-box bleef ik dus. Niet In vaste dienst. Ben je gek! Ie maakte je programma’s en haalde iedere maand je geld, dat was alles. Een planning zagen we toen ook niet zitten. Ie begon gewoon als je wakker werd of als er een cel leeg stond en voor de rest bekeek je het maar. Hebben ze je nog niks verteld over dat lunchen iedere dag. Dat was hardstikke gezellig. In de discotheek werd iedere middag een grote tafel gedekt en daar zat het voltallig personeel dan uitgebreid aan te lunchen. Jonge, het leek wel een restaurant. Zaten we lekker te ouwehoeren en te eten en dan zei een deejay tegen een technikus: Zeg zullen wij ZO een paar uurtjes gaan maken. Als beide partijen dat dan zagen zitten gingen ze. Maar nooit gedonder van programma’s die niet op tijd klaar waren hoor. Altijd dik voor elkaar.
Ik kan me uit die begintijd trouwens ook niet herinneren dat we heibel met elkaar hadden, ja, af en toe een klein ruzietje, wat wil je met al die driftige tiepetjes, maar echte rellen hadden we niet. O ja, dat was Ik nog vergeten bij de topveertig waar we het net over hadden. Geen hits draaien en zo zat me toch niet lekker en ik begon op vrijdagmiddag een programma dat heette het voorlopig nederlands platenelftal. Een soort top elf. Om dat ding samen te stellen luisterde ik eerst naar Herman Stok en zijn Tijd Voor Teenagers. Wat ging, wat bleef, wat kwam…ja zo was dat. Dan belde ik wat platenmaatschappijen op en dan keek ik in een Hilversums weekblad waar platenzaak Ger de Roos een soort top tien in had, even schudden in de grote hoed en ik had mijn voorlopig nederlands platenelftal.
Het sloeg natuurlijk nergens op maar we hadden in ieder geval wat en dat was beter dan helemaal niks. ik ging in die tijd ook nog reteketet in dienst. Daar hebben ze me in de opleiding aardig te pakken gehad. Ik was toen al min of meer bekend in den lande zoals dat dan heet en het was de hele dag, hé Joost doe jij dat nog maar even over je zit hier niet bij de radio jo! En dan moest ik weer een extra baantje tijgeren. ’s Avonds als de dienst was afgelopen liep ik op m’n tenen maar ik wilde me niet laten kennen dus ik ging iedere dag dapper door. ‘Avonds in het legergroen naar Hilversum programma’s maken en al met al hebben ze nooit een goed militair van me kunnen maken. Na die opleiding in Amersfoort werd ik overgeplaatst naar Crailo. Daar heb ik een prima leventje gehad want ik werd daar ziekenverpleger. Goed van eten en drinken en ik had een dokter die gek was op Miles Davis. Daar draaide ik dan af en toe een plaatje voor en als er een leuk nachtconcert was regelde ik kaartjes voor hem. Zoiets scheelt altijd. Gek hè…
Nou in mei ‘64 kwam ik uit dienst dat was na die overval van de artiesten op Veronica. Weet je dat niet. O jonge dat was toen een stunt. Op 1 april 1964 in de vroege ochtend is de Veronica overmeesterd door Willy Atberti, Rob de Nijs, lohnny Lion, Anneke Grönloh, nou ja, alles wat toen maar enige naam had was er bij. Bob Rooyens, fred Oster en die jongen van de KRO Han Mulder waren de organisatoren van de hele grap. Al die artiesten zijn life vanaf het dek van de Veronica gaan uitzenden. Niemand wist er iets van, behalve de directie, maar dat hoorden we achteraf. Ik zat nog in dienst en ik deed de radio aan en ik schrok me rot. De Veronica overvallen, onze programma’s werden niet uitgezonden en als de donder regelde ik een verlofpasje. Hans Oosterhof was toen net programmaleider en die man was helemaal in paniek. We zijn verloren riep-ie maar steeds, we zijn nu echt verloren. Nou viel dat achteraf natuurlijk best mee, maar we zaten er wel in onze rats. Het klonk allemaal nogal gezellig en wij zijn er ’s middags heen gevaren en toen bleek dat het een stunt was. Wel een hele goeie want we stonden mooi op de voorpagina van Paris Match en de kranten stonden er de volgende dag vol van. Bob Rooijens en Fred Oster hebben van de MKO ontzettend op hun donder gehad en ik geloof dat Han Mukler o.a. door dat geintje op de Veronica ontslagen is bij de KRO!
Die artiesten hebben trouwens wel geweten dat ze aan boord zijn gegaan. D’r waren er een zootje ziek! De Wama’s zaten er ook en een van die twee, ik weet echt niet meer wie, riep maar steeds gooi me maar over boord, gooi me maar over boord. Zo ellendig was die man. We hadden in die dagen wel meer stuntjes hoor. Ik vond gewoon dat we wat meer aan public relations moesten doen. Er was toen een ronde van het lJsselmeer en daar hadden wij dan een Veronicaploeg in. Jonge jonge dat is lachen geweest. We hadden een geluidswagen omgebouwd en daar zat ik in en draaide plaatjes. Af en toe moest er dan ook een ooggetuigenverslag komen en omdat ik toch in die wagen zat was ik de aangewezen persoon voor dat werk. Ik voelde me net Barend Barendse. Ik wist er geen bal van maar ik heb me wel een peer dagen kapot gelachen.
In Amerika had ik ook een T-shIrt gezien waar de naam van het radiostation op stond. Dat leek me wel een leuke stunt voor ons ook. Het werd me een rage, Ie kon opbellen en als je naam dan op de zender werd genoemd kreeg je een shirt gratis. In een paar maanden tijd waren we duizenden van die krengen kwijt. We konden ze gewoon niet aan laten maken. Ik zweer het je. Ze deden alles om maar aan zo’n ding te komen. In die tijd van die stunts begon het eigenlijk allemaal een beetje serieus te worden. Tot die jaren had iedereen maar zo’n beetje gedacht nou ja, Veronica, dat zijn een stelletje vogels die voor de lol radiootje spelen, jongens van de omroepen keken je gewoon niet aan. Die voelden zich gewoon veel te goed om met iemand van Veronica te praten. De platenmaatschappijen zagen het helemaal niet zitten. Platen moest je zelf kopen. Je kreeg er niet een. Ik weet nog dat ik lungen Komm Bald Wieder zelf gekocht heb… De mensen vroegen er om en wat doe je dan. Ik weet nog goed dat ik Polydor belde om een plaat, ik weet niet meer welke plaat het was, en weet je wat ze zeiden: Ach jongen daar heb je niks aan. Er zit helemaal geen mooie hoes om die plaat. Dat is gebeurd hoor. In de tweede helft van de zestiger jaren is dat in- eens allemaal veranderd. Ik heb iedereen afgesloft maar niemand zag er brood in. Zelfs de topveertig zagen ze niet maar daar kwam gauw verandering in. Platen die hier vroeger altijd drie, vier maanden na Engeland of Amerika uitkomen bestaan niet meer. Daar hebben wij erg veel aan gedaan. We zorgden gewoon dat we alles uit Engeland of Amerika kregen en dan moesten de maatschappijen wel. Vandaag de dag is het heel normaal en gelukkig maar. Waarom zou Nederland achter moeten lopen!
Toon Vos
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Veronica’s eerste programmaleider: “draaien met waterlooplein repertoire”.
Tot 1 januari 1959 had ik gewerkt bij Philips als copywriter. Gebruiksaanwijzingen schrijven. Ik vond dat ik niet genoeg verdiende en vroeg om salarisverhoging, Dat ging niet en toen heb ik maar dag met m’n handje gezegd. Ik zat toen in een orkest en ik leefde zo’n beetje van het schnabbelcircuit. Op een gegeven moment las ik in de krant een artikeltje over de oprichting van Veronica. Zo’n vrije zender leek me wel wat en ik schreef een briefje dat ik daar wel wilde werken. Een paar dagen later moest ik in Amsterdam komen. Ik kwam terecht bij een Deen, lensen ofzo. Die hadden ze zolang te leen van een deens piratenschip en die man moest hier zo’n beetje de boel op poten zetten. Ik hoor die Deen nog zeggen „Can you splice?” Ik wist dat splice een vakterm was voor banden aan elkaar plakken en zei dus „ja, dat kan ik wel”. Okee zei hij toen, dan ben je aangenomen.
We zaten toen nog in een studio van het Nederlandse Filmlaboratorium op de een of andere gracht in Amsterdam. Die mensen hadden niet zoveel te doen en omdat die studio toch vaak leeg stond konden wi] daar onze programma’s opnemen. Nou ja, programma’s. We zochten wat platen op en maakten dan heel netjes aan- en afkondigingen. En alles van een papiertje. Gewoon een pak plaatjes pakken en dan wat praten was er toen nog niet bij. Nee, als je wat voor de radio zei, moest je eerst je tekst netjes opschrijven en dan voor de microfoon oplezen.Nou moesten die teksten zo neutraal mogelijk zijn, want die banden werden vaak herhaald en de mensen mochten natuurlijk niet in de gaten krijgen dat we zo’n band soms tien keer draaiden voordat-ie uit de roulatie werd gehaald. Alles was goed als er maar geen opvallende dingen gebeurden. Toen ik ongeveer een week in Amsterdam had gezeten verhuisden we naar de Zeedijk in Hilversum. Daar was helemaal niks. We kwamen in een kaal huis en moesten maar zien hoe we de banden vol kregen. Er stond nog geen stoel in en geld was er helemaal niet.
Met een geleende microfoon die we aan een touwtje hebben opgehangen en een geleende bandrecorder werden daar de eerste programma’s gemaakt. Het was geen gehoor want het klonk zo hol als de pest. Ik heb toen ergens wat gordijnen op de kop getikt en die hebben we hier en daar aan de muren gespijkerd. Je deed tn die tijd eigenlijk van alles. Platen opzetten, bandjes draaien en af een toe een programma aankondigen. We hadden maar een echte omroeper, Max Groen, die ben ik laatst nog tegen gekomen in Amsterdam. Hij staat in de garderobe van een nachtclub.
Platen hadden we trouwens ook niet. Max had vijftig singles en vijftig elpees op het Waterlooplein gekocht en dat was ons hele repertoire. Ouwe tweedehands dingen, maar we hadden tenminste muziek. Van thuis nam je dan ook nog wat mee en dan ging het allemaal wel. De platenmaatschappijen gaven ons niks. Veronica was illegaal en als er dan een plaat van een maatschappij werd gedraaid stonden ze onder verdenking van illegale activiteiten. Later was er een maatschappij die wel z’n platen stuurde. Dat deden ze dan naar een zeker mijnheer X. Ik kreeg ze dan thuis, maar mijn naam mocht niet op het pakje staan omdat ze bang waren dat de jongens in het magazijn die de pakjes verstuurden iets in de gaten zouden krijgen. Allen Arton gaf heel gauw platen. Die waren toen niet aangesloten en dat vonden wij allang goed. Het was tenslotte een lekkere aanvulling van ons Waterlooplein repertoire.
Op een gegeven moment was het hangen of wurgen geblazen. Financieel ging het niet zo lekker en met de reclames liep het ook niet. We hadden wel wat dingen van middenstanders, meubelzaken en slagers enzo maar dat bracht toch niet veel geld op. We werden toen voor de keus gesteld of ontslag nemen of de helft van het salaris. Toen heb ik maar gekozen voor de helft van het salaris. Het was een hobby van me die zeer slecht betaald werd. Je kon er nauwelijks van leven maar voor mij was het eigenlijk geen beroep. Trouwens dat halve salaris heeft niet zo lang geduurd want kort daarna ging het opeens stukken beter. ]e moet natuurlijk niet vergeten dat het bereik van de zender in die da- gen erg klein was en dat het daarom niet meeviel om reclames te versieren. Toen we begonnen met Veronica kon je het alleen in Den Haag ontvangen. Toen stond er geloof ik een zender aan boord van een halve kilowatt. Dat ding was net zo groot als een strijkijzer. Later werd dat randstad Holland en als de omstandigheden erg gunstig waren kon je Veronica in het Gooi en zelfs in Friesland ontvangen. Toen werd het pas leuk voor de mensen die reclame wilden maken.
Op een gegeven moment kwamen we er achter dat het toch wel goed zou zijn als we op bepaalde tijden vaste programma’s hadden. We gingen van een redenering uit die eigenlijk heel simpel was. ’s Morgens muziek voor de huisvrouwen, om vier uur als de kinderen uit school komen teenagerplaten, zoals dat in die dagen nog werd genoemd en om zes uur een programma voor het hele gezin. Later is dat wat uitgebreid, maar dat principe heeft Veronica nog steeds. We hadden toen in ‘60 helemaal nog geen voorbeeld. Ik luisterde veel naar AFN Frankfurt en dat zag ik wel zitten, maar verder had je alleen maar de zuilen. Uit die tijd stamt trouwens het programma Juke box. Dat ging om zes uur de lucht in en dat is nog steeds zo. Jukebox heb ik in het begin gedaan. Ik schreef geen teksten op maar ging gewoon zitten met een stapel platen en een pak kaartjes. Eerst was het natuurlijk een stuntelige toestand maar we waren tenminste al een stuk op de goeie weg. Later was het heel normaal dat je een programma maakte zonder eerst een tekst op te schrijven. Op een gegeven moment kwam Willem van Kooten binnen. Hij studeerde Nederlands en we konden best iemand gebruiken die teksten schreef.
Ger Anne Verweij deed in die tijd koffietijd en Willem schreef haar teksten en zocht de plaatjes uit. Zijn eerste programma heeft hij gemaakt toen ik met vakantie ging. Ik had al een tijdje Jukebox gedaan en toen moest er iemand komen die het zolang kon overnemen. Van vooruit werken hadden we nog nooit gehoord. Met een natte vinger heb ik gezegd, nou Willem probeer het maar eens. Maak er maar wat van. Dat was zo gek. Hij zei zulke rare dingen. Maar ik vond het wel goed. Daarna kreeg hij eigen programma’s en met de teksten was het bijna afgelopen.
Begin 61 waren er weer wat financiële problemen en een aantal mensen gingen weg. Ze zelden toen tegen mij wordt jij maar programmaleider. Een gezellige tijd, maar wel veel spanningen. Toestanden met een rechecheur van de PTT die binnen kwam en dan de hele zolder nakeek of er ook zendmateriaal lag. En iedere keer maar weer die ellende of de zender het wel zou houden. In die tijd ging bijvoorbeeld de muziek regelmatig een toon naar beneden. Dan wisten wij in Hilversum dat de kok aan boord z’n electrische kookfornuis had aangezet. .. Dat kon die agregaat niet trekken. Het gebeurde trouwens ook vaak genoeg dat de zender helemaal uit de lucht was. Maar daar was je op den duur ook aan gewend.
Volgens mij is Veronica in de begin periode door al deze dingen zo populair geworden. En de mensen vonden het leuk naar iets te luisteren wat illegaal was. Iets wat eigenlijk niet mocht maar waar ze toch
ongestraft naar konden luisteren. De muziek die wij toen draaiden was natuurlijk heel anders dan tegenwoordig. We hadden nog geen hitparade en je deed eigenlijk maar zo’n beetje wat je lekker vond en wat er in de discotheek lag en dat was niet veel. We waren al blij als je een dag doorkwam zonder een plaat twee of drie keer te draaien. We spraken ook nooit met elkaar over het pouseren van een bepaalde plaat. Ik was eens helemaal kapot van een single… Hoe was die nou ook al weer… O ja, Ange, on my shoulder van Shelby Flint. Helemaal gek was ik er van, maar verder piste er geen hond tegen aan. Ik dacht dat het wel eens gunstig zou kunnen werken als ik die plaat vaak draaide. Een maand lang begon ik daar iedere jukebox mee. Toen heb ik bij de platenmaatschappij gevraagd of ze ook iets hadden gemerkt. Ze hadden toen de plaat uitkwam driehonderd stuks geperst. Daarna lag de plaat helemaal stil en toen was er weer vraag naar. Hebben ze nog eens driehonderd geperst. Omdat ik hem dus veel had gedraaid was de omzet verdubbeld.
Nu ligt dat natuurlijk allemaal heel anders maar het kon in ieder geval. Dingen die je je nu niet meer kunt voorstellen waren in de begin periode heel normaal bij Veronica. Ik zie oom Buil nog iedere vrijdag binnen komen met de reclameomzet van die week. Als het allemaal tegen had gezeten met het uitvallen van de zender enzo hield dat de moed er weer een beetje in. We waren toen een grote familie. Veel minder mensen maar wel ontzettend gezellig. Ik woonde in die tijd nog in Eindhoven, ’s Morgens dook ik de studio in en ging dan ’s avonds met de trein naar huis. Als ik dan weer in Eindhoven kwam dacht ik wel eens je hebt weer leuke programma’s gemaakt. Maar er was geen hond in Eindhoven die Veronica kon ontvangen. De financiën waren in die tijd eigenlijk het grootste probleem. Als je iets wilde doen moest je eerst nagaan of het met het geld wel ging. Maar dat leer je wel en op een gegeven moment weet je gewoon niet beter.
Aan boord ben ik nooit veel geweest. Ik kan niet zo goed tegen de zee. Ik ben een geweldige filmmaniak. Ik had op een gegeven moment het idee om een film te maken van een programma, dus van de band die wordt opgenomen, daarna naar het schip wordt gebracht, nou jij de hele toestand voor- dat het programma de lucht in gaat. Ik ging in Scheveningen aan boord en het was lekker rustig weer. Toen we de haven uit waren sloeg het weer om en ik zei tegen kapitein de Ruiter. Hou m’n camera even vast. Ik heb hem niet meer in m’n handen gehad die reis…
Dat geïmporviseer vond ik erg leuk. Laatst zag ik nog een foto van het begin op de zeedijk. Iemand ligt op z’n buik voor een tikmachine omdat er geen stoel was. Het is natuurlijk geweldig fijn als een bepaald ideaal van je werkelijkheid wordt. Ik vind het nog steeds erg belangrijk dat iemand die om twee uur Veronica aanzet weet wie er voor de micorfoon zit. En dat is iedere dag raak. Bij de zuilen gaat dat niet met die verdeling van de zendtijden. Met die vaste programma’s zijn wij toen begonnen en als ik in m’n autootje zit en ik hoor dat door m’n radio, ben ik daar nog steeds erg blij om.
Jurg van Beem
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
“ik was een echte mooi-weer-vaarder”
Hoe ik eigenlijk bij radio Veronica te- recht gekomen ben? Nou, he, via Nol Vis. Die was al een half jaartje hier in dienst en we vogelden wel eens wat samen. Nol en ik zaten vroeger bij elkaar op school en toen hij bij Veronica ging werken, kwam ik af en toe kijken en dan mocht ik ook wel eens helpen. Toen werd die Engelse cel in de oude studio omgebouwd en daar hadden ze een nieuwe technicus voor nodig. Nou ja, ik liep er toch al rond en dus namen ze me maar in dienst. Dat ging trouwens erg vreemd. Ik werd aangenomen door Karel en die ging naar oom Bul! en zegt: „nou he, deze jongen wordt hier technicus’. Toen zegt oom Bull: ,Verwey is de naam’. Ik heel netjes ]urg van Beem zeggen, want ik kende ‘m helemaal niet. Toen zegt ie tegen mij: ,dat komt goed uit dat je er bent, want oom Piet is ziek en de post moet worden uitgezocht.” Nou was er toen nog wel niet zoveel post als nu, maar het was toch een postzak vol. Je begrijpt dat ik wel even stond te kijken. Vooral toen bleek dat ik het een paar dagen achtereen moest doen. Ik wou al bijna weer ontslag nemen, toen Karel me kwam halen om een programma op te nemen. Nu ik het toch over Karel heb; hij ging in 1963 trouwen en Nol en ik hadden banden met bruidsmuziek gemaakt om die in het raadhuis in Amsterdam tijdens de plechtigheid te draaien. Nou, dat was een toestand in Amsterdam. De ene ambtenaar vond het wel goed en de ander weer niet. We moesten van het kastje naar de muur lopen. Uiteindelijk krijgen we dan toch toestemming van de vogel die Karel moest trouwen.
Wij een plechtig gezicht opgezet en voor een stemmig stukkie muziek gezorgd tijdens het huwelijk. Nou was er één moeilijkheid, we hadden maar één recorder en we wilde ook de trouwrede opnemen. De bruidsmars is afgelopen, iedereen gaat zitten en meteen begint die vogel aan zijn rede. Terwijl wij nog de hele band moesten terug- spoelen. Ik naar die man toe en vragen of hij even wilde wachten. Ik heb nog nooit iemand zo vreemd zien kijken. Maar goed, hij deed het toch. En terwijl iedereen in de zaal een beetje zat te lachen brak tijdens het terugspoelen ook nog de band. Gelukkig hadden we wat sellotape bij ons, waar we een beetje geïmproviseerd mee konden plakken, maar het was wel een ellende. Ik geloof dat het wel een minuut of twintig duurde voor hij eindelijk aan die rede kon beginnen. We hebben hem later nog een kopietje gestuurd en hij was er nog blij ook mee. Karel trouwens ook. Die draait ‘m elk jaar weer af voor zijn vrouw. Zo van: „weet je nog wel”.
Het was wel een gekke tijd in het begin, hoor. We I hadden bijvoorbeeld geen planning zoals nu. ]e kwam ’s ochtends gewoon en was er wel de een of andere deejay die met je op wilde nemen. Het was allemaal niet zó efficiënt, maar het bevorderde wel de stemming. En als er veel werk was, omdat we om wat voor reden dan ook achter geraakt waren, dan werkten we tot s’ avonds heel laat door; sliepen dan in de studio en gingen de volgende morgen weer verder. En toch ging het wat minder serieus he. Als het mooi weer was en je had zin om een paar uur in de zon in Loosdrecht te gaan liggen, dan deed je dat gewoon. Daar zei helemaal niemand wat van. Als het dan helemaal uit de hand liep, dan codeerde je gewoon een paar ouwe banden opnieuw en dan werden ze nog een keer uitgezonden. Er werden ook erg veel programma’s non stop gemaakt. Dat komt nu bijna niet meer voor. Ik geloof ook niet dat je dat nu zou kunnen maken. De luisteraars zijn gewend geraakt aan gepresenteerde programma’s. In 1964 ben ik naar boord gegaan. Ik was namelijk verloofd met Willy Hogenbirk; dat was het hoofd van onze reclameafdeling en het ging niet zo goed met z’n tweetjes in eén bedrijf. Het was een nogal stevige tante, die ervan hield de boel te regeren en dat gaf dan wel eens wat moeilijkheden. Ik ben toen voor een poosje aan boord gegaan, maar dat was wel een heel ander leven. De werkte een week op en een week af en dat is wel een goeie planning, maar ja, je zit er met tien kerels, hè, en dat blijven kerels. Op zichzelf niet zó erg, maar wel vervelend als je s’ zomers met een verre- kijker naar het strand stond te kijken waar allemaal mooie vrouwen in badpak rondhuppelde.
En dan de ontberingen die je doormaakt. Neem nou eens storm. ]e hebt dan geen minuut rust. Het enige wat je kunt doen is slapen. Nou, ja, slapen. De ligt en daar is dan alles mee gezegd. Tenslotte ligt dat ding geen moment stil. En onweer bijvoorbeeld. Tjonge, zoiets maak je je hele leven niet meer mee. Wij zijn het hoogste punt op zee en als de bui boven je hangt dan slaat de bliksem onmiddellijk in. Met de huidige zender valt dan automatisch de hoogspanning uit. De bliksem vloeit dan af en de spanning komt weer te- rug. Toen moesten we dat nog met een handschakelaartje doen. Bliksem d’er in. Schakelaartje om. Hoogspanning eruit. Bliksem weg. Schakelaartje weer in de ouwe stand en de spanning was er weer. Ik heb het meegemaakt dat we om de anderhalve seconde een blikseminslag hadden. Dat was op een avond. We zijn twee uur de lucht uitgeweest, want er was geen houden aan. Van die hele grote luchtcondensatoren waren krom getrokken van de spanning. We zijn toen met z’n allen in de kombuis gaan zitten; deur dicht en dan krijg je de kooi van faraday. Maar omdat de zender eruit was geslagen, gebeurde er opeens allemaal vreemde dingen. De bliksem liep via de antenne, langs de lamp naar beneden en dat kon je zien hoor, dat kon je gewoon allemaal zien. Maar het krankzinnigste moet nog komen.
Via de railing van het schip sloeg ie op de koperen bel en weer terug. Het was net of er iemand stond te bellen het was ontzettend eng. Vooral ook omdat het klaarlichte dag leek. Je kon gewoon schepen voorbij zien varen. Allemaal in zo’n oranje gloed. Het leek wel het spookverhaal van de vliegende Hollander. Ik kon me achteraf goed voorstellen dat veel zeelui bijgelovig zijn. We stonden daar allemaal op een hoopie in de kombuis en de één was nog banger dan de ander. We hebben allemaal een vrij langdurig gesprek met onze lieve heer gehad. En het heeft nog geholpen ook, want we zijn er door- heen gerold. Veel van dit soort avonturen heb ik trouwens aan boord niet meegemaakt. Ik was bijna nooit aan boord als er storm was. Ik ben wat ze aan boord noemen, een mooiweervaarder. Ik slofte altijd, nou ja bijna altijd.
Ik heb één keer een pittig orkaantje meegemaakt. En dat was nog wel op oudejaarsavond Het stormde jongen, dat hou je niet voor mogelijk. Enorme golven die over het schip denderde. En een lawaai, het lijkt dan wel of de hele wereld vergaat. Ontzettend angstaanjagend. Vooral omdat wij aan een ketting liggen en het schip meer klappen krijgt dan een varend schip. Nou hadden we omdat het oud en nieuw was een paar flessen drank mee naar boord genomen en iedereen nam wat meer en sneller in dan gewoonlijk, zodat we tegen een uur of één ’s nachts niet helemaal meer in aanmerking kwamen voor het predicaat .nuchter”. En toen vielen alle lichten uit. Moet je nagaan; midden in de nacht tijdens een storm. Ik was van angst meteen weer nuchter. Nou was het zo dat als de zender de lucht uitging, dan stopte de hoofdmotor en gingen we op een lichtaggregaat over. En daar was duidelijk iets mee aan de hand. Ik op onderzoek uit. Ga d’r maar aan staan. In pikkedonker. Eerst het dek op in vliegen- de storm. Dan het trappetje af naar het onderschip waar de aggregaat staat. En terwijl ik me langzaam naar beneden laat zakken, voel ik opeens iets nattigs. Ik denk, nou is het gebeurd met ons. Er is water naar binnen ge- komen, dus we zijn aan het zinken. Ik hing gewoon verlamd van schrik tegen dat trappetje aan en dat was net voldoende om die paniek reactie van hard weglopen te onderdrukken het stonk er namelijk ontzettend naar dieselolie en toen ik me nog wat liet zakken om te voelen wat het voor vloeistof was, merkte ik dat het geen water, maar olie was. De leiding was natuurlijk losgesprongen en daarom was de motor er ook mee gestopt. Ik heb toen zo’n drie uur tot aan mijn liezen in olie gestaan om het spul te repareren.
Zoiets vergeet je ook niet gauw hoor. Maar we waren ook zat leuke dingen aan boord, we gingen bijvoorbeeld in zee zwemmen op een hele speciale manier. Door de sterke stroom kun je namelijk niet gewoon zwemmen. Nee, we sprongen van de kop af in zeeën lieten ons dan een heel eind meedrijven. Dat kon, want het schip ligt altijd met de kop in de stroom en we hadden achter het schip een hele lange lijn met een mand eraan. En je kwam altijd ongeveer bij die mand uit. We gingen ook vaak met het bootje de zee op. Vissen met een garnalennet. Ontzettend goed gaat dat, en we maakten weleens een uitstapje naar het strand. Dat mocht eigenlijk niet, maar ja. Als je al die gezelligheid van uit de verte zag, dan was de verleiding ge- woon te groot en dan gingen we ook een paar uur het strand op. Het was natuurlijk wel erg onverantwoordelijk, want ik was de enige zendertechnicus aan boord. Als ik ging vissen of op het strand, dan was er niemand om op de zender te letten. Nou nam ik wel altijd een zakradiootje mee en als je die aanzette en je hoorde muziek, dan dacht: „hij is er nog, ik kan nog wel effen blijven zitten’.
Freek Simon
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Je ziet alleen maar water om je heen en dan denk je wel eens wat doe ik hier eigenlijk…

Dat ik hier zit heb ik min of meer te danken aan m’n hospita. Ze had in de krant gelezen dat er een nieuwslezer werd gevraagd bij Veronica. Nou had ik helemaal niets gedaan in die richting want ik was fotograaf. Op de HBS wilde Ik journalist worden, maar ik heb toen een avond gepraat met een man die in het vak zat en die zei tegen mij, je moet er nooit aan beginnen jonge want het is het rottigste vak dat je maar kunt bedenken. Maar goed, ik was fotograaf en ik wilde voor de lol wel eens wat anders. Ik schreef dus een brief en daar hoorde ik helemaal niks op. Ik was het allemaal al weer vergeten totdat Tineke belde en vroeg of ik eens langs wilde komen voor een stemtest.

En toen was het meteen gebeiteld. Ik moest de volgende dag direct aan boord en daar zit ik nu nog. Ik werd trouwens verschrikkelijk ziek die eerste keer. Ik stapte op de Ger Anna en ik dacht nou dat valt best mee, maar toen voeren we nog in de haven. Toen we buitengaats kwamen, zoals dat dan heet, begon het bootje te slingeren en daar lag ik. Helemaal lam, dood en bedonderd. Ze hadden me verteld dat het allemaal beter zou gaan als ik eenmaal op de Veronica zou zijn. Dat was een groter schip en dan schijn je niet zoveel last te hebben van zeeziekte. Omdat de ervaren jongens me dat hadden gezegd bleef ik tijdens de tocht nog een heel klein beetje op de been, maar toen we eenmaal op het grote schip kwamen klapte ik helemaal in elkaar.
Je krijgt namelijk de overgang van het hele snelle schommelen van de Ger Anna naar de langzame deining van het grote schip en dan ben je verloren. Hans Mondt was in die tijd ook nieuwslezer en die moest mij inwerken. Toen ik daar zo voor pampus op de Veronica lag kreeg ik twee zeeziektepillen van hem en dat heb ik geweten. Later ontdekte ik dat je met een kwart tablet nèt goed was en dat je van twee dood en doodziek werd. Ik lag dus ook meteen in bed en toen ik daar zo’n uurtje had gelegen zei Hans, kom het nou maar eens proberen want je kunt daar niet dagen blijven liggen. Ik strompelde dus min of meer door dat schip en ik kwam uiteindelijk terecht bij een schrijfmachine waar ik wat berichten moest uittikken. Ik was zo ellendig dat ik vijf machines zag staan en toen ik er eenmaal achter zat wist ik niet eens meer wat je met zo’n ding moest doen…
Het ging dus helemaal niet en gelukkig had Hans dat ook wel in de gaten en ik mocht weer gaan slapen. De volgende dag was het weer opgeknapt en ik ook een beetje. Het ging steeds beter maar ik heb er nog altijd last van. Niet dat ik nou nog steeds hartstikke zeeziek ben als het slecht weer is, maar je voelt je gewoon wat katterig. Daar heeft iedereen trouwens wei een beetje last van, maar als je nieuwslezer bent sta je er gewoon alleen voor en dan moet je maar zien dat je het redt. Ik kan moeilijk een nieuwsuitzending overslaan omdat ik toevallig net over de railing hang.
Het leven op zee beviel me trouwens vanaf het begin uitstekend. Ik had nooit gevaren en ik was dus een echte landrot, maar daar heb ik geen problemen mee gehad. De eerste maanden heb ik geen mond open gedaan dat weet ik nog wel. Ja, die jongens zaten over dingen te praten waar ik geen bal verstand van had. Die gesprekken gingen over schepen en vissen en er werd nooit iets aan mij gevraagd dus ik zei ook maar niks. Maar zo langzamerhand ga je wat meer zeggen en tegenwoordig vragen ze me of ik misschien zo vriendelijk wil zijn om af en toe m’n mond dicht te houden.
Als je daar zo’n week aan boord zit kun je natuurlijk het gevoel krijgen van opgesloten zijn of heimwee. Daar heb ik nooit last van gehad. We hebben wel eens een jongen aan boord gehad die een week min of meer gek werd van heimwee, maar als je de hele dag bezig bent heb je gewoon geen tijd om je opgesloten te voeten. Als je aan zo’n baan begint denk je ook nou ik heb genoeg tijd om wat te gaan studeren, Ik zit er nou vier jaar en iedere keer als ik naar boord ga denk ik, god laat ik wat boeken meenemen dan kan ik die fijn lezen, daar komt nooit wat van! Ik wilde eigenlijk rechten gaan studeren, maar dat kun je wel vergeten. Je bent, zoals ik al zei, de hele dag bezig en als je dan ’s avonds klaar bent kijk ]e nog wat naar de teevee en dan kruip je maar je kooi in. Misschien komt het door de zeelucht, maar je slaapt daar als een roos.
In feite is mijn baan een vrij rustig kantoorleven. Die verhalen van vroeger dat koks met bakken aardbeien tegen het schot vlogen maak je niet meer mee. ’s Zomers is hel best lekker aan boord. Als het goed weer is lig je aan dek op een matras met aan de ene kant een flesje zonnebrand olie en aan de andere kant een flesje bier en dan valt het allemaal nog wel mee. Alleen gebeurt dat niet zo vaak want als het aan de wal prachtig weer is, waait het bij ons en dan is het meestal wel een paar graden kouder. Als er geen wind is sterf je vaak van de vliegjes, aan dek is het dan een zwarte massa, dan kun je maar beter niet gaan liggen zonnen. Er is eigenlijk altijd wel wat, of het waait of het is te koud of het sterft van de vliegen.
Ik vertelde je net dat ik nooit het gevoel heb gehad dat ik opgesloten zat, maar ’s winters is het wel eens moeilijk als je aan boord zit. Binnen is het lekker warm en buiten sterf je van de kou. ]e stapt niet zo maar even gauw naar buiten omdat je binnen meestal in lekkere makkelijke kleren loopt en je begrijpt zelf wel dat je je voor een paar minuten dek niet zo gauw helemaal in winterkleding steekt. Zo’n week aan boord duurt in de winter vaak verdomd lang. Je vaart niet en je ligt daar maar. De kunt de wal helemaal niet zien en je bent eigenlijk van god en alleman verlaten. Gelukkig heb je dan je werk en dat is dan maar goed ook anders zou het helemaal een eeuwigheid duren voordat die week om was.
Je ziet tenslotte alleen maar water om je heen en dan denk je wel eens wat doe ik hier eigenlijk, waar ben ik in godsnaam aan begonnen. Als je dan weer een week opgaat en je stapt in Scheveningen aan boord van de Ger Anna is de stemming niet zo van hoera daar gaan we dan weer. Vooral als het een beetje waait en ik voel me wat rottig zie ik het nou niet bepaald zo zitten. Dat gaat dan wel over als je aan boord bent want je moet meteen aan de slag.
Weet je wat rottig is! Als je denkt dat je van boord komt en dan gaat het niet omdat het te hard waait en dan kan de Ger Anna niet langszij komen. Dan sta je klaar met je koffertje, je hebt je hut schoon gemaakt en dan gaat het allemaal niet door. Mijn record is tien dagen, maar dat is eigenlijk niks want in het begin van Veronica is bijvoorbeeld Kootje van leperen zes weken achter elkaar aan boord geweest. Hij heeft me wel eens verteld dat het na zes weken geen moer meer uitmaakt, Als je eenmaal zo’n tijd aan boord hebt gezeten kun je er nog wel een maand tegen aan. Je bent dan over een bepaald punt heen. Ik geloof dat het ook niet zo erg zou zijn als je van te voren wist dat je tien dagen aan boord moest blijven, maar als je je eenmaal op een week hebt ingesteld is het verdomd vervelend als je nog een paar dagen langer moet blijven.
Gelukkig komt dat niet zo vaak voor. Weet je wat ook zo gek is, aan boord is teevee alles hè. We hebben twee toestellen staan maar die gaan dan ook aan bij het testbeeld van zeven uur en blijven branden tot en met Teleac. Ja, het is ons enig contact met een andere wereld. Als je trouwens zo’n week aan boord hebt gezeten en je komt aan de wal sta je wel even te kijken van alles wat daar gebeurt…
Mijn hobby is nog steeds fotograferen en filmen. Ik heb heel wat rolletjes afgeschoten aan boord, maar ja op het laatst heb je alles wat er zo’n beetje te fotograferen of te filmen valt en de laatste tijd ben ik er een beetje mee opgehouden. Ik heb een complete film van het leven aan boord, zoals dat dan heet, en ik moet er eigenlijk nu nog geluid bij hebben maar daar kom je dan gewoon weer niet toe, Je kunt trouwens hartstikke mooie opnames maken aan boord van zo’n schip. In het begin ga je wild aan de slag maar dat gaat er na zo’n vier jaar wel af. Je hele huis hangt vol met afdrukken en negatiefjes en het blijft tenslotte maar dat schip en het grote water wat er omheen zit.
Ik heb wel altijd m’n fototoestel bij me want je kan nooit weten wat er gebeurt. In de zomer komt er nog wel eens wat langs. Zeilbootjes en de rondvaartboten die tochten organiseren langs de piraten. Die rondvaartschepen noemen we de ballenboten en als ze langs komen staan we meestal aan dek om te zwaaien. Je voelt je dan trouwens net een aap In artis. Hoewel, ik vraag me wel eens af wie nou de apen zijn; wij of de mensen die op de ballenboot staan! Vorige week riep een matroos om twaalf uur in de nacht — jongens een muzjekschip. — Wij met z’n allen naar boven en ligt er een groot schip met studenten of zo. Gitaren en accordeons en allemaal liederen zingen voor ons. Hartstikke mooi zo om een uur of twaalf. Je staat er trouwens toch versteld van hoeveel mensen er met een bootje langszij komen om even naar ons te zwaaien. Af en toe zie je ze in een kano…
Gek eigenlijk hè. Toen ik als nieuwslezer bij Veronica begon dacht ik éèn jaar en dan peer ik hem weer. Nou zit ik er vier jaar en.. nou ja voorlopig ga ik nog door. Ik zou geen deejay willen worden. Vroeger werd een nieuwslezer na verloop van tijd deejay maar ik ambieer het helemaal niet. Er is niet zoveel muziek die ik echt leuk vind, ik zou dan ook gewoon willen zeggen van een bepaalde plaat — ik draai hem nou wel maar ik vind het eigenlijk een klere plaat. — Ik ben geen radiomaniak, maar als medium vindt ik het wel erg boeiend, Als je aan boord zit luister je natuurlijk de hele dag naar de zender. Maar je merkt alleen maar dat je luistert als er iets geks of leuks gebeurt. Voor de rest is het een soort achtergrond die je niet in de gaten hebt omdat-ie er gewoon is maar je merkt het onmiddellijk als het ophoudt.
Nee, ik zou wel iets willen doen in het organisatorische vlak. Een actualiteiten rubriek bijvoorbeeld vanaf m’n bureau regelen. Ik hoef niet zo nodig voor de microfoon. Lekker achter de schermen alles regelen en dan zorgen dat je hele eindeloze dingen hebt. Ik vind nieuwslezen zoals het nu gaat nog steeds lekker om te doen hoor, maar je wilt op den duur natuurlijk wel wat meer. Ik ben tenslotte geen zeeman… Nieuwsgaren zit me gewoon in het bloed. Ik heb je al vertelt van die journalist waar ik mee heb gesproken. Anders was ik misschien wel bij de krant terecht gekomen.
Als je nieuws leest moet je er volgens mij altijd voor oppassen dat je je eigen emoties niet mee laat spreken. Soms is dat wel eens moeilijk want er zijn berichten waar ik me rot om lach en er zijn berichten waar ik me ontzettend kwaad om maak. Misschien hoor ie dat af en toe ook wel, maar het is natuurlijk niet goed. Ik probeer in ieder geval om het nooit te laten merken. Je maakt namelijk altijd de fout dat je er van uit gaat dat de mensen tegen wie je spreekt altijd de zelfde mentaliteit hebben als jezelf. Dat klopt nooit.
Dick Klees had wel eens prima grappen. Toen met die luchtvervuiling in Rotterdam zei hij — dames en heren in de buurt van Rotterdam; de gasmaskers mogen morgen op een kier. — Daar kan ik me kapot om lachen, maar een heleboel mensen zien dat niet zo zitten. Dat is natuurlijk wel logisch als je net twee dagen hebt lopen tranen vanwege de stank, maar daar denk je dan op zo’n moment niet aan. Om die ellende nou te voorkomen lees ik het nieuws maar altijd heel netjes op zonder eigen commentaar en dat is geloof ik voor de nieuwsuitzendingen het allerbeste.
De mensen hebben misschien te weinig gevoel voor humor. Nieuwslezen is gewoon een vak. Ik heb er wel eens moeilijkheden mee gehad toen wij dat life programma op zondagavond van zeven tot acht uur deden. De mensen zijn aan een bepaalde toon van je gewend. De zogenaamde nieuws-toon. Als je dan een gewoon programma gaat presenteren begrijpen ze niet dat je de zelfde jonge bent, van — en hier volgt het weerbericht — Maar ja een plaat is geen depressie… Ik ben misschien wel een beetje acteur. Ik ben vrij rustig maar op de middelbare school was er in een toneelstuk een keer een rol van een enorm druk opgewonden baasje. Die rol wou ik graag hebben en ik vroeg aan de regisseur of ik het eens mocht proberen. Hij zag het helemaal niet zitten maar om mij een plezier te doen mocht ik het toch proberen. Na twee minuten had ik hem… En zo ben ik misschien in het dagelijkse leven ook. Ik pas me gewoon aan.
Cees van Zijtveld
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
We stonden onze mond te spoelen voordat we met de programma’s begonnen.

Het begon voor mij allemaal in 1961. Ze hadden toen bij Veronica een programma, de omroeper van de week. Amateurs mochten wat maken van een half uur en als het dan een beetje redelijk was werd het uitgezonden. Ik had het een paar keer gehoord en omdat ik zo af en toe iets deed bij Minjon dacht ik dat ik het ook best eens kon proberen. Goed ik ben op een middag naar binnen gestapt, maakte voordat ik het wist een programma en een week later hoorde ik het over de zender, ik was zo trots als een pauw.
En toen kwam mijn grote mazzel. Een week of twee na die eerste uitzending van mij gingen een heleboel mensen weg bij Veronica en ze zaten van de ene op de andere dag te springen om omroepers. Ze hadden m’n adres nog ergens en zo zat ik dan voor ik het goed en wel wist in vaste dienst bij Veronica.
Bij Minjon had ik precies geleerd hoe ik een radio-programma moest maken. Tenminste dat dacht ik. Alle platen precies uittimen, tekst op een papiertje zetten en dan het liefst nog een streepje onder de woorden waar de klemtoon moest komen. Ik stapte in het begin de studio binnen met een tasje vol papieren waar ik precies op had staan wat ik allemaal in m’n programma zou zeggen. De eerste dagen nam ik op met Nol. Nou die begreep er helemaal geen barst van als ik hem netjes een kopietje gaf met mijn teksten. Hij zag het trouwens helemaal niet zitten en dat papier waar ik zo bloedig op had zitten werken gooide hij meteen in een hoek. En dat begreep ik dan weer niet…
Enfin na een paar dagen kwamen we tot elkaar, zoals dat dan heet, en toen was er geen vuiltje meer aan de lucht. Hij z’n papiertje weg en ik m’n papiertje weg en dan maar proberen een lekker programma te maken.
Ik had in het begin helemaal niet het idee dat Ik voor een radiostation werkte waar ontzettend veel mensen naar luisterden. Er zaten daar op de Zeedijk gewoon een stel gezellige mensen bij elkaar en je zei af en toe wat voor een microfoon. De programma’s gingen eigenlijk tussen alle gezelligheid door. Op die programma’s kreeg je wel zakken post, maar god daar lette je eigenlijk helemaal niet op. Als je nou terug denkt aan die tijd begrijp je niet hoe je sommige dingen durfde. Ik weet nog goed dat ik een programma had voor de huisvrouwen. Ik was toen achttien jaar en ik dacht dat pikken die mensen nooit hè. Zo’n jong knulletje dat daar een beetje plaatjes zit te draaien voor moeder de vrouw! Nou had ik gelukkig een vrij zware stem en ik zei in m’n programma maar steeds dat ik getrouwd was, dat ik een paar schatjes van kinderen had en dat er ook nog een hond bij ons over de vloer liep. Hier moet je kijken. Ik kreeg toen een brief van een moeder die een dochter had van achttien jaar. Dat kind had verkering en nou was het uitgegaan. Dochter huilen, moe huilen en of ik maar even een oplossing wilde geven. Enge
toestand hoor…
Dat mens schreef: mijnheer van Zijtveld u weet toch wat er in het leven te koop is. U heeft toch ook kinderen. U heeft toch ook uw gezinnetje… De mensen reageerden toen op alles wat je voor de microfoon zei. Ik zat dus vaak te kletsen over m’n hond die ik niet had. Op een dag zei ik: hij is hardstikke ziek. Ik weet niet wat er met hem aan de hand is, maar hij blijft in z’n mandje liggen en wil helemaal niet meer mee naar buiten. De volgende dag kwam de post met zakken vol hondenbrood, medicijnen en brieven van luisteraars die mij allemaal goede raadgevingen gaven voor m’n zieke hondje. Op dieren-dag heb ik eens gezegd: Luisteraars dat komt mooi uit want ik heb vandaag een kikker In m’n keel. Hup, de volgende dag dozen hoestbonbons, hoestdrankjes en alles wat er verder nog In de wereld is gemaakt om iemand van z’n keelpijn at te helpen. Een keer heb ik trouwens ontzettend op m’n donder gehad. Je had toen die Bart Huygens, je weet wel die jongen die een keer een gaatje in z’n hoofd had laten boren. Nieuwsuitzendingen kende Veronica toen nog niet en ik zei in een programma: Dames en Heren hier volgt een extra uitzending van radio Veronica’s nieuwsdienst. Zo juist vernemen wij dat Bart Huygens bij het zwemmen is verdronken. Nou was er niks aan de hand geweest als ik meteen de kloe had verteld, maar dat deed ik niet. Eerst draaide ik een plaatje en toen zei ik; Ja hij was vergeten een kurk in het gaatje te stoppen. Toen dat plaatje draaide en de mensen nog niet in de gaten hadden dat het een geintje was stond de telefoon rood gloeiend. Hoe we dat wisten; sinds wanneer we geen nieuwsdienst hadden. Nou ja, het was een komplete paniektoestand in de studio. Je deed zulke dingen omdat je, zoals ik al zei, helemaal niet in de gaten had dat je voor een miljoenenpubliek zat te werken, Zo’n geintje maakte je eigenlijk voor je buurjongen maar je dacht er helemaal niet bij na wat voor toestand je er mee uithaalde.
Ja, dat was allemaal nog in de tijd dat men ons omroeper noemde. Ik luisterde toen veel thuis naar de AFN en daar hadden ze het maar steeds over Disc jockeys. Prachtig woord vond ik dat en ik liet kaartjes drukken met Cees van Zijtveld, Disc-jokey. Dat was wat hoor. Daar hebben ze me wat mee gepest in de studio. Ik kreeg ook een hele grote echte jockey pet en die moest ik in de studio op m’n hoofd zetten. Ik had in m’n paspoort als beroep omroeper staan en toen ik een paar jaar later dat ding moest verlengen wilde ik een nieuwe hebben met als beroep disc-jokey. Mooi dat het niet doorging. Dat woord kenden ze niet laat staan dat het beroep is. Het werd weer gewoon Cees van Zijtveld lengte een meter achtenzeventig, beroep omroeper.
M’n grootmoeder begreep er trouwens helemaal niks van. Die zei altijd dat ik dik jochie was… Rare tijden waren dat. Je hebt van verschillende mensen al gehoord dat er op een gegeven moment Engelse jongens bij ons op de Zeedijk rondliepen die de Engelstalige uitzendingen voor ons deden. De jongens zakten ’s avonds nog al eens door en als ze dan s morgens om negen uur in de studio kwamen Stonden ze met alle mogelijke soorten gorgeldrankjes hun stem een beetje op peil te brengen. Dat was het helemaal voor ons hè. Nou en zo stonden wij dan ’s morgens voordat we met onze programma’s begonnen ook met flesjes vreemdsoortige drankjes onze monden te spoelen. En de een had dan weer een beter soort ontdekt en dat kon je dan ook horen. Nou ja, allemaal flauwekul maar we geloofden er echt in. Toen de Engelse jongens waren verdwenen, was het met de gorgeldrankjes trouwens gauw afgelopen. Je strot ging er alleen maar van dicht zitten en dat praat zo moeilijk …
Weet je wat nou zo ellendig is. De meeste dingen die ik heb uitgehaald zijn al door de anderen verteld. Je kent die toestanden van het waterballet dat ik had aangericht toen die mensen van die platenmaatschappij kwamen om eens te praten over platen die ze ons zouden sturen. Nou lach je daar om, maar toen zatenwe behoorlijk in onze rats of we die platen nou wel of niet kregen. Kompleet feest hoor toen het eerste pakje met de post binnen kwam. Ik had in die tijd een filmprogramma. „Binnenkort in dit theater”. Op een hoorspelachtige manier bespraken we dan films en draaiden daar muziek uit. Ik was constant op pad om die soundtracks te pakken te krijgen. Als ze niet op de plaat stonden ging ik met een recordertje naar de bioscoop. De film werd dan gedraaid en ik zat dan met de microfoon voor de luidspeaker het geluid te registreren. We hadden toen een volkswagentje en dat mocht je gebruiken als je op reportage ging. Ik haalde meteen mn rijbewijs want dat was wat he. Zomaar met een auto op pad om programma’s te maken. Goed, de eerste keer dat ik op pad ging kreeg ik een ongeluk, de tweede keer was het ook raak en de derde keer zat ik weer in de kreukels. Toen moest ik mooi weer met het treintje.

Dat filmprogramma duurde een half uur. Ik heb van de week nog een draaiboek gevonden. Vijftien pagina’s vol. We werkten er soms een hele nacht aan. Ik deed het altijd met Jos Hoogen. Als ik hem nou tegenkom zegt-ie nog al- tijd, Cees zullen we een filmprogramma maken. let was ook de periode van de talentenjachten. Ik heb nog een paar foto’s uit die tijd gevonden. Moet je zo maar eens naar kijken. Niet te geloven hoor. Het was toen nog van hup een gitaar kopen, twee weken repeteren in het schuurtje en dan gelijk meedoen aan een talentenjacht. Omdat we geen ruimte hadden in de studio op de Zeedijk namen we dat programma op bij Bovema. Daar stond ik dan dat zootje ongeregeld aan te kondigen en dan moest je je lachen in houden want het was meestal niet om aan te horen. ]onge jonge jonge. En dan die managers, want die had je toen ook al, meestal de vader van een van de jongens, maar vragen: Was het goed mijnheer. Geeft u ons een kans? Ie zat toen ook bijna iedere avond wel in de een of andere jury van zo’n talentenjacht. De hele avond aan zo’n tafel en maar luisteren. Ze keken allemaal naar je gezicht want jij was tenslotte de man die het kon weten dachten ze. Als je een beetje lachte was het niks en als je te ernstig keek was het ook niks. Ik zat altijd maar heel driftig op een papier te schrijven want je kon moeilijk gaan zitten huilen.
Als er trouwens een filmster ofzo naar Nederland kwam moesten we ook altijd opdraven. En dan samen op de foto met Mien Zus of zo. Ja jongen, dat waren zware tijden hoor… Ach, er is een heleboel veranderd en gelukkig maar. Al die toestanden maak je nu niet meer mee maar de programma’s zijn veel professioneler geworden. Dingen die ik toen flikte zoals b-kantjes draaien van bekende platen omdat ik gewoon zin had om even lekker de stad in te gaan kun je nu niet meer doen. Maar toch, de mensen vonden het hartstikke leuk als je een uur b-kanten draaide. Ze hadden gewoon niets anders en alles wat Veronica deed werd gevreten. We hebben daar geloof ik nooit misbruik van gemaakt, maar je was gewoon wat makkelijker. In de studio én voor de microfoon. Ik geloof dat de mensen gewoon voelden dat het bij ons een ontzettend gezellige toestand was. Dat Is volgens mij overgekomen in de uitzendingen en dat heb je nu nog. Een paar weken geleden was ik nog even bij jullie. Rob Out was met een programma bezig. We hebben samen voor de microfoon de grootste lol gehad en eigenlijk is er niets veranderd in al die jaren. Je lacht je nog steeds kapot. Ik weet zeker dat je over een paar jaar weer krom ligt van het lachen als je bij elkaar zit en je vertelt dingen die van de week gebeurd zijn bij Veronica.
Dick Debois
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
“Hup de radio aan….en dan… doodse stilte”
Ik ben binnen gekomen bij Veronica met een bandje onder m’n arm van een programma dat ik zelf in elkaar had geknutseld. Niet als deejay. Nee, ik had een programmaatje gemaakt van een gezellig avondje uit in Amsterdam. Wat gesprekjes in nachtclubs en café’s en daar moesten dan wat platen tussen door. Ik zag dat helemaal zitten, maar bij Veronica vonden ze het niet zo goed. Trouwens dat was toen nog de VRON. Ja twaalf jaar geleden was dat. Goed, geen gezellig avondje uit in Amsterdam, maar een half jaar later toen ik weer eens langs kwam, ze zaten al in Hilversum, vroegen ze mij of ik misschien spotjes voor Veronica wilde verkopen. Nou had ik dat nog nooit gedaan, maar ik dacht waarom eigenlijk niet en ik ben er maar aan begonnen. Ze verkocht in die tijd nog tien spots voor vijfentwintig gulden. We dachten als er nou eerst maar een paar adverteerders zijn, komen de andere ook wel. Overal ging ik heen. Slagers, kruideniers, café’s en maar kletsen hè.
Een heleboel mensen wisten nauwelijks dat Veronica bestond en als je dan binnenkwam en je stond vreselijk je best te doen om voor die vijfentwintig piek tien spotjes te verkopen was het natuurlijk een hele leuke als je zei, zet u de radio maar even aan dan kunt u precies horen waar ik over praat. Hup de radio aan en dan… helemaal niks. Doodse stilte. Ja, het kwam in die tijd nogal eens voor, dat de zender uitviel en daar stond je dan. Als je een beetje geluk had en je draaide vijf minuten aan die radio, kwam de zender wel eens net op tijd weer in de lucht. Maar goed, we verkochten dan toch regelmatig tien spotjes voor vijfentwintig gulden en het deed er niet toe hoelang de spots waren, dat weet ik nog wel.
Op den duur zag ik die spotjeshandel toch niet zo zitten. Ik wilde meer de showkant op en na een heleboel toestanden mocht ik voor Veronica een avond organiseren. Kijk in die tijd moest je er voor zorgen dat Veronica in het land populair werd. Nou leek het ons wel leuk om grote feestavonden te organiseren en dat dan een paar weken over de zender om te roepen. Die eerste avond organiseerde ik in het Kurhaus in Scheveningen. Dat was geloof ik in eenenzestig. De miss Benelux verkiezing. Dat was me een toestand, jonge. Ik liet drie missen uit Luxemburg, drie uit België en drie uit Holland aanrukken. Het hele evenement werd gesponsord door een aantal firma’s. De Sabena deed mee en een badpakkenfabriek, Lindeloe. Die badpakkenman heeft het geweten hoor. Er werd natuurlijk over Veronica reclame gemaakt voor die fabriek en in een maand tijd was-ie door z’n hele voorraad heen. Als gekken hebben ze moeten werken om weer een nieuwe voorraad badpakken te maken. Die negen missen lieten we naar Rotterdam komen en daar werden ze dan ontvangen op de Euromast. je had toen in Rotterdam ook nog zo’n helikopterhaven en omdat de Sabena ook sponsor was, leek het mij wel een aardige stunt om met die missen van Rotterdam naar Scheveningen te vliegen en daar op de pier te landen. Twee maanden ben ik bezig geweest om vergunning te krijgen voor die vlucht, maar het kwam voor elkaar.

Als ik daar nog aan denk. Bijna vijftigduizend man stonden er op het strand en op de pier. Je zit wel even vreemd te kijken als je zo’n hoop mensen vanuit zo’n helikopter beneden je ziet staan. Het was alleen jammer dat die missen niet zo goed tegen vliegen konden. Als mooie meiden stapten ze in Rotterdam in en als vaatdoeken kwamen ze in Scheveningen naar buiten, er was niet veel moois meer aan. Ik had nog een vent gehuurd, die als neptunes uit zee kwam en de dames een drankje aanbood. Daar hadden ze op dat moment helemaal geen zin meer in. Die lui van het Kurhaus waren trouwens aardig boos op mij. Het was onze eerste avond en wij hadden helemaal geen ervaring met voorverkoop ofzo. Nou zat die spot van die avond drie weken op de zender. Prijzen der plaatsen, voorverkoop aan de kassa, enfin je kent dat wel. Na twee dagen was er geen kaart meer te krijgen. Alles uitverkocht, maar die spot ging iedere dag maar door en iedere dag stond er weer een lange rij mensen voor het Kurhaus. Die lui in de kassa’s zijn daar gek geworden. Maar wij konden die spot niet van de zender halen, vanwege de sponsors die daar voor betaald hadden.
Nou ja, na die eerste avonden zagen we dat allemaal wel zitten en ik kreeg de opdracht om een Veronicashow in elkaar te zetten. Daar werkten toen aan mee, Ronnie Tober, Ria Valk, Roek Williams en de Fighting Cats, de Crocsons en … nou ja, eigenlijk iedere Nederlandse artiest heeft er geloof ik wel eens in gestaan. Ik was toen van alles tegelijk. Zorgen voor de belasting, kaartjes, reclamebiljetten ophangen, aan de kassa zitten, zorgen voor de verlichting van de bühne en ook nog in de gaten houden dat het programma er goed uitging. Ik had een walkie-talkie bij me en als ik dan aan de kassa zat, kon ik vanaf die plaats contact houden met de bühne. We deden die show iedere week een avond en je begrijpt dat we overal terecht kwamen. Ja, soms zaten we in zulke kleine zaaltjes, dat de bühne niet groter was dan een bedstee. We bleven wel ieder jaar een hele grote avond houden en dat was dan op Koninginnedag in Kras in Amsterdam. Dat doen we trouwens nog steeds. Nou nam ik altijd een deejay mee op die showavonden die dan het programma aan elkaar moest praten, Op een gegeven moment dacht ik, toen ik weer bezig was met de voorbereidingen van dat Koninginnebal, als we nou eens een deejay laten werken in de zaal met twee pick-ups en een geluidsinstallatie, zou dat best eens leuk kunnen zijn. Goed, we sloopten een mengpaneeltje, wat speakerboxen en twee pick-ups en hebben die in een zaal van Kras neergezet. Niet té geloven.. Alle zalen liepen leeg en iedereen stond té kijken naar die eerste drive-in show van ons. Dat was het helemaal hè. Na dat eerste optreden op het Koninginnebal zijn we eens met z n allen bij elkaar gaan zitten en toen hebben we besloten, die Showavonden te stoppen en met een drive-in show door hét land te gaan. Niemand wist wat een drive- in show was, want zoiets had je toen helemaal nog niet in Nederland. We hebben hier wat in elkaar gezet. Allemaal heel klein en primitief hoor, en ik moest dan proberen zo’n show te verkopen, iedere zaalhouder was gewend om met orkestjes te werken en daar kwam ik dan aan zonder orkestjes, maar met twee diskjockeys van radio Veronica. Onze eerste avond Was bij van Dijk in Loosdrecht. We dachten als er nou zo’n vier-, vijfhonderd man komen, bitten we goed. Wat denk je. Helemaal vol.
De mensen konden niet meer staan of lopen. Vreselijk. Ik geloof dat er zo’n anderhalfduizend man in zaten. We moesten ze buiten tegen houden en wij waren natuurlijk zo trots als een aap. Vanaf dié dag is Veronica’s drive-in show gaan lopen als een trein. Je weet het zélf. Als ik nu zou willen, konden we iedere avond wel op pad. Die drive-in show waar we nu mee werken is natuurlijk niet te vergelijken met die toestand die wè toen bij ons hadden. Het geluid was eigenlijk niet té vreten en het gebeurde nog wel eens dat dé hele boel zo maar uitviel. We stonden èen keer in een tent met Willem van Kooten en Rob Out toen het ook mis ging. Zomaar boem en alles viel stil. Ik zal je niet vertellen waar het was want we komen er nog regelmatig, maar het waren daar een stelletje echte vechtersbazen. Af en toe vloog er een flesje door de lucht en toen die boel dus uitviel begon het helemaal gezellig te worden, Het hele zootje liep naar de bühne en we dachten dat we zo in elkaar gemept zouden worden. Adje zal als een gek aan alle draden en versterkers te rammelen, maar
er gebeurde helemaal niks. Wat moet je dan hè. Willem en Rob wisten er wel raad op. Die twee gekken liepen de zaal in en zeiden jongens, over tien minuten draaien we weer en in die tussentijd gaan wij wat voor jullie zingen. En daar stonden ze heel rustig met z’n tweeën gein te maken in de zaal. Nou had- den wij een bandrecorder bij ons en ik zeg tegen Adje, laten we die bandrecorder nou gewoon gebruiken, dat is misschien wel een beetje zacht maar we kunnen die twee jongens toch niet tot half twaalf daar in de zaal laten zingen. Die bandrecorder heeft ons wel gered. We hadden wat banden met muziek bij ons en hup daar ging-ie. Als er in de zaal twee mensen met elkaar stonden te praten kon je de muziek al niet meer horen, maar we zijn heelhuids thuis gekomen.

Zoiets komt nu niet meer voor. Die eerste installatie van ons kostte geloof ik vijfduizend gulden en dat spul van nu kost minstens vijftigduizend. We zaten ook altijd te knoeien met speakers. Tegenwoordig heeft de deejay een mengpaneel maar er staat nog een grote controletafel naast waar een technicus achter zit. Als die deejay z’n schuif te ver open zet kan de technicus het allemaal nog regelen. Vroeger, met dat ene mengpaneel voor de deejay, hoorde je meestal na een uur plof en dan was er weer een speaker aan flarden. Dat oranjebal waar ik nu weer mee bezig ben, organiseren we al tien jaar. Die eerste avond zal ik nooit vergeten. Ik had een prins karnaval en een raad van elf kompleet met boerenkapel. Om het nou nog leuker te maken had ik ook nog drie olifanten gehuurd van Boltini. Niets was ons te gek en een stunt op z’n tijd ging er altijd in. Ik had Boltini een olifant gevraagd om daar prins karnaval op te zetten en die zou dan 20 door de zalen rijden. Nou heb ik helemaal geen verstand van olifanten, maar het blijkt dat het kuddedieren zijn en ze gaan erg aan elkaar wennen. Dus wat doet Boltini. In plaats Van één olifant waar ik om had gevraagd stuurt-ie drie van die beesten. Daar stond ik dan.

Die beesten kregen we met veel pijn en moeite in de hal van Kras en daar moesten ze even wachten omdat prins karnaval er nog niet was. Die beesten zagen het helemaal niet zitten en ze werden een beetje narrig. Als een olifant kwaad wordt gaat-ie met z’n poten heen en weer. Net of ze dansen weet je wel. Ik kreeg de zenuwen want ik dacht dadelijk gaan ze zo met z’n drieën door de vloer. Boltini had met die drie olifanten ook een oppasser meegestuurd maar die man sprak alleen spaans en ik helemaal niet. Ik denk als je die beesten nou wat lekkers geeft houden ze misschien wel op met dat gewiebel. Maar ja, wat geef je een olifant. Worteltjes had ik in ieder geval niet bij me. Enfin ik ben de zaal in gegaan en heb net zo lang gezocht tot ik iemand had gevonden die Spaans sprak en wij naar die oppasser toe. Hij zei dat er niets aan de hand was en dat z’n drie schatjes alleen wat nerveus waren vanwege de andere omgeving. Ze bleven maar huppelen en ik kreeg steeds meer de zenuwen. Wat was er namelijk ook nog gebeurd. Veronica zou de hele boel verzekeren. Dat leek me wel handig als zo’n olifant schade aan derden zou aanrichten. Ik ging nog even informeren of dat allemaal in orde was en toen bleek dat iemand het helemaal had vergeten. Daar stond ik dan. Ik durfde met die huppelende dingen de zaal niet meer in want ik zag zo’n beest al door de vloer gaan… Die oppasser zei dat het helemaal geen probleem was en dat die olifanten als ze eenmaal op gang waren zich netjes zouden gedragen. Die man heeft er verstand van, dacht ik, laten we het maar proberen. Prins Carnaval en de raad van elf waren intussen ook aangekomen maar de prins durfde voor geen geld op zo’n beest.
Nou zat er in die raad van elf een hele dappere man die het best leuk vond om boven op zo’n olifant door de zaal te rijden. Met heel veel moeite hebben we die vent er op gekregen en vijf seconden later lag-ie in de andere hoek van de hal. Ik zeg via die tolk van me tegen de oppasser weet je nou wel zeker dat die beesten geen paniek maken in de zaal, want ik zag het helemaal niet meer zitten en ik zat er al aan te denken hoe we die beesten binnen de kortste keren weer buiten konden krijgen. Maar er is allemaal niks aan de hand senor de Bois, prima prima, senor de Bois. Ik zei, prima prima maar ik zet er niemand meer op. Goed de boerenkapel voorop, daar achter de raad van elf en daar achter de drie olifanten met een feestmuts op. Nou was er een babyolifantje bij en die had er wel lol in. Dat bleek later ook. We waren met het eerste rondje bezig toen hij bleef staan en z’n slurf in een glas bier stak van een dronken man. Die wist niet wat-ie zag. Hij was op slag nuchter. Ik dacht als die drie rakkers straks weer gaan staan wiebelen laat ik een groot vat bier aanrukken en laat ze die leegdrinken dan zakken ze vanzelf naar beneden.
Chiel Montagne
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
We mochten toen overdag geen nieuwe platen draaien

Ik was van de toneelschool afgekomen en wilde bij een gezelschap. Nou had ik een jaar daarvoor ook al hier en daar toneel gespeeld en mijn vader zag dat eigenlijk niet zo zitten. Hij vond dat ik nou eindelijk maar eens op een normale manier geld moest verdienen. Niet de ene week veel en de andere week niks. Gewoon een salaris met aow en pensioen enzo. Omdat ik al een tijdje af en toe wat bij de KRO had gedaan leek me
een baantje bij Veronica wel wat. Ik stapte daar dus binnen en vroeg of ze niks voor me te doen hadden. Dat was eind januari 1964. Ze hadden niemand nodig.
Twee weken later stopte er een grote auto bij mij voor de deur en daar kwam iemand uit die tegen me zei: he joh, wal doe jij thuis. ]e had al twee weken bij ons moeten werken. ]e hebt toch gesolliciteerd.
In de tijd dat ik bij Veronica begon was Hans Oosterhof programmaleider. Die man wilde van Veronica een echt radiostation maken met hoorspelen en verhaaltjes. Wat dat betreft viel ik goed in het pulletje want ik had wel eens hoorspelletjes geschreven en gedaan voor de KRO. Ik moest meteen kinderstripjes schrijven en die speelde ik dan samen met Hans. De hoofdpersoon heette ..Pietje Vitamine”. Die man was daar de hele week vreselijk druk mee bezig. Hij had thuis een paar bandrecorders staan en daar nam-ie dan allemaal verschillende stemmetjes mee op, Geluiden hadden we natuurlijk ook niet. We zaten met allerlei stukkies hout en bakjes water zo’n hoorspel te fabrieken.
We hadden echte kinderprogramma’s. Die werden uitgezonden op woensdagmiddag en op donderdagmiddag. We hadden dus die strip, en ik had zelfs kinderkoren. Oosterhof zei eens legen mij, we moeten eigenlijk ook talentenjachten hebben in dat kinderprogramma. Dat was toen ontzettend in, want iedere platenmaatschappij had wel zo iets in die dagen. Ik reed stad en land af in een autootje van de zaak. Van Groningen naar Maastricht. Als er dan weer een of ander jongen of meisje was dat dacht dal ze kon zingen, ging ik er met een bandrecorder en een microfoontje heen en dan namen we het op in de huiskamer. Gewoon de microfoon voor de mond houden en verder geen flauwekul.
Die bandjes werden dan op woensdagmiddag uitgezonden en de luisleraars mochten een briefkaartje schrijven wie ze het beste vonden. Moet je kijken, hier heb ik nog een plakboek. De Rockin’g Thunders wonnen Veronica’s talentenjacht. Dat was de finale in een zaaltje. Arnold Vis en Andie de Vries maakten de opnames. Het was in Zwijndrecht en de kranten stonden er vol van. Zo van: de zaal werd omgebouwd tol een echte studio van Veronica Nou dat was dan ook zo, want alles wat we in de studio op de Zeedijk hadden, stond of hing in dat zaaltje. We hadden de hele boel gesloopt.
Het hoogtepunt van de avond was dan dat de burgemeester van Zwijndrecht de Veronica-beker aan de winnaars uitreikte. Het ging zo goed met die kinderprogramma’s dat we op donderdagmiddag ook een halt uur kregen. Toen Hans Oosterhof weg ging is dat allemaal gauw anders geworden, want we hadden eigenlijk helemaal geen zin om een soort nieuwe zuil te worden. Trouwens, de hele programmering werd anders. Tot die tijd was het nog to dal je iedere maand een heel boekwerk kreeg waar precies in stond welke programma’s je moest maken en hoe laat ze werden uitgezonden. Dat was voor de luisteraars natuurlijk een ontzettende rotzooi want we hadden geen radiogids en je moest dus maar afwachten wanneer een bepaald programma te horen was.
Nu waren er wel wat vaste dingen, zoals de jukebox, maar voor de rest gebeurde er maar wat. Op een gegeven moment is Willem toen uit Amerika terug gekomen met de top-veertig en de horizontale programmering, zoals we die nu hebben en dat is geloof ik nog steeds het allerbeste wat je op een commercieel station kunt doen. De muziek die we toen draaiden was natuurlijk niet te vergelijken mei nu. Ik had bijvoorbeeld een Frans programma. Dat was het helemaal hoor, Nieuwe platen draaiden we overdag bijvoorbeeld nooit. Engelse en Amerikaanse singles lagen in een la bij Willem en daar mocht je bij wijze van spieken niet eens naar kijken. Die werden alleen gedraaid in zijn programma tussen zeven en acht ’s avonds en voor de rest moesten we het mooi vergeten. Later zijn we dan heel kalm begonnen met die Engelse en Amerikaanse hits. Weet je wel zo heel voorzichtig af en toe eentje er tussen door. Toen we mei die top- veertig begonnen werd dal natuurlijk ook snel heel anders.
In die dagen kende de mensen alleen je stem. Dat was raar hoor. Ik heb er ontzettend veel gedonder mee gehad Niet met m’n stem maar met het feit dat iemand gewoon kan zeggen, ik ben Chiel Montagne. Dat is me een paar keer overkomen. Hele artikelen in Belgische kranten. Er liep daar een snuiter rond die in de duurste hotels logeerde, de mooiste dingen kocht en zich door artiesten liet trakteren op lekkere etentjes. Die man leefde een paar weken als god in Frankrijk. Nou zal ik in die tijd als nieuwslezer aan boord en ik had net drie weken vakantie, hel kwam voor mijn dubbelganger dus allemaal leuk uit. Maar toen ik terug was aan boord en het nieuws weer deed, viel hij door de mand.
Aan boord heb ik trouwens ook toestanden meegemaakt. Het was altijd een heel gedonder als je werd afgelost en het waaide een beetje. 3e moet niet vergeten dat het schip nou niet zo groot is en als er een beetje golven staan gaat het goed te keer. Met dat kleine aflosbootje moet je dan maar zien dat je precies op het goede moment langs de Veronica komt. Als je pech hebt, zie je dat grote schip zo een meter of vijf onder je zitten en als je nog meer pech hebt, hangt-ie vijf meter boven je in de lucht. En daar lig je dan met zo’n klein aflossingsbootje. En je moet maar zien dat je op de Veronica komt. Gerard de Vries was in die tijd ook nieuwslezer en die heeft een ellende meegemaakt…
We hadden in die tijd hete lucht verwarming en dat ging niet meer. Altijd zo vervelend, droge lucht. 3e moest bij wijze van spreken na twee woorden een slok water nemen. Goed, er werd besloten dat we aan boord gewone verwarming zouden krijgen met radiatoren. Nu is dat in een gewoon huis al een hele toestand, maar wat denk je van zo’n schip. Alles moest met de Ger Anne worden aangevoerd. Nou, Gerard zou mij dus aflossen en ik sta net beneden in de studio nog even m’n tas in te pakken, toen ik een enorm lawaai boven op het dek hoorde. Wat denk je. Gerard had meegeholpen zo’n radiator aanboord te hijsen vanaf de Ger Anne en net toen-ie dat ding in de lucht hield, klapte de Ger Anne tegen de Veronica aan. Z’n vinger bleef er tussen zitten en toen was het gebeurd. Z’n halve vinger lag er af. Ze hebben hem een liter jenever in z’n lijf gegooid en zijn als de bliksem terug gevaren naar Scheveningen. Die Ger Anne gaat niet zo hard, maar het leek toen wel een speedboot.

Je moest er een week opzitten. Maar nou kwam het wel eens voor dat zo’n week een beetje uitliep omdat ze je niet van boord konden halen vanwege het slechte weer. En dan zat je daar hé. Op een gegeven moment zat Harmen Siezen aan boord en hij kreeg het bericht door dat het aflosbootje, de Ger Anne, in het dok moest en hij zou nog een weekje langer moeten blijven. Hermen had net verkering en hij was vreselijk verliefd en dat zat hem dus helemaal niet lekker. Aan boord heb je een klein sloepje met een buitenboord motor en dat was de enige manier om aan wal te komen. Weet je wat, dacht Harmen, ik spring in dat ding, ze kunnen me wat en ik ga lekker naar de wal. Goed, hij komt aan in Scheveningen en belt de studio in Hilversum en zegt: jongens, ik sta hier in Scheveningen, mijn week zit er op en bekijk het verder maar. Ik was aan de beurt om aan boord te gaan en moest dus als een gek in m’n auto naar Scheveningen. Ze hadden daar twee matrozen voor me opgedoken en wij in dat kleine rot sloepie. Nou was het allemaal nog niet zo erg geweest, als er geen wind was gekomen. Maar we waren nog maar goed en wel een kwartiertje op weg toen het aardig begon te waaien. Dat kleine kreng ging alle kanten op en we werden kletsnat. We hadden voor de jongens aan boord een kratje bier en een doos gerookte paling meegenomen en van de zenuwen ben ik maar aan die pils en die paling begonnen. Die twee matrozen gaven geen krimp. Die zaten rustig hun zware sjekkie te draaien en ik dacht: nou ja, als die kerels niet bang zijn, zal er wel niks gebeuren. De hele reis heeft ongeveer drie uur geduurd, long e jonge, wat was ik blij toen we eindelijk in de verte Veronica zagen liggen. Later bleek trouwens dat die matrozen nog banger waren geweest dan ik, maar die dachten: zolang zo’n landrot nergens over in zit en rustig paling eet en bier drinkt, hoeven wij ons geen zorgen te maken.
Ad Bouman
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Lekker uit het raam hangen en aan een toevallige voorbijganger vraagt of ie een bakkie koffie komt drinken. Kijk, dat is Veronica
Kijk, dat jij mij nou moet hebben voor dat Veronica verhaal begrijp ik al helemaal niet. Nee jonge, ik ben namelijk om te beginnen normaal aangenomen op een advertentie en dat is bij ons al een hele vreemde zaak. Nou ja, normaal aangenomen… Ik had dus een brief geschreven op een advertentie en ik moest langs komen.
Gesprekjes met Karel en toen naar huis. De hele nacht niet slapen, allemaal plannen maken en drie weken later een brief in de bus van, mijnheer Bouman dank voor uw sollicitatie, maar we zijn reeds voorzien. Helemaal nul dus. Maar een paar weken later werd ik gebeld bij de buren, wij hadden thuis geen telefoon, en ze hadden gevraagd of ik Veronica even terug wilde bellen. Ik kreeg Karel aan de lijn en die vroeg of ik nog Interesse had. Ik had wel door die hoorn willen schreeuwen of-ie wel goed bij z’n hoofd was. Jonge ik was helemaal door het dolle.
M’n meisje vond het allemaal maar niks en tegen m’n vrienden zei ik ook niet dat ik bij Veronica ging werken want dat was toen nog zo’n suf station met de zogenaamde betere muziekjes. Geen hits ofzo. Hoewel, ze waren er net een beetje mee begonnen maar het was eigenlijk nog helemaal niks. Goed, ik dus naar Hilversum en ik zie Karel nog zitten achter z’n burootje. Wat wilt u verdienen vroeg-ie. Ik zal nooit vergeten wat ik toen heb gezegd: Dat kan me niet schelen mijn- heer. Daar had ik jaren later nog spijt van. Ik kreeg toch wat natuurlijk en zo was ik dan technikus bij Veronica. Als er toen een technikus werd aangenomen moest-ie een week lang alleen maar rondlopen. Ja jonge. Gewoon een week niks doen alleen maar achter de doorgewinterde jongens zitten kijken hoe het allemaal moest. Kun je je dat nou nog voorstellen? Ik had dus die eerste week gehoord van nou doen we dit en dan doen we dat, en in de tweede week stond ik achter een technikus die bezig was met een programma van Anouska. Het was in studio een en ik zal het m’n leven lang niet vergeten. Ik moest op z’n plaats zitten en hij had me wel tien keer verteld hoe het allemaal in z’n werk ging met de knoppen en het zweet brak me aan alle kanten uit. Ik zat en Anouska keek me aan zei, oh nee dat kan ik niet hoor. Dat niet met jou achter de knoppen. Nou nou nou. We moesten stoppen, en Anouska begon van ja, ik heb niks tegen jou en je lijkt op Tom Jones en fijn dat je hier werkt maar ze kon niet met me opnemen. Ze had in die tijd nog een half uurtje gevarieerd, daar ben ik dan mee begonnen. Ja, dan moest je non-stop een half uur muziek maken want een heleboel programma’s gingen toen nog zo. Het werd op een vrijdagmiddag uitgezonden en ik vond het zelf het einde. Ik ben er speciaal voor thuis gebleven om er naar te kunnen luisteren. Nou, het was helemaal niks.

Ik kwam van Philips in Amsterdam. Daar werkte Juul ook en die had me die advertentie gegeven. Dat was me wel even een overgang van Philips naar Veronica. Tegen een directeur kijk je altijd op nietwaar. Ik vond het zo gek dat ik tegen die mensen oom moest zeggen. Ik zat er amper een maand toen we met z’n allen een sinterklaasfeest gingen vieren. Vroegen ze aan me wat moet jij hebben. Ja, wat moest ik hebben. Ik durfde nauwelijks wat te vragen. Nou reed ik in die tijd op een bromfiets en ik heb toen zo’n ding-dong bel gevraagd. je weet wel zo’n heel groot ding dat ze op bakfietsen hebben. Ik vond het allemaal raar, maar dat komt omdat de sfeer bij Veronica gewoon niet te vergelijken is met de sfeer op andere bedrijven. Ik ben wel blij dat ik het na m’n schooltijd ook eerst nog even anders heb meegemaakt, maar het heeft toch een hele tijd geduurd voordat ik er aan was gewend. In die tijd was Kees Mois nog technikus en van die vogel heb Ik erg veel geleerd dat ging zo van, let op je stopwatch, denk aan de microfoon, staat je plaatjescherp, je voor-afluistering staat nog dicht… Ik werd er helemaal gek van maar achter af is het erg goed geweest. Ik was in die tijd de jongste technikus vandaar dat ze me ook meteen Adje noemden, het was toen nog zo dat ]urg mijn banden door moest luisteren om te kontroleren of ik ook wat verkeerd had gedaan. Ik hoorde hem op een dag toevallig in de gang tegen Karel zeggen, nou het is wel goed maar een beetje te hard. Ik schrok me dood want ik zat er nog maar net. Dus ik de volgende dagen alles heel zacht op de band zetten he, maar het was bijna niet meer te horen dus ik begreep er al geen bal van. Maar goed ik zat bij de radio en dat wou ik voorlopig wel zo houden. Nou, en toen was het te zacht. We hebben later ontdekt dat alle studio’s waar we in werkten onderling totaal verschillend waren wat volume betreft. Als ik in studio een ‘n band maakte en die werd dan afgedraait in bijvoorbeeld drie klonk het hardstikke zacht maar als je dan in studio twee een programma maakte wat je lekker zacht opnam was het in vier weer keihard.
Een keer heb ik wel vreselijk in m’n rats gezeten. Kees van Zijtveld zat voor het eerst bij mij en die zei; zo Adje nou gaan we eens lekker met een stel engelse hits rammen. Da’s goed zei ik maar ik wist bij god niet wat het woord rammen betekende. Na een kwartier heeft Kees me uitgelegd dat rammen zoiets was als praten tijdens het intro en pats boem, na de deejay de muziek er in. Nou, dat zag ik wel zitten dus ik rammen. Op een gegeven moment zat het bij een plaat zo goed dat ik van schrik de knop helemaal open draaide. De naald van de volume me- ter sloeg bijna rond. Ik vond het veel te mooi om het over toe doen en ik dacht laat maar zitten. Die band ging naar boord en een dag na de opname zaten we zo tussen de middag met elkaar te praten en toen zei iemand als je die platen er te hard in ramt knalt de zender uit de lucht dan hoor je niks meer en degenen die z’n banden zo weg heeft gestuurd is nog niet jarig. Wie zou dat nou doen, zei een ander want dat kun je toch precies op je meter zien, ]onge, jonge, ik wilde ter plaatse wel In elkaar storten. Toen dat programma een paar dagen later werd uitgezonden zat ik thuis bij de radio en iedere keer dacht ik o god daar komt die plaat, nou IS het gebeurd met je Bouman. En toen kwam die plaat eindelijk… en toen was er niks aan de hand.
De reclames die nu allemaal op cassette staan hadden wij in de oude studio losse bandjes die keurig op een speeltje zaten in doosjes. Nou, nou, nou… Van elke reklame hadden we maar een bandje en je liep dus de hele dag door het gebouw te hollen om die dingen op tijd in je cel te krijgen. Ik zag hoe die technicie, die er al een tijd werkten het binnen een paar seconden voor elkaar kregen en ik dacht, nou ja dat leer je nooit Bouman, En gek hé, na een paar maanden deed je het net zo vlug en stonden mensen die in de studio kwamen met open mond te kijken. Over mensen die langs kwamen gesproken. De deur stond bij ons altijd gewoon open. Het was heel normaal dat je opeens vijf zes man in je cel had staan waarvan niemand wist waar ze vandaan kwamen en wat ze nou precies in de studio deden. Die mensen kwamen gewoon even binnenlopen en gingen dan na een half uur weg. Als het mooi weer was hingen we tijdens de opnames af en toe uit het raam en als er mensen over de Zeedijk liepen. Het was net een ongeorganiseerd feest in het begin gen we of ze zin hadden in een koppie koffie en dan kwamen ze binnen.
In de zomer van zesenzestig hadden we trouwens een vreselijk leuk spelletje ontdekt. We namen een volle spoel, zetten die op de recorder en stuurden den iemand met het uiteinde in z’n hand de straat op, zo richting Kerkstraat. Die vent liep net zo lang door tot-ie dacht nou is de spoel leeg en dan kwam hij terug naar de studio. En daar begon de pret want wij deden de recorder op terug spoelen. Die koppen van die mensen op straat…
Verrek, ga maar bij je zelf na als Je een band zo voorbij ziet komen terwijl Je nergens iemand ziet die em oprolt. We hebben ons op die manier heel wat uurtjes vermaakt, totdat er op een keer aan het einde van de tape een kerel zat die opeens onder ons raam stond te schelden, Hij vond het geen ma- nier en wet we wel dachten om nou ook op straat de piraten uit te hangen. Die vent schreeuwde zo hard dat we er maar mee zijn opgehouden. Jammer dat in de studio waar we nu zitten geen ramen in de cellen zijn gemaakt die open kunnen, anders waren we er allang weer mee bezig geweest denk ik.
Ja, jij zult wet denken werken die jongens ook nog op de Zeedijk. Maak je niet ongerust hoor. De programma’s zijn altijd op tijd klaar gekomen, maar het kon je niets schelen wanneer Je dat moest doen. Als het mooi weer was zei je gewoon, we gaan eerst maar eens lekker aan het strand liggen en dan maken we vanavond die uren wel. Er was wel Iets op een bord met verschillende kleuren strookjes, maar daar trok niemand zich wat van aan en trouwens Willem die het allemaal moest regelen was kleurenblind, dus dat zat wel goed. Ik weet nog goed dat er opeens een toep-manie was op Veronica je kon niet in de studio lopen of ze zaten te toepen. De hele dag door. Dat moest Je dan zelf weten, als Je programma maar op tijd klaar was en dat gebeurde altijd en hoe laat het werd was niet belangrijk. Ik heb een paar weken geleden gelezen dat Dick de Bois vertelde over die eerste drive in show die we maakten bij van Dijk in Loosdrecht maar ik zal nooit vergeten wat er allemaal voor die tijd Is gebeurd. We hadden dus besloten om zo’n discobar in elkaar te zetten, maar niemand wist hoe het nou precies moest. Dat werd een ellende want iedereen dacht dat-ie het juiste systeem had ontdekt en als het dan helemaal voor elkaar was kwam er weer een ander die het nog beter wist. En als we dat dan weer wilden maken kwam er iemand die de pest in had omdat we hem helemaal niet hadden gevraagd wat hij er van dacht. Maar goed, op een gegeven moment was het hele geval dan klaar. De huistimmerman van Veronica had zo’n barretje gebouwd en wij hadden de versterkers er in gemaakt met de draaitafels en de mengpaneeltjes. De discobar was dus klaar, maar waar moest je zoiets uitproberen. Om daar nou speciaal een zaaltje voor te huren zagen we niet zo zitten en toen kwam er Iemand op het linke idee om het hele geval dan maar op het binnenplaatsje van de studio te installeren en het in de buitenlucht uit te proberen. Wij net zo lang wachten tot er een mooie dag zonder regen werd voorspeld want we waren natuurlijk als de dood dat het hele geval nat zou worden, en dan zou het gebeuren.
Goed, het zonnetje scheen en daar ging het hele geval naar buiten. De timmerman kwam er bij voor geval dat er iets niet klopte en na heel veel gevloek en geschreeuw stond onze eerste discobar dan op de binnenplaats. Iedereen er omheen en we waren trots…! Als Je met dat zelfde zootje ongeregeld nu moest werken, zouden de bierflessen om je oren vliegen, maar In die dagen was het helemaal te gek. We hebben een paar platen gedraaid en we dachten ziezo, de mensen tot in Utrecht kunnen horen dal wij een discobar hebben, üonge jonge wat vonden we het allemaal hard. Er zaten geloof ik acht zuiltjes bij. Dat was wat hoor. Die dingen moes- ten we in de zalen aan de muren spijkeren en met grote kabels doorverbinden. Na die eerste proefshow bij van Dijk gingen we een weekend naar Texel. Daar had je een zaal met een bühne waar gordijnen voor hingen. Wij waren de hele middag bezig geweest om de boel klaar te zetten en de gordijnen van het toneel hadden we dicht- gedaan. Om acht uur ging het: tatatataraboem! Gordijn open en wat denk je. Bijna twee duizend man die alleen maar stonden te staan. Niemand wilde er dansen want ze keken hun ogen uit. Willem was toen deejay en die wist ook niet wat-Ie er mee aan moest. Na een half uur is-ie maar polonaise muziek gaan draaien en toen was het voor elkaar. Nee, toen waren we allang niet meer dat suffe station waar ik In het begin kwam werken. M’n vriendjes waar ik het eerst niet aan durfde vertellen kwamen allemaal langs want zo’n baantje zagen ze eigenlijk ook wel zitten. Dat kwam natuurlijk ook omdat Juul bij ons was gekomen en ze dachten dat gaat goed, misschien hebben ze voor ons ook nog te doen. Ik heb thuis nog een heleboel oude banden van de uitzending uit die jaren. Die draai ik ’s avonds thuis nog wel eens, ik weet het niet, maar als ik dan zo zit te luisteren komt die sfeer van de zeedijk weer helemaal bij me terug. Ik heb er geen heimwee naar hoor, want we zitten hier in de nieuwe studio, zoals wij dat dan nog altijd noemen, geweldig, maar toch, zo lekker uit het raam hangen en dan aan de mensen die toevallig buiten lopen vragen of ze even een bakkie koffie komen drinken zou ik best weer een tijdje willen.
Karel van der Woerd
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

Tijdens Stones-concert hing onze halve studio in de lucht
Filmstudio vraagt assistent geluidstechnicus. Ja. dat stond er in de krant. Ik solliciteerde en maanden hoorde ik helemaal niks. Toen lag er een briefje in de bus of ik maar evenlangs wilde komen bij het Nederlands Laboratorium voor Filmtechniek op de Keizersgracht. Ik zat daar een tijdje te praten en toen bleek dat het helemaal niet ging om een jongetje dat moest zorgen voor goeie filmgeluiden enz, nee het ging om iemand die moest werken voor de VRON. De Vrije Radio Omroep Nederland. Die VRON was in die tijd een echte Amsterdamse aangelegenheid. Iedereen had er in Amsterdam in ieder geval wel eens van gehoord. De VRON was opgericht door de vrije radiohandelaren. ]e weel wel, de vogels die op een of andere slimme manier zelf radio’s en teevees importeerden. Processen bij de hoge raad met Gründig Nederland. De kranten stonden er vol van. Nou die combinatie van vrije radiohandelaren hebben de VRON opgericht. Ik begon bij dat filmlaboratorium te werken voor de VRON terwijl het schip nog in de haven van Emden lag. Nou was dat niet zo’n probleem want men had besloten om zoveel mogelijk programma’s van te voren op de band te zetten. Als de uitzendingen dan begonnen en er kwam gedonder, hadden we in ieder geval voor een paar weken programma’s in voorraad, We hadden een geluidskamer die grensde aan de projectiezaal. In die projectiezaal stonden twee cellen waar normaal gesprokenmensen in zaten als er films nagesynchroniseerd moesten worden. In de geluidskamerhadden we een regietafel staan die zo hoog was dat je er niet achter kon zitten, dusdat was de hele dag staan, Nou was die regietafel zo gebouwd dal je met twee technici tegelijk kon opnemen, Aan de linker- en aan de rechterkant stonden twee pick-ups, dus ieder had z’n eigen toestanden.
AIs we nou met opnamen begonnen deden we allemaal een koptelefoon op want anderswerd je natuurlijk gek van het programma dat je buurman, die vrolijk naast je stond te huppelen, opnam. We hadden in die dagen ook een echte producer. Max Appelboom, Die man zat tussen die twee technici in en had natuurlijk ook een koptelefoon op. We hadden voor hem een knopje gemaakt waarmee hij kon kiezen of hij het linker, of het rechter programma wilde beluisteren. Die twee omroepers die in de cellen zalen konden we vanuit de geluidskamer niet zien. We konden trouwens ook niet met ze praten. We hadden in die cellen een rood, een wit en een groen licht. Zo waarschuwden we de omroepers dan als er wat aan de hand was. En. als we opnamen, hadden we een witte stofjas aan,.. Het zag er voor die tijd hartstikke leuk uit en het werkte ook nog.,.
In die tijd was de PTT nogal eens lastig en omdat we bang waren dat al onze banden in beslag genomen zouden worden hadden we daar een speciale schuitplaats voor gemaakt. Een dubbele wand met een trap en een klein deurtje. Ik weet nog goed dal het altijd een hele klim was om die bandjes op te bergen. Toen het schip er eenmaal lag werden die banden dan ’s avonds heel laat opgehaald en via allerlei slimme manieren kwamen ze aan boord. Omdat de apparatuur van het filmlaboratorium was kon de PTT daar niet aankomen. De VRON bezat gewoon niks. Nou goed. we hadden een (linke voorraad banden gemaakt, trots als een aap natuurlijk, en alles netjes achter de dubbele wand, toen er iemand kwam met die naamsverandering, Je hebt in Nederland de Veron, dal is de Vereniging voor experimenteel onderzoek in Nederland. Al die zendamateurs zitten daar bij. Nou gaf dat nogal eens verwarring want VRON en Veron scheelt in letters niet zoveel. Om moeilijkheden te voorkomen zochten ze naar een andere naam. Iemand bedacht Veronica. Daar zaten diezelfde letters in en Veronica was een bekende naam door een verhaaltje van Annie M.G. Schmidt; hel zwarte schaap Veronica, We werkten toen met half uur bandjes en aan het begin stond een stationcall die iedere tien minuten werd herhaald. Je weel wel: „dit is de VRON…”
Op een gegeven moment hoorde Max Appelboom van die naamsverandering en daar gingen al z’n bandjes die hij zo netjes in voorraad had gemaakt, Hij is toen de deur uitgelopen en is ook nooit meer teruggekomen, We hebben nog geprobeerd de stationcalls er uit te knippen, maar dat was onbegonnen werk en we konden mooi weer van voren af aan beginnen. Op een gegeven moment verhuisde dat spulletje van Veronica naar Hilversum en wij bleven met onze handel zitten in Amsterdam. Ik was niet in dienstvan Veronica, maar van dat filmlaboratorium en ik dacht al dat het wat mij betreft het einde was van m’n radioloopbaan. Ik las toen een advertentie van Cinecentrum inHilversum. schreef daar op en werd uitgenodigd om eens langs te komen. Ze wilden me wel aannemen, maar ik vroeg een paar dagen bedenktijd. Omdat ik toch in Hilversum was dacht ik, kom ik loop eens langs de Zeedijk en ga eens kijken bij Veronica hoe ze daar zitten. Nou ja, ik kwam binnen, ze vroegen of ik voor ze wilde werken en nou zit ik er nog.
Toen ik begon in Hilversum was Nol Vis net een weekje daarvoor aangenomen. Die had al een echte studio boven. Nou ja… iedereen was er verschrikkelijk trots op. En dan had je nog een cel beneden waar de Engelse jongens zaten, die uitzendingen op Veronica verzorgden. Die deden alles zelf zonder technicus. SeIf-operating. Daar viel iedereen de bek van open hè.
‘t Was wel erg primitief maar dat vonden we goed. Helemaal echt hè. De Engelsen gingen weg en we hebben die cel weer opgebouwd. De cel van Nol boven was door ons zelf in elkaar gezet. We hadden wal van een mannetje van de toenmalige NRU adviezen gekregen hoe we het zo’n beetje moesten doen. Dat was natuurlijk strikt geheim want die mensen mochten geloof ik niet eens bij ons in de straat komen. Nee jonge. Als iemand van de NRU bij ons in de straat stond werd-ie bijwijze-van-spreken de volgendedag op het matje geroepen.
Ja, die cel van Nol. Een heel klein kamertje dat In tweeën werd gedeeld door een houten schotje. Ze hadden het zo gebouwd dat Nol met z’n rug naar de omroeper zat. Het kon gewoon niet anders omdat de deur ook nog open moest. Dal hele geval was anderhalf bij twee meter…
Later hebben we nog een cel boven de voordeur gebouwd. Ja, het was toen de gewoonte dat de kleinste ruimte voor de techinus was en dat de omroeper lekker ruim zat. Waarom ze dat deden weet ik niet, maar je zat wel altijd klem en ’s zomers wist je niet waar je moest kijken van de hitte. Een Intercom of zo was er ook niet in het begin. Als het lampje ging branden wist de omroeper dat-ie weer wat kon zeggen. Lekker rammen was er toen natuurlijk niet bij. Als zo’n man in de gaten kreeg dat het lampje ging branden was de plaat al Tang en breed afgelopen. Maar ja, haast hadden we in die tijd niet en het ging eigenlijk allemaal best. Plaatje aankondigen en dan rustig wachten tot de plaat helemaal afgelopen was. Echt omroepen he.
Later hebben we een soort babyfoon gekocht en dat was onze intercom. We waren gewoon pure amateurs. Omroepmedewerkers mochten dus niet bij ons komen. Maar ze waren zo nieuwsgierig als de pest. Op een gegeven moment kragen we dus spots en sponsorprogramma’s. Nou dan kwam er zo’n man van een reclamebureau met een stem. Dat was dan altijd een omroepmedewerker. Dat moest allemaal stiekem ge-
beuren. Ja, niemand wist dus eigenlijk hoe het moest. Bedrijven die spots maken zoals nu waren er toen gewoon nog niet. Als zo’n reclameman dan binnen kwam met een tekst die hij precies zo op de band moest hebben had je het gedonder al. Die teksten waren gewoon niet te lezen. Als die man nou verstandig was en zei maak er maar wat van had je geen probleem maar als het een eigenwijs kereltje was zat je uren te hakketakken en dan stond het er nog niet goed op.
Maar die mensen kwamen steeds vaker en we hebben elkaar zo’n beetje geleerd hoe het dan wel moest. Ik zat veel in die spots. Je werd er helemaal gek van. En die bekende personen die dan moesten spreken, keken ontzettend neer op dat zooitje ongeregeld wat wij hadden staan. Maar als ze dan klaar waren wisten ze niet wat ze hoorden en ze vleien helemaal achterover van de snelheid waarmee wij alles deden. Ja, soms hadden ze gerekend dat het een dag zou duren en dan stonden ze binnen een paar uur weer buiten. We moesten toen programma’s maken voor een wolfabrikant. Ida de Leeuw van Rees zou het presenteren. Je weet wel van goedemiddag dames vanmiddag behandelen wij patroon dertien. We hadden toen in het Veronica-gebouw nog geen centrale verwarming. Het was er altijd ontzettend koud. Het vroor er binnen net zo hard als buiten. In die tijd is er trouwens een tune van Tineke gesneuveld. Ik dwaal misschien een beetje af, maar dat is zo’n mooi verhaal.
Je weet dat ik de platen voordat ik ze op de draaitafel leg, eerst even langs m’n arm haal om ze schoon te maken. Nou had Tineke een tune en die lag altijd In de vensterbank. We begonnen ’s morgens en ik pak die plaat uit de vensterbank, haal m’n arm er over en pats… in duizend stukjes. Die plaat was door de vorst zo hard geworden dat-ie bij de minste geringste aanraking in diggelen viel. Goed, we waren bezig met Ma de Leeuw van Rees. Omdat het zo vreselijk koud was zijn we naar de directie gegaan en hebben gevraagd of er misschien wat elektrische kacheltjes mochten komen. Nou, dat was in orde. We hadden die dingen net en het was maandagmorgen. Stervens koud In net gebouw en ik met Ida de Leeuw van Rees naar m’n cel, kacheltje aan en beginnen. Inmiddels waren de anderen ook gekomen en allemaal hun kacheltje aan natuurlijk. Ik was halverwege toen ik opeens een knal hoorde. De hoofdstop kapot. We hadden veel te veel stroom gebruikt. Na een tijdje werd er zo’n nieuw ding ingezet, maar die kacheltjes durfden we niet meer aan te
doen. Ik zie het nog voor me. Ida de Leeuw van Rees die het programma presenteerde in een dikke bontjas. Ik heb er van de week nog eens over na zitten denken. Maar we hebben wat afgelachen in die tijd. Het was één grote familie. Toen ik bijvoorbeeld ging trouwen ging het hele bedrijf gewoon een dag dicht. Dat was heel normaal. Iedereen de hele dag bij de trouwerij. Het was net of je familie aan tafel zat. Het was ook de tijd dat we met z’n allen veel naar nachtconcerten gingen. Wij mochten dan af en toe een opname maken. Art Blakey hebben we eens gedaan. Ik heb er nog banden van. Daar gingen we hoor, de spullen in een auto. Ja, een bandrecorder en twee microfoons en een grote speaker op een stuk hout. Als het dan afgelopen was zaten we met z’n allen bij mij op de zolder waar Ik woonde tot vier, vijf uur ’s morgens.
Onze eerste grote opname klus kregen we geloof ik In 1964. De Rolling Stones waren in Nederland en wij mochten dan als enig radiostation opnames maken. Dat was me wat hoor. We hadden vier microfoons uit de studio en twee bandrecorders. Bij die andere concerten als we maar een bandrecorder bij ons hadden zaten we altijd te emmeren met verwisselen van de banden en zo’n band was dan altijd net midden onder een nummer vol. Maar bij de Stones zouden we het dan even helemaal maken. Ik met Nol ’s middags naar het Kurhaus en wij de microfoons met touwtjes aan spotjes binden en dan de lucht in hijsen. We waren al uren van te voren bezig, want we knepen ‘m als ouwe dieven. Nou hingen die microfoons niet alleen in de lucht vanwege het geluid.
We hadden hier en daar al gehoord dat het altijd een geweldige rotzooi was als de Stones ergens optraden en we waren erg zuinig op onze spullen. Goed, alles was klaar en wij liepen even naar buiten om een zakkie patat te halen. Toen we een half uur later terug kwamen stonden bij de achteringang een zootje kerels met grote honden en we mochten er niet meer in. En wij praten hè. Want toevallig hing de halve studio van ons wel in de lucht in het Kurhaus. Na heel veel toestanden mochten we dan naar binnen. In het voorprogramma stonden een paar Nederlandse artiesten en als er dan zo’n groepje opkwam werden ze met alles wat los en vast zat van het toneel gekegeld. Ik keek eens naar Nol en die zag het ook niet zitten. Achter de bühne hoor- den we dat de Stones niet zouden optreden want ze braken de tent bijna af. Wij de spots met onze microfoons naar beneden, alles netjes Inpakken en maar door het gordijn gluren wat er allemaal In de zaal gebeurde. Dat was me een zootje. Op de eerste rij zaten onze vrouwen en iedereen van Veronica. Die kwamen in de verdrukking want de hele club stormde naar voren en de stoelen vlogen door de lucht. Via de bühne zijn we met z’n allen naar het balkon gevlucht waar we een prachtig uitzicht hadden op het slagveld in de zaal. De Stones kwamen nog wel en speelden twee nummers, maar ik was blij dat we onze spullen hadden gered. En dat was dan onze eerste grote klus.
Als Je het gebouw waar we nu In zitten met dat gebouwtje op de Zeedijk vergelijkt is hét nu eigenlijk een hemel op aarde. Op de Zeedijk was bijvoorbeeld een kantoor onder een opnamestudio. Maar de vloeren en de plafonds waren zo dun dat we rode lampen in de gang en in het kantoor hadden gemaakt die aangingen als er boven gesproken werd. Iedereen in het kantoor en in de gang moest dan z’n mond houden of fluisteren anders kon je later op de zender precies horen wat er op de gang of in de kamer beneden was gezegd. We kregen later ook centrale verwarming. ik geloof dat de mensen een maand lang in de Veronica-programma’s hebben gehoord waar de monteurs mee bezig waren. Toen ze op de Zeedijk begonnen met de bouw van V & D was de ellende trouwens helemaal niet te overzien. Een half jaar lang dwars door alles heen nrrrt-boem, rrrrrt- boem. Maar het is geloof ik net als de diensttijd. Als je er later met anderen over praat bemerk je dat je alleen de leuke dingen hebt onthouden. En trouwens er gebeurden alleen maar leuke dingen.
Martin van der Veer
In de jaren 80 was ik als twintiger actief bij de lokale ziekenomroep. In die tijd maakten we een jongerenprogramma. Voor de Friese Zieken Omroep (FZO) interviewde ik zoveel mogelijk artiesten. Voor de artiesten gingen we veelal naar discothekenoptredens in het Hof van Holland in Berlikum. In de kleedkamer van deze discotheek hielden we onze interviews. Maar in 1987 had ik een thuiswedstrijd. Veronica’s populaire tv programma Nederland muziekland kwam naar Leeuwarden. Twee dagen lang regelde ik interviews met alle top 40 acts van dat moment.
Mai Tai & het goede Doel
Midden jaren tachtig is het Veronica programma op de top van zijn roem. Overal waar de tent komt te staan is het feest. Geen wonder, want in de eigen woonplaats treden de groten uit de Nederlandse showbizz op . Mei 1987 is Leeuwarden aan de beurt. De tent staat op het Wilhelminaplein. Twee dagen heeft het NOB nodig om de voorbereidingen te treffen. Er worden camera repetities gehouden en er wordt gesoundcheckt. Op de dag voor de opnames komen de meeste artiesten al naar Leeuwarden toe.

Dat was voor mij ook de dag om menig artiest voor onze microfoon te krijgen. Onder het Wilhelminaplein, in de grote parkeerkelder had de organisatie een soort wachtruimte voor de artiesten ingericht. Wat een entourage zeg. Een paar plastic campingstoeltjes, een cateringstandje en verder niks showbizz, nul komma nul glamour. En bij tv geldt vooral: wachten, wachten en wachten…. En dan mag de artiest in drie minuten zijn ding doen, zijn hit zingen. In die tijd kreeg men er ook geen vergoeding voor, want zo redeneerde men bij de tv, je hit wordt op tv getoond, dat is je beste promotie. En daarom deden ook alle Nederlandse artiesten er trouw aan mee.
Tijdens de opnames, aan het begin van de donderdagavond, zien we de populaire acts van voorjaar 1987 aan ons voorbij trekken. Het publiek is massaal komen opdagen. Het lijkt wel of half Leeuwarden op het plein staat. Dankzij een zeer aardige productie-assistente van Veronica mag ik tussen de tv camera’s lopen en overal foto’s maken. De opnames van het programma worden de volgende dag in Hilversum gemonteerd en op weer een dag later, op zaterdagavond, uitgezonden op Nederland 2.
Manke Nelis en Piet Veerman
En wie deed wat ? Het Goede Doel zocht naar de Nooduitgang, Piet Veerman zong zijn nummer 1 hit “Sailing Home”.
Mai Tai probeerde het met “Bet that’s what you say”, een hit zou het niet worden. Later dat jaar probeerden ze het nog eens met “Fight fire with fire”. Manke Nelis speelde het publiek plat met zijn Jodeljongen. Verder traden op : George Baker, Tatjana, Richenel… En wie nog meer?
Nadieh
Het weer zit niet mee, het blijft gelukkig droog, maar het waait hard. Zo hard zelfs, dat het haar van Nadieh er helemaal van in de war raakt. Onwillekeurig moet ik denken aan haar grootste hit Windforce 11. Nadieh wordt op het podium aangekondigd door Nederland Muziekland presentator Erik de Zwart. Ze zingt die avond haar nieuwe single Lovers Eyes. Eerder die middag had ik nog een leuk vraaggesprek met haar. Een artieste die met liefde voor haar muziek eigenlijk niet in het showwereldje thuis hoort. Een veelbelovend talent, zo merkte ik gaandeweg het gesprek. Helaas kwam Nadieh niet tot volle artistieke bloei, in 1991 haalde ze nog eenmaal in de hitparade. Daarna werd ze ernstig ziek en overleed op 5 april 1996.

Herkent u zich op de publieksfoto’s, heeft u nog herinneringen aan dit evenement? Martin van der Veer is op zoek. Neem een kijkje op : www.groetenuitleewarden.nl
Arjan Snijders
Mijn boek over dertig jaar Veronica ná de zeezendertijd, heeft veel losgemaakt. En terecht, er staan veel onthullingen in die een heel ander en eerlijk beeld geven rondom het ooit beroemdste mediamerk van Nederland. Hieronder wat ongenuanceerde bevindingen over hoe ik de release en daarop volgende media-aandacht heb ervaren.
In de maand na de release (oktober 2007) had ik hier een poll opengesteld waarin jullie uit opvalllende citaten uit het boek konden kiezen. Het zijn uitspraken die ‘typisch Veronica’ moeten zijn. Dit is de Top 10 geworden. Smullen!
Ook de geïnterviewden en betrokkenen, naast andere BN’ers uit de radiosector, laten weten wat ze van het boek vinden. Dat liegt er ook niet om! Lees onderaan wat Lex Harding, Rob Stenders, Bart van Leeuwen en vele anderen er over te zeggen hebben. Het boek gaat over de periode 1975-2005 en beschrijft hoe Veronica na veertien jaren op zee moet proberen zich nu als publieke omroep staande te houden in het door haar zelf zo verafschuwde publieke bestel. Duidelijker dan ooit wordt hoe die club elke kans om weer commerciël te gaan, aangrijpt. En als het dan zo ver is, gaat het avontuur helemaal mis. Er zijn successen maar vooral veel missers.
Dit boek maakt duidelijk waar het fout ging en hoe het ook had kunnen gaan. Dertig hoofdrolspelers hebben voor dit boek exclusieve onthullingen gedaan die een ontluisterend beeld schetsen van het grootste mediamerk van Nederland. Seks, drugs & rock ’n roll verhalen van achter de schermen worden afgewisseld met onthutsende inkijkjes in de bedrijfsvoering van dat eens zo machtige Veronica.
Nog geen week na de release van ‘Herinnert u zich deze nog?’ laat Arjan Snijders even weten hoe hij dat ervaren heeft.
Allereerst was de releaseparty ontzettend leuk! Veel vrienden, bekenden, pers en natuurlijk oud-Veronicanen bij elkaar. Een aantal geïnterviewden laat ter plekke weten onder de indruk te zijn. Alle foto’s (meer dan 1000!) roepen ontzettend veel Oh-Ja’s op bij iedereen. Leuk ook om te zien hoe iedereen via de index gelijk gaat kijken hoe ze zelf in het boek staan. Jeroen Kijk in de Vegte neemt het sportief op dat ik aan hem de meeste tv-flops bij Veronica toeschrijf. Of Menno Buch enthousiast is over het feit dat ik zijn suggestie beschrijf die hij in 2003 deed aan het Veronica-bestuur, om een vergadering besloten te houden. Hij stelde lijfwachten voor: “Ik heb ze met knuppels en met pak. Zeg maar hoe je ze hebben wilt.” Buch en zijn vriendin verdwijnen echter zonder boos te worden, of heeft hij deze tekst nog niet gevonden? Michiel Veenstra is blij verrast dat er maar liefst drie foto’s van hem instaan. “Zo belangrijk was ik toch niet?” Nou ja, hij was wel een jaar de enige dj op Veronica, dat kan niemand hem nazeggen. Geïnterviewde Bart van Leeuwen mocht het boek al een weekje eerder inzien, samen met de vraag of hij het eerste exemplaar in ontvangst zou willen nemen. Bart is namelijk de enige Veronicaan die al bij die club werkte in de zeezendertijd en die nu nóg steeds bij Radio Veronica presenteert. Hij besteedt de presentatie van Goud van Oud een keertje uit en komt op het podium dat boek aanpakken. Hij had me al gezegd blij te zijn met de inhoud, hij herkent zich in wat hij zelf heeft verteld. En daar ben ik blij mee want hij benoemt ook hoe het huidige Radio Veronica in niets lijkt op wat Veronica vroeger was. Dat soort eerlijkheid wordt binnen een club als Sky Radio, die dat Veronica radiomerk nu uitventen, meestal niet op prijs gesteld. Bart heeft het toch gezegd en laten staan. En dit soort en nog veel dapperder en eerlijker uitspraken, daar staat het boek vol mee.
Brengt me op het volgende punt. Als je weet dat je een boek vol nieuwswaardige feiten en meningen hebt gemaakt waarvan de betrokkenen, maar zeker de rest van de wereld stijl van achterover zal slaan als ze zien wat er allemaal gebeurd is binnen die club, dan verwacht je daar wel wat rumoer over. En tot nu toe bleef het behoorlijk stil. De meest gehoorde reactie op de uitnodiging om iets met dit boek te doen bij een blad / krant / programma is: ‘Maar er is toch al een boek over Veronica verschenen?’ of de variatie ‘Dat hebben we een half jaar geleden al gedaan.’ Ja, geacht journaille, in april kwam Auke Kok met een boek over de zeezendertijd. Nu weet ik dat veel babyboomers in de mediabranche warme herinneringen hebben bij de piraat Veronica maar deze periode was al vier maal eerder in boekvorm beschreven. Niet zo heel veel nieuws onder de zon dus. Ik heb er voor gekozen de veel nieuwswaardiger en invloedrijkere periode van Veronica te beschrijven, vanaf 1 september 1974 tot 2006. Dat is dus nieuw en iets anders. Daarnaast bevat dit boek veel nieuws over dubieuze processen in de publieke tijd van Veronica en veel onthullingen over de graaiers die Veronica begin deze eeuw bijna kapot maakten. Daarnaast wordt de rol van de Vereniging Veronica pijnlijk duidelijk, de club liefhebbers heeft bijna eigenhandig de omroep waar ze zo van hield ten gronde gericht. Voorwaar, er valt hier nogal wat nieuws te halen. Maar het is misschien wel té veelomvattend voor de journalisten die geen keuze kunnen maken uit die bijna 600 pagina’s? Treffend voorbeeldje: RTL Boulevard had al anderhalf jaar lopen bellen of ze als eerste over dit boek mochten berichten. Dus we maken afspraken dat ze het manuscript twee weken voor de release mogen ontvangen, zodat ze zich kunnen inlezen en voorbereiden. Wat blijkt? Twee dagen voor de release word ik gebeld door een redactrice met de vraag of er nog roddels over Caroline Tensen in het boek staan. Nou, nee. Adam Curry had me wel dat hilarische verhaal over naaktfoto’s van Caroline verteld maar de eindredactie had deze anekdote op de reservebank gezet. Adam vertelt nog tientallen soortgelijke en minstens zo onthullende verhalen. Dat ie kiekjes met een blote Tensen per ongeluk bij een fotopersbureau had ingeleverd is dus niet het allerbelangrijkste uit dit boek. Wel voor Boulevard, die alleen hier een itempje over wil maken. Dat zij alleen op seks en BN’ers selecteren wist ik natuurlijk ook wel en dat is er genoeg in dit boek.
Maar van een goede voorbereiding of een leuk idee is het dus niet gekomen. Gelukkig tref ik wel goed voorbereide presentatoren in Harmke Pijpers, Govert van Brakel & Tom van ‘t Hek op BNR Nieuwsradio en Radio 1. Ook op Het Gesprek kan ik iets langer uitweiden (hoewel het niet bepaald de gesuggereerde ‘hier is wel tijd om te praten’ insteek heeft). Bij andere programma’s gaat het vluchtiger en oppervlakkiger. Of ‘t komt er helemaal niet van. Zo weet Nieuwe Revu ook niet wat ze moet doen met het manuscript wat ze al twee weken bezat.
Lex Harding: “Bij het vluchtig doorbladeren van “Herinnert u zich deze nog?” ben ik al zo veel ongenuanceerde onzin over mezelf tegengekomen dat ik gestopt ben met lezen.”
Rob Stenders: “Het is een fantastisch boek. Geweldige foto’s ook. Ik heb indertijd Rob Out’s ‘Eén jaar later’ helemaal verslonden. Heel bijzonder om nu zelf in deel 2 te staan. Wel jammer dat Lex Harding mij een lastige jongen noemt. Ik speelde spelletjes, zegt hij over mij. Daarna durfde ik niet meer verder te lezen. ”
Erik de Zwart: “Toch bijzonder, zo’n boek. Je gaat als eerste even op je naam zoeken. Doet me toch goed dat ik daar dan zoveel in sta. En wat is die Curry trouwens een gefrustreerde lul zeg! Wat hij allemaal over me roept in dat boek, over m’n auto en zo. Dat hij daar na al die jaren nóg mee zit, zeg!”
Bart van Leeuwen: “Dit is een mooi en eerlijk boek. Het schuwt de waarheid en de keerzijdes niet. Maar het beeld klopt wel zoals het hier is opgeschreven.”
Kees Baars: “Het is echt geweldig geworden! Ik vind het een perfecte mix tussen de hosannaverhalen en de waarheid. Het mooie is dat je je realiseert dat het één niet had kunnen bestaan zonder het ander.”
Het initiatief voor dit boek komt van de Vereniging Veronica? Dan zullen er wel niet veel kritische verhalen in staan?
Dat is niet waar. Sterker nog, juist het functioneren van die Vereniging komt uitgebreid aan bod. En de rol van de Vereniging in de geschiedenis van Veronica is soms behoorlijk dubieus geweest. Het siert diezelfde Vereniging en dan met name het bestuur met voorzitter Joris Hillebrand, dat ze het aangedurfd hebben een onafhankelijke mediajournalist in te huren om dit verhaal op te tekenen. De Vereniging Veronica wil graag de geschiedenis van Veronica voor zo veel mogelijk mensen ontsluiten, zoals dat zo mooi heet. Dat doet ze op een mooie manier. Als je vooral positieve verhalen en anekdotes wilt lezen, is daar de website VeronicaStory.nl. Als je ook de nuance wilt lezen, is er dit boek. Ik was overigens niet op zoek naar vuile verhalen. Toen ik aan dit verhaal begon, wist ik niet wat ik allemaal tegen zou komen. Natuurlijk kende ik als mediajournalist wel al veel verhalen maar wat ik gaandeweg allemaal tegenkwam heeft ook mij regelmatig zeer verbaasd! Sommige mythes worden zeker doorgeprikt in dit boek!
Benieuwd wie er allemaal in het boek worden genoemd? Lees hier het namenregister van het boek.
Alvast een hoofdstuk lezen uit het boek? Lees hier het hoofdstuk over Rob Out.
Hans Cijs
Mijn binding met Veronica is een hele lange.
Ik ben er in mijn puberteit mee opgegroeid.Vroeger begin zestiger jaren stond bij ons thuis van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de radio op 192 Radio Veronica, reclames als die van “Nur Die - Nylons” (haha) kan ik mij nog goed herinneren. Wat later toen ik wat bewuster werd van de popmuziek werd ik zelf een zeer fanatiek luisteraar, dit samen met mijn vrienden in Amsterdam Osdorp waarmee ik nóg later de band “Stockyard” zou formeren. De nummers die op Veronica te horen waren zijn een grote inspiratiebron voor ons repertoire geweest.
De voor mij beste periode was 1965 tot 1973, de beste muziek is wat mij betreft in deze periode gemaakt.
Mijn mooiste herinnering was de top 100 van 1966 op oudejaarsmiddag, tot onze grote verrassing stond “Sloop John B” op nummer 1, wij als grote Beach Boys fans gingen helemaal uit ons dak bij ons “Radio Veronica” Transistorradiootje, dat volgens mij voor 19,95 Gulden te koop was.
Ergens einde 60er jaren zijn we nog een keertje vanuit Amsterdam op de brommer bij de oude studio langs geweest, we zagen dit als een soort pelgrimstocht. Nadat de zeezender stopte met uitzenden is mijn binding met Veronica weggeëbd. Tegenwoordig luisteren mijn dochters van 15 en 17 regelmatig naar Veronica.
Het cirkeltje is rond, en de appel valt nooit ver van de boom, en dat soort dingen.
héé, psst lex harding
mijmeringen van een muzikaal zeedier
“Ik ben nog effe aan bet piele hoor’. Lex Harding is nog even aan het pielen. Voor mensen die zich niet dagelijks met dal soort werk bezig houden en zich derhalve onmiddellijk door de wildste fantasieën laten bespringen als ze zo’n woord lezen, het pielen van de populaire disk-jockey heeft ongeveer zóveel om hei lijf: Meneer Harding (26), blond, sluik haar,, brilletje, zachtmoedige onderkin en een snor als het stuur van een dernymotor, kondigt ontspannen twee nummers van John Lennon’s eigenlijk veelste nieuwe LP Imagine aan. Laat de technicus er de jingle Hee psst Lex Harding.. tussendoor borduren, neemt afscheid van het luistervolk en klaar is Lex, uitgespeeld, wéér een Harding-show in blik.
Lex Harding, zou je kunnen zeggen, is een disc-jockey van de oude stempel. Hij leerde het vak omdat hij min of meer toevallig in een stoel achter een microfoon werd gekwakt en kon kiezen tussen twee dingen, zwemmen of verzuipen. Hij verzoop eerst omdat er geen badmeester was, kwam pruttelend weer boven en begon de beentjes
uit te slaan. Hij zwemt nog steeds, trouwens.
Jongetje Harding zat op Nijenrode zogezegd, een instituut waar je verkoop-praatjes leert en een maatschappelijk verantwoorde hoeveelheid kapsones en een pijlsnel blazertje krijgt opgedrongen. En toen? Wist hij veel, hij wist het niet, economie maar, want dat was eigenlijk wel ‘t makkelijkste na Nijenrode. Hij verveelde zich toch. Lex knapte al af op de hele Rotterdamse hap, voordat hij er goed en wel aan begonnen was. Met ‘t studentenleven liet hij zich helemaal niet in; hij had er al van gegeten en gedronken op Nijenrode. Lex Harding zag een hoop goeie en slechte films, werd een bekwaam biljarter en piemelde een beetje heen en weer als manager van teen of het andere beatbandje.
SLAPENDE WALRUS
‘Nou’, zegt Lex, onderuit in een stoel, relaxt als een slapende walrus, ‘En toen werden de Engelse piraten populair. Swinging radio England zou Swinging radio Holland worden. Ik solliciteerde, deed een test en mislukte faliekant. Toen werd ‘et Dolfijn Jongens af en aan en omdat ik ook nog ergens op de lijst stond onderaan, kwamen ze bij mij terecht. Ik stelde me er niks van voor hoor, ‘t was meer het avontuur, weet je wel. ‘t Stelde geen moer voor en ik was erg nerveus. Een dag later moest ik drie uur live de lucht in. Ik hoorde achteraf dat ‘t erg slecht was, maar dat kon moeilijk anders. Op een gegeven moment leer je het; als je iedere dag moet is dat de beste stoomcursus die je maar kunt krijgen. Nou zit ik hier. Of het m’n ideaal is? Ik heb er eigenlijk nooit over nagedacht…’
Jij bent een goeie d.j. Wat is een goeie d.j.?
‘Iemand die mensen aangenaam bezighoudt en daarnaast informatie verstrekt. Er zijn waarschijnlijk nog meer dingen. IJdelheid? Geen vereiste, een goeie geeft in een programma iets van zichzelf. Ik hoor wel ‘es programma’s waarin jongens meer over zichzelf zeggen dan ze in een persoonlijk gesprek zouden doen. Aan de andere kant, jekrijgt vaak de indruk dat mensen niet naar muziek luisteren voordat ze beginnen te draaien. Ik wel. Ik ben meer in de progressieveren geïnteresseerd dan de anderen, geloof ik, maar ik kan niet altijd draaien wat ik leuk vind. Ik kan niet om die stapel heen. Soms pak ik wat voor mezelf. Draai me wezenloos aan ouwe Beatles op het ogenblik enne… Pink Floyd, Soft Machine Nucleus wil ik ook welles pakken, ‘t Hangt zo van m’n stemming af hè. Soms zet ik Grand Funk Railroad keihard op, de volgende dag vind ik ‘t een pestherrie, krijg ik er de zenuwen van… O ja, Salisbury van Uriah Heep draai ik veel op het ogenblik…’
Lex ligt, met een pilsje in de hand, in de stoel als een ijstaart die op smelten staat. Hij heeft een goeie stem, Lex, als die ooit van beroep verandert kan die zo bij de radio. Achter de draaitafel haalt hij z’n pensioen niet, nee hoor.

MICROFOON
‘M’n hele leven disc-jockey blijven? Nee hoor, beslist niet. Ik doe nou 18-1/2 uur, lekker, vaste tijden, niet, tussen 2 en 4 in de middag, vast publiek - dat denk ik tenminste - maar altijd? Ik zou wel altijd een bepaald programma willen houden. Zo’nmicrofoon hè, daarachter zitten. Ken je dat gevoel? Ik heb een soort radiohonger als ik terugkom van vakantie..
Contact met de muziek, contact met honderdduizenden mensen, begrijp je wel. Dat is iets heel bijzonders. Ik vertelde vroeger in Parels voor de Zwijnen wel es allerlei dingen, wat ik dacht en zo, wat ik voelde, allerlei dingetjes. Kreeg je opeens een reactie van iemand die op datzelfde moment de zaakjes net zo had gevoeld. Nou,dan denk je verdomme, fijn hoor. Ik zit hier tenminste ook niet voor jan Dat gevoel van erkenning, jaa… Lekker hoor. Dat voorziet toch gewoon wel in een soort behoefte. Als ik een moeilijke plaat tip ook, ik bedoel een plaat tippen is geen kunst, maar als ik een moeilijke tip en hij slaat in! Nou, da’s prettig gewoon eh… eigenlijk…’
Maak je je snel kwaad?
Ik kan loeinijdig zijn hoor en me dan weer erg lekker voelen. Ben nooit zo erg boos, vroeger wel, was ik ontzettend driftig, maar dat leer je wel af. Nou ben ik nooit snel enthousiast, nooit snel kwaad. Kijk een beetje de kat uit de boom. Je kan het beter voor je houwen en spuien als het van pas komt, nietwaar? Behalve als iemand z’n plicht verzaakt, de boel belazert, de zaak zit te besodemieteren. De…’
Wat doe je verder?
‘Eh… Ik ben verloofd en ik heb vier aquariums en een papegaai… Kost een hoop tijd hoor, die aquariums, schoonhouden en zo weet je wel. En ik lees veel, kranten, tijdschriften, boeken. Heb ik nog een grammofoonplatenwinkel, daar gaat ook een hele hoop vrije tijd naar toe. Enne.. Snorkelen, snorkelen in de middellandse zee, schelpen verzamelen. Ik duik me wezenloos naar schelpen. Ik zou ook best een groot zeeaquarium willen hebben, maar dat is moeilijk hoor. Als je in de zee pist kan het geen kwaad, maar als je in een zeeaquarium spuugt is de chemische samenstelling van ‘t water al veranderd. Maar dat komt wel hoor, later…’
Geld?
‘Mmmmm.. Als je ‘t eenmaal verdient kan je d’r zo moeilijk afstand van nemen hè.. Je kunt zo gemakkelijk zeggen dat ‘t eigenlijk niet belangrijk is, maar dat is niet waar. Ik zou graag willen dat ‘t niet belangrijk was, maar ons maatschappelijk bestel, onze economie maakt het belangrijk. Dus doe je mee, geld verdienen, maar of dat nou op zo’n leuke manier gaat?
ERUIT STAPPEN
Weet je., ik heb er welles serieus met vrienden over zitten praten. Goed, we stappen er uit, gaan naar Ierland, kopen een boerderij en een geit en je probeert je vrienden en kennissen niet te missen. En wat dan? Denk je jezus toch maar es iets gaan doen. Wat? Platen importeren, noem maar wat. En zo begin je weer van voren af aan. Ik ben een product van een samenleving waar ik helemaal niet zo erg blij mee ben. Dat ben ik me bewust, zéér bewust en ik kan daar zwaar de tering over inkrijgen. Je kan twee dingen doen, er helemaal uitstappen of je vrijheid kopen met een hoop poen. Goed ik probeer het laatste. Maar het is verkeerd! Je werkt mee aan een economisch bestel dat, daar zijn we nu zo langzamerhand wel achter, verkeerd is. We zijn aan onze ondergang aan het bouwen; misschien loopt het goed af, misschien niet. Maar tot nu toe bevuilen we ons erfgoed in onze strijd om een soort vrijheid. We doen angstige dingen en ik doe mee. Omdat ik geen alternatief ken…’

Lex Harding praat nog steeds rustig, zonder stemverheffing, een beetje gelaten. Ik zeg: Hoe ziet je paradijsje er uit? Ben ik aan het scheppen. Ik ben met een ouwe boer bezig voor een boerderijtje. Hij doet nog een beetje moeilijk hoor, maar verder… Een boerderijtje, trouwen, een hele hoop beesten en een lekker viswatertje in de buurt’. Hij knikt. Meneer Harding ziet iets zitten. zie je, ik heb me er wel eens in verdiept, als er een bestaan is op te bouwen uit de interesse voor de zee, dan zou ik het in die richting zoeken…’ Lex Harding deed A. , Als hij B ad gedaan was hij bioloog geworden.
Menno Barreveld
Menno Barreveld wordt op 16 april 1976 geboren in Den Haag. Als jong ventje luistert hij veel naar de radio, maar het lijkt hem nog leuker om zelf programma’s te maken. Zijn eerste stappen in radioland zet hij in zijn pubertijd. Even later komt hij via Radio Capelle en Stadsradio Rotterdam/Den Haag terecht bij Veronica FM. In 2001 wordt Veronica FM omgedoopt tot Yorin FM en ook op dat station is hij te horen. Daar heeft hij vele plekken in de programmering gevuld, waaronder de middagshow en een programma in de tweede helft van de ochtend.
Ook is hij regelmatig in het land te vinden bij de drive-in shows en andere evenementen. In augustus 2004 stapt hij over naar Noordzee 100.7 FM. Dat station wordt in de zomer van 2005 overgenomen door de Persgroep. Het concern vormt de zender om tot Q-music. Op dat station is Menno elke werkdag tussen vier uur ’s middags en zeven uur ’s avonds te horen.
- Je bent begonnen bij Veronica FM dat later Yorin FM werd. Wat zijn de mooiste herinneringen van jou aan die stations?
Pfoe, dat zijn er zoveel! Ik kan me de rit naar huis nog goed herinneren nadat ik was uitgenodigd om te komen praten bij Veronica FM. Ik had me ingesteld op één of andere zware sollicitatieronde, maar ik kreeg eigenlijk meteen een baan. Onderweg naar huis heb ik allemaal mensen zitten bellen over hoe het gegaan was. Ik kan me dat gevoel nog goed herinneren: dat onwerkelijke, en tegelijkertijd trots en blijdschap. Verder waren alle events super om mee te maken: drive-inn movies, mega music dance experience, sunset dance en de drive in show.
- Waarom hebben zowel Veronica FM als Yorin FM de verwachtingen nooit waargemaakt?
Gebrek aan continuïteit en mismanagement. Na twee maanden het format omgooien/aanpassen omdat het marktaandeel niet meteen omhoog gaat, terwijl radio een heel traag medium is en je vooral geduld moet hebben en moet blijven geloven dat de ingeslagen weg de juiste is, ook al is ie op dat moment bijna onbegaanbaar. En wees duidelijk naar je mensen. Wat verwacht je van ze? Wat doen ze goed? Hoe haal je als programmaleider het meeste uit de dj’s? Een voetballer die nooit traint komt ook niet in de perfecte vorm. Zie dj’s niet als machines die je aanzet en waar dan een programma uitkomt, maar begeleid ze om een beter resultaat te behalen, iets waar uiteindelijk een heel radiostation bij gebaat is.
En wees duidelijk naar je luisteraars. Wie ben je (als station zijnde)? En wat doen we voor jou als luisteraar? Dus geen drie slogans in een jaar tijd met vier totaal verschillende marketinguitingen waardoor de luisteraar de basis van je station al niet begrijpt en dus nooit een band met je gaat krijgen. Het gaat langzaam, je merk moet een A-merk worden. En dat gebeurt niet van de ene op de andere dag.
- In jouw laatste weken bij Yorin FM zat je in het weekend tussen 6 en 9 uur. Was dat een keuze van de directie of was het toch al intern bekend dat je weg zou gaan?
Dat was een keuze van het toenmalige, net opnieuw aangetreden, management. En ik had daar geen zin in, dus ben ik er niet mee akkoord gegaan. Ik heb geloof ik één keer zaterdag 6-9 ’s morgens gedaan, misschien ook een zondag, maar dat kan ik me niet herinneren. Daarna vakantie…
- In de biografie op jouw weblog noem je de overstap van Yorin FM naar Noordzee FM de fout van je leven. Waarom?
Dat je die gelezen hebt! Ik heb net zelf ook even gekeken en het staat er inderdaad nog. Ik zal het uitleggen. In de ‘opbouwfase’ van mijn site heb ik een tijdje ‘geschaduwlogd’ en heb ik voor de grap mijn bio zo ingevuld. Ik moest testen of dat tabje en die functie werkten. Ik heb die link toen ook naar een paar mensen gemaild als grap en er boven gezet dat ik snel een normale bio zou gaan maken, maar ik ben niet altijd even snel. Dus eh, dat moet ik nog doen. Al is het niet helemaal onzin natuurlijk. Maar ik heb nooit spijt gehad van het weggaan bij Yorin FM, en het gaan werken bij Noordzee. Dat zijn allebei heel bewuste weloverwogen keuzen geweest.
- Noordzee FM gooide het op het laatst heel erg op BN’ers zoals Albert Verlinde en Winston Gerschtanowitz. Wat vond je daarvan?
Ik ben aangenomen toen het “music en entertainment” format ging beginnen, dus ik wist dat er televisiemensen radio zouden gaan doen. Zoals het format er op papier uitzag, leek het me een goeie uitdaging. Ik moet erbij zegen dat ik een ander programma zou gaan doen dan wat het uiteindelijk geworden is. Maar er zit een megaverschil tussen radiofreaks en mensen die het een leuke snelle schnabbel vinden en denken dat radio niets meer is dan een beetje slap lullen en plaatjes draaien.
Ik voelde me na een half jaar de enige dj binnen de hele zender. En had mijn buik vol van het verplicht bellen met bekende Nederlanders over het feit dat Leco ze een ander kapsel gegeven had. Of dat de ex van Arne janssen een relatie zou hebben met de zoon van de dochter van de zus van Corry Konings waar Wilma Nanninga dan alles over wist. Totaal niet interessant. Dus de opmerking in mijn bio over de Belgische geallieerden is wel gemeend. Als Q-music niet gekomen was had ik geprobeerd om ergens in de nacht weer hits te gaan draaien ofzo. Bij Noordzee was ik niet lang gebleven in ieder geval.
- Afgelopen week werd bekend dat Wouter van der Goes Q-music komt versterken. Wat vind je van zijn komst?
Absoluut leuk! Een enthousiaste leuke radiofreak als collega erbij is altijd mooi. Hij kent Q al veel langer dan ik, al luisterde ik wel naar Q-music wanneer ik door België reed. Het station was voor mij dus ook niet vreemd toen ze Noordzee FM kochten. Ik denk dat Wouter de juiste man is om verder te bouwen met ons aan Q als station en als merk.
- Wat betekent zijn stap voor jouw carrière bij Q-music? Het lijkt mij namelijk logisch dat hij de middagshow toegewezen krijgt en dat is momenteel jouw tijdsslot.
Zijn stap van 3FM naar Q-music betekend dat wij een nieuwe stationsdirecteur hebben gevonden die Q-music een lekker station vindt en het een uitdaging vindt met ons te gaan werken aan een beter product. 100% positief dus. En wat voor jou logisch is is voor een ander misschien veel minder logisch…
- Het marktaandeel van Q-music is vijf metingen op rij gestegen en is nu gestabiliseerd. Verwacht je een nieuwe stijging, een daling of een verdere stabilisatie?
Ik weet nog niet wanneer, maar er komt zeker een nieuwe stijging. En er zullen ook meer dan genoeg dalingen zijn en stabilisaties, meevallers en tegenvallers. Je eigen leven verloopt ook niet altijd zoals je zou willen. Er zijn factoren die je niet in de hand hebt in het leven, en zo is het ook met radiostations. Maar wanneer je kijkt naar het marktaandeel bij de start en naar dat van nu, en kijkt naar hoe we het in bepaalde doelgroepen doen, zijn we goed bezig.
Wat vind je van het Nederlandse radiolandschap? Vind je dat er genoeg variatie is?
Nee, dat is er niet. En zoals het landschap nu ingedeeld is met frequentiepakketten die je ettelijke miljoenen per jaar kosten gaat het ook niet heel gevarieerd worden. En er zijn wel een aantal stations in Nederland waarvoor de kosten veel lager zijn en die dus veel meer op doelgroep zouden kunnen programmeren maar dat doen ze ook niet. Om een voorbeeld te noemen, een echte Marianne Weber, Lucas en Gea en Jannes zender zouden we in Nederland toch moeten hebben?
En hoe verklaar je de ongezonde financiële situatie waarin vele stations zich nu bevinden?
De bizarre bedragen die er zijn betaald voor de frequenties zijn daar de oorzaak van. Je moet met zijn allen je station programmeren op die grote groep boodschappers, want daar wil de adverteerder zijn potentiele klant bereiken, dus daar haal jij een stuk van je verlies terug. En dat sluit mooi aan bij de vorige vraag. We richten ons op die massa boodschappers en niet op kleine specifieke groepjes die van hardrock houden of van country.
- Welke DJ’s waren vroeger jouw voorbeelden? En wie zijn nu jouw favoriete jocks?
Vroeger waren dat Jeroen van Inkel, Robert Jensen, Erik de Zwart (met de Top 40) Ruud de Wild en Wessel van Diepen. Dat is dus niet eens zo heel erg vroeger eigenlijk. En nu heb ik niet één specifieke favoriete jock. Iedere dj heeft wel iets goeds of leuks, of hij nou al 20 jaar in het vak zit of net komt kijken. Ik kijk er ook totaal anders naar dan vroeger toen ik nog bij de lokale omroep zat. Ik heb niet meer dat verromantiseerde vriendenclubjes beeld.
Het is een voorrecht wanneer je met een leuke groep kunt werken bij een station, zonder haat en nijd en vrienden bent met elkaar, maar radio is handel. Geen hobbyzolder meer. En zo zijn er een hoop dj’s die ontzettend goeie programma’s maken op de stations waar ze zitten maar nauwelijks opvallen omdat ze maar vier presentaties doen in een uur. Dat zijn meer de dingen waar ik naar luister. Hoe heeft iemand zich aangepast nu hij bij dat station zit en hoe doet hij het nu hij in de nacht eindelijk helemaal los kan gaan.
- Wat wil je nog doen in de toekomst?
Ik ben veel te druk met de ‘dingen van vandaag’ om daar echt over na te denken.
Arlo van Sluis
Arlo van Sluis: “Programma’s maken met Sjaak Bral? Er zijn grenzen…”
Arlo van Sluis wordt in 1971 geboren op de grens tussen België en Nederland. Al vroeg komt hij in aanraking met muziek en dat betekent dat de pick-up van zijn vader eraan moet geloven. Op zijn achtste begint hij plaatjes aan elkaar te mixen en op zijn vijftiende krijgt hij ervoor betaald wanneer hij in de plaatselijke discotheek achter de draaitafels staat. In 1991 gaat hij voor twee jaar naar Spanje om daar de mensen te vermaken met goede muziek. Terug in Nederland begint hij bij Radio 538.
In 2000 gaat hij weg bij Radio 538 om een dagelijks programma te maken tussen 10 en 13 uur op Noordzee FM. 1 april 2004 stapt hij op zonder dat hij een nieuwe zender heeft. In juli van dat jaar komt het goed, want hij mag aan de slag bij Radio Veronica. Sinds september dit jaar is hij ook daar gestopt en wederom heeft hij geen nieuw station gevonden om voor te presenteren.
- Je bent gestart bij Radio 538 op het moment dat die zender nog in het beginstadium zat. Hoe was dat?
Dat was leuk! Lekker piratensfeertje. Was ook het eerste radiostation waar ik ooit werkte, dus voor mij een goede leerschool. Omdat alles lekker klein was opgezet, kreeg je ook als programmamaker met alle onderdelen van het radiostation te maken. En de sfeer was top! Echt leuke tijd.
- Dacht je vanaf het begin al dat Radio 538 zo succesvol zou worden zoals het nu is?
Ja, want de mensen die bij 538 aan het roer stonden, hadden natuurlijk wel verstand van zaken. Harding kan je wel om een boodschap sturen. Later ook De Zwart, die man is zo super gedreven, dat moest wel goedkomen. Er is hard geknokt voor de etherfrequentie en daarna ging het snel.
- In 2000 gooide je het roer om en stapte je over naar Noordzee FM. Waarom maakte je die keuze?
Bij Radio 538 waren er teveel DJ’s en dan heb je als programmamaker niet zo’n sterke onderhandelings-positie. Bij Noordzee kon ik een goede deal krijgen. En in het begin was Noordzee ook echt een station met groeikansen. In de periode voor Jensen/Gordon hadden ze alles goed op de rit. Duidelijke doelgroep, duidelijke uitstraling, leuk team en goede leiding. Daar was echt niets mis mee. Voor de buitenwereld was Noordzee alleen niet zo sexy als Radio 538, daarom werd die keuze niet altijd begrepen, haha…
- In april 2004 vertrok je bij Noordzee FM. Hoe heb je de periode bij dat station ervaren?
Tja, ik vond het persoonlijk allemaal niet zo vreemd wat er daar gebeurde. Erik had een plan: veel muziek en een paar spraakmakende speerpunten op de dag, met als thema ‘Entertainment’. Dat is natuurlijk helemaal geen slecht plan. Voor het zelfde geld had het gewerkt. Maar het pakte anders uit. Dus ik heb die periode niet als vervelend ervaren. Da’s is gewoon een kwestie van professioneel werken. Sommige programma-makers liepen daar dag-in-dag-uit te klagen. Dat werkt dus niet. Toen ik het uiteindelijk echt zat was ben ik gewoon opgestapt. De reden van mijn vertrek bij Noordzee was dat ik programma moest gaan maken met Sjaak Bral. Er zijn grenzen…
- Waarom heeft Noordzee FM de verwachtingen nooit waar kunnen maken?
Ik denk persoonlijk dat het een ‘alles-of-niks’ situatie was. Het had echt allemaal wel kunnen werken met die entertainment-formule. Noordzee moest iets doen. De etherherverdeling zou de dood van het oude Noordzee geweest zijn, dus tijd voor een radicaal nieuw plan. Misschien was het beter geweest om ook meteen de naam te veranderen. En het was wel erg ‘TV-zonder-beeld’ op het laatst. Radio is toch iets wat je aan radiomensen moet overlaten. En er liepen wel héél veel televisieredactiemensen rond bij Noordzee.
- Even later begin je bij Radio Veronica. Waarom sprak dat station je aan?
Bij Veronica proef je de radiogeschiedenis. Echt een station met gevoel voor radiomaken, en uiteraard een bulk aan ervaring. Er werkten ook veel mensen die ik al kende, dus dan is het vooral leuk. En het is ook een beetje toevallig gegaan. Keertje invallen, en van het één kwam het ander. Plus het feit dat Uunco iemand is die met een gigantische vakkennis met radio bezig is.
- Je bent inmiddels weer gestopt bij Radio Veronica. Waarom?
Tijdgebrek. Ik ben vijf dagen in de week met inspreken bezig, en in het weekend sta ik vrijdag- en zaterdagnacht te draaien. Verder ben ik bij nog een aantal zakelijke initatieven betrokken. Allemaal erg leuk om te doen, maar niet te combineren met een radioprogramma tussen 9 en 12 op zaterdag- en zondagochtend.
- Wil je nog terugkeren op de landelijke radio?
Wie weet. Als er zich een mogelijkheid voordoet, zal ik het zeker overwegen, maar dan moet het wel echt iets interessants zijn. Ik wil er dan ook wel voor kunnen gaan, want een beetje invallen werkt volgens mij ook niet. Je moet wel weten waar een station voor staat en mee bezig is. Een week heeft maar 7 dagen van 24 uur, en ik wil vooral dingen doen waar ik plezier in heb. Maar als er een leuk station een leuk tijdslot aanbiedt, dan ben ik daar best voor te porren.
- Elke werkdag ben je te horen als voice-over van Big Brother. Hoe gaat het inspreken in zijn werk?
Normaal gesproken loop ik de studio in, ligt er een tekst klaar, druk de technicus op START en ga ik inspreken, of de teksten moeten dan nog gemaakt worden. Dan moet je alles bij elkaar zoeken, en meestal stukje voor beetje inspreken. Wel leuk, omdat ik me dan overal nog een beetje mee kan bemoeien, haha.
BB is een leuk project, omdat er vrijwel niets vooraf te plannen is. Je bent afhankelijk van wat er in het huis gebeurt en dat maakt het een beetje spannender dan ‘normale’ televisieprogramma’s.
- Waar moet een goede voice-over volgens jou aan voldoen?
Het belangrijkste van een voice-over is de regisseerbaarheid. Een regisseur heeft een bepaald idee, en dat moet jij als voice-over vertalen in een bepaald geluid. Als een regisseur zegt: ‘Doe het nu eens een seconde sneller, met iets meer gevoel en aan het einde iets meer selling, zonder dat het vriendelijker wordt en de klemtoon meer op het woordje fiets’, dan moet je daar wel mee uit de voeten kunnen. En een beetje goede stem help ook wel, haha…
- Wie vind jij goede voice-overs?
Goed en slecht is een beetje relatief begrip in voice-over land. Je kunt pas zeggen of een stem goed is, als je veel met hem/haar werkt. Iedereen met een beetje goede stem krijgt het er wel op, maar je bent pas goed als de klant na twee takes zegt: dit was oké! Als je een slechte commercial hoort, wil dat niet zeggen dat het inspreker slecht was. Misschien heeft het hele studioteam wel zitten prutsen. In Nederland worden 80% van de commercials en voice-overs gedaan door ongeveer 10 mensen. Die zijn dus goed. Vul zelf het lijstje maar in.
- Wat wil je in de toekomst nog doen?
Gewoon lekker door blijven gaan met wat ik aan het doen ben. Je hoort het niet vaak mensen zeggen, maar ik ben dik tevreden met hoe ik kan leven op het moment. Mijn ambitie is: binnen de dingen die ik nu doe verder groeien. En met mooi weer op het terras van mijn strandhuis zitten…
Frank van’t Hof
Frank van’t Hof wordt op 7 februari 1987 in Gouda geboren. Zijn radiocarrière begint op acht jarige leeftijd bij het radiostation Radio Midden-Holland. In 2004 stuurt hij een demo naar BNN voor het televisieprogramma ‘Hey DJ’. Uiteindelijk is Frank steeds verder gekomen in deze competitie voor nieuw radiotalent.
In 2005 besluit Frank wederom een demo te sturen, dit keer naar de Veronica Radioschool. Met succes, want hij komt in de Klas van 24 van de Radioschool waar hij verschillende cursussen op radiogebied krijgt. In december 2005 wordt hij gevraagd om voor de Radioschool te werken. Hij doet er onder andere redactioneel werk voor de website, maar hij draagt ook zorg voor het internetstation V-Radio. Daarnaast is hij zaterdagnacht op Kink FM te horen met ‘Ontij’ en schuift hij regelmatig aan bij het programma ‘Avondland’ van Arjen Grolleman.
- Je hebt meegedaan aan het BNN-programma Hey DJ waarin de omroep op zoek was naar nieuw radiotalent. Hoe ging die show in zijn werk?
Ik heb echt ontzettend veel leuke dingen gedaan voor Hey DJ. Nadat ik door de eerste ronde van de competitie heen was gerold, werd ik uitgenodigd in de bar van BNN om een kwartier radio te komen maken. Erg spannend natuurlijk! Door mijn indrukwekkende en onthullende interview met paaldanseres Denise Mulder mocht ik door naar de tweede ronde en moest ik zoveel mogelijk stemmen zien te winnen. Een heus promotieteam werd samengesteld (vrouwen met een T-Shirt waar mijn hoofd heel groot op stond, voor de liefhebbers…hij is nog te bestelllen!), ik ben in vele radio-uitzendingen geweest en heb vele kranten weten te halen.
Uiteindelijk mocht ik door naar het Hey DJ Summercamp en heb ik vier dagen met zeven andere DJ’s in Taribusch Tentenkamp in de middle of nowhere doorgebracht. Vele bekende DJ’s kwamen ons opzoeken, er werd een modeshow georganiseerd en we hebben bovenal veel radio gemaakt. In de periode van Hey DJ was ik nog maar 16 jaar en vond ik het fantastisch om op die leeftijd al tips te krijgen van DJ’s als Giel Beelen, Sander de Heer en Jeroen Kijk in de Vegte. Uiteindelijk ben ik vijfde geworden en heb ik twee van de drie televisieuitzendingen mee mogen draaien.
- Je hebt een jaar in de Klas van 24 van de Veronica Radioschool gezeten. Wat heb je allemaal geleerd?
In maart 2005 las mijn vader over de opzet van een Radioschool en hij heeft ons toen aangemeld voor de perspresentatie. Hier vertelde Jeroen van Inkel dat hij vroeger niemand had waar hij zijn radio-uitzendingen mee kon evalueren en die hem tips kon geven op radiogebied. De Radioschool heeft docenten op vele vakgebieden die je wel die tips kunnen geven en wel je uitzending terug kunnen luisteren om daar hun commentaar op te geven! Ik heb me direct aangemeld voor de Klas van 24 en werd uitgenodigd om te komen op de selectiedagen. Uiteindelijk ben ik in de Klas van 24 terecht gekomen en heb leuke dingen gedaan met een gezellig en leuke groep mensen. Je zit in de klas met allemaal radioliefhebbers, kortom je hebt het over niets en anders en komt op de meest briljante ideeën voor radio-items en vormgeving.
Ik heb zoveel geleerd het afgelopen jaar! Het leuk is dat alle cursussen ontzettend breed zijn. Zo heb ik geleerd hoe ik een goed nieuwsbulletin schrijf, maar weet ik wat de truc is voor een goed interview. Omdat je bij de Veronica Radioschool alle ruimte krijgt om te werken met de apparatuur die bij andere grote omroepen ook gebruikt word, heb ik niet eerder zo veel geleerd op radiogebied als het afgelopen jaar. Een voorbeeld: Het automatisering systeem Dalet kende ik van naam voordat ik in de Klas van 24 zat. Nu weet ik alles van het systeem, van het configureren tot repareren van fouten in Dalet. Doordat ik de afgelopen periode veel heb ingesproken aan commercials/uuropeners en promo’s en dit direct heb kunnen evalueren met een docent van de Radioschool weet je precies waar je op moet letten en lees ik 9 van 10 teksten zonder fouten voor. Ik heb nog nooit zoveel geleerd en genoten in mijn schoolperiode!
- Er was dit jaar voor het eerst een Klas van 24. Wat moet er volgend jaar verbeterd worden?
Het was voor zowel de Radioschool als de leerlingen uit de Klas van 24 een leerzaam jaar! Ik vind dat de Radioschool echt flink heeft uitgepakt voor de eerste Klas van 24, er hebben echt onwijs leuke activiteiten plaatsgevonden, de Radioschool beschikt over prachtige apparatuur om de leerlingen mee les te geven en de docenten hebben gigantisch hun best gedaan.
Waar ik een grote voorstander van ben is dat er vakgroep gericht word geselecteerd. Het afgelopen jaar waren er namelijk een aantal leerlingen in de productiegroep die veel liever in de presentatiegroep wilden zitten. Voor de inmiddels afgestudeerde Klas van 24 vonden er geen selecties plaats die vakgroep gericht waren.
Ik moest op de selectiedag bijvoorbeeld een nieuw format voor het toenmalige Noordzee FM bedenken, terwijl ik in de vakgroep Presentatie/DJ wilde komen. Ik had dus niet echt het idee dat ik me kon bewijzen op de selectiedag, ik kon immers niet laten zien dat ik dolgraag verder wil in het presenteren. De Klas van 24 lichting 2006/2007 word wel geselecteerd op vakgroep, zo haal je direct de gemotiveerde/enthousiaste, goeie en leuke radiomakers uit een groep. De Radioschool heeft nog vele leuke plannen voor de toekomst, dus er zullen vast nog veel dingen verbeteren en veranderen!
- Wat vind je het leukste aan het maken van radio?
De luisteraar ziet niet wat er gebeurd in een radiostudio. Je kan een soort magische sfeer creëren en de luisteraar daarin betrekken. Iedereen de luistert radio: thuis, op het werk, in de auto of op de trekker, daarom heb je een vrij brede luisteraars groep, het is een kick als je van een luisteraar een compliment krijgt dan weet je dat je missie geslaagd is! Wat is er nou leuker dan leuke plaatjes draaien een intro volpraten en leuke items bedenken en maken?
- Voor welk radiostation zou je heel graag willen werken in de toekomst?
Ik heb een vrij brede muzieksmaak en een echte ‘radionerd’, daarom maakt het mij niet uit bij welk radiostation ik werk, als ik maar radio kan maken. Maar als ik dan toch mijn voorkeuren moet uitspreken: 3FM en Radio 538 zijn twee radiostations waar ik best een keer plaatjes zou willen draaien. Ik heb altijd al eens het woord: ‘Superprijs’ en ‘538 hummer’ in één zin willen zeggen en bovendien lijkt het me een gezellige club! 3FM draait muziek die mij erg aanspreekt en is een station waar de DJ ten opzichte van andere radiostations vrij veel vrijheid heeft. Ik vind het een station dat goed in elkaar zit, met leuke DJ’s! Kortom, leuke club!
- Op KINK FM ben je regelmatig te horen naast Arjen Grolleman of Mark van der Molen in ‘Avondland’. Hoe is het om met deze twee samen te werken? En wat vind je hun kwaliteiten?
Arjen Grolleman vind ik echt een meester in het maken van leuke radio! Doordat Arjen zoveel verschillende typetjes en erg veel met zijn stem kan, gebeurt er altijd wat in het radioprogramma. In het Kink FM pand staat een kast vol met hoedjes, brillen en jasjes. Als hij de sleutel in zijn ‘verkleedkast’ steekt, weet je dat er wat leuks gaat gebeuren. Evenals de sketches die je regelmatig voorbij hoort komen in Avondland, vaak ontstaan de ideeën hiervoor pas achter de microfoon en staat hij vervolgens een sprookje te verzinnen in het Duits.
Mark is ook zeker een goeie radiomaker! Als Arjen een avond geen Avondland kan presenteren, probeer ik altijd om naast Mark in Avondland te zitten. Ik kan echt zo om die jongen lachen. Zeker als hij ’s middags het pand binnen komt strompelen en vervolgens hard zuchtend richting de kantine loopt om zijn dagelijkse kroket met mosterd te halen. Mark is een radiomaker en radioliefhebber in hart en nieren en bedenkt de leukste dingen voor Avondland! Ik hoop echt nog lang met die jongen samen te werken!
- KINK FM is al een tijdje bezig om meer marktaandeel te veroveren. Wat vind je van de plannen en denk je dat het gaat lukken?
Ik ben er van overtuigd dat het Kink FM gaat lukken een hoger marktaandeel te scoren. De dagprogrammering van Kink luistert lekker weg op een doordeweekse werkdag. De zender is toegankelijk en fijn om naar te luisteren. Ik weet dat het management van Kink FM momenteel hard aan het werk is om de zender goed in de markt te brengen en ze hebben daar hele goede plannen voor. Het leuke van Kink is, dat het zo’n hechte en leuke groep mensen is die allemaal wat van het radiostation willen maken en daar ook keihard aan werken.
Als je het pand binnenloopt voel je gelijk al: ‘Hier word radio gemaakt’. De ene zit muziek te luisteren, de ander is bezig met het maken van vormgeving en uit een ander hoekje van het pand hoor je een nieuwe sketch voor het programma ‘Avondland’ komen, het is zo’n leuke organisatie van allemaal radioliefhebbers. Doordat we niet met heel veel mensen zijn, maar allemaal reuze enthousiast zijn, verwacht ik dat het station binnen geruime tijd staat als een huis.
- Je bent bezig met het opzetten van V-Radio. Wat maakt dit station bijzonder ten opzichte van andere internetstations?
Ik had er laatst een flinke discussie over: echte unieke en vernieuwde radio wordt niet meer gemaakt door de nieuwe generatie DJ’s die nu op de Nederlandse radio te horen zijn. Vele goeie DJ’s zijn al iets ouder en daarom is er zo’n grote behoefte aan jong, nieuw radiotalent. Met de Veronica Radioschool worden jonge en talentvolle radiomakers opgeleid tot professional op radiogebied.
De Veronica Radioschool heeft vele leden en er zitten echt flink wat talenten tussen die een opstapje nodig hebben om zichzelf verder te kunnen ontwikkelen, dit hoeft niet op alleen presentatie gericht te zijn maar kan ook op redactie of techniek gebied zijn. Om deze mensen de kans te geven radio te maken in een professionele omgeving hopen we dat ze zich verder kunnen ontplooien om vervolgens de nieuwe generatie vernieuwende en uniek radiomakers te worden.
Je moet V-Radio zien als een podium voor nieuw talent! Maar ook een plek waar bekende DJ’s hun tips en ideeën overdragen aan nieuw radiotalent. Zo zijn we van plan om in de toekomst een programma op te zetten dat iedere week gepresenteerd word door een andere bekende DJ en leden van de Radioschool.
- Wie zijn jouw favoriete DJ’s?
Giel Beelen: Ik luister vrijwel iedere ochtend naar het programma van Giel en ik vind hem zo’n ontzettend goede radiomaker! Hij is technisch heel goed. Hij heeft voor iedere situatie een filler klaarstaan, is erg snel met zijn geluiden, weet altijd leuke bruggetjes te maken naar platen en onderwerpen en kan vele dingen tegelijk. Iedere ochtend sta ik weer te kijken van ‘de Giel mobiel’. Giel weet nooit wie deze mobiele telefoon op gaat nemen, maar zodra iemand de telefoon opneemt begint hij gelijk met het zoeken naar informatie over die persoon, zonder dat het de luisteraar opvalt. Erg knap!
Arjen Grolleman: Maakt een erg leuk radioprogramma waar altijd wel wat in gebeurd! Is erg creatief en weet een goed idee altijd net iets beter te maken. Arjen is erg slim en verteld de meest briljante verhalen. Ik kan soms uren kijken en luisteren naar Arjen’s manier van radio maken, hij is echt uniek en steengoed!
Sander de Heer: Is heel erg creatief en klinkt erg leuk op de radio! Als hij het middagprogramma op 3FM presenteert heeft hij zulke leuk bedachte items en praat hij nooit een intro strak vol. Ik kan daar zo van genieten! Als je Sander op de radio hoort, heb je niet het idee dat je naar een DJ zit te luisteren, maar naar een vriend die tegen je praat.
- Wat is jouw favoriete muziek?
Mijn muzieksmaak is vrij breed. Ik vind het leuk om nieuwe plaatjes en bandjes te ontdekken en vind het erg gaaf als je op Kink een maand ‘Steady as she goes’ draait van de Raconteurs, dat je die twee maanden later op een andere zender hoort. Wat ik momenteel een fantastische plaat vind is: Hot Chip – Boy From School. Een lekker dansplaatje, passend bij het warme weer. Van goeie hits en kneiters ben ik ook zeker niet vies! Voor V-Radio doe ik de muzieksamenstelling en hou ik toch ook erg veel van een hete hit! Ook draai ik meer dan graag: ‘Dan Hartman’ met ‘Relight my Fire’! Kortom, Hits en Kneiters, Dance Classics en Rock!
Wat is jouw radiodroom en wat ga je doen als een langlopende radiocarrière er niet inzit?
Mijn radiodroom is 17 hits in een uur draaien! En als een radiocarrière niet lukt start ik een webshop met erotische artikelen!
Fred van den Bol
Fred van den Bol wordt op 17 januari 1968 in Rhenen geboren. Hij begint bij Keizerstad FM en gaat daarna naar Veronica FM. Dat station gaat in 2001 verder als Yorin FM. Samen met Olav Mol presenteert hij vele shows, waaronder de belangrijke middag- en ochtendrive.
In februari 2004 verdwijnt hij van de zender. Inmiddels heeft hij een eigen bedrijf genaamd PrimaPromotie en is Keizerstad FM een belangrijke klant.
- Wat doe je momenteel?
Op dit moment heb ik een productiebedrijfje genaamd PrimaPromotie en we maken radiocommercials voor zowel lokale, regionale als landelijke accounts. Lekker creatief bezig zijn dus.
- Eén van jouw klanten is Keizerstad FM. Wat doe je voor ze?
Voor Keizerstad FM produceren we alle vormgeving en commercials. Heel fijn om zo’n stabiel station als klant te hebben en bovendien liggen mijn roots daar.
- Wat heb je gedaan voordat je bij Yorin FM kwam?
Voordat ik bij Yorin kwam, ahum, gewoon net als iedere ander in onze branche. Op mijn twaalfde mijn eerste mengpaneel, jarenlang in discotheken gedraaid, vele zolderkamerpiraten, als 16 jarig jochie begonnen bij Keizerstad FM (toen nog piraat) en gewerkt als verkoper binnendienst bij een elektrotechnische groothandel. Dit laatste was niet echt mijn ding en ik ben toen als vormgever en deejay aan de slag gegaan bij datzelfde Keizerstad dat toen een legale lokale omroep was geworden. Daarna ben ik aan de slag gegaan bij Veronica FM, dat was pas echt gaaf!
- Welke namen heb je allemaal gehad?
Bij Yorin FM heb ik gedraaid als Fred de Deejay en Freddy Gonzales en daarvoor bij Veronica FM als SuperFred.
- Hoe was de samenwerking met Olav Mol?
De samenwerking met Olav Mol was echt helemaal super. We hadden een klik die er waarschijnlijk was doordat ik helemaal niets met Formule 1 had. Stelletje mafkezen in die autootjes! Er zijn trouwens weinig sporten waar ik iets mee heb, omdat je spieren daarvan slijten. Wat had ik een medelijden met die man als je op straat liep en er weer iemand kwam met de vraag wanneer Verstappen weer zou gaan rijden. Hi hi hi. Ontzettend veel gelachen met Olav. Ollie is okay ole olé!
- Uiteindelijk vertrok je bij Yorin FM. Waarom?
Er kwam een nieuwe directeur radio destijds bij de HMG die stevig wilde verjongen (zei hij). In die tijd werden Henk Westbroek en Rob Stenders dus aangenomen, met alle respect voor deze radiomakers. Verjonging, ach, ik zal jullie niet vermoeien met een portie omroeppolitiek. Ik ben er dus gewoon uitgesmeten.
- Hoe kijk je terug op je periode bij Yorin FM?
Qua radiofeeling was de Yorin FM periode niet top. Het merk Yorin had geen gevoel. Sinds het station deze naam kreeg had het geen duidelijke lijn waardoor de luisteraars niet meer wisten waar Yorin voor stond. Geen dance, dan weer wel dance. Eighties jaaaa leuk, nee toch niet. Het zwalkte nogal. Bovendien kwam de uitstraling van Yorin op TV niet overeen met die van de radio. Erg jammer als je zo’n mooi medium tot je beschikking hebt om je station te promoten.
Toen al werden er primetime shows gevoicetracked waar ik een absolute tegenstander van ben. Ondanks deze aspecten heb ik bij Yorin heel veel lol gehad met een leuke club collega-jocks waarmee ik met een aantal gelukkig nog steeds contact heb. Waar ik alleen maar positieve herinneringen aan heb is de Veronica FM tijd. Muziek klopte, gevoel klopte en die vormgeving: lekker hoor! This is radio, piew pauw poew.
- Wat heb je gedaan na jouw vertrek bij Yorin FM?
Nadat alle advocatenrompslomp achter de rug was, ben ik als een gek een demo gaan maken die ik naar de omroepen verstuurde. Achteraf gezien was ik hier veel te geforceerd mee bezig, maar ik had destijds net een nieuw huis gekocht waarvan de hypotheek ook gewoon betaald moest worden. Primaire zorg was dus zorgen voor een nieuwe baan. Dankzij de oprotpremie van Yorin kon ik het wel een tijd uithouden maar dit kon geen jaar duren, want ik ben een druk baasje die niet stil kan zitten.
Ook heb ik me gewoon ingeschreven bij het arbeidsbureau bij zo’n vrouw met een houten kralenketting en sandalen. Ha ha ha, het leek Jiskefet wel. Niet afwachtend ben ik ondertussen mijn plannen voor een eigen bedrijf verder uit gaan bouwen en zo is PrimaPromotie geboren. Gelukkig had ik aan mijn periode bij de radio veel leuke contacten over gehouden waardoor een grote benzinemaatschappij mijn eerste klant werd en een kledingmerk mijn tweede.
- Hoe vind je de stap van DJ naar een eigen bedrijf?
Eigenlijk ben je als deejay al een beetje ondernemer. In Hilversum ben je al snel gewend aan het feit dat je echt voor jezelf op moet komen en tijdens je programma moet je in no time beslissingen kunnen nemen. Alleen die administratie nu, bah bah. Ik heb toen een secretaresse gezocht: jong, slank, lange benen, brunette, lang haar. Oh ja, en in bezit van typediploma en zo’n stout brilletje!
- Sommige mensen vinden dat commerciële regionale stations weinig toevoegen aan het radiolandschap. Hoe zie jij dat?
Commerciële regionale stations voegen naar mijn mening wel degelijk wat toe aan het radiolandschap. Zij kunnen zich onderscheiden van de landelijke stations door nieuws van dichtbij te brengen. Een programma als Hart van Nederland scoort niet voor niets zo goed. Mensen willen toch weten wat er bij hen in de buurt gebeurt.
- Wat vind je het mooiste moment uit jouw carrière?
Carrière, hahaha. Nu moet je niet gaan overdrijven hoor! Maar de gaafste periode was toch wel bij Veronica FM. Als typetje SuperFred kon ik alles zeggen omdat mensen me toch als één of andere gestoorde in een supermanpak zagen. Oh ja, de bobbel in dat pak was niet mijn geslachtsdeel maar een opgerolde handdoek. Het is nu wel een keer tijd om deze illusie uit de wereld te helpen, hihi.
Verder vond ik het presenteren van de evenementen zoals de Drive-in en Sail-in Movies helemaal te gek. Heerlijk samen met Menno Barreveld aan een hijskraan hangen in een Austin Powers pak met een rare pruik op. Dat is mijn ding, samen met je collega’s en luisteraars een positieve sfeer neerzetten.
- Wil je nog terugkeren op de Nederlandse radio?
Radio maken is gewoon een verslaving en een passie waar je nooit meer vanaf komt en eerlijk is eerlijk, ik mis het nog steeds. Programma’s maken is spelen met gevoelens en niets is leuker dan live radio waarbij je gebruik kunt maken van die emotie, het moment zelf en de beleving van je luisteraars.
Het lijkt me nog wel een keer leuk om bijvoorbeeld in de nacht van vrijdag op zaterdag een programma te hebben waarin de bellers de ster zijn en ik ze meeneem in mijn maffe fantasiewereld. Nu nog even wachten tot een station dit weer aandurft. We zitten nu namelijk in de radioperiode “op safe spelen” en dit zal best wel weer een keer omslaan. Ik moet toch maar weer eens een demo gaan maken. Totdat deze demo af is (dit kan jaren en jaren duren) hou ik mezelf gewoon lekker bezig met PrimaPromotie.
Uunco Cerfontaine
Uunco Cerfontaine is 39 jaar en was al op jonge leeftijd gefascineerd door de radio. Tijdens zijn studie Communicatiewetenschappen in Amsterdam heeft hij een scriptie geschreven over radioformats. Daarna werkte hij onder andere als product manager bij platenmaatschappij EMI Music.
Toen hij in 1999 werd gevraagd om programmadirecteur te worden bij Radio 538, ging hij meteen op het aanbod in. In 2003 kwam Sky Radio met het aanbod om Radio Veronica op te zetten. Het ging zo goed dat hij de mogelijkheid kreeg om creative director te worden van zowel Radio Veronica als Sky Radio.
- In het verleden ben je programmadirecteur geweest bij Radio 538. Wat is het verschil tussen het programmeren voor Radio 538 en voor Sky Radio en Radio Veronica?
De manier van aanpak bij Veronica en Radio 538 lijken heel erg op elkaar. Op beide stations heb je namelijk te maken met DJ’s en non-spot acties. Bij Sky Radio is er geen presentatie, dus kun je alleen maar werken met het muziekformat. Dat is eigenlijk moeilijker. Je moet bij elke zender een gevoel bij je luisteraars ontwikkelen en dat gaat veel makkelijker als je mensen achter de microfoon hebt. Er zijn wel mogelijkheden om Sky Radio persoonlijk te maken, bijvoorbeeld door onze station voice Bart van Gogh. Hij praat heel erg naar de mensen toe. Tanja Jess hebben we erbij gehaald, mede omdat ze precies in de doelgroep valt en zelf ook Sky-luisteraar is.
- Wat houdt jouw functie van creatief directeur precies in?
We hebben een commercieel directeur en een creatief directeur. De één sleept het geld binnen en de ander geeft het uit, hahaha. Het komt erop neer dat ik verantwoordelijk ben voor de inhoudelijke kant van Radio Veronica en Sky Radio. Alles wat niet tussen de reclamejingles zit en niet in het nieuwsbulletin, is mijn werk. Ik selecteer dus de DJ’s en bepaal het format. Als het ware ben ik de architect van de radiostations.
- In jouw functie heb je een deel van de taken van de ontslagen Vranz van Maaren overgenomen. Waarom moest hij vertrekken?
Dat weet ik niet, maar volgens mij was het uitgewerkt tussen hem en de directie. Dat gebeurt nou eenmaal bij bedrijven. Toen hij vertrok, ben ik samen met Patrick Kraakman gevraagd om tijdelijk zijn functie over te nemen. Dat is van zowel mijn kant als van de kant van de directie goed bevallen, zodat ik nu de functie permanent heb gekregen.
- De Sky Radio Group is begin dit jaar overgenomen door de Telegraaf. Merk je daar wat van?
Nog niet, want het is nog best wel vers. Onze nieuwe bazen hebben we inmiddels wel gesproken. Ik vind het fijn dat ze in Nederland zitten en nog belangrijker is dat de Telegraaf zelf heeft aangegeven een emotionele binding te hebben met ons. Directeur Swartjes heeft zelfs aangegeven dat hij al jarenlang een vaste luisteraar is van Sky Radio. News Corp was onze oude eigenaar en daar waren we onderdeel van een internationale mediagroep. Het ging daar meer om een investering op afstand
We zijn momenteel aan het bekijken hoe we aan cross-promotie kunnen gaan doen. De Telegraaf is natuurlijk toch de grootste krant van Nederland en de Sky Radio Group is één van de grootste radiobedrijven. Ik kan me voorstellen dat de Telegraaf ons kan helpen op nieuwsgebied, bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan het nieuws dat we uitzenden. Maar denk eens aan de grote sportredactie die prima Radio Veronica zou kunnen ondersteunen, want die zender richt zich op mannen en die doelgroep wil graag op de hoogte blijven van onder andere voetbal en schaatsen. Aan de andere kant hebben wij veel verstand van amusement en zou dat de Telegraaf weer kunnen helpen. De marketingafdelingen zijn in ieder geval druk met elkaar in gesprek.
- In de zomer van vorig jaar daalde Sky Radio fors in de luistercijfers. Hoe verklaar je dat het marktaandeel nu weer op een goed niveau zit?
Er is natuurlijk altijd een golfbeweging gaande. Voordat ik bij Sky Radio kwam, waren ze tien jaar lang marktleider. Heel veel mensen hebben dat met lede ogen aangezien en zijn zich op Sky gaan richten. Het gaat niet alleen om wat je zelf doet, maar ook om wat anderen doen. Er is een aantal stations geweest die, succesvol of niet, in ons vaarwater zijn gaan zitten.
Het probleem van Sky Radio werd dat het station zich heel erg moest gaan verdedigen. Omdat niemand het meer tegen Radio 538 op durfde te nemen, ging Sky het maar doen. Er werd wat drukkere muziek gedraaid en de slogan werd veranderd in “Non-stop Hits”. Maar aan de bovenkant kwam RTL FM erbij en ook Radio 2 werd een grotere concurrent voor Sky, want dat station is ook veel commerciëler gaan programmeren.
Het gevolg was dat Sky Radio als een soort octopus bezig was om allerlei aanvallen van alle kanten af te slaan, waardoor de zender voor de trouwe luisteraar minder herkenbaar werd.
Wat ik samen met Patrick heb gedaan is het relaxte karakter van Sky Radio weer benadrukken, zoals mensen het station ook kennen. Sinds begin dit jaar zijn we back to the basics. Ton Lathouwers wilde ook het échte Sky terug. We hebben een unieke formule waar je van kunt houden of niet.
- Denk je dat het stoppen van RTL FM positief is voor Sky Radio?
Ja. Het zal in totaal voor drie zenders positief zijn. Ten eerste Radio 2, want RTL FM was in Limburg heel erg groot en daar zijn wij niet te ontvangen. Dan Radio 10 Gold, want die zaten in dezelfde vijver te vissen met allebei vrouwen als belangrijke doelgroep. Als laatste nog Sky Radio. Dan is er in principe drie procent te verdelen, maar RTL FM zal ook (voorlopig) uit blijven zenden via de kabel, waardoor toch een deel van de luisteraars voor ze behouden blijft. Ik schat dat het bij ons uiteindelijk voor een stijging van een half procent kan gaan zorgen.
- Dat zou toch een mooi percentage zijn, want dan zit je boven de 10.
Absoluut, maar vergeet niet dat Caz! zich ook wil richten op onze luisteraars. Er luisteren veel vrouwelijke twintigers naar Sky Radio en die willen zij ook bereiken. De zender is nog klein, maar wie weet gaat dat veranderen. Als het aan gaat slaan, kan dat ons marktaandeel gaan kosten. Dan krijg je dus de situatie dat er aan de ene kant wat bijkomt, maar dat aan de andere kant het verdwijnt. Je kan het nooit helemaal voorspellen.
- Wat vond je eigenlijk van de toewijzing van het kavel van RTL FM aan 100% NL?
Als je kijkt hoe het bedoeld was, heeft 100% NL gelijk. Bij de ongeclausuleerde kavels zou er vooral gekeken worden naar het bod, terwijl dat bij de geclausuleerde geen rol van betekenis zou spelen, tenzij het programmatische bod even goed was. Wie heel eerlijk kijkt, ziet dat het verschil tussen 35 en 70 procent immens groot is. Ik hoorde Herbert in zijn openingsspeech zeggen dat een kleuter het verschil kan zien, maar een blinde kan het ook. Je kon erop wachten dat iemand als Herbert Visser rechtzaak na rechtzaak zou voeren om zijn gelijk te krijgen, want die man is zo gepassioneerd. Hij heeft uiteindelijk het kavel terecht toegewezen gekregen.
- In Hilversum ging enige tijd geleden het gerucht dat Sky Radio met presentatoren zou gaan werken. Is dat ooit overwogen?
Nee, niet zover ik weet. Het zou niet handig zijn, want het is één van onze belangrijkste benchmarks. Je zou dat alleen kunnen met Edwin Evers, want hij is zo populair dat mensen het wel pikken. Hij staat eigenlijk boven de radiowetten in Nederland. Wij onderscheiden ons juist van de rest door niet met presentatoren te werken en dan moet je daar ook niet aan tornen. Het gerucht dat Radio Veronica en Sky Radio van kavel zouden wisselen klopt ook niet, want je wilt niet weten hoeveel miljoenen je dan weggooit.
- Sommige mensen omschrijven Sky Radio als ‘saai’. Wat vind je daarvan?
Wij zijn een echte publiekszender. De mensen waar jij op doelt, zijn waarschijnlijk mensen die in Hilversum werken of er zouden willen werken. Wij richten ons op onze luisteraars en het enige dat wij belangrijk vinden is ons marktaandeel, want daaruit kunnen we afleiden of de Nederlandse bevolking ons leuk vindt. Wat de freaks vinden boeit me niet, die moeten maar naar Kink FM luisteren, wat overigens een hele goede zender is.
- Tijdens de etherfrequentieverdeling in 2003 verwierf Sky Radio onverwacht het kavel waar nu Radio Veronica op uitzend. Vlak na de verdeling is er onderhandeld met Radio 10 Gold, zodat dat station op de frequenties uit zou kunnen zenden. Vind je het achteraf beter dat de deal met die zender niet door is gegaan?
Ik vind het zeker fijn, want anders had ik hier waarschijnlijk niet gewerkt, hahaha. Commercieel gezien is het sowieso beter dat de deal niet door is gegaan, want Radio 10 Gold heeft een trouwe groep luisteraars, maar die zijn allemaal heel erg oud. De adverteerders hebben daar geen interesse in. Met Radio Veronica richten we ons op mannen tussen de 20 en 49 jaar en in die doelgroep willen de bedrijven graag reclame maken. We maken hier wel eens de grap dat de enige concurrent van Radio 10 Gold “de dood” is. Het merk van Radio 10 Gold is ook niet zo stoer, want als ik mag kiezen dan werk ik liever voor Veronica. Ik vind het trouwens wel een prima zender en het is knap dat ze zo’n hoog marktaandeel weten te scoren. De medewerkers zijn ook ontzettend professioneel. Het is alleen geen station dat we hier moeten hebben.
- Jeroen van Inkel werd aanvankelijk binnengehaald als boegbeeld van de zender. Waarom vertrok hij na een jaar?
Het was een eigen keuze, maar het kwam wel van beide kanten. Ik vind het wel ontzettend jammer, want ik had eerst met Jeroen gewerkt bij Radio 538 en daarna dus bij Radio Veronica. Hij is het ideale boegbeeld voor een 80’s en 90’s zender. Het is hier nooit van de grond gekomen, mede door privézaken bij hem. Hij was niet echt in goede doen. De clausules van Veronica vielen hem ook zwaarder dan dat hij aanvankelijk had gedacht. Men zegt wel eens dat iets ‘in goed overleg’ is gegaan en dat is hier zeker het geval. Bij Q-music kon hij een nieuwe start maken en ook privé maakte hij schoon schip. Dat was voor hem goed en voor ons ook.
- Het profiel van Radio Veronica is eigenlijk heel anders dan dat van Veronica TV. Is dat niet lastig?
Ja, natuurlijk. De gewone kijker en luisteraar ziet ons natuurlijk nog steeds als één bedrijf, zoals het in de jaren ’80 was met de formule van jong, snel en wild. Dat imago heeft Veronica TV nu, al is het profiel van de zender nog jonger dan toen. Destijds werd er ook gewoon Dynasty uitgezonden dat zich richtte op een breed publiek. Veronica TV is bijna een soort MTV. SBS 6 lijkt meer op Radio Veronica, maar SBS heeft nou eenmaal de keuze gemaakt voor de profielen van hun TV zenders zoals die nu zijn. Daar hebben we ook geen overleg over. We proberen elkaar wel te ondersteunen als dat kan, bijvoorbeeld tijdens de Veronica Muziekmaand afgelopen december. Wij hadden toen de Top 1000 Allertijden en Veronica TV had er speciale programma’s omheen.
- Stel dat je één van de clausules uit de etherfrequentievergunning zou mogen schrappen. Welke zou dat zijn?
De muziek-clausule, want het liefste gaan we helemaal onze eigen gang. In dat geval zouden we veel meer de kant van de Top 40 uitgaan, waarbij we ook nog eens Sky Radio uit de wind kunnen houden. Nog mooier zou eigenlijk een verbetering van de dekking zijn, want ik zou liever in iedere uithoek te ontvangen zijn. We wisten het toen we inschreven op het kavel, maar het blijft jammer dat we niet in heel het land zijn te ontvangen. We zijn nou eenmaal geen Publieke Omroep die wel in elke uithoek van Nederland te beluisteren is.
- Waarom zendt Radio Veronica zoveel lijstjes uit?
Omdat mensen het leuk vinden, want Nederland is echt een lijstjesland. Mensen zijn heel erg benieuwd naar het verloop van de lijst, al kun je alle posities gewoon op internet of, tijdens de Top 1000, in de krant vinden. Hierdoor luistert iedereen langer naar de zender. Als het effect ooit uitgewerkt is? Dan verdwijnt het weer en bedenken we iets nieuws.
- Wat klopt er van het verhaal dat de lijstjes vrijwel helemaal worden samengesteld door de muziekredactie?
Nee, dat klopt niet. Neem nou eens de downloadlijst die we elk kwartaal uitzenden. Die doen we in samenwerking met de iTunes Music Store en zij sturen ons steeds lijstjes met de meest gedownloade nummers. We filteren daar de platen jonger dan één jaar eruit vanwege onze clausule en omdat het een echt classicslijstje moet zijn.
- Hoe zie je de toekomst van radio en de rol van Radio Veronica en Sky Radio daarin?
Ik weet het niet. Een paar maanden geleden was ik op bezoek bij Sirius Satellite Radio die onder andere Howard Stern onder contract hebben staan. Momenteel lijden die honderden miljoenen euro’s verlies, in de hoop dat satellietradio over een tijdje populair zal gaan worden. In de toekomst zijn er misschien wel tien varianten van Sky Radio en evenzoveel edities van Radio Veronica. Maar ik weet nog niet welke techniek door gaat breken en wat straks de standaard zal gaan worden.
Nu zijn de mogelijkheden nog marginaal, maar er komt een tijd dat de distributie goed is en er voor iedereen een tijd komt zonder clausules en met bijvoorbeeld een Radio Veronica voor ouderen die het zeetijdperk zeer konden waarderen en aan de andere kant een Veronica-variant die helemaal wordt opgehangen aan de Top 40.
Jelle Boonstra en Benno Roozen - De geschiedenis van de jingle
De oorsprong van de radiojingle ligt in Amerika. In de jaren twintig van de vorige eeuw ontstonden de eerste commerciële radiostations. Die stations zonden vooral muziek uit, live gespeeld door een orkest. Tussen de bedrijven door werden ook de radiocommercials live gezongen door een koortje achter een microfoon, netjes op teken van de regisseur. Wasmiddelen en shampoos werden op die manier populair. Een van de eerste gezongen commercials ter wereld was voor Pepsi Cola.
Commercial Pepsi Cola
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam het reclamebedrijfje Eric & Siday in New York op het idee om ook de naam van het eigen radiostation te “adverteren”, door die naam op een pakkend melodietje in te zingen. Dus niet alleen de wasmiddelen, maar ook het radiostation zelf kreeg op die manier promotie. In Amerika bestaan de namen van radiostations uit zogenoemde call-letters. Alle radiostations ten westen van de Mississippi hebben een naam die begint met een K, dus bijvoorbeeld KCBQ in San Diego, alle radiostations ten oosten van de Mississippi hebben een naam die begint met een W, dus bijvoorbeeld WABC in New York. Een gezongen stationsnaam dus, op een pakkend melodietje.
Jingle WHDH Boston
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Het idee werd snel overgenomen door de legendarische radiovernieuwer Gordon McLendon. Bij zijn radiostation KLIF in Dallas gaf hij een bandje aan saxofonist Bill Meeks in het KLIF-orkestje met de vraag of Bill ook zoiets kon maken. De eerste jingles voor KLIF werden gemaakt in de wc, omdat de galm van de tegeltjes daar zo mooi was. Tegenwoordig duurt een jingle enkele seconden, in het begin mochten ze vaak een minuut lang duren. Volgens de overlevering was dit de eerste echte professionele radiojingle die in Dallas werd gemaakt (en waarin werd afgegeven op de concurrenten - de televisie en de bioscoop):
No worn out old time movies
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jingles werden snel een doorslaand succes in Amerika. Het radiostation dat ze in de programmering opnam, zag het aantal luisteraars snel stijgen. En dus kwamen er overal jingles voor. Voor nieuws, voor de discjockeys, de programma’s, maar ook voor wam weer, koud weer, en voor de kerkgang, alles kende zijn eigen jingle.
Kerkgang en koud weer
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Dat die jingles buitengewoon lang waren, was handig. Veel stations hadden in die tijd nog live programma’s en terwijl de jingle op de radio was kon je op het podium de artiesten laten wisselen. Dus hoe langer hoe beter. In de jaren ’50 kwam de TV opzetten. Radio raakte daardoor de populaire showprogramma’s en quizzes kwijt aan de TV. Maar het medium radio bleef overeind met een nieuwe muziekrage: de Rock ‘n’ Roll. Die gaf radio een nieuwe toekomst en een nieuw publiek: de jeugd.
De snelheid in programma’s werd verhoogd door een technische vinding, de jinglemachine van het merk Spotmaster. Een soort MP-speler. Echter de muziek stond niet op een schijfje maar op een bandje in een enorm grote cassette, zo groot als 2 MP3-spelers! Dankzij fluittoontjes op de band (die onhoorbaar waren voor mensen) kon je de reclames en jingles op de cassettes automatisch laten stoppen. Als je de cassette dan weer startte, begon de jingle meteen. Hij stond meteen klaar om op de radio te draaien. Elke jingle stond op een aparte cassette. Dankzij die nieuwe vinding kregen de radioshows een tempo waarvan je buiten adem raakte:
Ross Knight Show op KLIF
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Die jinglemachine zorgde tevens voor een gloednieuwe markt voor radiojingles. Bill Meeks van KLIF was in 1951 voor zichzelf begonnen en richtte PAMS op: Production Advertising Merchandising Services. De eerste jaren werden bijna uitsluitend commercials gemaakt, pas later werden er meer en meer jingles geproduceerd. Er werd een behoorlijke studio gebouwd en voor het eerst werden ook demo-bandjes voor de stations gemaakt om de jingles aan te prijzen. Een vroeg voorbeeld van zo’n PAMS-demo:
PAMS demo the signature series
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Muziek op de radio kwam tot in de jaren veertig van live-orkesten. In later jaren werd muziek gedraaid van een grammofoonplaat, de voorloper van de CD. Maar omdat in de jaren veertig de radio-orkesten werden opgeheven werden muzikanten overbodig. Velen gingen iets doen in de jingle-business. De concurrentie onder jinglemakers werd daardoor moordend.
Bill Meeks van PAMS kreeg een slim idee: hij vond de syndication uit. Ofwel: je componeert instrumentale muziekjes, die zó zijn gemaakt dat je er elke naam of logo op in kunt zingen. Omdat je de muziekjes op die manier ontelbare malen kunt gebruiken kun je naar verhouding veel meer tijd en geld steken in het opnemen van de instrumentals dan je concurrenten.
Jingles worden vaak gemaakt in complete pakketten. Algemene jingles, jingles voor weer, verkeer, nieuws, spelletjes en promotie. En elk pakket kon dus aan meerdere radiostations worden verkocht omdat het opnieuw kon worden ingezongen. Luister naar een voorbeeld uit de legendarische series 18 ‘Sonosational’, gemaakt in 1961 door PAMS. Het pakket werd beroemd in Europa omdat het populaire Radio London de set eind 1964 kocht. Er werd enorm veel werk gestoken in het opnemen van de basis-tracks.
Sessie PAMS series
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Als het instrumentale bedje eenmaal klaar was, kon je op de lege plekken in de jingle elke stationsnaam inzingen. Luister maar naar de instrumentale basisjingle, daarna diverse voorbeelden van hoe er verschillende stationsnaam in precies hetzelfde bedje passen.
Cut series 18 voor diversen
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jingles werden gemaakt in alle stijlen. Pop, rock, jazz, country, gospel, Top 40, etc. En er was bijna geen radiostation meer dat geen jingles gebruikte. Die jingles werden, zoals gezegd, gemaakt in complete pakketten. Die kwamen terecht op demo’s, die naar radiostations overal de hele wereld werden opgestuurd. Vooral in Europa waren die bandjes met nieuwe jingles van PAMS populair, want je kon er leuke stukjes uit pikken. Je zette gewoon de schaar in de band, knipte de naam van het oorspronkelijke radiostation eruit en je monteerde je eigen naam in de band. Op die manier kreeg je makkelijk, en vooral gratis jingles!
Jatwerk
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
PAMS werd een echte jinglefabriek, waar koortjes in drie studio’s tegelijk jingles stonden in te zingen. En er kwamen meer bedrijven die jingles maakten. Inmiddels was de jingle ook overgewaaid naar Europa. Bijvoorbeeld omdat Radio Nord in Scandinavië draaide op geld uit Amerika, en dus ook gebruik maakte van Amerikaanse jingles. Dat was in de jaren zestig. In die periode ontstonden in veel West Europese landen allerlei radiostations die popmuziek uitzonden vanaf schepen op zee. De commerciële muziek-uitzendingen waren namelijk illegaal, maar niemand kon er iets tegen doen als er vanaf een boot op zee werd uitgezonden. De illegale piraten werden snel populair: Radio Caroline, Radio London, Radio Noordzee, en Radio Veronica. Dit laatste station werd opgericht in december 1959, in een achterzaaltje van Hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Bij Radio Veronica was in de eerste jaren nog geen sprake van gezongen jingles. De zogenoemde ‘station-calls’ waren buitengewoon simpel. De discjockeys vertelden aan het begin van hun programma meestal met keurige articulatie naar welk station je luisterde:
Veronica omroepers
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Eind 1964 werden bij Veronica de eerste gezongen jingles gemaakt. Diskjockey Joost den Draaijer was naar Amerika geweest en kwam terug met allerlei goed afgekeken radio-ideetjes: de Top 40, horizontale programmering, bedrukte T-shirts, radiospelletjes, EN jingles. Want elk station had ze daar. Bovendien had Radio London in Engeland met z’n PAMS-jingles wel bewezen dat je dankzij zo’n vormgeving snel populair werd. Joost vroeg z’n oud-klasgenoot van de lagere school Frans Mijts om jingles te maken. Mijts had een orkest bij de NCRV en kreeg van Joost ter voorbeeld wat bandjes met airchecks uit New York. Het inspireerde hem tot het eerste Veronica jinglepakket. Ze werden opgenomen in de Phonogram studio in Haarlem. Onder de zangers zat een bekende naam: John de Mol, opa van acteur Johnny de Mol en vader van de Talpa-baas John de Mol.
Radio Veronica 1-9-2
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Veronica riep dat ze de jingle had uitgevonden, maar had ze dus in werkelijkheid goed afgekeken in Amerika. De eerste Veronica-jingles waren een groot succes. De keurige Hilversumse omroepen konden niet achterblijven, en gingen ook jingles gebruiken. Maar er was geen geld om een jinglebedrijf in te huren. Dus werden de eerste jingles zelf gemaakt door de presentatoren of de technici. In 1965 begon Hilversum 3 als tegenhanger van het ongelooflijk populaire Radio Veronica want de regering wilde niet dat de jongeren naar een commercieel en illegaal radiostation luisterde. Ook Hilversum 3 kreeg zijn eigen jingles, vaak gemaakt op basis van gewone grammofoonplaten.
Hilversum 3
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Maar de keurige NOS, nu bekend van het NOS Journaal, Met het oog op morgen, en het NOS Radionieuws, maakte in die beginperiode van Hilversum 3 ook dankbaar gebruik van de Amerikaanse demobandjes. En zo werd WNOX (“dubbeljoe en ooo eks”) verknipt tot N.O.S. door simpelweg de K uit de EKS te knippen.
WNOX NOS
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Dan is het halverwege de jaren zeventig. De grote piratenzenders werden opgedoekt: Radio Veronica, Radio Noordzee, Radio Mi Amigo, Radio Caroline en anderen moesten dankzij een nieuwe wet stoppen met het uitzenden vanaf schepen op de Noordzee.
Er waren in Nederland inmiddels enkele bedrijven die jingles maakten. Marian de Garriga, die al jingles had gemaakt voor Radio Veronica, de VARA en andere omroepen. En Top Format, dat werd opgericht door een oud-reclameverkoper van Radio Noordzee. Top Format haalde al snel enkele grote klanten binnen.
Top Format’s eerste klanten
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
De radio in Nederland kwam in een stroomversnelling toen het in 1988 wettelijk mogelijk werd een commercieel radiostation te beginnen. Het was het begin van Sky Radio, Radio 10 gold, maar ook van stations die alweer zijn verdwenen. En de publieke zenders werden in die periode ook steeds sterker, ze werken met strakkere formats en met meer jingles. Hilversum 1, Hilversum 2, Hilversum 3, en Hilversum 4 verdwenen en maakten plaats van Radio 1 tot en met Radio 4. De nieuwe radiostations en radiozenders betekenden klandizie voor de gegroeide groep jinglebedrijven in Nederland.
Nieuwkomers
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Begin jaren negentig wordt de radiowereld langzaam maar zeker digitaal. Niet alleen in de radiostudio’s, maar ook in de opnamestudio’s van de jinglebedrijven worden de 24 sporen band-recorders vervangen door digitale recorders en later door digitale meersporen-computers. Stonden vroeger de jingles bij de radiostations nog op bandjes, later kwamen ze uit de MD-spelers, en inmiddels uit de computer, waar ook alle muziek uit wordt gedraaid. De computer, bijvoorbeeld het programma Dalet, veranderde de manier van produceren en het gebruik van jingles. En nog meer dan vroeger werd de sound van de popmuziek verwerkt in de sound van de jingles.
Digitale tijdperk
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Steeds vaker werd de klank van populaire liedjes gebruikt in de klank van een radiostation. Vaak letterlijk. Bijvoorbeeld door het gebruik van zogenoemde introducks. Jingles ingezongen in het intro van een hit. Een even makkelijk als slimme methode van stationspromotie. Want als je de plaat dan op een andere zender hoort, zing je als het ware automatisch de introduck van het eerste radiostation mee.
Introducks
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
In vroeger jaren deed een radiostation jarenlang met dezelfde jingles. Tegenwoordig zijn er stations die zo’n beetje elk jaar nieuwe jingles laten maken. De omloopsnelheid van de jingle is groter geworden. Het past een beetje bij de tijd van nu. Want ook de omloopsnelheid van artiesten, hits, radiostations en hypes is mega-kort. De tijd dat jingles een hele minuut mochten duren ligt definitief achter ons. Of toch niet?
De zomer van radio 2
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.