Toon Vos
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Veronica’s eerste programmaleider: “draaien met waterlooplein repertoire”.
Tot 1 januari 1959 had ik gewerkt bij Philips als copywriter. Gebruiksaanwijzingen schrijven. Ik vond dat ik niet genoeg verdiende en vroeg om salarisverhoging, Dat ging niet en toen heb ik maar dag met m’n handje gezegd. Ik zat toen in een orkest en ik leefde zo’n beetje van het schnabbelcircuit. Op een gegeven moment las ik in de krant een artikeltje over de oprichting van Veronica. Zo’n vrije zender leek me wel wat en ik schreef een briefje dat ik daar wel wilde werken. Een paar dagen later moest ik in Amsterdam komen. Ik kwam terecht bij een Deen, lensen ofzo. Die hadden ze zolang te leen van een deens piratenschip en die man moest hier zo’n beetje de boel op poten zetten. Ik hoor die Deen nog zeggen „Can you splice?” Ik wist dat splice een vakterm was voor banden aan elkaar plakken en zei dus „ja, dat kan ik wel”. Okee zei hij toen, dan ben je aangenomen.
We zaten toen nog in een studio van het Nederlandse Filmlaboratorium op de een of andere gracht in Amsterdam. Die mensen hadden niet zoveel te doen en omdat die studio toch vaak leeg stond konden wi] daar onze programma’s opnemen. Nou ja, programma’s. We zochten wat platen op en maakten dan heel netjes aan- en afkondigingen. En alles van een papiertje. Gewoon een pak plaatjes pakken en dan wat praten was er toen nog niet bij. Nee, als je wat voor de radio zei, moest je eerst je tekst netjes opschrijven en dan voor de microfoon oplezen.Nou moesten die teksten zo neutraal mogelijk zijn, want die banden werden vaak herhaald en de mensen mochten natuurlijk niet in de gaten krijgen dat we zo’n band soms tien keer draaiden voordat-ie uit de roulatie werd gehaald. Alles was goed als er maar geen opvallende dingen gebeurden. Toen ik ongeveer een week in Amsterdam had gezeten verhuisden we naar de Zeedijk in Hilversum. Daar was helemaal niks. We kwamen in een kaal huis en moesten maar zien hoe we de banden vol kregen. Er stond nog geen stoel in en geld was er helemaal niet.
Met een geleende microfoon die we aan een touwtje hebben opgehangen en een geleende bandrecorder werden daar de eerste programma’s gemaakt. Het was geen gehoor want het klonk zo hol als de pest. Ik heb toen ergens wat gordijnen op de kop getikt en die hebben we hier en daar aan de muren gespijkerd. Je deed tn die tijd eigenlijk van alles. Platen opzetten, bandjes draaien en af een toe een programma aankondigen. We hadden maar een echte omroeper, Max Groen, die ben ik laatst nog tegen gekomen in Amsterdam. Hij staat in de garderobe van een nachtclub.
Platen hadden we trouwens ook niet. Max had vijftig singles en vijftig elpees op het Waterlooplein gekocht en dat was ons hele repertoire. Ouwe tweedehands dingen, maar we hadden tenminste muziek. Van thuis nam je dan ook nog wat mee en dan ging het allemaal wel. De platenmaatschappijen gaven ons niks. Veronica was illegaal en als er dan een plaat van een maatschappij werd gedraaid stonden ze onder verdenking van illegale activiteiten. Later was er een maatschappij die wel z’n platen stuurde. Dat deden ze dan naar een zeker mijnheer X. Ik kreeg ze dan thuis, maar mijn naam mocht niet op het pakje staan omdat ze bang waren dat de jongens in het magazijn die de pakjes verstuurden iets in de gaten zouden krijgen. Allen Arton gaf heel gauw platen. Die waren toen niet aangesloten en dat vonden wij allang goed. Het was tenslotte een lekkere aanvulling van ons Waterlooplein repertoire.
Op een gegeven moment was het hangen of wurgen geblazen. Financieel ging het niet zo lekker en met de reclames liep het ook niet. We hadden wel wat dingen van middenstanders, meubelzaken en slagers enzo maar dat bracht toch niet veel geld op. We werden toen voor de keus gesteld of ontslag nemen of de helft van het salaris. Toen heb ik maar gekozen voor de helft van het salaris. Het was een hobby van me die zeer slecht betaald werd. Je kon er nauwelijks van leven maar voor mij was het eigenlijk geen beroep. Trouwens dat halve salaris heeft niet zo lang geduurd want kort daarna ging het opeens stukken beter. ]e moet natuurlijk niet vergeten dat het bereik van de zender in die da- gen erg klein was en dat het daarom niet meeviel om reclames te versieren. Toen we begonnen met Veronica kon je het alleen in Den Haag ontvangen. Toen stond er geloof ik een zender aan boord van een halve kilowatt. Dat ding was net zo groot als een strijkijzer. Later werd dat randstad Holland en als de omstandigheden erg gunstig waren kon je Veronica in het Gooi en zelfs in Friesland ontvangen. Toen werd het pas leuk voor de mensen die reclame wilden maken.
Op een gegeven moment kwamen we er achter dat het toch wel goed zou zijn als we op bepaalde tijden vaste programma’s hadden. We gingen van een redenering uit die eigenlijk heel simpel was. ‘s Morgens muziek voor de huisvrouwen, om vier uur als de kinderen uit school komen teenagerplaten, zoals dat in die dagen nog werd genoemd en om zes uur een programma voor het hele gezin. Later is dat wat uitgebreid, maar dat principe heeft Veronica nog steeds. We hadden toen in ’60 helemaal nog geen voorbeeld. Ik luisterde veel naar AFN Frankfurt en dat zag ik wel zitten, maar verder had je alleen maar de zuilen. Uit die tijd stamt trouwens het programma Juke box. Dat ging om zes uur de lucht in en dat is nog steeds zo. Jukebox heb ik in het begin gedaan. Ik schreef geen teksten op maar ging gewoon zitten met een stapel platen en een pak kaartjes. Eerst was het natuurlijk een stuntelige toestand maar we waren tenminste al een stuk op de goeie weg. Later was het heel normaal dat je een programma maakte zonder eerst een tekst op te schrijven. Op een gegeven moment kwam Willem van Kooten binnen. Hij studeerde Nederlands en we konden best iemand gebruiken die teksten schreef.
Ger Anne Verweij deed in die tijd koffietijd en Willem schreef haar teksten en zocht de plaatjes uit. Zijn eerste programma heeft hij gemaakt toen ik met vakantie ging. Ik had al een tijdje Jukebox gedaan en toen moest er iemand komen die het zolang kon overnemen. Van vooruit werken hadden we nog nooit gehoord. Met een natte vinger heb ik gezegd, nou Willem probeer het maar eens. Maak er maar wat van. Dat was zo gek. Hij zei zulke rare dingen. Maar ik vond het wel goed. Daarna kreeg hij eigen programma’s en met de teksten was het bijna afgelopen.
Begin 61 waren er weer wat financiële problemen en een aantal mensen gingen weg. Ze zelden toen tegen mij wordt jij maar programmaleider. Een gezellige tijd, maar wel veel spanningen. Toestanden met een rechecheur van de PTT die binnen kwam en dan de hele zolder nakeek of er ook zendmateriaal lag. En iedere keer maar weer die ellende of de zender het wel zou houden. In die tijd ging bijvoorbeeld de muziek regelmatig een toon naar beneden. Dan wisten wij in Hilversum dat de kok aan boord z’n electrische kookfornuis had aangezet. .. Dat kon die agregaat niet trekken. Het gebeurde trouwens ook vaak genoeg dat de zender helemaal uit de lucht was. Maar daar was je op den duur ook aan gewend.
Volgens mij is Veronica in de begin periode door al deze dingen zo populair geworden. En de mensen vonden het leuk naar iets te luisteren wat illegaal was. Iets wat eigenlijk niet mocht maar waar ze toch
ongestraft naar konden luisteren. De muziek die wij toen draaiden was natuurlijk heel anders dan tegenwoordig. We hadden nog geen hitparade en je deed eigenlijk maar zo’n beetje wat je lekker vond en wat er in de discotheek lag en dat was niet veel. We waren al blij als je een dag doorkwam zonder een plaat twee of drie keer te draaien. We spraken ook nooit met elkaar over het pouseren van een bepaalde plaat. Ik was eens helemaal kapot van een single… Hoe was die nou ook al weer… O ja, Ange, on my shoulder van Shelby Flint. Helemaal gek was ik er van, maar verder piste er geen hond tegen aan. Ik dacht dat het wel eens gunstig zou kunnen werken als ik die plaat vaak draaide. Een maand lang begon ik daar iedere jukebox mee. Toen heb ik bij de platenmaatschappij gevraagd of ze ook iets hadden gemerkt. Ze hadden toen de plaat uitkwam driehonderd stuks geperst. Daarna lag de plaat helemaal stil en toen was er weer vraag naar. Hebben ze nog eens driehonderd geperst. Omdat ik hem dus veel had gedraaid was de omzet verdubbeld.
Nu ligt dat natuurlijk allemaal heel anders maar het kon in ieder geval. Dingen die je je nu niet meer kunt voorstellen waren in de begin periode heel normaal bij Veronica. Ik zie oom Buil nog iedere vrijdag binnen komen met de reclameomzet van die week. Als het allemaal tegen had gezeten met het uitvallen van de zender enzo hield dat de moed er weer een beetje in. We waren toen een grote familie. Veel minder mensen maar wel ontzettend gezellig. Ik woonde in die tijd nog in Eindhoven, ‘s Morgens dook ik de studio in en ging dan ‘s avonds met de trein naar huis. Als ik dan weer in Eindhoven kwam dacht ik wel eens je hebt weer leuke programma’s gemaakt. Maar er was geen hond in Eindhoven die Veronica kon ontvangen. De financiën waren in die tijd eigenlijk het grootste probleem. Als je iets wilde doen moest je eerst nagaan of het met het geld wel ging. Maar dat leer je wel en op een gegeven moment weet je gewoon niet beter.
Aan boord ben ik nooit veel geweest. Ik kan niet zo goed tegen de zee. Ik ben een geweldige filmmaniak. Ik had op een gegeven moment het idee om een film te maken van een programma, dus van de band die wordt opgenomen, daarna naar het schip wordt gebracht, nou jij de hele toestand voor- dat het programma de lucht in gaat. Ik ging in Scheveningen aan boord en het was lekker rustig weer. Toen we de haven uit waren sloeg het weer om en ik zei tegen kapitein de Ruiter. Hou m’n camera even vast. Ik heb hem niet meer in m’n handen gehad die reis…
Dat geïmporviseer vond ik erg leuk. Laatst zag ik nog een foto van het begin op de zeedijk. Iemand ligt op z’n buik voor een tikmachine omdat er geen stoel was. Het is natuurlijk geweldig fijn als een bepaald ideaal van je werkelijkheid wordt. Ik vind het nog steeds erg belangrijk dat iemand die om twee uur Veronica aanzet weet wie er voor de micorfoon zit. En dat is iedere dag raak. Bij de zuilen gaat dat niet met die verdeling van de zendtijden. Met die vaste programma’s zijn wij toen begonnen en als ik in m’n autootje zit en ik hoor dat door m’n radio, ben ik daar nog steeds erg blij om.
Tags: Filmlaboratorium, Philips, splice, Toon Vos, waterlooplein repertoire, Zeezender
Categories:
Personen
