Will Wil Wel: Campingtoer
“Let op”, zei Rob Out toen we jaren geleden samen op een terras in Loosdrecht zaten, en hij een grote bruine enveloppe uit zijn koffertje haalde.
“Waar moet ik op letten?”, vroeg ik, want ik heb in mijn leven al een heleboel bruine enveloppen gezien.
“Op de foto die ik nu te voorschijn haal”, zei hij en voegde de daad bij het woord.
“Wat moet dit voorstellen”, riep ik. “Een caravan?”
“Nee Luik, dit is jouw bühne.”
“Mijn wat?”
“Jouw podium!”
“Oh.”
“Het theater waar jij de zomermaanden mee langs de campings van Nederland trekt.”
“Als er vier man in dat ding zitten is ‘ie vol. Ik hou van exclusiviteit, maar dit is wel heel erg kleinschalig.”
“En wat denk je hier van”, zei Rob terwijl hij een tweede foto uit de enveloppe pakte.
“Kijk… Dat ziet er even anders uit!”, riep ik. “Als artiest had ik liever iets gehad met een grote showtrap, een orkestbak en een kleedkamer met een goed gevulde bar… Maar het kan er mee door. Wat heeft foto één eigenlijk met foto twee te maken?”
“Zelfde kar”, antwoordde Out. “Maar dan uitgeklapt. Een soort wonderblokkendoos waar steeds andere wandjes uitkomen.”
“En dan heb je opeens een bühne…”
“Heel goed Luik, en daar ga jij de campings van Nederland mee langs.”
“Oh… en wanneer begin ik?”
“Over twee weken.”
“Mooi… en wat ga ik doen?”
“Leuke dingen.”
“Met wie?”
“Wat dacht je van een band?”, stelde Rob voor.
“Dat wordt dan een mannetje of vier, want we hebben niet veel ruimte.”
“En een solist.”
“Mannetje of één.”
“Een promotieteam.”
“Heel goed… Vrouwtje of vier.”
“Kraampje om Veronica-artikelen te verkopen, kraampjes met een paar sponsers…”
“Daar is over nagedacht”, besefte ik, “daar hebben jullie over vergaderd.”
“Nee hoor… Het kwam een paar dagen geleden in me op.”
“Gelukkig, zo ken ik je weer… Biertje?”
“Graag. Doe je het?”
“Tuurlijk. Maar onder één voorwaarde..”
“En dat is?”
“Dat ik een paard mee krijg.”
“Waarom is dat?”
“En dat er een spot wordt gedraaid van ‘Hooggeëerd publiek, welkom bij het Veronica Circus en hier is uw presentator Will Luikinga!’ En dat ik dan op zo’n camping op een paard uit de bosjes kom…”
“Gaat niet, maar ik heb nog wel een oud brommertje staan met een rugzak waar een tentje in past. Die mag je van me gebruiken.”
“Hoezo?”
“Omdat het de Veronica Camping Toer gaat heten en… omdat ik vroeger op dat brommertje…”
“Ik begrijp het… Pilsje?”
De in Groningen geboren Will Luikinga (30 juli 1943) is al in zijn jeugd verslingerd aan muziek. Op zijn tiende leert hij saxofoon spelen, gevolgd door de klarinet, piano en dwarsfluit. Al snel weet hij die voorliefde te combineren met een passie voor media; hij studeert aan het Instituut voor Perswetenschappen en werkt als redacteur voor muziekbladen als Muziekparade en Televizier. Maar na een jaar of drie besluit hij zich volledig op zijn carrière als muzikant te storten. Hij is onder meer lid van de groep Roecks Family (later Ginger Ale), die in 1969 een hit scoort met het nummer The Flood.
Zodoende wordt Will een veelgeziene gast in de Veronicastudio. Tijdens zijn bezoekjes blijft zijn basgeluid niet onopgemerkt en na een stemtest laat Rob Out de Ginger Ale-saxofonist plaatsnemen achter de radiomicrofoon, in augustus 1969. Amateur diskjockey is hij nooit geweest, maar als de zeezender een nieuwe diskjockey nodig heeft omdat ze in de weekeinden ook ’s nachts gaat uitzenden, heeft Luikinga een vaste aanstelling te pakken. Iedere vrijdag-, zaterdag- en zondagnacht van 2 tot 6 uur presenteert ‘Will Weyman’ het programma Nachtklup. Daarbij runt het multitalent ook de Veronica persdienst; hij verzorgt documentatiemateriaal en onderhoudt het contact tussen Veronica en de luisteraars.
In 1970 maakt de legendarische radioshow Will wil wel zijn debuut. Tot en met 1997 – de laatste jaren op Radio 538 – weet dit middagprogramma de luisteraars te vermaken met plaatjes, praatjes en quizjes. Luisteraars die het geluid van een spruitje of schemerlamp moeten nadoen; niets is Luikinga te dol. Door de jaren heen brengt de jolige radiomaker slechts kleine veranderingen aan, zoals het postcodespel en de fruitautomaat Harry. Maar de rasdiskjockey kent de kracht van de herhaling; jarenlang gebruikt hij de stokoude jingle ‘Luikinga, Luikinga… Jongetje wat doe je daar?’
Als in 1971 het eerste Veronica Blad verschijnt, schrijft Luikinga zijn eerste Will wil wel column, wat hij bijna dertig jaar volhoudt. Sommige mensen werden alleen lid van de gids vanwege zijn column! Optreden voor publiek zit Luikinga echter ook nog steeds in het bloed. Naast radio maken en schrijven doet hij jarenlang enthousiast mee aan de Veronica Drive-In Shows, en ook voor het Veronica voetbalelftal zet hij zich fanatiek in.
Als de zeezender in 1974 uit de lucht gaat heeft Luikinga genoeg te doen. Hij is producer van The Buffoons en van ene Leen Huyzer, de Rotterdamse monteur die doorbreekt onder de naam Lee Towers. Ook schrijft hij songteksten, zowel voor zijn eigen band (de nummers Get yourself a ticket en The Flood) als voor andere artiesten, bijvoorbeeld Papa was a poor man voor Jack Jersey (1974) en Verliefd verloofd getrouwd voor Frank en Mirella (1973). In 1975 wint het door Luikinga geschreven liedje Ding-a-dong van Teach-In het Eurovisiesongfestival.
In 1982 is Will wil wel terug op de radio, en als Veronica televisie-uitzendingen gaat maken is Luikinga van de partij. Met twaalf man een radio- en tv-station runnen? “Geweldig!” Hij produceert onder meer De wonderbaarlijke wereld van Will (1977), de satirische show Hollanders waarvoor hij sketches en liedjes schreef, De Patsboemshow (1986-1987), een talentenjacht voor talentloze mensen, Baas boven baas (1988) en Ha die dieren (1991). Het programma De Pyjamaparty (1988) zal Luikinga nooit vergeten: “Alles wat mis kon gaan in deze live uitzending ging mis. Als ik eraan terugdenk, breekt het zweet me opnieuw uit.”
Al met al heeft zeezenderperiode de meeste indruk gemaakt op Luikinga. Hij toont zich een ware Veronicaan: “Ik ben altijd voorstander geweest van vrije radio. Ik regel mijn zaakjes zelf, zonder dat iedereen zich daarmee moet bemoeien. Leve de vrije concurrentie!” Als eind 1992 het commerciële Radio 538 van start gaat is Luikinga dan ook één van de Veronica-dj’s die overstappen. Zijn programma Will wil wel verhuist met hem mee.
Per 1 oktober 1997 stopt Luikinga bij 538; volgens sommigen valt hij buiten de doelgroep van de zender. Zelf wil hij ook wel eens wat anders: “Ik werk inmiddels met technici die nog niet waren geboren toen ik Will wil wel al deed. Ik ben door het programma een soort instituut geworden.” Maar geen afscheidsfeestjes voor Luikinga: “Als ik wil kan ik over twee jaar nog terugkeren…”
Will Wil Wel door de jaren heen
jaren 70
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jaren 80
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jaren 90
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Eind 1999 stopt Luikinga ook met zijn column in het Veronica Blad. Hij neemt zich voor een punt te zetten achter zijn mediacarrière, maar al snel zwicht hij voor Radio Gooiland (in 2000) en later maakt hij voor Radio 192, waar “een heleboel programma’s weer klinken zoals vroeger bij Veronica”, weer dagelijks een programma – nu vanuit het Spaanse Benidorm.
De mooiste periode? Dat blijft voor Will Luikinga toch het begin, als hij in 1969 het piratenteam komt versterken. Hij herinnert zich de eerste keer dat hij het schip ziet: “Wat een klein rotbootje, dacht ik, en de studio was een kippenhok.” Maar het kleine clubje had juist zijn charme. “We waren met een paar dj’s, wat meiden van discotheken, een paar op reclame, en de matrozen natuurlijk. Dat is echt het Veronica voor mij. Later, als ik met wat oudere jongens van het schip in de kantine zat, liep er opeens honderd man met een bordje. Geen idee wie het allemaal waren.”
Luikinga leert Rob Out kennen bij het blad Muziek Parade, waarvan hij redacteur is. Out werkte bij een theaterbureau in hetzelfde gebouw. “Een beetje lachen na het werk, je kent het wel. Rob werkte toen al bij Veronica op de Zeedijk, dus ik kwam wel eens in de studio.” Met zijn bandje, Roeck Williams and the Fighting Cats, treedt Luikinga op tijdens de drive-in show. Je hebt een mooie donkere stem, zegt Out op een gegeven moment; geknipt voor de nachtuitzending. Dus stuurt hij Luikinga naar de studio om een paar plaatjes aan te kondigen. “Volgens mij ging dat heel slecht”, herinnert deze zich, maar een week later heeft hij een nachtprogramma.
Tegelijkertijd dient zich een grote kans aan: de instrumentele band Exception wil Luikinga als saxofonist. “Die jongens verdienden vreselijk veel geld, per maand wel drieduizend gulden. Ze waren heel beroemd in Europa, en ik verdiende 250 gulden bij Veronica”, vertelt hij. Achteraf is Luikinga blij dat hij voor Veronica gekozen heeft: “Weet jij nog hoe de saxofonist van Exception heette?”
Aanvankelijk gebruikt Luikinga de schuilnaam Will Weyman. “Dat was niet mijn schuld”, zegt hij snel: “dat had de secretaresse van Rob Out bedacht. Iedereen had een schuilnaam, dus ik moest er ook een. Ik vond het flauwekul.” Dan komt hij met het programma Will wil wel. Even heeft de diskjockey getwijfeld: is dat niet te ordinair? “Maar vanaf toen heette ik gewoon Will Luikinga.”
In de tijd van de grote quizzen zorgt Will wil wel met Harry de gokautomaat voor enige relativering. “Ik maakte van de quiz iets belachelijks. Dat zit eigenlijk in alles wat ik doe: je moet zelf maar uitzoeken of ik serieus ben of dat ik het als grap bedoel.” Niet alle luisteraars hadden dit even goed door. Zo liet Luikinga mensen eens vier autobanden brengen. “Alles deden ze. Ik beloofde in mijn programma eens een prijs aan de eerste die morgen met een koe op het Leidseplein zou staan. De volgende dag stonden er dus twee koeien.”
Die truc probeerde hij ook eens tijdens een radioshow op de huishoudbeurs. De eerste die hier komt met een koe, zou tien muntjes krijgen om te spelen op Harry. Een verontruste directeur liet Luikinga voor het programma begon even langskomen op zijn kantoor. “Die man zat met z’n rug naar het raam. Ik zat tegenover hem en keek zo uit op de binnenplaats van de RAI. Nee meneer, die mensen zijn toch niet gek, stelde ik hem gerust. Op dat moment zie ik een veewagen het terrein oprijden. Er komt een man uit met een stok en een koe. Snel kwam iemand die koe er weer injagen en de auto reed weg. Die directeur zal wel gedacht hebben, wat zit die kerel te lullen. Hij heeft niks doorgehad.”
Het spel met de fruitautomaat is bij toeval ontstaan. ‘Harry’ is afkomstig uit een Engelse kroeg. Toen de penny eruit ging, waren deze gokkasten voor weinig geld te koop. “Je kon ze laten ombouwen voor guldens, dus ik had er één gekocht. Hij werd bezorgd in de studio. Voor de gein gooide ik er een muntje in. De creativiteit begon bij Veronica vaak op de gang, of op de trap.” Luikinga had het apparaat gemanipuleerd, zodat er elke drie keer wat uitkwam. Harry van Doorn, de minister waarnaar de fruitautomaat is vernoemd, was overigens de peetoom van Luikinga’s vrouw. “Ik heb hem dus nog eens beloofd dat ik goed voor haar zou zorgen. Daarna is het een beetje uit de hand gelopen…”
Tegenwoordig staat de gokkast in het Omroepmuseum. Toen hij bij Radio 192 werkte heeft Luikinga Harry nog eens van stal gehaald: “Ik moest allemaal papieren tekenen, dat ik hem heelhuids zou terugbezorgen. Die man zei heel trots: ik heb hem helemaal gerepareerd! Maar zonder die ratels heb je er voor de radio niks meer aan.”
Ondanks hun grote populariteit hadden de Radio Veronica dj’s helemaal niet in de gaten hoe beroemd ze waren. “Joh, je ging gewoon lekker je programma maken.” Luikinga herinnert zich de actie ‘Veronica blijft… als u dat wilt’. “Hebben we op een middag aan boord bedacht. Toen we aan land kwamen bleek opeens heel Nederland op z’n kop te staan. Op het schip was er natuurlijk geen contact met de buitenwereld. Alleen in geval van nood mochten we Scheveningen bellen.”
Mensen herkenden de Veronica diskjockeys bovendien vooral van stem. Dat leverde wel eens problemen op. Luikinga herinnert zich een drive-in show in een grote feesttent op een kermis. Tom Mulder en hij melden zich bij de organisatie, maar krijgen te horen dat ‘iedereen wel kan zeggen dat ‘ie van Veronica is’ en ze komen er niet in. Ondertussen loopt de zaal vol, het begint al aardig te loeien, en de technici draaien de plaatjes. “Stonden wij lekker ergens een biertje te drinken, komt die man er weer aan. Had ‘ie ons toch wel nodig.” Andersom gebeurde het ook dat mensen probeerden gratis binnen te komen. “Dan kwam er iemand naar ons toe: Deze man zegt dat ‘ie Lex Harding is.”
Onherroepelijk naderde dan toch het einde van de zeezender. Emotioneel? Voor Luikinga niet echt. “Je was erop voorbereid”, vertelt hij, “er was al zoveel emotie geweest het jaar ervoor. 18 April heb ik op het Malieveld gepresenteerd, ontzettend leuk vond ik dat.” De laatste uren maakt hij niet aan boord mee, maar in de studio. “Het laatste uur kwam er een bommelding en zaten we uiteindelijk in de tuin van het Laapersveld bij een autoradio naar dat laatste gedeelte van Radio Veronica te luisteren.”
Ook aan Veronica’s publieke omroepperiode bewaart Will warme herinneringen, met name aan de zomertours langs de Nederlandse campings. “We begonnen met een klein uitklapbaar karretje. De laatste jaren gingen we met een grote crew en zo’n megatruck op pad, met artiesten als Albert West, Bartje Boos en Nico Haak. Iedereen bleef overnachten; dolle pret.”
Luikinga is één van de weinige dj’s die voor de VOO ook televisie gaat maken. “Ik moest natuurlijk weer een quiz doen. Tijdens het monteren zagen we dat de opnames verschrikkelijk waren. Het kon echt niet.” Hij besluit het maar eerlijk aan Rob Out te vertellen. Die avond neemt Luikinga plaats voor de camera, zegt dat hij een quiz heeft gemaakt, maar dat die te slecht is om uit te zenden: volgende keer beter. Veronica had altijd een noodgreep als er iets mislukte; dan werd er gewoon een popconcert uitgezonden. “Dat was helemaal niet normaal in Hilversum!”
“Op een gegeven moment kreeg je nachtfilms in het weekend. Elke omroep moest die na z’n normale programmering aan- en afkondigen. Out wilde dat we dat allemaal probeerden, en als je het aardig deed moest je het maar blijven doen. Ik vond dat helemaal niks. Dus toen ik in dat hokje zat en het rode lampje ging branden, deed ik helemaal niets. De regisseur begon wild te gesticuleren. Na een minuut of twee zei ik: ‘Mij hoor je niet vanavond’. De volgende dag moest ik bij Out komen. Eruit, zei hij. Ach, hij heeft me wel tien keer ontslagen.”
In 1975 schrijft Luikinga het winnende liedje voor het Eurovisiesongfestival, Ding-a-dong. “Dat was lachen”, vertelt hij. “We stonden zo ver voor dat het allang zeker was dat we gingen winnen, maar het duurde heel lang voor ik het besefte.” Tegenwoordig vindt Luikinga het festival niet zo leuk meer. “Het was de laatste Elfstedentocht. Ik vind dat ze gewoon met klompen aan de vogeltjesdans moeten doen.” Dat het ook een kwestie van geluk is erkent Luikinga wel: “Een liedje dat ik later schreef was tien keer zo goed en dat kreeg nul punten.”
Vaste prik op zondagavond was bijna dertig jaar het schrijven van de column voor het Veronica Magazine. Waar haalt Luikinga zijn inspiratie vandaan? “Mensen zeggen altijd: wat beleef je veel, ik beleef nooit wat. Dat is onzin. Iedereen maakt dingen mee, maar pas als je een column schrijft ga je het als onderwerp zien.”
Diskjockey, televisiemaker, muzikant, columnist… Hoe ziet Luikinga zichzelf eigenlijk? “Ik ben waar ik op dat moment mee bezig ben. Ik heb ook periodes dat ik me het lazarus loop te filmen en dagen achter de pc zit te knippen en te plakken. Dan sta ik op het punt om een hele dure camera aan te schaffen en opeens is het afgelopen. Dan ken ik het kunstje.”
Hoewel hij met het Veronica van nu niet meer zoveel heeft, blijft het Veronicagevoel Luikinga zijn hele leven bij: “Je voelt je toch een beetje verbonden met elkaar. Als ik mensen van vroeger tegenkom hebben we het meteen weer heel gezellig. Maar dan hebben we het eigenlijk nooit over meer Veronica.” Volgens Luikinga gaat het dan ook meer over een periode dan over het station: “Wij waren flowerpower, vrijgevochten idioten allemaal. Een heel andere cultuur dan nu. Veronica paste precies in die tijdgeest. Dat mensen je en jij zeiden, dat was helemaal nieuw. Ik kon ook gewoon zeggen dat ik de avond ervoor nogal was doorgezakt en hoofdpijn had, en het kalm aan deed vandaag.”
Op die vrijgevochtenheid komt Luikinga even later terug. “Er werd gewoon hard gewerkt. Je kon doen wat je wilde, als het programma maar op tijd af was. Het was niet zo’n losgeslagen zooi als iedereen denkt.” Uiteindelijk ging het erom dat je jezelf was, besluit hij. Het duurde wel een jaar voordat hij dat kon. “In het begin schreef ik m’n teksten van tevoren en die las ik dan op. Maar dat was helemaal niet de bedoeling. Als je niet jezelf bent val je onherroepelijk door de mand, en dat geldt voor het hele leven. Dat heb ik geleerd bij Veronica.”
Op zijn zestigste besluit Luikinga voor de tweede keer dat het mooi is geweest, maar opnieuw blijkt dat ‘Will wel weer wil’. Op 20 juni 2005 maakt hij zijn tweede radiocomeback op het Nederlandse ‘oldies’ station XtraFM aan de Spaanse Costa Blanca, wederom met zijn oude succesformule. Ook schrijft hij af en toe weer een column voor het meest gelezen Nederlandstalige blad van de costa, De Week. Om af te sluiten met de slotzin die Luikinga zelf meer dan twintig jaar gebruikte: “Rij en radio voorzichtig, denk aan mij!”
Tegen het einde van de maand augustus begint het bij de Veronicafans van het eerste uur te kriebelen. Soms wordt er een cd uit de kast gehaald met het laatste uur van de piraaten de beroemde toespraak van Rob Out,of komen oude plakboeken te voorschijn met foto’s van veel mensen die door Den Haag lopen en een schip dat op het strand van Scheveningen ligt. Ensoms….. wordt er een reünie gehouden voor personeelsleden van de zender
Meestal gebeurt dat in hotel Lapershoek,het gebouw waar ooit de studio’s waren gevestigd van radio Veronica en waar we tijdensde laatste jaren van het station geschiedenis schreven. Het balkon waar Rob Out verscheen om de menigte die zich in de tuin had verzamelt toe te spreken is verdwenen. De directiekamer waar gescholden ,gevloekt,maar ook veel gelachen werd, is een restaurant gewordenen de kamer waar Lex en ik tegenover elkaar een bureau hadden is nu een luxe suitewaar je voor een paar honderd eurie de nacht kunt doorbrengen,terwijl wij daar voor niks op de grond sliepen als het weer eens uit de hand was gelopen. Op29 augustus was het weer zover. Een reünie en ditmaal alleen voor de mensen die bij Veronica werkten toen het nog een zeezender was.
In principe ben ik niet zo’n reünie-ganger. De mensen waar je niks mee had zie je nooit en de mensen die iets meer waren dan alleen maar collega’sspreek je nog regelmatig .Wat dat betreft is zo’n zeezender net een normaal bedrijf. Bij de ingang stond gelukkig geen doos met geplastificeerde naamplaatjes want dan is er niks meer aanzo’n bijeenkomst Je ziet dan meteen via het naamplaatjewie de oude verschrompelde kalende man is en je hoeft alleen maar te zeggen –Wat zie jij er goed uit Koos!Je bent geen spat verandert- om vervolgens door te lopen naar de bar. Toen ik binnenkwam was het al redelijk druk en behalve de oud werknemers waren er diverse artiesten uit die tijd aanwezig,waarvan er een ,te weten Harry van Dongen die later op de avond uitvolle borst het bekende lied-Jij bent voor mij Veronica- zong. De andere artiesten, zoals Ben Cramer ,Anneke Grönloh en Ria Valk zongen niet en terecht want dat hebben ze vroeger al genoeg voor ons gedaan!
Tijdens het optreden van Harry begon Tineke spontaan te dansen en gooide en passant een glas rode wijn over mijn overhemd. Om vlekken te voorkomen wierp ze daarna een glas witte wijn tegen mijn borst en terwijl de wijn langzaam in mijn broek sijpelde dacht ik –je bent weer helemaal thuis Luik- Om zes uur werd Ome Bull binnengereden .Hij wordt over een paar weken honderd jaaren kan na een valpartij niet meer lopen. Ooit heeft Lex Harding tegen Ome Bull gezegd –als u honderd wordt geven we een groot feest- ,maar omdat we toch bij elkaar waren en je weet maar nooit,werd de verjaardag een tikkie te vroeg gevierd! Tineke hield een toespraak en ik weet niet of de jubilaris precies begreep wat er allemaal werd gezegd maar de aanwezigen hadden het helemaal door. Toen Ome Bull ook nog een mooie medaille kreeg omgehangen een iemand en borrel voor hem inschonk was het weer net als vroeger.Honderd of niet ……leve de lol!
Bij de ingang van het zaaltje stond een mijnheer uit Smilde met een heleboel foto’s van vroeger en een poster van het schip met bijna alle handtekeningen van de medewerkers uit die tijd. Ik stond er nog niet op en toen ik op zijn verzoek Will wil wel tussen de masten van het zendschip had gezet ,vroeg ik hem waarom hij niet even naar binnen kwam om een neut te drinken . Helaas ,pindakaas -dat mag niet ….verboden- ,antwoordde hij . Ik heb hem en zijn vrouw de rest van de avond maar voorzien van drankjes en wat collega’s naar zijn tafeltje in de gang gestuurd. Want voor bijna iedereen had hij een mapje met wat foto’s van vroeger gemaakt.
Toen ik ’s avonds, moe maar voldaan,naar huis reed dacht ik. Als Rob Out er nog zou zijn …. en er was een man uit Verweggestein naar een reünie gekomen om ons wat aan te bieden…… Ik denk dat die man dan‘s avonds niet meer naar huis zou hoeven te rijden,maar dat hij de nacht mocht doorbrengen in een kamer in het hotel……
Ik woon tegenwoordig veel en regelmatig in Spanje en dat is een paradijs voor radioliefhebbers. Elk dorp, elke stad heeft hier zijn eigen radiostation en als het een beetje meezit een stuk of drie…
Altijd illegaal, maar daar doen ze hier niks aan want waarom zou je. Er zijn om de paar maanden wel wat mannetjes ,en heel vaak Nederlanders,die denken,wat Rob Out en zijn maatjes ooit hebben gedaan,kan ik ook.Ze kopen een zender, halen wat muziek van internet, geven het station de naam van hun vrouw of vriendin en twee maanden later is het over …En wat dan?
Kun je altijd nog een teeveezendertje beginnen, want dat gaat hier ook heel makkelijk. Geen hond die er naar kijkt maar Burlosconi is ook ooit zo begonnen en wie niet waagt die wint nooit! Ik zie dat komen en gaan van de amateurs met een glimlach aan en roep, als ze bij me komen om mee te doen met een smile maar nooit voor de bijl, dat ik geen tijd heb. Druk druk druk met niks!
Maar vorige week zat ik in mijn stamkroeg in het dorp en toen ik hoorde dat Radio Caroline hier vanaf september gaat beginnen met uitzendingen. Kijk,dat is andere koek! Want radio Caroline is, na Veronica, mijn alltime favorite. Dat waren de jongens die aan boord van een krakkemikkige boot door bleven gaan toen wij allang in onze luie landrottenstoel bij de Hilversumse omroepen zaten. De boys die niet of nauwelijks te eten hadden en vanuit de lucht werden gefotografeerd omdat ze dan makkelijker opgepakt konden worden als ze aan land kwamen. Een zendschip waar beton in was gestort omdat de gaten er in vielen en een zendmast die veel te hoog was en bij zwaar weer er voor zorgde dat de boot bijna op zijn kant ging.Avontuur mijnheer!
Maar wel het station waar ik voor het eerst Procol Harem hoorde en al die grote Engelse hits die toen nog door de Nederlandse groepen werden gekopieerd. Radio Caroline. Dat waren voor mij ,toen ik bij Veronica werkte, de jongens die wisten hoe het moest.En… ze waren nog harder ook ! En ziet…. Jaren later, toen bij ons in Nederland het hele Veronica gebeuren vakkundig de nek was omgedraaid en ik
via wat geklooi bij de AVRO en de TROS toch maar weer piraatje wilde spelen, kwam een Haagse jongeman bij meen vroeg of ik er wat voor voelde om programma’s te maken voor Caroline. De boot lag nog op zijn plek ,de zenders werkten en er zaten wat waaghalzen aan boord die er voor zorgden dat er 24 uur werd uitgezonden.
Het was allemaal zwaar illegaal want er stond gevangenisstraf op medewerking met een station dat vanaf de Noordzee uitzond. Ik riep meteen dat ik graag wat wilde doen en twee dagen later werd er op de boerderij waar ik toen woonde een studio gebracht waar ik niks van begreep en waar ik cassette bandje mee moest opnemen met mijn programma’s. Ik miste Adje Bouman,maar uiteindelijk kreeg ik de techniek onder de knie en ik weet nog dat ik van twee antiek pick-ups, zogenaamde snelstarters had gemaakt door middel van een vilten mat en wat wasknijpers…. Ik scheet in mijn broek dat ik ontdekt zou worden.
De studio boven in mijn boerderij had een groot raam dat uit keek op een landweggetje en ik kon de politie, die nooit langs kwam, dus van verre zien aankomen.Als ik de programma’s klaar had, deed ik de cassettebandjes in een trommeltje, verstopte die in een oude schuur en ging fluitend naar bed. Iedere week leverde ik mijn programma’s af bij een motel in de buurt van Den Haag. Hij de bandjes,ik de enveloppe met geld.Niet veel, maar genoeg om van te leven. De bandjes werden met gevaar voor eigen leven met een nauwelijks zeewaardig jacht vanuit Scheveningen naar de Caroline gebracht en Fred Bolland, want dat was de maniak die dit allemaal deed was altijd blij als –ie weer terug was. En opeens was het over.
Ik hoorde op een zondagavond toen ik bij Rob Out langs ging, dat het schip uiteindelijk was gebroken.
Iedereen veilig van boord,maar Caroline bestond niet meer! Mijn laatste bandjes die ik voor Fred had opgenomen, heb ik ergens liggen,maar waar…… Misschien in een trommeltje in een oude schuur ergens in Nijkerk. Volgens de geruchten gaan ze dus hier in september beginnen en ik weet zeker dat ze dan iedereen een poepie laten ruiken. Ik doe niet meer mee,want mijn vrouw zong uit volle borst –je wordt ouder papa ,van Peter Koelewijn toen ik heel voorzichtig vroeg wat ze er van zou vinden als ik……..
Maar luisteren mag!
Als ik in Nederland ben,verblijf ik in Baarn en daar is het heel gezellig,maar na een dag loop ik richting station en neem de trein naar Amsterdam. Door het centrum van Baarn lopen is leuk,maar in Amsterdam rond slenteren is nog veel leuker. Hoe het komt weet ik niet, maar op de een of andere manier kom ik altijd, na wat omzwervingen door de stad, in hotel Krasnapolsky terecht. Voor een oud Veronicaan eigenlijk niet zo vreemd, want Kras is in de geschiedenis van Veronica heel belangrijk en heel bijzonder geweest. Ooit was daar een vergadering van aandeelhouders die de mooie praatjes van de Verweijs zat waren en hadden besloten geen dubbeltje meer in de onderneming te stoppen . Op tafel stond een oude radio en de gebroeders V. deelden de aanwezigen mee dat er die avond nog een proefuitzending vanaf het schip te horen zou zijn. Dat gebeurde inderdaad, maar wat de geldschieters niet wisten, was dat er een ingehuurde radioamateur twee straten verder met een zendertje zat te pielen en het geluid dat uit de radio kwam niet vanaf de Noordzee werd uitgezonden ,maar vanuit de Amsterdamse binnenstad. De heren besloten ter plekke nog wat geld in de onderneming te steken en daar hebben ze nooit spijt van gehad, want de aandeelhouders van radio Veronica zijn er niet slechter op geworden!
In de eerste jaren van Veronica was producer Dick Dubois altijd bezig met bijzondere dingen. Hij organiseerde Veronica showavonden met een aantal bekenden zangeressen, een acrobaten duo en een goochelaar, want daar kwamen de mensen toen nog de deur voor uit. Altijd volle bak en veel succes. Het bandje dat de artiesten begeleidde was genaamd Roeck Williams en de Fighting Cats en dat het zoontje van Dick de drummer van de band was, is louter toeval geweest. Ik speelde in die tijd saxofoon en aangezien er steeds meer gitaarbandjes blazers in hun gelederen opnamen omdat groepen als de Alan Price Set daar in Engeland succes mee hadden,was ik opeens lid van de Fighting Cats en ging mee op tournee met de Veronica shows. Ik speelde eigenlijk Jazz muziek ,maar ik was heel flexibel want ik had net een nieuw volkswagentje met een hoge financiering gekocht en ik kwam er na een avond optreden al achter dat Rock and Roll veel meer betaalde.
Het hoogtepunt van een jaar Veronicashows was het Oranjebal in Krasnapolsky in Amsterdam op dertig april. Ik kan me nog herinneren dat het feest zich afspeelde in een paar giga zalen,met een wintertuin bommetje vol met fans van Veronica en dat je bij een heleboel bars de gratis consumptie bonnen kon inleveren! Dick Dubois regelde elk jaar een super act uit Engeland en als het zo uitkwam mochten wij die begeleiden of als dat niet nodig was, regelde hij dat we met de sterren op de foto mochten . In mijn werkkamer hing jaren een foto van de Seachers die zich na afloop van hun optreden minzaam over de Fighting Cats buigen en duidelijk denken, opschieten met die kiek want we willen die lekkere meiden van Amsterdam wel eens van dichtbij bekijken. Het laatste oranjebal dat ik mij herinner was met Cat Stevens. We moesten hem begeleiden en zaten in de zelfde kleedkamer. Hij nam vlak voor het optreden wat pilletjes tot zich, waar ik toen nog nooit van had gehoord want ik liep nog op een paar biertjes of als het helemaal te gek was een baccardi-cola. De heer Stevens veranderde binnen een minuut totaal en werd van een ietwat slome duikelaar een artiest die de sterren van de hemel zong en een half uur langer optrad dan was afgesproken . Gelukkig had ik nooit de neiging gehad om te zingen want wie weet wat er dan allemaal met me was gebeurd…..
Buiten Kras was het de hele avond al wat onrustig en tegen het einde van ons Oranjebal stond de binnenstad van Amsterdam op zijn kop omdat er allerlei relletjes waren uitgebroken en wij werden onder politie begeleiding naar de parkeergarage gebracht waar onze auto´s stonden. Dick Dubois was zo geschrokken van de gevechten in de stad dat hij terplekke besloot nooit meer een Oranjebal in Kras te organiseren. Het gevolgen van zijn beslissing zijn gigantisch geweest want in plaats van een feest op Koninginnedag in Hotel Krasnapolsky wordt het nu op de Dam gevierd met Nederlandse artiesten en dat is eigenlijk veel leuker.
Rij Oranjebal en Kras voorzichtig, denk aan mij Will
MAANDAG: “Goedemorgen mijnheer”, zegt een jongeman, die mij uit bed heeft gebeld. Hij staat met een smile in de deuropening en wacht netjes tot ik onder de mensen ben.
“Jij dacht zeker ook, de ochtendstond heeft goud in de mond”, mompel ik na de toegestane bedenktijd.
“Het is al kwart over acht”, antwoordt de jongeling.
“Hoe laat ben jij naar bed gegaan?”, vraag ik
“Elf uur mijnheer.”
“En om een uurtje of zeven standje zeker onder de douche?”
“Nee, half acht mijnheer.”
“Weetje wat het probleem is”, zeg ik terwijl ik hem recht in de ogen kijk. “Ik ging er veel later in wegens drukke werkzaamheden en daarom kom ik er ook veel later uit, wegens geen werkzaamheden ”
“Oh”, zegt hij, “ik heb u dus uit bed gebeld?”
“Precies”, antwoord ik. “Maar wat kan ik voor je doen. .?”
“Heeft u vakantiewerk voor me?”
“Heb je een rijbewijs?”
“Nee, ik ben bijna achttien en ik wil geld verdienen voor een brommer.”
“Houd je van tuinieren?”
“Thuis niet, maar bij een ander wel”
“Je kunt over een uur aan de slag.”
“Wat moet ik doen ?”, vraagt de jongeman, terwijl hij een bloknootie uit zijn zak haalt
“De tuin een beetje in orde maken”, zeg ik “Wat gaat dat kosten?”
“Dan zou ik even moeten kijken wat er precies moet gebeuren”, antwoordt mijn nieuwe werknemer.
Even later, als we door de tuin zijn gelopen, maakt hij een korte berekening en zegt: “Ik denk dat u met vijftig gulden klaar bent, mijnheer. Tenzij ik iets tegenkom wat ik nu niet heb gezien.”
“Akkoord”, roep ik “En mag ik je wat vragen?”
“Natuurlijk”, antwoordt hij
“Is jouw vader misschien aannemer?”
Hij kijkt mij even verbaasd aan en zegt dan: “Ja, hoe weel u dat?”
“Laat maar”, mompel ik “Tot over een uur en succes als je later de zaak van je vader overneemt”
WOENSDAG: Mijn programma kwam weer live vanaf de kar. Artiesten lopen het podium op en af, zingen hun liedje, krijgen een bloemetje, een pak consumptiebonnen en een warme hand voor bewezen diensten Af en toe moet je artiesten interviewen, want ik ga er maar van uit dat ze geen tweehonderd kilometer rijden om een liedje te zingen. Nou hebben de meeste zangers en zangeressen niet zoveel te vertellen Hier en daar wil er nog wel eens een jonge hond geboren worden of is het fietsje van de jongste dochter gestolen, maar dan houdt het op. Vandaag had ik een diepte-interview met Barbarella, de drie dames die ooit het openingslied van de Pin-Up Club zongen. Ze hebben een tweede plaatje gemaakt en volgens mijn moeder klinkt dat ook wel aardig. Terwijl ik met een van de dames stond te praten, tikte een ander mij op de schouder en zei: “Mag ik ook even wat zeggen?” Toen ze bleef aandringen draaide ik mij om en duwde de microfoon onder haar kokette neusje. “Ga je gang”, zei ik.
“Je stinkt naar vis”, riep ze.
Mijn hersenen begonnen op volle kracht te werken en ik had bijna een zeer vervelende opmerking gemaakt maar ik hield me in, want voor je het weet staat zo’n wereldster te huilen. “Zeeland… visschotel gegeten”, stamelde ik en aangeslagen liep ik de bühne af. Met vlugzout werd ik bij gebracht door producer Jan de Hoop en ik was blij dat ik de rest van het programma nog naar behoren kon presenteren. Na afloop van de uitzending werd ik ter verantwoording geroepen bij de hoogste instantie en ik heb moeten beloven dat ik tijdens de uitzending nooit meer van een visschotel mag snoepen en indien zulks wel geschiedt, ik onmiddellijk de tanden moet poetsen, dan wel de mond met daartoe in de handel gebracht mondwater dien te spoelen. Om dergelijk incidenten te voorkomen krijgt iedere presentator van het bedrijf een setje met artikelen die het onaangenaam geuren uit mond en oksels rigoureus de kop indrukken. Trouwens een bijzonder fris plaatje, die nieuwe van Barbarella.
DONDERDAG: De jongeman die bij mij in de tuin werkte, heeft inmiddels de rekening gestuurd. De post ‘onvoorzien’ is wat aan de hoge kant maar dat komt omdat hij een mierennest heeft gevonden en de beestjes meteen met harde hand heeft uitgeroeid. Hij is er zolang mee bezig geweest dat ik het sterke vermoeden heb dat hij de mieren één voor één heeft begraven.