Will Wil Wel: nadat het afgelopen was met Veronica
De eerste paar weken nadat het was afgelopen met Veronica en we snikkend de zendkristal er uit hadden getrokken, stond bij mij de telefoon niet stil! Foto’s voor de bladen, interviewtjes, praatje voor de radio en af en toe een mijnheer van een omroep die wilde weten of er belangstelling was iets te doen voor zijn clubje. Ik moest er even niet aan denken, want we hadden de laatste maanden van ons bestaan te veel meegemaakt met de heren van de omroep, de vakbonden en de schijnheilige voorstellen die vooral uit de links georiënteerde hoek kwamen.
Ik ging uitgebreid op vakantie, werkte een paar beurzen af, schreef wat liedjes waaronder Dinge Dong, produceerde de eerste elpee met Lee Towers en kwam uiteindelijk bij de Tros teevee terecht waar ik boter kaas en eieren een seizoen presenteerde. En… ik had heel veel heimwee naar de goeie ouwe trouwe radio! Gewoon in je spijkerbroek en T–shirt achter de microfoon, lekkere plaatjes draaien en een beetje keet trappen met de luisteraars. Bij de televisie was het allemaal zo’n gedoe. Kleren uitzoeken bij een winkel en daarna alles weer inleveren bij diezelfde winkel. Vroeg naar bed, haar laten föhnen en vooral niet te dik worden. Het ergste van televisie maken vond ik het contact dat je niet had met de regisseur die ergens boven in de studio zat in een kamer met veel lampjes, faders en beeldschermen en die verantwoordelijk was voor de uitzending. Als hij wat tegen je wilde zeggen, ging dat via een floormanager die via een hoofdtelefoon en een microfoontje met de baas in contact stond.
De regisseur riep dan bijvoorbeeld;
–Zeg even tegen Will dat hij die laatste zin op camera drie moet doen.-
Floormanager tegen Will:
-Will, je moet op verzoek van Paul die laatste zinnen op camera drie doen.-
Will tegen floormanager:
-Ja, maar dan kom ik zo raar uit als ik naar de kandidaten toe loop.-
Floormanager tot regisseur:
-Paul hij komt dan niet goed uit als hij naar de kandidaten toe loopt.-
Regisseur tegen floormanager:
-Dat los ik wel op met een tussenshot.-
Floormanager tegen mij:
-Will, Paul lost dat op met een tussenshot.-
Ik tegen floormanager:
-Oké.-
Floormanager tegen regisseur:
-Oké Paul.-
Regisseur:
-Oké.-
En daar gingen we weer . Zo’n komische skets herhaalde zich regelmatig en ik was blij dat ik in de kantine van de NOS af en toe Paul de regisseur van dichtbij mocht bekijken en een gesprek van mens tot mens met hem kon hebben. Na boter kaas en eieren meldde de AVRO zich. Ze wilden daar bij de radio wat leven in de brouwerij en planden mij van twaalf tot twee en Hein Simons, u weet wel van Mamma en de springpaarden van twee tot drie uur. Twee knallers waar de luistervriendjes niet omheen konden… Uiteraard moest ik een spelletje doen en ik bedacht iets met de stem van een bekende Nederlander die op de door luisteraars gestelde vragen, alleen maar met ja of nee mocht antwoorden. Als een en ander niet binnen zestig seconden voor elkaar was kon de oplossing per briefkaart naar de AVRO worden gezonden alwaar een kaart werd getrokken uit de stapels goede inzendingen. Groot succes! Postzakken vol en een hele afdeling haalde opgelucht adem, want ze hadden weer werk en sorteerden de kaartjes die vervolgens in bundeltjes naar de afdeling ledenwerf, abonnementen en het zilveren AVRO –theelepeltjes comité worden gebracht. Ondertussen begon de programmaleiding te zeuren dat mijn twee uurtjes wel heel veel op een Veronicaprogramma leken. Eerst dacht ik dat het en grap was, maar het werd steeds erger en op een mooie zonnige ochtend zei ik tegen mezelf -Kappen Luik!.-
En dat deed ik om tien voor twee in mijn uitzending. Ik heb de luistervriendjes uitgelegd dat volgens de heren van de AVRO mijn show teveel Veronica gehalte had, dat ik daar nog steeds trots op was en nam afscheid. Wat dachten die eikels wel met hun Veronica gezever! Later hoorde ik dat het even stil was in het AVRO-gebouw afdeling radio toen ik doei had gezegd en dat er daarna door de ene helft van het personeel werd gelachen (stiekem) en door de andere helft gevloekt (uiteraard heel beschaafd).
Toen ik naar huis reed, miste ik Veronica meer dan ooit.
Rij en AVRO voorzichtig, denk aan mij
Will
Will Wil Wel : Caroline
Ik woon tegenwoordig veel en regelmatig in Spanje en dat is een paradijs voor radioliefhebbers. Elk dorp, elke stad heeft hier zijn eigen radiostation en als het een beetje meezit een stuk of drie…
Altijd illegaal, maar daar doen ze hier niks aan want waarom zou je. Er zijn om de paar maanden wel wat mannetjes ,en heel vaak Nederlanders,die denken,wat Rob Out en zijn maatjes ooit hebben gedaan,kan ik ook.Ze kopen een zender, halen wat muziek van internet, geven het station de naam van hun vrouw of vriendin en twee maanden later is het over …En wat dan?
Kun je altijd nog een teeveezendertje beginnen, want dat gaat hier ook heel makkelijk. Geen hond die er naar kijkt maar Burlosconi is ook ooit zo begonnen en wie niet waagt die wint nooit! Ik zie dat komen en gaan van de amateurs met een glimlach aan en roep, als ze bij me komen om mee te doen met een smile maar nooit voor de bijl, dat ik geen tijd heb. Druk druk druk met niks!
Maar vorige week zat ik in mijn stamkroeg in het dorp en toen ik hoorde dat Radio Caroline hier vanaf september gaat beginnen met uitzendingen. Kijk,dat is andere koek! Want radio Caroline is, na Veronica, mijn alltime favorite. Dat waren de jongens die aan boord van een krakkemikkige boot door bleven gaan toen wij allang in onze luie landrottenstoel bij de Hilversumse omroepen zaten. De boys die niet of nauwelijks te eten hadden en vanuit de lucht werden gefotografeerd omdat ze dan makkelijker opgepakt konden worden als ze aan land kwamen. Een zendschip waar beton in was gestort omdat de gaten er in vielen en een zendmast die veel te hoog was en bij zwaar weer er voor zorgde dat de boot bijna op zijn kant ging.Avontuur mijnheer!
Maar wel het station waar ik voor het eerst Procol Harem hoorde en al die grote Engelse hits die toen nog door de Nederlandse groepen werden gekopieerd. Radio Caroline. Dat waren voor mij ,toen ik bij Veronica werkte, de jongens die wisten hoe het moest.En… ze waren nog harder ook ! En ziet…. Jaren later, toen bij ons in Nederland het hele Veronica gebeuren vakkundig de nek was omgedraaid en ik
via wat geklooi bij de AVRO en de TROS toch maar weer piraatje wilde spelen, kwam een Haagse jongeman bij meen vroeg of ik er wat voor voelde om programma’s te maken voor Caroline. De boot lag nog op zijn plek ,de zenders werkten en er zaten wat waaghalzen aan boord die er voor zorgden dat er 24 uur werd uitgezonden.
Het was allemaal zwaar illegaal want er stond gevangenisstraf op medewerking met een station dat vanaf de Noordzee uitzond. Ik riep meteen dat ik graag wat wilde doen en twee dagen later werd er op de boerderij waar ik toen woonde een studio gebracht waar ik niks van begreep en waar ik cassette bandje mee moest opnemen met mijn programma’s. Ik miste Adje Bouman,maar uiteindelijk kreeg ik de techniek onder de knie en ik weet nog dat ik van twee antiek pick-ups, zogenaamde snelstarters had gemaakt door middel van een vilten mat en wat wasknijpers…. Ik scheet in mijn broek dat ik ontdekt zou worden.
De studio boven in mijn boerderij had een groot raam dat uit keek op een landweggetje en ik kon de politie, die nooit langs kwam, dus van verre zien aankomen.Als ik de programma’s klaar had, deed ik de cassettebandjes in een trommeltje, verstopte die in een oude schuur en ging fluitend naar bed. Iedere week leverde ik mijn programma’s af bij een motel in de buurt van Den Haag. Hij de bandjes,ik de enveloppe met geld.Niet veel, maar genoeg om van te leven. De bandjes werden met gevaar voor eigen leven met een nauwelijks zeewaardig jacht vanuit Scheveningen naar de Caroline gebracht en Fred Bolland, want dat was de maniak die dit allemaal deed was altijd blij als –ie weer terug was. En opeens was het over.
Ik hoorde op een zondagavond toen ik bij Rob Out langs ging, dat het schip uiteindelijk was gebroken.
Iedereen veilig van boord,maar Caroline bestond niet meer! Mijn laatste bandjes die ik voor Fred had opgenomen, heb ik ergens liggen,maar waar…… Misschien in een trommeltje in een oude schuur ergens in Nijkerk. Volgens de geruchten gaan ze dus hier in september beginnen en ik weet zeker dat ze dan iedereen een poepie laten ruiken. Ik doe niet meer mee,want mijn vrouw zong uit volle borst –je wordt ouder papa ,van Peter Koelewijn toen ik heel voorzichtig vroeg wat ze er van zou vinden als ik……..
Maar luisteren mag!
Viva El Caroline.
Rij en spanje voorzichtig,denk aan mij Will
Hart voor Dieren
“Het is hart met een t hoor, niet met een d”, zegt Will Luikinga over zijn nieuwe dierenprogramma “Hart Voor Dieren”. Will Luikinga gaat zijn hele leven intensief met dieren om en ook het afgelopen seizoen was hij al in een dierenprogramma op de televisie te zien. Zijn nieuwe programma wordt echter totaal anders. Zelf typeert hij het als een ongedwongen dierenprogramma, met een vleugje humor. Vanaf zaterdag 28 oktober 1989 zal dit opvallende nieuwe spektakel maandelijks bij Veronica te zien zijn.

“Hart voor Dieren” speelt zich af in de lounge van een dierenhotel. Will Luikinga is de baas van het hotel, waar doorlopend de meest uiteenlopende beesten in- en uitchecken. “Alles wat benen heeft en tam is, komt voor in het hotel”, vertelt Luikinga. “Het zijn allemaal echte dieren. Een schaap is welkom, maar een poema ook. Als hij maar tam is. We behandelen een groot aantal onderwerpen. Vaste prik is een journaal voor dieren, dat door een beest gepresenteerd wordt: Simon Slenter. Wat voor dier dat is weten we nog niet, daar wordt nog aan gewerkt. Het is in ieder geval geen gewoon dier. Geen hond of kat, we zien wel. We maken er in ieder geval een raar beest van.”
Toilet
“Hart Voor Dieren” bevat veel grappige zaken, zoals beesten die met elkaar praten, maar ook een nieuw toilet, de nieuwste dierenmode en recycling van kattebakvullingen komen aan bod. Maar het programma, is op zich heel serieus. Luikinga: “Er doet ook een dierenarts mee. Daarvoor treedt dr. Peter Poll steeds aan. Hij neemt de serieuze medische problemen voor zijn rekening. De eenvoudige gevallen doe ik zelf. Ik mag wel zeggen dat ik veel ervaring heb met dieren, ik ben ermee opgegroeid. Jarenlang heb ik op een boerderij gewoond en daar heb ik zo’n beetje alle bevallingen in eigen hand genomen. Van een schaap tot en met een paard. Dan leer je wel eenvoudige medische klusjes te klaren. Maar alleen de simpele gevallen behandel ik hoor. Dokter Poll doet het zwaardere werk.”
“En ik run dat hotel dus. Maar ik doe meer dan alleen de gasten ontvangen. Ik kan bijvoorbeeld uit de keuken komen om te zeggen dat ik iets lekkers heb gemaakt uit een honden- of kattenkookboek. Want dierenkookboeken bestaan echt. Al die dingen spelen zich af in de lounge van het hotel. In het journaal komen allerlei leuke gebeurtenissen voor die zich her en der in dierenland afspelen. Dat kan een onderwerp uit een dierentuin zijn, maar het kan eigenlijk overal vandaan komen. De meest rare dingen zullen de revue passeren: joggingpakken voor poedels bijvoorbeeld. Of regenpakken voor Bobtails. Die bestaan echt. En ze worden nog verkocht ook… Ach, je weet niet wat er binnen komt.”
Will Wil Wel : Je stinkt naar vis
MAANDAG: “Goedemorgen mijnheer”, zegt een jongeman, die mij uit bed heeft gebeld. Hij staat met een smile in de deuropening en wacht netjes tot ik onder de mensen ben.
“Jij dacht zeker ook, de ochtendstond heeft goud in de mond”, mompel ik na de toegestane bedenktijd.
“Het is al kwart over acht”, antwoordt de jongeling.
“Hoe laat ben jij naar bed gegaan?”, vraag ik
“Elf uur mijnheer.”
“En om een uurtje of zeven standje zeker onder de douche?”
“Nee, half acht mijnheer.”
“Weetje wat het probleem is”, zeg ik terwijl ik hem recht in de ogen kijk. “Ik ging er veel later in wegens drukke werkzaamheden en daarom kom ik er ook veel later uit, wegens geen werkzaamheden ”
“Oh”, zegt hij, “ik heb u dus uit bed gebeld?”
“Precies”, antwoord ik. “Maar wat kan ik voor je doen. .?”
“Heeft u vakantiewerk voor me?”
“Heb je een rijbewijs?”
“Nee, ik ben bijna achttien en ik wil geld verdienen voor een brommer.”
“Houd je van tuinieren?”
“Thuis niet, maar bij een ander wel”
“Je kunt over een uur aan de slag.”
“Wat moet ik doen ?”, vraagt de jongeman, terwijl hij een bloknootie uit zijn zak haalt
“De tuin een beetje in orde maken”, zeg ik “Wat gaat dat kosten?”
“Dan zou ik even moeten kijken wat er precies moet gebeuren”, antwoordt mijn nieuwe werknemer.
Even later, als we door de tuin zijn gelopen, maakt hij een korte berekening en zegt: “Ik denk dat u met vijftig gulden klaar bent, mijnheer. Tenzij ik iets tegenkom wat ik nu niet heb gezien.”
“Akkoord”, roep ik “En mag ik je wat vragen?”
“Natuurlijk”, antwoordt hij
“Is jouw vader misschien aannemer?”
Hij kijkt mij even verbaasd aan en zegt dan: “Ja, hoe weel u dat?”
“Laat maar”, mompel ik “Tot over een uur en succes als je later de zaak van je vader overneemt”
WOENSDAG: Mijn programma kwam weer live vanaf de kar. Artiesten lopen het podium op en af, zingen hun liedje, krijgen een bloemetje, een pak consumptiebonnen en een warme hand voor bewezen diensten Af en toe moet je artiesten interviewen, want ik ga er maar van uit dat ze geen tweehonderd kilometer rijden om een liedje te zingen. Nou hebben de meeste zangers en zangeressen niet zoveel te vertellen Hier en daar wil er nog wel eens een jonge hond geboren worden of is het fietsje van de jongste dochter gestolen, maar dan houdt het op. Vandaag had ik een diepte-interview met Barbarella, de drie dames die ooit het openingslied van de Pin-Up Club zongen. Ze hebben een tweede plaatje gemaakt en volgens mijn moeder klinkt dat ook wel aardig. Terwijl ik met een van de dames stond te praten, tikte een ander mij op de schouder en zei: “Mag ik ook even wat zeggen?” Toen ze bleef aandringen draaide ik mij om en duwde de microfoon onder haar kokette neusje. “Ga je gang”, zei ik.
“Je stinkt naar vis”, riep ze.
Mijn hersenen begonnen op volle kracht te werken en ik had bijna een zeer vervelende opmerking gemaakt maar ik hield me in, want voor je het weet staat zo’n wereldster te huilen. “Zeeland… visschotel gegeten”, stamelde ik en aangeslagen liep ik de bühne af. Met vlugzout werd ik bij gebracht door producer Jan de Hoop en ik was blij dat ik de rest van het programma nog naar behoren kon presenteren. Na afloop van de uitzending werd ik ter verantwoording geroepen bij de hoogste instantie en ik heb moeten beloven dat ik tijdens de uitzending nooit meer van een visschotel mag snoepen en indien zulks wel geschiedt, ik onmiddellijk de tanden moet poetsen, dan wel de mond met daartoe in de handel gebracht mondwater dien te spoelen. Om dergelijk incidenten te voorkomen krijgt iedere presentator van het bedrijf een setje met artikelen die het onaangenaam geuren uit mond en oksels rigoureus de kop indrukken. Trouwens een bijzonder fris plaatje, die nieuwe van Barbarella.
DONDERDAG: De jongeman die bij mij in de tuin werkte, heeft inmiddels de rekening gestuurd. De post ‘onvoorzien’ is wat aan de hoge kant maar dat komt omdat hij een mierennest heeft gevonden en de beestjes meteen met harde hand heeft uitgeroeid. Hij is er zolang mee bezig geweest dat ik het sterke vermoeden heb dat hij de mieren één voor één heeft begraven.
Rij en vis voorzichtig, denk aan mij
Veronica Omroepsters
Wie kent ze niet?
Anita Witzier, Caroline Tensen, Cindy Pielstroom, Marijke Benkhard, Chimène van Oosterhout, wie kent ze niet? Het is slechts een kleine selectie uit het grote aantal omroepsters dat ons door de jaren heen op Veronica vertelt wat ons ‘s avonds op de zender te wachten staat. Omroepers en omroepsters zijn tot het eind van de vorige eeuw niet weg te denken op de verschillende zenders die ons land rijk is. Op Nederland 1,2 en de TROS praten zij de programma’s aan elkaar, maar vooral Veronica staat bekend om haar programmering met de jonge en flitsende omroepsters. Tot en met de jaren negentig gaan de publieke omroepen door met het aan- en afkondigen van de programma’s. Veronica houdt het tot 2003 vol. De omroepsters zijn letterlijk “een vertrouwd gezicht” op Veronica en het is dan ook de zender waarop ze het langst te zien zijn.
Onderscheidend
Bijna iedereen kent het beeld wel. Op de achtergrond een speciale animatie waarin het Veronica-logo is verwerkt met daarvoor één van de omroepsters die op vriendelijke toon laat weten welke programma’s zijn afgelopen en welke programma’s verder nog op de zender te zien zullen zijn. Wat Veronica’s omroep(st)ers volgens velen onderscheidt is dat ze authentiek, echt en spontaan overkomen. Het zijn geen sprekende hoofden, maar mensen die weten waarover ze het hebben.

Veronica’s omroepsters zijn dan ook essentieel in de verpersoonlijking van de sfeer op de zender. Het zijn de gastvrouwen die ervoor zorgen dat de kijker zich op Veronica thuis voelt. Ze raken ingeburgerd in de Nederlandse huiskamers en maken deel uit van de wereld van de kijker. Het gezelschap aan omroep(st)ers bestaat bij Veronica voornamelijk uit vrouwen, iets dat niet zo vreemd is gezien het jonge en wilde karakter van de zender. Toch zien we midden jaren tachtig ook Veronica-icoon Will (wil wel) Luikinga als omroeper voor de camera verschijnen.
Bekende stemmen
Omroepers en omroepsters zien we echter niet alleen op tv. Ook op de radio zitten ze achter de microfoon om de luisteraar op de hoogte te stellen van wat er komen gaat en wat geweest is. Ellen van Eck bijvoorbeeld en Max Groen worden hierdoor “bekende stemmen” bij Radio Veronica. Tot begin jaren tachtig zijn ze op de radio te horen, waarna het beroep radio-omroeper geleidelijk verdwijnt.
Opstapje
Voor een groot aantal omroepsters uit de Veronica-stal betekent dit het begin van een glansrijke tv-carrière. Caroline Tensen, Cindy Pielstroom, Chimène van Oosterhout, Anita Witzier en Floortje Dessing bijvoorbeeld, zullen we later vaak terug zien en horen op tv. Ook Irene Moors begint haar televisie loopbaan bij RTL Veronique als omroepster. Nog steeds zijn ex-omroepsters op de buis als presentatrice of zelfs met hun eigen programma’s.
Kauwgomreclame
In maart 1998 wordt van de populariteit van drie Veronica-omroepsters gebruik gemaakt door kauwgomfabrikant Aquafresh. In een commercial die 20 seconden duurt wordt de kauwgom van Aquafresh door de omroepsters aangeprijsd door er overduidelijk op te kauwen. De filmpjes waren dermate ‘echt’, dat ze bijna niet herkend werden als commercial. Reden genoeg voor het Commissariaat om de commercials van de buis te halen. De wet bepaalt dat reclames onderscheidend moeten zijn van andere programmaonderdelen en dat was in dit geval niet zo. Veronica komt er af met een waarschuwing, omdat de manier van reclamemaken en de zaak op zich zo uniek zijn dat die nog nooit eerder speelde. En de omroepsters? Die moeten in het vervolg buiten beeld kauwen.
Netmasters
Vanaf begin 2000 zijn de omroepsters jarenlang niet op onze schermen te zien, ook niet bij Veronica, de zender die erom bekend staat. Een aantal restylingen later pakt Veronica de draad weer op en komen ze op deze zender in een iets andere gedaante terug op de buis. De omroepsters zijn omgedoopt tot “netmasters” en hun werkzaamheden zijn lichtelijk veranderd. De eerste lichting netmasters bestaat uit Marisa Heutink, Angellisa Wong A Soy en Lesley Brehm (vlnr). Ze houden contact met de kijker en kunnen programma’s onderbreken met vragen van kijkers. Ook ontvangen ze gasten in het Veronica-gebouw en praten ze met hen na wanneer zij in een programma hebben opgetreden. Geheel volgens de “Veronica filosofie” hebben netmasters met potentie grote kans om door te groeien tot presentatrice.
Goede herinneringen
Bij “Veronica” denkt men meteen aan omroepsters en bij “omroepsters” denkt men direct aan Veronica. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Jarenlang vormden zij de gastvrouwen voor de kijker en maakten ze ons wegwijs in de programmering van Veronica. De netmasters zijn inmiddels van het scherm verdwenen, maar zouden de echte omroepsters nog eens terugkomen? In ieder geval heeft men goede herinneringen aan de tijd dat ze Veronica’s programma’s aan elkaar praatten.
Will Luikinga
De in Groningen geboren Will Luikinga (30 juli 1943) is al in zijn jeugd verslingerd aan muziek. Op zijn tiende leert hij saxofoon spelen, gevolgd door de klarinet, piano en dwarsfluit. Al snel weet hij die voorliefde te combineren met een passie voor media; hij studeert aan het Instituut voor Perswetenschappen en werkt als redacteur voor muziekbladen als Muziekparade en Televizier. Maar na een jaar of drie besluit hij zich volledig op zijn carrière als muzikant te storten. Hij is onder meer lid van de groep Roecks Family (later Ginger Ale), die in 1969 een hit scoort met het nummer The Flood.
Zodoende wordt Will een veelgeziene gast in de Veronicastudio. Tijdens zijn bezoekjes blijft zijn basgeluid niet onopgemerkt en na een stemtest laat Rob Out de Ginger Ale-saxofonist plaatsnemen achter de radiomicrofoon, in augustus 1969. Amateur diskjockey is hij nooit geweest, maar als de zeezender een nieuwe diskjockey nodig heeft omdat ze in de weekeinden ook ’s nachts gaat uitzenden, heeft Luikinga een vaste aanstelling te pakken. Iedere vrijdag-, zaterdag- en zondagnacht van 2 tot 6 uur presenteert ‘Will Weyman’ het programma Nachtklup. Daarbij runt het multitalent ook de Veronica persdienst; hij verzorgt documentatiemateriaal en onderhoudt het contact tussen Veronica en de luisteraars.
In 1970 maakt de legendarische radioshow Will wil wel zijn debuut. Tot en met 1997 – de laatste jaren op Radio 538 – weet dit middagprogramma de luisteraars te vermaken met plaatjes, praatjes en quizjes. Luisteraars die het geluid van een spruitje of schemerlamp moeten nadoen; niets is Luikinga te dol. Door de jaren heen brengt de jolige radiomaker slechts kleine veranderingen aan, zoals het postcodespel en de fruitautomaat Harry. Maar de rasdiskjockey kent de kracht van de herhaling; jarenlang gebruikt hij de stokoude jingle ‘Luikinga, Luikinga… Jongetje wat doe je daar?’
Als in 1971 het eerste Veronica Blad verschijnt, schrijft Luikinga zijn eerste Will wil wel column, wat hij bijna dertig jaar volhoudt. Sommige mensen werden alleen lid van de gids vanwege zijn column! Optreden voor publiek zit Luikinga echter ook nog steeds in het bloed. Naast radio maken en schrijven doet hij jarenlang enthousiast mee aan de Veronica Drive-In Shows, en ook voor het Veronica voetbalelftal zet hij zich fanatiek in.
Als de zeezender in 1974 uit de lucht gaat heeft Luikinga genoeg te doen. Hij is producer van The Buffoons en van ene Leen Huyzer, de Rotterdamse monteur die doorbreekt onder de naam Lee Towers. Ook schrijft hij songteksten, zowel voor zijn eigen band (de nummers Get yourself a ticket en The Flood) als voor andere artiesten, bijvoorbeeld Papa was a poor man voor Jack Jersey (1974) en Verliefd verloofd getrouwd voor Frank en Mirella (1973). In 1975 wint het door Luikinga geschreven liedje Ding-a-dong van Teach-In het Eurovisiesongfestival.
In 1982 is Will wil wel terug op de radio, en als Veronica televisie-uitzendingen gaat maken is Luikinga van de partij. Met twaalf man een radio- en tv-station runnen? “Geweldig!” Hij produceert onder meer De wonderbaarlijke wereld van Will (1977), de satirische show Hollanders waarvoor hij sketches en liedjes schreef, De Patsboemshow (1986-1987), een talentenjacht voor talentloze mensen, Baas boven baas (1988) en Ha die dieren (1991). Het programma De Pyjamaparty (1988) zal Luikinga nooit vergeten: “Alles wat mis kon gaan in deze live uitzending ging mis. Als ik eraan terugdenk, breekt het zweet me opnieuw uit.”
Al met al heeft zeezenderperiode de meeste indruk gemaakt op Luikinga. Hij toont zich een ware Veronicaan: “Ik ben altijd voorstander geweest van vrije radio. Ik regel mijn zaakjes zelf, zonder dat iedereen zich daarmee moet bemoeien. Leve de vrije concurrentie!” Als eind 1992 het commerciële Radio 538 van start gaat is Luikinga dan ook één van de Veronica-dj’s die overstappen. Zijn programma Will wil wel verhuist met hem mee.
Per 1 oktober 1997 stopt Luikinga bij 538; volgens sommigen valt hij buiten de doelgroep van de zender. Zelf wil hij ook wel eens wat anders: “Ik werk inmiddels met technici die nog niet waren geboren toen ik Will wil wel al deed. Ik ben door het programma een soort instituut geworden.” Maar geen afscheidsfeestjes voor Luikinga: “Als ik wil kan ik over twee jaar nog terugkeren…”
Will Wil Wel door de jaren heen
jaren 70
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jaren 80
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jaren 90
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Eind 1999 stopt Luikinga ook met zijn column in het Veronica Blad. Hij neemt zich voor een punt te zetten achter zijn mediacarrière, maar al snel zwicht hij voor Radio Gooiland (in 2000) en later maakt hij voor Radio 192, waar “een heleboel programma’s weer klinken zoals vroeger bij Veronica”, weer dagelijks een programma – nu vanuit het Spaanse Benidorm.
Op zijn zestigste besluit Luikinga voor de tweede keer dat het mooi is geweest, maar opnieuw blijkt dat ‘Will wel weer wil’. Op 20 juni 2005 maakt hij zijn tweede radiocomeback op het Nederlandse ‘oldies’ station XtraFM aan de Spaanse Costa Blanca, wederom met zijn oude succesformule. Ook schrijft hij af en toe weer een column voor het meest gelezen Nederlandstalige blad van de costa, De Week. Om af te sluiten met de slotzin die Luikinga zelf meer dan twintig jaar gebruikte: “Rij en radio voorzichtig, denk aan mij!”
Will Wil Wel Norderney
“Hoe ging dat nou vroeger bij jullie aan boord? Hadden jullie ook contact met de mensen aan wal”, vroeg een aardige mijnheer die naast me in de trein zat en mij net de wonderen van een Iphone had laten zien.
“Nauwelijks”, volgens mij was er een soort korte golfzender aan boord voor berichten van schepen en een verbinding met Radio Scheveningen, maar die mocht je alleen in geval van nood gebruiken. Dus niet even aan je vrouw mededelen dat je vrijdagavond om zes uur binnen vaart in de haven van Scheveningen.
“Wat ongezellig”, zegt de man.
“Ik weet nog dat ik nooit iets verstond van de berichten die de schepen onderling doorgaven. Ik zat er bij en ik keek er naar als ze aan de gang waren.” Moet je, je voorstellen. Kopje koffie in je hand, boek er bij en dan hoorde je…
“Ja hier Arie van de Veronica. Ik heb jullie bericht begrepen. Over.”
En dan een heleboel gepiep en gekraak en vervolgens zei Arie…
“Dat is goed doorgekomen. Dat is goed doorgekomen Bert. Wij hebben daar nog geen last van gehad maar wie weet komt het nog…. Over.”
Weer een hels kabaal waar ik en Arie niets van verstonden.
“Dat is oké, dat is oké van het zelfde, over en sluiten!”
Soms hadden ze hele gespreken over de voetbaluitslagen of het weer in de buurt van Engeland zonder dat ik er iets van begreep. Het enige wat ik luid en duidelijk verstond waren de woorden over en sluiten aan het eind van de conversatie.
“Maar konden jullie dan helemaal niet naar huis bellen”, vraagt de man naast me verbaast.
“Nee”, antwoord ik.
“Wat raar.”
“Ja nu, maar toen was het heel normaal.” We hadden soms wel eens een geheime boodschap na het nieuws. Dan wisten ze aan land wat er aan de hand was maar dat kwam heel zelden voor. Dan zei de nieuwslezer dat de vogels laag over de pap vlogen. Dat betekende dan dat de groente op was en dat een vers biertje ook welkom zou zijn.
“Jullie hadden wel elk uur nieuws. Dat kan ik me nog wel herinneren”.
“Klopt.”
“Maar hoe kwamen jullie daar dan aan?”
“Dat pikten we van de Belgische radio en van de nieuwsberichten van Hilversum.”
“Illegaal?”
“Ja, wat moesten we anders.”
Het ANP was er altijd heel pissig over want die wisten natuurlijk wel dat wij fluitend hun nieuws bewerkten en op Veronica uitzonden zonder dat we een cent betaalden.
“Dat was dus lachen.”
“Ja,want ze konden niets bewijzen tot ze een keer vals bericht hadden.”
Op het nieuws in Hilversum riepen ze dat er op de Veluwe een kippenboerderij in de brand was gevlogen. Een uur later hadden wij dat bericht in onze nieuwsuitzending en toen waren we de pineut want er was dus helemaal geen brand geweest.
“En toen?”
“Weet ik niet”. We hebben wel altijd nieuws gehad dus ik neem aan dat we weer een nieuw truc hadden bedacht. Oom Bull was altijd gek op postduiven.
“Toch raar dat je niet even naar huis kon bellen om te vragen of er nog leuke dingen waren gebeurd.”
“En wat nog erger was dat je bij mooi weer Scheveningen zag liggen .’s Zomers kwam de ballenboot een paar keer per dag langs en dat was helemaal vervelend.”
“De ballenboot? Wat was dat voor boot?”
“Een schip dat vanuit Scheveningen een tripje op de Noordzee maakte met als hoogtepunt een rondje om de Veronicaboot.”
“En dan stonden jullie te zwaaien?”
“Meestal wel werd je een beetje weemoedig als je zag hoe dat schip weer richting Scheveningen koerste.”
“Maar waarom de ballenboot.”
“Ja… Mooi weer. Luchtige kleding. We hadden het ook de borstenboot kunnen noemen. Had je het dan wel begrepen?”
Rij en communiceer voorzichtig, denk aan mij Will
Will Wil Wel, beestenboel
Ik kwam van de week een foto tegen van Gerda, hoofd van de discotheek bij Veronica. Gerda aait een hele grote hond die wat verdrietig in de camera kijkt. Het is haar hond en ze mag hem mee nemen naar het werk want anders vreet –ie bij Gerda thuis alles op zoals stoelen, banken of schoenen.
Johanna heeft ook een hond. Een middelmaatje, die eerst thuis heel braaf is geweest, maar opeens tegen het behang op springt en de vellen van de muur eet. Nadat ze hem heeft vastgebonden aan de verwarming trekt hij die op een mooie winterse middag uit de grond en na een gesprek met Rob Out mag ze haar hond meenemen naar Veronica, zolang niemand er last van heeft en het behang aan de muur blijft zitten.
De hond van Stan Haag komt uit Zuid Afrika en heeft de haren op zijn rug omhoog staan. Ze noemen het ras Pronkrug en iedereen is bang voor de hond want als een hond kwaad is staan de haren van zijn rug ook overeind.
De vrouw van Stan past op de hond, gaat met hem wandelen in het bos en geeft hem op tijd eten. Stan heeft daar geen tijd voor want hij werkt de hele dag aan zijn programma muziek terwijl u werkt en komt ’s avonds doodmoe thuis.
De vrouw van Stan krijgt een baan in een chique Boetiek en moet elke dag met de trein van Amersfoort naar Amsterdam. Stan moet dus op de hond passen, maar heeft daar geen tijd voor. Hij vraagt aan een buurvrouw of die een oogje in het zeil wil houden en eenmaal daags een rondje met de hond wil wandelen.
De eerste keer dat de buurvrouw de hond wil uitlaten denkt de brave , maar zeer waakse rakker dat de buurvrouw een inbreekster is en als Stan thuis komt zit de buurvrouw op een keukenstoel terwijl de hond begint te grommen als zij zich beweegt.
De volgende dag neemt Stan de hond mee naar de zaak en legt hem naast zich neer in studio 1. Hij moet twee keer met een emmer en dweil aan de slag omdat hij geen tijd heeft de hond uit te laten en niemand zo gek krijgt om even met de waakse mijnheer te wandelen.
Rob Out, zelf een dierenliefhebber, vraagt in een memo of er nog meer mensen bij Veronica zijn die een hond, kat, cavia of ander klein huisdier hebben waarvan in de toekomst gevreesd moet worden dat zij niet alleen thuis kunnen zitten terwijl de wettige eigenaar bij Radio Veronica aan het werk is. Bij voldoende aantallen worden er passende maatregelen genomen zoals een gezamenlijke verblijfplaats en een buitenkennel.
Het resultaat is verrassend. In totaal blijken nog tien mensen in het bezit te zijn van huisdieren die in aanmerking komen voor opvang.
Daaronder bevind zich een ezel……Een maand later lopen er vijf honden in het Veronica gebouw, in een afgezet stuk tuin staat een ezel, er is een bouwtekening gemaakt voor een volière en in de keuken bij tante Erna staat een cavia die er uit moet omdat twee dames van de administratie allergisch zijn voor alles wat een bontje draagt.
De medewerkers die geen huisdier hebben doen hun beklag bij Ome Bull en vragen of het ook mogelijk is lastige vrouwen mee te nemen. Het gaat twee maanden goed. Dan vreet de hond van Stan Haag de schoenen van Tineke op. Stan legt meteen honderd piek op het bureau van Tinus, maar volgens haar hebben de schoenen veel meer gekost. Stan vraagt de aankoopbon, maar die is nergens te vinden. Rob Out legt de rest bij maar eist dat Stan zijn hond thuis laat.
De hond van Gerda, poept een hele grote op de trap en daar stapt een bekende Nederlandse artieste in die vervolgens naar beneden glijdt en huilend bont en blauw de studio verlaat. De vlekken in haar japon gaan er bij de stomerij niet uit want Gerda geeft haar hond blikvoer en dan weet je het wel….
Als de ezel een wintervast onderkomen moet hebben omdat de Elfstedentocht eindelijk door gaat, verhuist hij naar een kinderboerderij. Ik heb hem later nog eens gebruikt voor het programma Hollanders, want ezels worden heel oud! Zo loopt de ark van Veronica langzaam maar zeker leeg.
Af een toe verdwijnt een cavia naar de dierenhemel en als het kreng van Johanna een potentiële adverteerder in zijn kuit heeft gebeten krijgt het mormel een levenslange ontzegging tot de toegang van ons gebouw en worden zijn stamboom papieren in beslag genomen.
Inmiddels had Rob Out ook een hond aangeschaft. Een zeer grote Franstalige jachthond met hele lange oren en een verschrikkelijk dom gezicht en daarbij zeer ongehoorzaam. Rob laat hem een maand na aanschaf los op de hei en moet tot twee uur ’s nachts naar het loeder zoeken.
Om de hond meer te laten wennen aan het baasje neemt Out de Franstalige oen mee naar de zaak en dat wordt het begin van het einde.
Na twee dagen, terwijl Rob met de directie zit te praten, vreet de hond de autosleutels op die op het bureau van zijn baas liggen.
Hij spuugt ze ook weer uit, maar dat gebeurt drie uur later en je moet weten dat het om sleutels gaat want in de restanten van hondenbrokken is dat nauwelijks te zien. De hond wordt de volgende dag voor weinig verkocht en er hangt een memo op het mededelingenbord waarop staat dat de ark met onmiddellijke ingang voor altijd is gesloten.
Iedereen neemt zijn dier mee naar huis, maar Jaco de papagaai van Paul ontsnapt en zit iedere dag in een boom in onze tuin te krijsen. We kunnen de ramen van studio twee niet meer openzetten en zo krijgen we eindelijk toch nog airco.
Rij en beest voorzichtig, denk aan mij Will
Will Wil Wel Kerst
Niemand weet hoe het ooit is begonnen, maar met de kerstdagen hadden we op Veronica hele speciale uitzendingen. De ene keer was het een hoorspel, dat dan bijna twee dagen duurde en waarbij in elk uur de kreet terugkwam. Het sneeuwt nog steeds in Peyton Place, ingesproken door Henk van Dorp die in zijn programma: Er zit een olifant in de tram, wekelijks bewees dat hij een meester was in superflauwekul die maar weinigen begrepen, maar waar je soms wel om kon lachen. Ik kan me ook nog een kerstfeest herinneren waarbij de Leo-fanfare uit Hilversum, waar mijn vader al jaren een trouw en toegewijd lid van was, de hoofdrol vervulde. Zij begonnen ieder uur van onze kerstuitzending met een stukje van Stille nacht heilige nacht, dat we hadden opgenomen tijdens een repetitie. De eerste uren niet te pruimen, maar in de late avond klonk het heel aannemelijk. Helaas zaten toen alle leden van de fanfare, hun familieleden en bekenden al zwaar te tafelen in diverse restaurants, zodat ze het eindresultaat nooit hebben gehoord… Ze hebben het mijn vader heel kwalijk genomen dat hij zijn eigen fanfare zo te kakke heeft laten zetten bij dat schorem van Veronica en pa heeft nog drie weken zijn klarinetpartijen geblazen, is toen verbannen naar de grote trom en mocht uiteindelijk alleen nog de stoelen klaarzetten in het repetitielokaal en koffie schenken in de pauze. De uitzendingen die Adje voor hem op cassettebandjes had gezet heeft hij nooit aangeraakt.
Een andere kerstuitzending die volgens kenners historisch is geweest, werd opgenomen in een schaapskooi op de boerderij van Oom Bull. Iemand was op het idee gekomen dat een echte kerstuitzending alleen maar gemaakt kon worden als je de omstandigheden, van de nacht dat Jesus werd geboren, zelf beleeft… Dus koud in een stal, schapen, een os, een ezel, een timmerman, een lieve dame en een pas geboren kind… Rob Out zag het wel zitten, maar schrapte om te beginnen de timmerman, de lieve vrouw en de baby. Hij belde met een kinderboerderij voor de os en de ezel en liet ons via een memo weten dat we het met de stal van Oom Bull en zijn schapen moesten doen omdat het budget het niet toeliet de andere dieren aan te voeren. Het was die nacht echt koud, de schapen deden hun behoefte op/of in de buurt van de mengtafel. Oom Bull vroeg ons regelmatig om even bij hem in de keuken te komen waar hij puike rumthee serveerde en toen ik uiteindelijk ’s morgens vroeg moe maar voldaan naar huis reed had ik een heel mooi en goed kerstgevoel, dat de volgende morgen veranderde in zware hoofdpijn!
“Zouden de mensen zo rond de kerstdagen nou wel lief voor elkaar zijn?” vroeg ik aan Adje toen we terug reden van een drive in show.
“Natuurlijk”, zei hij. “Als de kerstlichtje gaan branden weet je niet wat er gebeurd.”
Twee weken later zat ik met Ad en Sytse Gardenier in een Volkswagentje. We stonden voor de oprijlaan van een grote villa en daar belde Daniel Kleijsing, die bij ons op de afdeling sport werkte, aan.
We hadden hem volgeplakt met elektronica zoals zenders en van die hele grote microfoons, want de kleine speldenknopjes die ze tegenwoordig gebruiken moesten nog worden uitgevonden. Daniel, gekleed in een veel te grote jas om de apparatuur te verbergen, moest aan de mensen bij wie hij aanbelde vragen of ze misschien een boterham voor hem hadden want hij had het koud, geen huis en de hele dag niet gegeten.
Ik had verwacht dat iedereen de deur voor zijn neus zou dicht knallen, maar dat liep heel anders af. Terwijl wij in de koude auto zaten te vernikkelen omdat we de motor niet konden laten draaien voor de verwarming, zat Daniel in de warme keukens en werd volgepropt met lekkernijen. Via zijn zender en microfoon hoorden wij alles en Daniel had er de grootste lol in ons op de hoogte te houden van alles dat hem werd voorgeschoteld terwijl bij ons de ijsbloemen op de borst stonden. Uiteindelijk werd hij maar twee keer weggestuurd en zat hij op het eind van de avond met lange tanden bij die lieve mensen te eten want vol is vol. Het werd een geweldige uitzending en uiteindelijk is daar later het programma Fop Out door ontstaan.
Kerst bij Veronica. Het was altijd iets bijzonders. Ruim een week voor de 25ste december waren de programma’s klaar en hadden we met zijn allen een kerstdiner in de studio’s. Toespraken, extra salaris, kerstpakket en naar huis.
Een week later moest je dan nog een keer kerst vieren, maar dat haalde het niet bij die de te vroege versie. Ik heb ooit een verzoek ingediend bij de Paus of hij Kerst naar 18 en 19 december zou willen verplaatsen… Nooit antwoord op gekregen en dat is eigenlijk logisch want de Paus heeft nooit bij Veronica gewerkt.
Rij en feest voorzichtig denk aan mij Will
Will Wil Wel: Laatste uur
“Er moeten wel een paar mensen in de studio blijven”, zei Rob Out toen we tijdens een vergadering hadden doorgenomen hoe de laatste dag van Veronica eruit zou gaan zien. Iedereen keek naar Tineke en mij. Tineke werd al zeeziek als ze vroeger in de tobbe werd gestopt en ik hing van de deejays het meest over de railling als het ging waaien en daar heb je niks aan als je een klok hoort tikken en het aftellen is begonnen. Wij tweeën kregen dus de zogenaamde lijnbewaking.
Als er wat fout ging aan boord van de Norderney konden wij het programma voortzetten vanuit de studio op het Laapersveld. Ik begreep het wel, maar ik had er toch een beetje een katterig gevoel over want ik besefte heel goed dat een historisch moment aan mijn neus voorbij zou gaan en dat ik later niet tegen mijn kleinkinderen kon zeggen opa zat aan boord jongens en we hebben allemaal heel erg gehuild.
Gelukkig bood Tineke aan om voor de drank en de hapjes te zorgen en uit ervaring wist ik dat dit een boel goed zou maken. Tot mijn schrik merk ik nu trouwens dat ik niet meer weet wie de technici waren die op de gedenkwaardige 31ste augustus samen met mij en Tinus in de studio zaten. Ik heb wel een vermoeden, maar daar blijft het bij want voor je het weet laat je bijvoorbeeld Sinterklaas bij Waterloo vechten en doet Napoleon de pakjesavonden.
Tinus had zich behoorlijk uitgesloofd en wij zaten in de studio met zijn drieën bij elkaar en luisterden naar de programma’s die van boord kwamen. Eigenlijk was het best gezellig en het grote verdriet moest nog komen, maar daar waren we op voorbereid. Al maanden lang.
Het laatste uur zou net beginnen toen een volkswagentje van de politie het terrein op reed. Iemand riep “Neem een klein radiootje mee Luik want ze komen je eindelijk halen.” Maar toen de heren binnen stonden was de lol er gauw af. “We hebben een bommelding gekregen en jullie moeten onmiddellijk het gebouw verlaten”, zei een van de koddebeiers. “Natuurlijk”, zei Tinus. “Wat drinken jullie?”, want wij hadden in die tijd nog geen ervaring met terroristen. “Nee, nee u moet nu het pand onmiddellijk verlaten. Wij gaan de zaak meteen onderzoeken. Als u wilt kunt u in de tuin blijven wachten”, zeiden de heren heel serieus.
Ik kan me vaag herinneren dat het een druilerige dag was en toen we in de miezer buiten stonden ging de voordeur op slot en deden de agenten hun werk. Niemand van ons had in de paniek een radiootje meegenomen. Uiteindelijk zaten we als een stelletje ontheemde kinderen rond mijn auto. Ik had de portieren open gezet en de radio op muziekkracht tien gedraaid zodat we in ieder geval het laatste uur konden horen. Toen het zendkristal eruit was getrokken en een ruis het enige was dat overbleef van ons station, schakelde ik over naar Hilversum 3 waar Willem van Kooten zijn programma begon met Veronica Sorry, vervolgd met een minuut stilte en daarna Silence is Golden draaide.
Wij hebben natuurlijk wel een traantje gelaten terwijl we rondom mijn auto zaten, maar we waren hoofdzakelijk boos op de idioot die de bommelding had gedaan en die achteraf vals bleek te zijn. Later die avond, toen ik met Tineke naar huis reed zei ik: “Daar ga ik maandag op de radio toch wat over zeggen en dan draai ik meteen een plaatje voor die agenten.” Ze keek me aan en zei: “Er is geen radio meer Will.”
En toen drong het eigenlijk pas echt tot me door dat het was afgelopen met Veronica.
Rij en laatste uur voorzichtig, denk aan mij
Will
Will Wil Wel: Bart van Leeuwen
Eigenlijk zou ik het deze maand moeten hebben over Bart van Leeuwen, die 2 juli jarig is geweest.
Ik had al een opzetje gemaakt over zijn goede en slechte gewoontes. Bijvoorbeeld om een sjekkie te draaien en dan de tabakskruimels als een soort spoor door het gebouw rond te strooien zodat je altijd wist waar hij zat, zijn eeuwige gevecht tegen de pondjes die door het mondje gaan want hij kan koken als de beste, zijn passie voor computers waar hij thuis een hele grote van had staan, zijn ochtendhumeur dat je wel nodig had als je om zes uur moest beginnen, zijn giga slordigheid, de cursus stoppen met roken die we samen hebben gevolgd, en die mij voor altijd van het roken heeft genezen, maar die hij na een paar maanden als mislukt moest beschouwen en daar nog altijd over praat als we elkaar tegenkomen. Allemaal dingen die we samen hebben beleefd.
Op de eerste campingtoer toen Bart meisjes een blonde pruik op moest zetten en een Denise-wedstrijd leidde wat hij eigenlijk helemaal niks vond, maar altijd dapper deed op de campings van Musselkanaal tot Soeburg. Of de kroegentochten als we op locatie waren en we tot het gaatje doordronken en hij en Adje Bouman dus maar niet naar bed gingen omdat ze weer heel vroeg aan de bak moesten en dat Bart dan ook nog heel vrolijk Ook Goeiemorgen presenteerde. Dan was er mijn moeder die hem de aardigste deejay van Veronica vond, omdat hij zo’n lief gezicht had en zo’n vrolijke stem bezat. Ze vertelde dat tegen iedere dame die bij haar op visite kwam en altijd als ik haar belde vroeg ze eerst ‘hoe gaat het met Bart’ en dan kwam ik aan de beurt….
Dat had ik allemaal op een kladje geschreven toen ik het heel druk kreeg om een feest te organiseren, omdat ik op 30 juli 65 werd.
Om te voorkomen dat zoals in voorgaande jaren…:
(Een compleet door Rob Out gehuurd fanfarekorps het tuinpad op komt lopen, 40 jaar. Er ‘s morgens om zes uur een draaiorgel voor de deur staat met het voltallige personeel ener radio-omroep dat luid en duidelijk zingt dat er een jarig is, 50 jaar.) ..Midden in de nacht word ontvoerd en vervolgens in een hotel in Scheveningen terechtkom met uitsluitend oude Duitse badgasten en waar het de hele dag regent, besloot ik de zaak zelf in de hand te nemen en vijfentwintig heren en een dame voor een diner uit te nodigen.
Mensen die wat in mijn leventje hadden betekend. Toen ik het lijstje klaar had kon ik meteen een paar namen schrappen. Rob Out, Henny Budie, Bart de Graaf, Nico Haak… Maar gelukkig bleven er nog genoeg over. En die heb ik allemaal een mailtje gestuurd met het verzoek op mijn verjaardag aanwezig te zijn. Van Adje Bouman tot de enige dame Tineke, Sytse Gardenier, Lee Towers, Ron Brandsteder, Albert West…..
Het werd een dolle avond met veel muziek, want als die jongens er toch zijn gooien ze even een paar hits door de microfoon. Er waren mooie sprekers en prachtige cadeaus. Kortom zo’n gebeurtenis die het leven waard maakt geleefd te worden. Ik heb net een dvd bekeken die ik kreeg van Adje Bouman, waarin te zien is dat ik samen met Michael Robinson gezeten in een winkelwagentje op een dinsdagavond door Veronica-medewerkers door een stad wordt gereden. Michael speelt gitaar en ik saxofoon. Blue Berry Hills. Bart van Leeuwen loopt ernaast en zingt uit volle borst mee en wist toen nog niet dat hij na wat omzwervingen in 2008 gewoon weer elke dag op Veronica te horen zou zijn en zo hoort het.
Rij en verjaar voorzichtig, denk aan mij
Will
Will Luikinga
De mooiste periode? Dat blijft voor Will Luikinga toch het begin, als hij in 1969 het piratenteam komt versterken. Hij herinnert zich de eerste keer dat hij het schip ziet: “Wat een klein rotbootje, dacht ik, en de studio was een kippenhok.” Maar het kleine clubje had juist zijn charme. “We waren met een paar dj’s, wat meiden van discotheken, een paar op reclame, en de matrozen natuurlijk. Dat is echt het Veronica voor mij. Later, als ik met wat oudere jongens van het schip in de kantine zat, liep er opeens honderd man met een bordje. Geen idee wie het allemaal waren.”

Luikinga leert Rob Out kennen bij het blad Muziek Parade, waarvan hij redacteur is. Out werkte bij een theaterbureau in hetzelfde gebouw. “Een beetje lachen na het werk, je kent het wel. Rob werkte toen al bij Veronica op de Zeedijk, dus ik kwam wel eens in de studio.” Met zijn bandje, Roeck Williams and the Fighting Cats, treedt Luikinga op tijdens de drive-in show. Je hebt een mooie donkere stem, zegt Out op een gegeven moment; geknipt voor de nachtuitzending. Dus stuurt hij Luikinga naar de studio om een paar plaatjes aan te kondigen. “Volgens mij ging dat heel slecht”, herinnert deze zich, maar een week later heeft hij een nachtprogramma.
Tegelijkertijd dient zich een grote kans aan: de instrumentele band Exception wil Luikinga als saxofonist. “Die jongens verdienden vreselijk veel geld, per maand wel drieduizend gulden. Ze waren heel beroemd in Europa, en ik verdiende 250 gulden bij Veronica”, vertelt hij. Achteraf is Luikinga blij dat hij voor Veronica gekozen heeft: “Weet jij nog hoe de saxofonist van Exception heette?”
Aanvankelijk gebruikt Luikinga de schuilnaam Will Weyman. “Dat was niet mijn schuld”, zegt hij snel: “dat had de secretaresse van Rob Out bedacht. Iedereen had een schuilnaam, dus ik moest er ook een. Ik vond het flauwekul.” Dan komt hij met het programma Will wil wel. Even heeft de diskjockey getwijfeld: is dat niet te ordinair? “Maar vanaf toen heette ik gewoon Will Luikinga.”
In de tijd van de grote quizzen zorgt Will wil wel met Harry de gokautomaat voor enige relativering. “Ik maakte van de quiz iets belachelijks. Dat zit eigenlijk in alles wat ik doe: je moet zelf maar uitzoeken of ik serieus ben of dat ik het als grap bedoel.” Niet alle luisteraars hadden dit even goed door. Zo liet Luikinga mensen eens vier autobanden brengen. “Alles deden ze. Ik beloofde in mijn programma eens een prijs aan de eerste die morgen met een koe op het Leidseplein zou staan. De volgende dag stonden er dus twee koeien.”
Die truc probeerde hij ook eens tijdens een radioshow op de huishoudbeurs. De eerste die hier komt met een koe, zou tien muntjes krijgen om te spelen op Harry. Een verontruste directeur liet Luikinga voor het programma begon even langskomen op zijn kantoor. “Die man zat met z’n rug naar het raam. Ik zat tegenover hem en keek zo uit op de binnenplaats van de RAI. Nee meneer, die mensen zijn toch niet gek, stelde ik hem gerust. Op dat moment zie ik een veewagen het terrein oprijden. Er komt een man uit met een stok en een koe. Snel kwam iemand die koe er weer injagen en de auto reed weg. Die directeur zal wel gedacht hebben, wat zit die kerel te lullen. Hij heeft niks doorgehad.”
Het spel met de fruitautomaat is bij toeval ontstaan. ‘Harry’ is afkomstig uit een Engelse kroeg. Toen de penny eruit ging, waren deze gokkasten voor weinig geld te koop. “Je kon ze laten ombouwen voor guldens, dus ik had er één gekocht. Hij werd bezorgd in de studio. Voor de gein gooide ik er een muntje in. De creativiteit begon bij Veronica vaak op de gang, of op de trap.” Luikinga had het apparaat gemanipuleerd, zodat er elke drie keer wat uitkwam. Harry van Doorn, de minister waarnaar de fruitautomaat is vernoemd, was overigens de peetoom van Luikinga’s vrouw. “Ik heb hem dus nog eens beloofd dat ik goed voor haar zou zorgen. Daarna is het een beetje uit de hand gelopen…”
Tegenwoordig staat de gokkast in het Omroepmuseum. Toen hij bij Radio 192 werkte heeft Luikinga Harry nog eens van stal gehaald: “Ik moest allemaal papieren tekenen, dat ik hem heelhuids zou terugbezorgen. Die man zei heel trots: ik heb hem helemaal gerepareerd! Maar zonder die ratels heb je er voor de radio niks meer aan.”
Ondanks hun grote populariteit hadden de Radio Veronica dj’s helemaal niet in de gaten hoe beroemd ze waren. “Joh, je ging gewoon lekker je programma maken.” Luikinga herinnert zich de actie ‘Veronica blijft… als u dat wilt’. “Hebben we op een middag aan boord bedacht. Toen we aan land kwamen bleek opeens heel Nederland op z’n kop te staan. Op het schip was er natuurlijk geen contact met de buitenwereld. Alleen in geval van nood mochten we Scheveningen bellen.”
Mensen herkenden de Veronica diskjockeys bovendien vooral van stem. Dat leverde wel eens problemen op. Luikinga herinnert zich een drive-in show in een grote feesttent op een kermis. Tom Mulder en hij melden zich bij de organisatie, maar krijgen te horen dat ‘iedereen wel kan zeggen dat ‘ie van Veronica is’ en ze komen er niet in. Ondertussen loopt de zaal vol, het begint al aardig te loeien, en de technici draaien de plaatjes. “Stonden wij lekker ergens een biertje te drinken, komt die man er weer aan. Had ‘ie ons toch wel nodig.” Andersom gebeurde het ook dat mensen probeerden gratis binnen te komen. “Dan kwam er iemand naar ons toe: Deze man zegt dat ‘ie Lex Harding is.”
Onherroepelijk naderde dan toch het einde van de zeezender. Emotioneel? Voor Luikinga niet echt. “Je was erop voorbereid”, vertelt hij, “er was al zoveel emotie geweest het jaar ervoor. 18 April heb ik op het Malieveld gepresenteerd, ontzettend leuk vond ik dat.” De laatste uren maakt hij niet aan boord mee, maar in de studio. “Het laatste uur kwam er een bommelding en zaten we uiteindelijk in de tuin van het Laapersveld bij een autoradio naar dat laatste gedeelte van Radio Veronica te luisteren.”
Ook aan Veronica’s publieke omroepperiode bewaart Will warme herinneringen, met name aan de zomertours langs de Nederlandse campings. “We begonnen met een klein uitklapbaar karretje. De laatste jaren gingen we met een grote crew en zo’n megatruck op pad, met artiesten als Albert West, Bartje Boos en Nico Haak. Iedereen bleef overnachten; dolle pret.”
Luikinga is één van de weinige dj’s die voor de VOO ook televisie gaat maken. “Ik moest natuurlijk weer een quiz doen. Tijdens het monteren zagen we dat de opnames verschrikkelijk waren. Het kon echt niet.” Hij besluit het maar eerlijk aan Rob Out te vertellen. Die avond neemt Luikinga plaats voor de camera, zegt dat hij een quiz heeft gemaakt, maar dat die te slecht is om uit te zenden: volgende keer beter. Veronica had altijd een noodgreep als er iets mislukte; dan werd er gewoon een popconcert uitgezonden. “Dat was helemaal niet normaal in Hilversum!”
“Op een gegeven moment kreeg je nachtfilms in het weekend. Elke omroep moest die na z’n normale programmering aan- en afkondigen. Out wilde dat we dat allemaal probeerden, en als je het aardig deed moest je het maar blijven doen. Ik vond dat helemaal niks. Dus toen ik in dat hokje zat en het rode lampje ging branden, deed ik helemaal niets. De regisseur begon wild te gesticuleren. Na een minuut of twee zei ik: ‘Mij hoor je niet vanavond’. De volgende dag moest ik bij Out komen. Eruit, zei hij. Ach, hij heeft me wel tien keer ontslagen.”
In 1975 schrijft Luikinga het winnende liedje voor het Eurovisiesongfestival, Ding-a-dong. “Dat was lachen”, vertelt hij. “We stonden zo ver voor dat het allang zeker was dat we gingen winnen, maar het duurde heel lang voor ik het besefte.” Tegenwoordig vindt Luikinga het festival niet zo leuk meer. “Het was de laatste Elfstedentocht. Ik vind dat ze gewoon met klompen aan de vogeltjesdans moeten doen.” Dat het ook een kwestie van geluk is erkent Luikinga wel: “Een liedje dat ik later schreef was tien keer zo goed en dat kreeg nul punten.”
Vaste prik op zondagavond was bijna dertig jaar het schrijven van de column voor het Veronica Magazine. Waar haalt Luikinga zijn inspiratie vandaan? “Mensen zeggen altijd: wat beleef je veel, ik beleef nooit wat. Dat is onzin. Iedereen maakt dingen mee, maar pas als je een column schrijft ga je het als onderwerp zien.”
Diskjockey, televisiemaker, muzikant, columnist… Hoe ziet Luikinga zichzelf eigenlijk? “Ik ben waar ik op dat moment mee bezig ben. Ik heb ook periodes dat ik me het lazarus loop te filmen en dagen achter de pc zit te knippen en te plakken. Dan sta ik op het punt om een hele dure camera aan te schaffen en opeens is het afgelopen. Dan ken ik het kunstje.”
Hoewel hij met het Veronica van nu niet meer zoveel heeft, blijft het Veronicagevoel Luikinga zijn hele leven bij: “Je voelt je toch een beetje verbonden met elkaar. Als ik mensen van vroeger tegenkom hebben we het meteen weer heel gezellig. Maar dan hebben we het eigenlijk nooit over meer Veronica.” Volgens Luikinga gaat het dan ook meer over een periode dan over het station: “Wij waren flowerpower, vrijgevochten idioten allemaal. Een heel andere cultuur dan nu. Veronica paste precies in die tijdgeest. Dat mensen je en jij zeiden, dat was helemaal nieuw. Ik kon ook gewoon zeggen dat ik de avond ervoor nogal was doorgezakt en hoofdpijn had, en het kalm aan deed vandaag.”
Op die vrijgevochtenheid komt Luikinga even later terug. “Er werd gewoon hard gewerkt. Je kon doen wat je wilde, als het programma maar op tijd af was. Het was niet zo’n losgeslagen zooi als iedereen denkt.” Uiteindelijk ging het erom dat je jezelf was, besluit hij. Het duurde wel een jaar voordat hij dat kon. “In het begin schreef ik m’n teksten van tevoren en die las ik dan op. Maar dat was helemaal niet de bedoeling. Als je niet jezelf bent val je onherroepelijk door de mand, en dat geldt voor het hele leven. Dat heb ik geleerd bij Veronica.”
Will wil wel
Een echte gouwe ouwe, dit middagprogramma van Will Luikinga: Will wil wel is één van de oudste spelletjesprogramma van de Nederlandse radio. Tussen 1970 en 1974 wordt het uitgezonden vanaf de Norderney. Als Veronica eind 1982 de B-status krijgt keert de lunchshow terug op Hilversum 1 (later Radio 2) en in 1992 verhuizen programma en presentator naar Radio 538, waar het tot en met 1997 nog altijd populair is. Inmiddels is de presentator de zestig gepasseerd, maar sinds 2005 is Will wil wel nog aan de Spaanse costa (en via een internetstream) te beluisteren.
De combinatie van fijne plaatjes, een jolige diskjockey en natuurlijk het telefoonspel betekende altijd lachen op woensdagmiddag tussen twaalf en twee. Een groot succes blijkt de introductie van ‘de domme vraag’ in quizland. De zenuwachtige deelnemer blijft het antwoord schuldig op vragen als ‘Wie heeft Amerika ontdekt?’ En wie ‘een vliegveld met een S’ moet noemen, flapt er “Scheveningen” uit. Terwijl Luikinga er voortdurend doorheen ratelt en deelnemers op het verkeerde been zet, bescheuren de luisteraars zich.
Ook kent Will de kracht van de herhaling: “Alles wat je heel lang doet en ook nog uitzendt op een goed tijdstip wordt vanzelf onsterfelijk”, weet hij. Zo ook zijn jingle ‘Luikinga, Luikinga… Jongetje wat doe je daar?’, die hij in 1970 in één minuut opnam en vijfentwintig jaar later nog gebruikte. Op dat moment werkt de radiolegende met technici die nog niet waren geboren toen hij met Will wil wel al voor de Veronica-microfoon zat.
Natuurlijk verandert Luikinga door de jaren heen wel het een en ander in zijn programma. Direct legendarisch is Harry de fruitautomaat, vernoemd naar Harry van Doorn, de toenmalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk die verantwoordelijk was voor de invoering van de anti-zeezenderwet in 1974. In de jaren tachtig komt het postcodespel erbij, in de jaren negentig de krasloten. En er is natuurlijk de periode dat Luikinga mensen vroeg dingen na te doen, zoals het geluid van een spruitje of een schemerlamp.
Luikinga: “Het is altijd mijn programma gebleven, met mijn spelletjes. Ieder ander zou ermee op zijn bek gaan.” Na zijn vertrek bij Radio 538 in 1997 lijkt het de radioveteraan het beste dat met hem het hele programma verdwijnt: “Zet er iemand anders neer en de mensen gaan bellen met de vraag wanneer ik terug ben van vakantie.”
Bekijk hier een fragment van Will Wil Wel.
In 2004 wordt Will wil wel door de luisteraars gekozen op nummer vijf van de beste Veronica radioprogramma’s aller tijden. En de gokkast Harry? Die staat nu in het Omroepmuseum. Voor de laatste reeks shows die Luikinga maakte voor Radio 192 werd de eenarmige bandiet uitgeleend. Maar het Omroepmuseum blijkt hem geheel te hebben gereviseerd; alle rateltjes, reuteltjes en knarsgeluidjes zijn verdwenen. Reden te meer voor Luikinga om ‘stille Harry’ in het museum te laten.
Will Wil Wel : De held van de kids
Ik ontmoette Bartje voor het eerst op grote Veronica Zomertruuk waar we in de maanden juli en augustus mee door het land trokken. ‘We moeten wat voor de kinderen doen,’ zeiden ze tijdens een vergadering en voor ik het wist zat ik met Bartje Boos, want zo was de naam toen nog, in de auto en reden stad en land af.
Ik herinner me nog dat het een hele warme zomer was en Bart had het slecht. Bovendien kon hij nauwelijks lopen en ik stond altijd met verbazing te kijken als hij de bühne op ging, zogenaamd nonchalant tegen een tafel leunde, omdat hij anders niet kon blijven staan en de hele boel op zo’n kop zette. De held van de kids want hij zette de ouders voor joker.
We zijn na die eerste toer nog jaren samen bezig geweest. Op de Zomertruuk, bij de televisie, in ons wekelijkse radioprogramma de LuikGraaf en tijdens de beroemde Veronica- komt- naar- je- toe -woensdagen.
Het was heerlijk met Bart te werken. Wij hadden de zelfde, wat onderkoelde humor en voelden elkaar precies aan. En of het de gewoonste zaak van de wereld was, in de auto, in een kleedkamer, bij mij thuis op de bank als we televisie zaten te kijken als het zover was riep Bart ‘Luik ik moet even spoelen!’ Dan kwam er een zak vloeistof te voorschijn, werden er een paar medische handelingen verricht en ging het gesprek waar we mij bezig waren gewoon door. Dat ‘ie nierpatiënt was, daar moest je mee leren leven. Jammer, maar je kon evengoed wel lol hebben…
Ik herinner me dat we na een niertransplantatie, die in eerst instantie goed gelukt leek te zijn, een soort feest hadden in een Hilversumse kroeg en dat Bart naast me stond in het toilet en zei ‘Weet je wat nou het mooiste is Will… Dat ik weer gewoon kan pissen.’
Uiteraard zong ik mee op zijn plaat We gaan voor C, en natuurlijk kwam hij met een televisieploeg langs bij mijn radioprogramma Will Wil Wel op 538 om te vragen of ik promotie wilde maken voor zijn omroep en, het kon niet uitblijven zo af en toe, ik schreef een column over Bart in het Veronicablad. Als hij het had gelezen belde hij mij gillend van de lach op en hij was helemaal tevreden als mensen er serieus op in gingen. Ik weet zeker dat ik hem met de flauwekul die ik schreef over mijn rol als voorzitter van rayon Midden- Nederland een groot plezier heb gedaan. Helaas moet ik onder dit stukje zetten:
Rij en hemel voorzichtig, denk aan mij, Will
Will Wil Wel : Brief aan Bart
Geachte heer Bart de Graaff,
Helaas is dit de enige manier om contact met u te krijgen want via de telefoon lukt mij dat al weken niet. Een uiterst domme mejuffrouw meldt mij dat mijnheer net in bespreking is of net even de deur uitloopt. U kennende, mag ik aannemen dat de dame in kwestie, die trouwens lispelt, er misschien aardig uitziet en bereid is na kantoortijd met het bestuur van BNN een borrel en een hapje te gebruiken. Kortom zo’n tiepje dat voor een minimum salaris er wel even voor wil zorgen dat ene mijnheer Luikinga niet wordt doorverbonden met de directeur! Als er gezongen moet worden op een plaatje weet je me wel te bereiken. Dan ben ik wel goed genoeg! Die ene regel ‘En Al Die Zenders‘ die ik zing, het gevoel en vakmanschap die in drie seconden op de cd zijn geperst, hebben niet alleen mijn kennissenkring, maar de hele Nederlandse muziekwereld verbaast doen staan. Talloos zijn de aanbiedingen die ik inmiddels heb gekregen om een solo-cd te maken. Op geld wordt niet gekeken en Marco B. is bereid om geheel belangeloos in het achtergrondkoor te zingen! En als ik dan jou probeer te bereiken om je de premiere in dat programma van je tegeven, staat mijnheer op een oefenveldje bij NEC in Nijmegen en heeft geen tijd voor Luikinga!
Je bent inmiddels geen haar beter dan al die andere directeuren van omroepen. Zakken vullen, congressen in een warm land, een fles drank in de bureaula en een auto met chauffeur omddat je ’s middags om drie uur te beneveld bent.
Je hebt me plechtig beloofd dat ik rayonhoofd zou worden van Midden Nederland en wat heb ik gedaan, zak die ik ben… Op mijn brommer, terwijl de regen tegen mijn valhelm sloeg, ben ik het dorp ingegaan en heb adhesie-kaarten uitgedeeld waarop menigeen zijn handtekening heeft gezet. Honden hingen aan mijn broekspijpen, ik werd met de hooivork van het erf gejaagd, maar ik ging door voor de goede zaak! Mag ik dat misschien even telefonisch aan je melden? Kun je je voorstellen dat er momenten zijn waarop ik een geestelijk duwtje in de rug nodig heb? Waar was je toen ik je vertrouwde stem wilde horen? Natuurlijk is het leuk als je in de Arena dertigduizend idioten hoort schreeuwen ‘We want Bart’ maar ik rij op mijn brommertje over de dijk en ik hoor helemaal niets….
Ik ben inmiddels zo vrij geweest om een Bonte Ledenwerf Avond (midden Nederland) te organiseren op zes maart aanstaande. Ik hoop dat je de tijd hebt om aanwezig te zijn, maar ik reken er niet op, want ik hoorde net via-via dat er dan een congres in Aruba wordt gehouden over de schadelijke invloed van het weerbericht op de melkafgifte van driejarige koeien. Voor de goede orde geef ik je het programma door omdat ik achteraf geen gezeur aan mijn kop wil hebben.
OPENING door W.J.G. Luikinga, Rayonhoofd Midden Nederland
THE WICO’S: acrobaten/ jongleurs
GEMENGD GER: ZANGKOOR met ‘Hij gaat voor C.’ o.l.v. de heer D.M. Haarmans
GEDICHT ‘Klein Maar Dapper” voorgedragen door Mej. E.V.Bruinewoud
TOESPRAAK en UITLEG BNN door Rayonhoofd Midden Nederland W.J.G. Luikinga
- PAUZE -
OPENING DEEL 2 door W.J.G. Luikinga, Rayonhoofd Midden Nederland
ALLE MEIDEN OP DE DAM (zie Telegraaf) door Henk en Ineke (3e prijse voorrondes playbackshow Assen)
THE WICO’S: Sneltekenaars.
FANFARE MICOSA (Koninklijk goedgekeurd 1899) potpourrie ‘Walsmelodie’ o.l.v Evert de Rooy
SAMENZANG TV TUNES mmv GEMENGD GER. ZANGKOOR/MICOSA
SLUITING en LEDENWERF W.J.G./Luikinga, rayonhoofd Midden Nederland
Zoals u ziet mijnheer de Graaff, heb ik kosten nog moeite gespaard om er een geslaagde avond van te maken en ik ga er maar van uit dat een en ander uw goedkeuring heeft.
P.S. Bij wie kan ik mijn kilometers en etensbonnen declaren?
Rij en Rayon voorzichtig, denk aan mij Will
Will Wil Wel : De eerste column uit 1971
Het gaat goed met hem. Hij heeft een prima tehuis, vreet niets meer op en plast alleen nog in geval van nood op de pers in de kamer. Verder krijgt u allemaal de hartelijke groeten. Van wie….? Van de hond natuurlijk.
Maandagavond. Henk van Dorp komt na de vergadering naar mij toe en zegt:
‘M’n schatje is ziek’. Ik trek een gezicht vol medeleven en zeg: ‘Da’s vervelend Henk, hoe komt dat nou ineens’. ‘Ja ik weet het niet Wil!. De laatste tijd sukkelde ze nogal maar ik dacht dat ze het nog wel even vol zou houden’. ‘Bijzonder rot Henk’ zeg ik dus weer. Hij: ‘Ja jo, ‘t is zo gebeurd. Ik denk dat ze vannacht helemaal alleen is. Ik ga zo nog even naar d’er kijken, maar het zal wel niet veel helpen’.
Henk steekt een verse pijp op en ik frommel heel nerveus een sigaret uit een pakje. ‘Moet je een glas water Henk? ‘ ‘Nee… dat zou toch niet helpen. Het was zo’n schatje he. Als het maar weer goed komt’. ‘Is het nou echt zo ernstig Henk? ‘ ‘Ja Will ik denk niet dat het weer wordt als vroeger’. ‘Zeg Henk, kan ik iets voor je doen? ‘ ‘Eh ja, zou je me even naar huis willen brengen. Je begrijpt ‘t wel al die moeilijkheden enzo’.
‘Tuurlijk.. zullen we dan meteen maar gaan..’
Als we buiten staan zegt Henk: ‘Even naar m’m schatje kijken’, loopt met mij naar het fietsenhok en zegt: ‘Daar staat ze’, wijst op z’n bromfiets, knijpt even in de voorband en zegt: ‘Zie je, ze is lek’.
ledere zondagmiddag in het programma Will Wil Wel zo tussen drie en vier uur het onderdeel Fop Out. Robbie Ombach doet dan z’n best om mensen er in te laten tuinen via de telefoon. Nou moet u niet denken dat zoiets in tien minuten is gepiept. Soms zijn we er uren mee bezig. Als we dan eindelijk een ‘leuke’ hebben, belt Robbie de betreffende persoon nogmaals op, legt alles uit en vraagt toestemming om ‘t een en ander uit te zenden. Meestal is dat geen probleem, maar verleden week hadden we een hele goeie die het eigenlijk allemaal niet zo zag zitten. We hebben het gesprek dus niet uitgezonden, maar aangezien de stem van die mijnheer op papier toch niet herkenbaar is, even de volgende skets voor twee heren en een telefoon;
Goedemiddag, u spreekt met van Dommelen.
Wat is er aan de hand mijnheer.
Ik ga de volgende week trouwen en nu heb ik wat autoos nodig. U verhuurt toch trouwwagens?
Jazeker mijnheer dat kan. Hoeveel wilt u er hebben?
Es kijken. Twintig lijkt me wel voldoende.
Even stilte… Eh.. twintig zei u. Moet u wel een grote familie hebben. Maar ja, het kan natuurlijk altijd. Hoe laat moeten we bij u zijn?
Nou we trouwen om twee uur. Komt u maar tegen twaalf uur.
Wat, twaalf uur. Wat moeten we al die tijd bij u voor de deur doen?
Nou kijk, we hebben niet zo’n groot huis en de mensen die dan een beetje
vroeg komen zetten we vast in de autoos. Die zijn we dan kwijt. Ik heb met de buurvrouw afgesproken dat ze die mensen die al in de autoos zitten af en toe wat koffie en zo brengt.
Nou… ik vind het heel best mijnheer, maar dat kost u wel een heleboel ekstra. Kijk, wij moeten twintig autoos twee uur bij u voor de deur laten staan. Geld speelt geen rol. Komt u maar om twaalf uur. Was er verder nog iets?
Ja ja, morgen zou ik graag een proefrit willen maken, dat kan zeker wel?
Wat zegt u… een proefrit. U bent toch niet gek geworden. Nee, maar kijk ik trouw voor de eerste keer en ik ben die dag natuurlijk wat zenuwachtig. Misschien zeg ik dan wel links af in plaats van rechts af en dan komen we nooit bij het stadhuis. Mijnheer, wij doen dat al twintig jaar en we weten precies hoe we moeten rijden. Dat zegt u nou wel, maar misschien bent u op die dag ook wel zenuwachtig. Ik wil echt een proefrit maken. Ho, mijnheer, stop., luister naar mij. Maakt u zich geen zorgen. Alles komt voor elkaar.
Ja maar ik wil morgen met de hele stoet een proefritje maken. Da’s toch niet te veel gevraagd…
Enfin, tien minuten later vertelde Rob Ombach dat het voor Fop Out was en toen… mocht het allemaal niet van die aardige mijnheer. En da’s dan jammer. Mocht u trouwens nog aardige ideeën hebben op dit gebied, svp. even een briefje aan Will Wil Wel, postbus 218 Hilversum. Bedankt namens vrouw en kinderen.
Ricardo, de papegaai van Lex, die met ons op de buis verscheen, heeft inmiddels een kontrakt als deejay aangeboden gekregen. Veel drukte en weinig woorde enzo… Lex wordt waarschijnlijk zijn manager.
Zeg heb je nog stickers van Veronica voor me. Nee, ze zijn allemaal op. Vol super graag. Zeg de dop van je benzinetank gaat er niet af. Ik kan je niet helpen. Jammer. Zeg heb je echt geen stickers meer. Misschien onder m’n bank. Nou kijk es, hier heb ik er nog twee. Toch nog effies voor je naar dat doppie van de tank kijken. Zo’n ding moet er toch af willen…. Zo… alweer klaar. Vol super zei u toch. Meteen maar even de ruitjes doen, de olie nakijken en de spanning van de bandjes kontroleren? Mooie stickers mijnheer, leuk dat u er toevallig nog twee had liggen.
Rij voorzichtig. Denk aan mij.
Will Wil Wel met Will Luikinga [59:15m]: