Posts Tagged ‘VRON’

Hendrik ‘Bull’ Verweij

Monday, February 22nd, 2010

Loosdrecht, 19 februari 2010 – Hendrik “Bull” Verweij, oprichter van de legendarische zeezender Radio Veronica, een onverbeterlijke optimist, is vanochtend op 100 jarige leeftijd overleden. Vereniging Veronica wenst vrienden en familie sterkte toe met dit verlies.

Bull VerweijVan radio maken heeft Hendrik ‘Bull’ Verweij – de bijnaam stamt uit 1911, toen zijn oma hem als peuter met een stiertje vergeleek – “geen moer verstand”. Van zakendoen des te meer. Bull (Hilversum, 12 september 1909) is boekhouder van het familiebedrijf van de gebroeders Verweij.   Jaap, Dirk en Bull Verweij verhandelen alles wat los en vast zit. In 1960 – Verweij is dan vijftig jaar – besluiten de broers de zojuist door radiohandelaren opgerichte VRON (Vrije Radio Omroep Nederland) te kopen, inclusief zendschip de Borkum Riff. Na een naamsverandering (“VRON kun je met een kunstgebit niet uitspreken”) en de oprichting van reclamebureau N.V. Sonora, dat de reclamezaken voor Veronica moet gaan verzorgen, kan het zeezenderavontuur van de Verweij’s beginnen. Voor alles is Radio Veronica een commercieel project. Niet alleen zouden de toestromende adverteerders de broers miljoenen opleveren, ook zou de muziekzender de verkoop van radiotoestellen, waarin zij zojuist een winkel waren begonnen, moeten stimuleren.

Een combinatie van zakelijk talent en een aanstekelijke bevlogenheid zijn Bull Verweij, die veertien jaar lang de scepter zou zwaaien als Veronica-directeur, behulpzaam. Zo krijgt hij, als het radioplan een nieuwe kapitaalinjectie nodig heeft, een koffiejuffrouw, een portier en een kousenverkoper zo ver om vijfduizend gulden te investeren – later zouden zij hiervan een veelvoud terugverdienen. En wanneer de diskjockeys om meer geld vragen, luidt het antwoord stellig “kan niet”, waarna de dj gewoon terugkeert naar zijn felbegeerde draaitafel.

Maar oom Bull is de kwaadste niet. Regelmatig is hij bij zijn “mieterse mensen” te vinden in de opnamestudio aan de Hilversumse Zeedijk, die via de kousengroothandel bereikbaar is. Tineke de Nooij, die ongehuwd moeder was, mag van Bull haar baby meenemen naar de studio. Tijdens een Sinterklaasviering drinkt de verklede Bull, vanwege de aangeplakte baard, jenever met een rietje, waardoor hij zo dronken wordt dat het feest erbij inschiet. Met de programma’s bemoeit hij zich niet. “Als ik iemand er graag bij wilde hebben kon dat”, zegt ex-Veronicapresentator Henk van Dorp. En als de dj’s op een mooie dag liever in de zon zitten, laat Bull ze hun gang gaan. “Als je mensen verantwoordelijkheden geeft doen ze hun werk goed”, weet hij.

Hun piratenimago mogen de gebroeders Verweij graag corrigeren. Bull legt weliswaar contacten met piloten die op Amerika vliegen en wel wat vinyl willen meenemen, zodat ‘zijn’ Veronica een hitje net wat eerder heeft dan Hilversum. Maar de auteursrechten op de muziek draagt hij keurig af aan Buma/Stemra. De inkomsten worden bovendien altijd naar waarheid opgegeven bij de belasting. Ten slotte vaart het zendschip uit onder een (door Bull eigenhandig bemachtigde) Panamese vlag, waarmee het de Nederlandse wet ontduikt.

Toch kent Bulls geschiedenis een zwarte bladzijde. Het Veronica boegbeeld brengt een jaar door in de cel, wegens zijn verantwoordelijkheid voor de bomaanslag op Radio Noordzee in 1971. Maar ook deze zaak handelt hij fatsoenlijk af. Hoewel de aanslag niet zijn idee was, geeft hij de rechter gelijk: “Het is mijn stommiteit geweest. Er hadden doden kunnen vallen.” Veeleer dan zijn ondergang, vormt het voorval van de vaderlijke omroepdirecteur die een gevangenisstraf uitzit voor ‘zijn’ Veronica zodoende een bijdrage aan de mythevorming rond Bull Verweij.

“Wat ik in de gevangenis allemaal met Rob Out heb uitgevreten is ongelooflijk!”, glundert de vitale grijsaard naderhand. Diskjockey en kameraad Out organiseert een feest achter de tralies waarbij zelfs de bewakers dronken worden. Dankzij de schrijfmachine die hij Bull bezorgt hoeft deze niet stil te zitten. Zo regelt hij tijdens zijn gevangenschap de golflengtewisseling van 192 naar 538 meter .

Na 1974, als de anti-piratenwet in werking treedt, had Radio Veronica illegaal door kunnen gaan. Maar daar begint Bull niet aan. Broer Jaap heeft zich teruggetrokken en Dirk is al drie jaar eerder overleden. De regels en voorschriften waarin Rob Out zich met zijn ledenactie stort, zijn aan de 65-jarige Bull niet besteed. Wel geeft hij zijn ‘kwajongens’ bij zijn afscheid als directeur een mooie start mee: het Veronica Blad met duizenden leden.

De Veronica grondlegger bezit op dat moment een kapitaal, maar na een investering in een ‘veelbelovende’ marmermijn in Portugal blijft daar geen cent van over. Hij is opgelicht. Zijn villa moet Bull verkopen, waarna hij zijn intrek neemt in het tuinhuisje van één van zijn kinderen in Breukelerveen. Maar Bull blijft een onverbeterlijke optimist. Blijmoedig slijt hij zijn dagen in het houten huisje met uitzicht op de Loosdrechtse Plas. Af en toe verbaast hij zich over het huidige, grensverleggende Veronica. Als hij er iets over hoort, want kabeltelevisie heeft hij niet meer.

Na het overlijden van jongere broer Jaap Verweij in 2001 blijft Bull, de bekendste van het trio, als enige over. Hij blijft een graag geziene gast op feestelijkheden van de omroep die hij mede oprichtte. Zo geeft hij in september 2003 het startsein voor de reïncarnatie van Radio Veronica en luistert hij op zijn 96e de launch party van Veronica Story op. Daar praat hij honderduit, en tegen een biertje zegt hij nog altijd geen nee.

Lifetime achievement award voor 100-jarige Bull Verweij

Hendrik “Bull” Verweij, oprichter van de legendarische zeezender Radio Veronica, is vanmiddag op zijn 100ste verjaardag in Loosdrecht gehuldigd. Hij ontving uit handen van nieuwslezer Arend Langenberg en de CEO van Radio Veronica Ab Trik een Lifetime Achievement Award voor zijn bijdrage aan de commerciële radio in Nederland.

Bull Verweij krijgt award van Ab en Arend

CEO Radio Veronica Ab Trik: “Bull Verweij heeft aan de basis gestaan van wat radio nu is in Nederland. Het is een enorm voorrecht om deze radio icoon, op zijn 100ste verjaardag te mogen eren met een Lifetime achievement award.”

Op vrijdagmorgen 19 februari 2010 is Hendrik “Bull” Verweij op 100-jarige leeftijd overleden.

Radio Veronica stond op donderdagavond 25 februari 2010 in het teken van Hendrik “Bull” Verweij. Tussen 22.00 en 23.00 uur een was er een speciale memorial uitzending te horen, gepresenteerd door Bart van Leeuwen. Op de dag dat Ome Bull begraven werd, keek Radio Veronica terug op het bewogen leven van de radiopionier. Tijdens de uitzending zijn oude interviews, muziek en jingles te beluisteren.

Radio Veronica-dj Bart van Leeuwen: “Zonder oom Bull was er geen Veronica geweest. Dat strekt zich uit tot de dag van vandaag. Ik denk regelmatig terug aan deze aimabele zeezender pionier die ons in moeilijke tijden altijd wist te inspireren.”

Download de memorial uitzending van Hendrik “Bull” Verweij als podcast
Heb je deze memorabele uitzending gemist en wil je deze graag nog een keer horen? Je kunt ‘m nu downloaden als podcast bij je vrienden van Veronica.

Bull Verweij temidden van zijn broers

Will Wil Wel: Bull Verweij
Ik werd net door een aardige dame van een krant gebeld die me vroeg of ik al wist dat Ome Bull was overleden. Nee dus, maar ik schrok niet echt want als je eenmaal honderd jaar oud bent heb je niet zoveel dagen meer te verteren . De laatste keer dat ik Ome Bull zag en sprak, was tijdens de Veronica-mensen van -het schip reünie een paar maanden geleden. Ome Bull kreeg een onderscheiding van ons en een neut, maar niet meer dan een, riep zijn lieve begeleidster die hem naar het feest had gereden. Terwijl ik zag hoe Ome Bull zijn glaasje naar binnen werkte, moest ik denken aan de vele keren dat ik hem ontmoette en hij vanwege zijn zeer slechte ogen een vinger in het jeneverglaasje stak om te controleren of het eb dan wel vloed in het glas was, als je vroeg of hij nog een borrel wilde. De aardige dame van de krant vroeg hoe Ome Bull was als baas.
-Geen idee-antwoordde ik.
-Maar hij was toch uw baas toen u bij Veronica werkte ….
-Klopt ,maar ik heb nooit het idee gehad dat Ome Bull mijn baas was.
Hij zal wel eens wat geregeld hebben als we iets niet goed deden, maar daar heb ik eigenlijk nooit wat van gemerkt.-
-Iemand die achter de schermen aanwezig was.?_
-Ik denk het wel…….Voor de schermen hebben we in ieder geval enorm veel lol met hem gehad..-
-Kunt u daar een voorbeeld van geven ?-
-Eh…….eh… dat schiet me even niet zo gauw te binnen. Als je dagelijks met iemand te maken hebt die aardig is, veel lacht en niet van zeuren houdt, leuke feestjes geeft, de hele club regelmatig thuis uitnodigt……Ja, dan heb je lol met hem gehad.-
-Ik begrijp het..Maar misschien een leuke anekdote.
Even nadenken ……dit is wel een aardige …tijdens een congres in Cannes besloten een paar jongens ’s avonds nog even flink door te halen in een chique nachtclub.
We namen een taxi omdat we weg niet wisten en toen we na een paar minuten bij de club aankwamen kroop Ome Bull uit de achterbak en riep -Ik kon niet slapen dus ik dacht dan rij ik maar mee.-
-En toen ?-
-Ja gewoon lol dus tot vroeg in de morgen.-
-Hoe zat dat eigenlijk met die bom?- vroeg de journaliste na een korte pauze.
-Hoe het precies zat weet ik niet want er doen een paar verschillende verhalen de ronde- antwoordde ik.
-Maar ik weet wel dat Ome Bull zei dat hij de verantwoordelijke man was en daar behoorlijk voor heeft moeten boeten.-
-Bent u wel eens bij hem geweest in de gevangenis?-
-Natuurlijk. We hebben er zelfs een drive -in show gehouden .’Flessen jenever verstopt in de loudspeaker boxen en via een theepot in de kopjes…-
-En toen Ome Bull terugkwam bij Veronica na de gevangenis .-
-Niks aan de hand .Toespraak van hem, sorry jongens en aan de slag.-
-U zei net dat Ome Bull slecht kon zien .-
-Klopt, maar daar trok hij zich niet zo veel van aan.
Hij reed op zeer hoge leeftijd nog altijd op zijn fiets langs de dijk in Loosdrecht en
had een lange stang met een vlaggetje op zijn voertuig laten monteren zodat het andere verkeer hem kon zien. Ome Bull was een sportief mannetje. Helemaal maf van schaatsen. Ik geloof dat hij zelfs de Elfstedentocht een keer heeft gereden.
En schapen, daar was hij ook gek op. Toen hij nog in Loosdrecht op zijn grote boerderij woonde was ie constant met die beesten bezig.
-En toen Veronica een omroep werd?-
Toen was het afgelopen voor Ome Bull. Na het schip hield Veronica voor hem op.
Hij deed nog wat in zaken en raakte potje los toen hij zich heeft laten bedonderen door een gladde jonge en een verkeerde marmermijn.
Hij moest zijn grote huis in Loosdrecht verkopen en woonde de laatste jaren in een bescheiden houten huisje.-
-Wat zielig….-
–Dat viel wel mee want hij bleef gewoon vrolijk doorgaan met van alles en nog wat.
Ome Bull had geen tijd en zin om zielig te zijn .Hij stapte liever op de fiets.-

Rij en honderd voorzichtig, denk aan mij Will

Dick Debois

Tuesday, July 14th, 2009

In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

“Hup de radio aan….en dan… doodse stilte”

dick deboisIk ben binnen gekomen bij Veronica met een bandje onder m’n arm van een programma dat ik zelf in elkaar had geknutseld. Niet als deejay. Nee, ik had een programmaatje gemaakt van een gezellig avondje uit in Amsterdam. Wat gesprekjes in nachtclubs en café’s en daar moesten dan wat platen tussen door. Ik zag dat helemaal zitten, maar bij Veronica vonden ze het niet zo goed. Trouwens dat was toen nog de VRON. Ja twaalf jaar geleden was dat. Goed, geen gezellig avondje uit in Amsterdam, maar een half jaar later toen ik weer eens langs kwam, ze zaten al in Hilversum, vroegen ze mij of ik misschien spotjes voor Veronica wilde verkopen. Nou had ik dat nog nooit gedaan, maar ik dacht waarom eigenlijk niet en ik ben er maar aan begonnen. Ze verkocht in die tijd nog tien spots voor vijfentwintig gulden. We dachten als er nou eerst maar een paar adverteerders zijn, komen de andere ook wel. Overal ging ik heen. Slagers, kruideniers, café’s en maar kletsen hè.

Een heleboel mensen wisten nauwelijks dat Veronica bestond en als je dan binnenkwam en je stond vreselijk je best te doen om voor die vijfentwintig piek tien spotjes te verkopen was het natuurlijk een hele leuke als je zei, zet u de radio maar even aan dan kunt u precies horen waar ik over praat. Hup de radio aan en dan… helemaal niks. Doodse stilte. Ja, het kwam in die tijd nogal eens voor, dat de zender uitviel en daar stond je dan. Als je een beetje geluk had en je draaide vijf minuten aan die radio, kwam de zender wel eens net op tijd weer in de lucht. Maar goed, we verkochten dan toch regelmatig tien spotjes voor vijfentwintig gulden en het deed er niet toe hoelang de spots waren, dat weet ik nog wel.

Op den duur zag ik die spotjeshandel toch niet zo zitten. Ik wilde meer de showkant op en na een heleboel toestanden mocht ik voor Veronica een avond organiseren. Kijk in die tijd moest je er voor zorgen dat Veronica in het land populair werd. Nou leek het ons wel leuk om grote feestavonden te organiseren en dat dan een paar weken over de zender om te roepen. Die eerste avond organiseerde ik in het Kurhaus in Scheveningen. Dat was geloof ik in eenenzestig. De miss Benelux verkiezing. Dat was me een toestand, jonge. Ik liet drie missen uit Luxemburg, drie uit België en drie uit Holland aanrukken. Het hele evenement werd gesponsord door een aantal firma’s. De Sabena deed mee en een badpakkenfabriek, Lindeloe. Die badpakkenman heeft het geweten hoor. Er werd natuurlijk over Veronica reclame gemaakt voor die fabriek en in een maand tijd was-ie door z’n hele voorraad heen. Als gekken hebben ze moeten werken om weer een nieuwe voorraad badpakken te maken. Die negen missen lieten we naar Rotterdam komen en daar werden ze dan ontvangen op de Euromast. je had toen in Rotterdam ook nog zo’n helikopterhaven en omdat de Sabena ook sponsor was, leek het mij wel een aardige stunt om met die missen van Rotterdam naar Scheveningen te vliegen en daar op de pier te landen. Twee maanden ben ik bezig geweest om vergunning te krijgen voor die vlucht, maar het kwam voor elkaar.

Als ik daar nog aan denk. Bijna vijftigduizend man stonden er op het strand en op de pier. Je zit wel even vreemd te kijken als je zo’n hoop mensen vanuit zo’n helikopter beneden je ziet staan. Het was alleen jammer dat die missen niet zo goed tegen vliegen konden. Als mooie meiden stapten ze in Rotterdam in en als vaatdoeken kwamen ze in Scheveningen naar buiten, er was niet veel moois meer aan. Ik had nog een vent gehuurd, die als neptunes uit zee kwam en de dames een drankje aanbood. Daar hadden ze op dat moment helemaal geen zin meer in. Die lui van het Kurhaus waren trouwens aardig boos op mij. Het was onze eerste avond en wij hadden helemaal geen ervaring met voorverkoop ofzo. Nou zat die spot van die avond drie weken op de zender. Prijzen der plaatsen, voorverkoop aan de kassa, enfin je kent dat wel. Na twee dagen was er geen kaart meer te krijgen. Alles uitverkocht, maar die spot ging iedere dag maar door en iedere dag stond er weer een lange rij mensen voor het Kurhaus. Die lui in de kassa’s zijn daar gek geworden. Maar wij konden die spot niet van de zender halen, vanwege de sponsors die daar voor betaald hadden.

dick deboisNou ja, na die eerste avonden zagen we dat allemaal wel zitten en ik kreeg de opdracht om een Veronicashow in elkaar te zetten. Daar werkten toen aan mee, Ronnie Tober, Ria Valk, Roek Williams en de Fighting Cats, de Crocsons en … nou ja, eigenlijk iedere Nederlandse artiest heeft er geloof ik wel eens in gestaan. Ik was toen van alles tegelijk. Zorgen voor de belasting, kaartjes, reclamebiljetten ophangen, aan de kassa zitten, zorgen voor de verlichting van de bühne en ook nog in de gaten houden dat het programma er goed uitging. Ik had een walkie-talkie bij me en als ik dan aan de kassa zat, kon ik vanaf die plaats contact houden met de bühne. We deden die show iedere week een avond en je begrijpt dat we overal terecht kwamen. Ja, soms zaten we in zulke kleine zaaltjes, dat de bühne niet groter was dan een bedstee. We bleven wel ieder jaar een hele grote avond houden en dat was dan op Koninginnedag in Kras in Amsterdam. Dat doen we trouwens nog steeds. Nou nam ik altijd een deejay mee op die showavonden die dan het programma aan elkaar moest praten, Op een gegeven moment dacht ik, toen ik weer bezig was met de voorbereidingen van dat Koninginnebal, als we nou eens een deejay laten werken in de zaal met twee pick-ups en een geluidsinstallatie, zou dat best eens leuk kunnen zijn. Goed, we sloopten een mengpaneeltje, wat speakerboxen en twee pick-ups en hebben die in een zaal van Kras neergezet. Niet té geloven.. Alle zalen liepen leeg en iedereen stond té kijken naar die eerste drive-in show van ons. Dat was het helemaal hè. Na dat eerste optreden op het Koninginnebal zijn we eens met z n allen bij elkaar gaan zitten en toen hebben we besloten, die Showavonden te stoppen en met een drive-in show door hét land te gaan. Niemand wist wat een drive- in show was, want zoiets had je toen helemaal nog niet in Nederland. We hebben hier wat in elkaar gezet. Allemaal heel klein en primitief hoor, en ik moest dan proberen zo’n show te verkopen, iedere zaalhouder was gewend om met orkestjes te werken en daar kwam ik dan aan zonder orkestjes, maar met twee diskjockeys van radio Veronica. Onze eerste avond Was bij van Dijk in Loosdrecht. We dachten als er nou zo’n vier-, vijfhonderd man komen, bitten we goed. Wat denk je. Helemaal vol.

De mensen konden niet meer staan of lopen. Vreselijk. Ik geloof dat er zo’n anderhalfduizend man in zaten. We moesten ze buiten tegen houden en wij waren natuurlijk zo trots als een aap. Vanaf dié dag is Veronica’s drive-in show gaan lopen als een trein. Je weet het zélf. Als ik nu zou willen, konden we iedere avond wel op pad. Die drive-in show waar we nu mee werken is natuurlijk niet te vergelijken met die toestand die wè toen bij ons hadden. Het geluid was eigenlijk niet té vreten en het gebeurde nog wel eens dat dé hele boel zo maar uitviel. We stonden èen keer in een tent met Willem van Kooten en Rob Out toen het ook mis ging. Zomaar boem en alles viel stil. Ik zal je niet vertellen waar het was want we komen er nog regelmatig, maar het waren daar een stelletje echte vechtersbazen. Af en toe vloog er een flesje door de lucht en toen die boel dus uitviel begon het helemaal gezellig te worden, Het hele zootje liep naar de bühne en we dachten dat we zo in elkaar gemept zouden worden. Adje zal als een gek aan alle draden en versterkers te rammelen, maar
er gebeurde helemaal niks. Wat moet je dan hè. Willem en Rob wisten er wel raad op. Die twee gekken liepen de zaal in en zeiden jongens, over tien minuten draaien we weer en in die tussentijd gaan wij wat voor jullie zingen. En daar stonden ze heel rustig met z’n tweeën gein te maken in de zaal. Nou had- den wij een bandrecorder bij ons en ik zeg tegen Adje, laten we die bandrecorder nou gewoon gebruiken, dat is misschien wel een beetje zacht maar we kunnen die twee jongens toch niet tot half twaalf daar in de zaal laten zingen. Die bandrecorder heeft ons wel gered. We hadden wat banden met muziek bij ons en hup daar ging-ie. Als er in de zaal twee mensen met elkaar stonden te praten kon je de muziek al niet meer horen, maar we zijn heelhuids thuis gekomen.

Zoiets komt nu niet meer voor. Die eerste installatie van ons kostte geloof ik vijfduizend gulden en dat spul van nu kost minstens vijftigduizend. We zaten ook altijd te knoeien met speakers. Tegenwoordig heeft de deejay een mengpaneel maar er staat nog een grote controletafel naast waar een technicus achter zit. Als die deejay z’n schuif te ver open zet kan de technicus het allemaal nog regelen. Vroeger, met dat ene mengpaneel voor de deejay, hoorde je meestal na een uur plof en dan was er weer een speaker aan flarden. Dat oranjebal waar ik nu weer mee bezig ben, organiseren we al tien jaar. Die eerste avond zal ik nooit vergeten. Ik had een prins karnaval en een raad van elf kompleet met boerenkapel. Om het nou nog leuker te maken had ik ook nog drie olifanten gehuurd van Boltini. Niets was ons te gek en een stunt op z’n tijd ging er altijd in. Ik had Boltini een olifant gevraagd om daar prins karnaval op te zetten en die zou dan 20 door de zalen rijden. Nou heb ik helemaal geen verstand van olifanten, maar het blijkt dat het kuddedieren zijn en ze gaan erg aan elkaar wennen. Dus wat doet Boltini. In plaats Van één olifant waar ik om had gevraagd stuurt-ie drie van die beesten. Daar stond ik dan.

Die beesten kregen we met veel pijn en moeite in de hal van Kras en daar moesten ze even wachten omdat prins karnaval er nog niet was. Die beesten zagen het helemaal niet zitten en ze werden een beetje narrig. Als een olifant kwaad wordt gaat-ie met z’n poten heen en weer. Net of ze dansen weet je wel. Ik kreeg de zenuwen want ik dacht dadelijk gaan ze zo met z’n drieën door de vloer. Boltini had met die drie olifanten ook een oppasser meegestuurd maar die man sprak alleen spaans en ik helemaal niet. Ik denk als je die beesten nou wat lekkers geeft houden ze misschien wel op met dat gewiebel. Maar ja, wat geef je een olifant. Worteltjes had ik in ieder geval niet bij me. Enfin ik ben de zaal in gegaan en heb net zo lang gezocht tot ik iemand had gevonden die Spaans sprak en wij naar die oppasser toe. Hij zei dat er niets aan de hand was en dat z’n drie schatjes alleen wat nerveus waren vanwege de andere omgeving. Ze bleven maar huppelen en ik kreeg steeds meer de zenuwen. Wat was er namelijk ook nog gebeurd. Veronica zou de hele boel verzekeren. Dat leek me wel handig als zo’n olifant schade aan derden zou aanrichten. Ik ging nog even informeren of dat allemaal in orde was en toen bleek dat iemand het helemaal had vergeten. Daar stond ik dan. Ik durfde met die huppelende dingen de zaal niet meer in want ik zag zo’n beest al door de vloer gaan… Die oppasser zei dat het helemaal geen probleem was en dat die olifanten als ze eenmaal op gang waren zich netjes zouden gedragen. Die man heeft er verstand van, dacht ik, laten we het maar proberen. Prins Carnaval en de raad van elf waren intussen ook aangekomen maar de prins durfde voor geen geld op zo’n beest.

dick deboisNou zat er in die raad van elf een hele dappere man die het best leuk vond om boven op zo’n olifant door de zaal te rijden. Met heel veel moeite hebben we die vent er op gekregen en vijf seconden later lag-ie in de andere hoek van de hal. Ik zeg via die tolk van me tegen de oppasser weet je nou wel zeker dat die beesten geen paniek maken in de zaal, want ik zag het helemaal niet meer zitten en ik zat er al aan te denken hoe we die beesten binnen de kortste keren weer buiten konden krijgen. Maar er is allemaal niks aan de hand senor de Bois, prima prima, senor de Bois. Ik zei, prima prima maar ik zet er niemand meer op. Goed de boerenkapel voorop, daar achter de raad van elf en daar achter de drie olifanten met een feestmuts op. Nou was er een babyolifantje bij en die had er wel lol in. Dat bleek later ook. We waren met het eerste rondje bezig toen hij bleef staan en z’n slurf in een glas bier stak van een dronken man. Die wist niet wat-ie zag. Hij was op slag nuchter. Ik dacht als die drie rakkers straks weer gaan staan wiebelen laat ik een groot vat bier aanrukken en laat ze die leegdrinken dan zakken ze vanzelf naar beneden.

Karel van der Woerd

Monday, July 13th, 2009

In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.


Tijdens Stones-concert hing onze halve studio in de lucht
Filmstudio vraagt assistent geluidstechnicus. Ja. dat stond er in de krant. Ik solliciteerde en maanden hoorde ik helemaal niks. Toen lag er een briefje in de bus of ik maar evenlangs wilde komen bij het Nederlands Laboratorium voor Filmtechniek op de Keizersgracht. Ik zat daar een tijdje te praten en toen bleek dat het helemaal niet ging om een jongetje dat moest zorgen voor goeie filmgeluiden enz, nee het ging om iemand die moest werken voor de VRON. De Vrije Radio Omroep Nederland. Die VRON was in die tijd een echte Amsterdamse aangelegenheid. Iedereen had er in Amsterdam in ieder geval wel eens van gehoord. De VRON was opgericht door de vrije radiohandelaren. ]e weel wel, de vogels die op een of andere slimme manier zelf radio’s en teevees importeerden. Processen bij de hoge raad met Gründig Nederland. De kranten stonden er vol van. Nou die combinatie van vrije radiohandelaren hebben de VRON opgericht. Ik begon bij dat filmlaboratorium te werken voor de VRON terwijl het schip nog in de haven van Emden lag. Nou was dat niet zo’n probleem want men had besloten om zoveel mogelijk programma’s van te voren op de band te zetten. Als de uitzendingen dan begonnen en er kwam gedonder, hadden we in ieder geval voor een paar weken programma’s in voorraad, We hadden een geluidskamer die grensde aan de projectiezaal. In die projectiezaal stonden twee cellen waar normaal gesprokenmensen in zaten als er films nagesynchroniseerd moesten worden. In de geluidskamerhadden we een regietafel staan die zo hoog was dat je er niet achter kon zitten, dusdat was de hele dag staan, Nou was die regietafel zo gebouwd dal je met twee technici tegelijk kon opnemen, Aan de linker- en aan de rechterkant stonden twee pick-ups, dus ieder had z’n eigen toestanden.

AIs we nou met opnamen begonnen deden we allemaal een koptelefoon op want anderswerd je natuurlijk gek van het programma dat je buurman, die vrolijk naast je stond te huppelen, opnam. We hadden in die dagen ook een echte producer. Max Appelboom, Die man zat tussen die twee technici in en had natuurlijk ook een koptelefoon op. We hadden voor hem een knopje gemaakt waarmee hij kon kiezen of hij het linker, of het rechter programma wilde beluisteren. Die twee omroepers die in de cellen zalen konden we vanuit de geluidskamer niet zien. We konden trouwens ook niet met ze praten. We hadden in die cellen een rood, een wit en een groen licht. Zo waarschuwden we de omroepers dan als er wat aan de hand was. En. als we opnamen, hadden we een witte stofjas aan,.. Het zag er voor die tijd hartstikke leuk uit en het werkte ook nog.,.

In die tijd was de PTT nogal eens lastig en omdat we bang waren dat al onze banden in beslag genomen zouden worden hadden we daar een speciale schuitplaats voor gemaakt. Een dubbele wand met een trap en een klein deurtje. Ik weet nog goed dal het altijd een hele klim was om die bandjes op te bergen. Toen het schip er eenmaal lag werden die banden dan ‘s avonds heel laat opgehaald en via allerlei slimme manieren kwamen ze aan boord. Omdat de apparatuur van het filmlaboratorium was kon de PTT daar niet aankomen. De VRON bezat gewoon niks. Nou goed. we hadden een (linke voorraad banden gemaakt, trots als een aap natuurlijk, en alles netjes achter de dubbele wand, toen er iemand kwam met die naamsverandering, Je hebt in Nederland de Veron, dal is de Vereniging voor experimenteel onderzoek in Nederland. Al die zendamateurs zitten daar bij. Nou gaf dat nogal eens verwarring want VRON en Veron scheelt in letters niet zoveel. Om moeilijkheden te voorkomen zochten ze naar een andere naam. Iemand bedacht Veronica. Daar zaten diezelfde letters in en Veronica was een bekende naam door een verhaaltje van Annie M.G. Schmidt; hel zwarte schaap Veronica, We werkten toen met half uur bandjes en aan het begin stond een stationcall die iedere tien minuten werd herhaald. Je weel wel: „dit is de VRON…”

Op een gegeven moment hoorde Max Appelboom van die naamsverandering en daar gingen al z’n bandjes die hij zo netjes in voorraad had gemaakt, Hij is toen de deur uitgelopen en is ook nooit meer teruggekomen, We hebben nog geprobeerd de stationcalls er uit te knippen, maar dat was onbegonnen werk en we konden mooi weer van voren af aan beginnen. Op een gegeven moment verhuisde dat spulletje van Veronica naar Hilversum en wij bleven met onze handel zitten in Amsterdam. Ik was niet in dienstvan Veronica, maar van dat filmlaboratorium en ik dacht al dat het wat mij betreft het einde was van m’n radioloopbaan. Ik las toen een advertentie van Cinecentrum inHilversum. schreef daar op en werd uitgenodigd om eens langs te komen. Ze wilden me wel aannemen, maar ik vroeg een paar dagen bedenktijd. Omdat ik toch in Hilversum was dacht ik, kom ik loop eens langs de Zeedijk en ga eens kijken bij Veronica hoe ze daar zitten. Nou ja, ik kwam binnen, ze vroegen of ik voor ze wilde werken en nou zit ik er nog.

Toen ik begon in Hilversum was Nol Vis net een weekje daarvoor aangenomen. Die had al een echte studio boven. Nou ja… iedereen was er verschrikkelijk trots op. En dan had je nog een cel beneden waar de Engelse jongens zaten, die uitzendingen op Veronica verzorgden. Die deden alles zelf zonder technicus. SeIf-operating. Daar viel iedereen de bek van open hè.

‘t Was wel erg primitief maar dat vonden we goed. Helemaal echt hè. De Engelsen gingen weg en we hebben die cel weer opgebouwd. De cel van Nol boven was door ons zelf in elkaar gezet. We hadden wal van een mannetje van de toenmalige NRU adviezen gekregen hoe we het zo’n beetje moesten doen. Dat was natuurlijk strikt geheim want die mensen mochten geloof ik niet eens bij ons in de straat komen. Nee jonge. Als iemand van de NRU bij ons in de straat stond werd-ie bijwijze-van-spreken de volgendedag op het matje geroepen.

Ja, die cel van Nol. Een heel klein kamertje dat In tweeën werd gedeeld door een houten schotje. Ze hadden het zo gebouwd dat Nol met z’n rug naar de omroeper zat. Het kon gewoon niet anders omdat de deur ook nog open moest. Dal hele geval was anderhalf bij twee meter…

Later hebben we nog een cel boven de voordeur gebouwd. Ja, het was toen de gewoonte dat de kleinste ruimte voor de techinus was en dat de omroeper lekker ruim zat. Waarom ze dat deden weet ik niet, maar je zat wel altijd klem en ‘s zomers wist je niet waar je moest kijken van de hitte. Een Intercom of zo was er ook niet in het begin. Als het lampje ging branden wist de omroeper dat-ie weer wat kon zeggen. Lekker rammen was er toen natuurlijk niet bij. Als zo’n man in de gaten kreeg dat het lampje ging branden was de plaat al Tang en breed afgelopen. Maar ja, haast hadden we in die tijd niet en het ging eigenlijk allemaal best. Plaatje aankondigen en dan rustig wachten tot de plaat helemaal afgelopen was. Echt omroepen he.

Later hebben we een soort babyfoon gekocht en dat was onze intercom. We waren gewoon pure amateurs. Omroepmedewerkers mochten dus niet bij ons komen. Maar ze waren zo nieuwsgierig als de pest. Op een gegeven moment kragen we dus spots en sponsorprogramma’s. Nou dan kwam er zo’n man van een reclamebureau met een stem. Dat was dan altijd een omroepmedewerker. Dat moest allemaal stiekem ge-
beuren. Ja, niemand wist dus eigenlijk hoe het moest. Bedrijven die spots maken zoals nu waren er toen gewoon nog niet. Als zo’n reclameman dan binnen kwam met een tekst die hij precies zo op de band moest hebben had je het gedonder al. Die teksten waren gewoon niet te lezen. Als die man nou verstandig was en zei maak er maar wat van had je geen probleem maar als het een eigenwijs kereltje was zat je uren te hakketakken en dan stond het er nog niet goed op.

Maar die mensen kwamen steeds vaker en we hebben elkaar zo’n beetje geleerd hoe het dan wel moest. Ik zat veel in die spots. Je werd er helemaal gek van. En die bekende personen die dan moesten spreken, keken ontzettend neer op dat zooitje ongeregeld wat wij hadden staan. Maar als ze dan klaar waren wisten ze niet wat ze hoorden en ze vleien helemaal achterover van de snelheid waarmee wij alles deden. Ja, soms hadden ze gerekend dat het een dag zou duren en dan stonden ze binnen een paar uur weer buiten. We moesten toen programma’s maken voor een wolfabrikant. Ida de Leeuw van Rees zou het presenteren. Je weet wel van goedemiddag dames vanmiddag behandelen wij patroon dertien. We hadden toen in het Veronica-gebouw nog geen centrale verwarming. Het was er altijd ontzettend koud. Het vroor er binnen net zo hard als buiten. In die tijd is er trouwens een tune van Tineke gesneuveld. Ik dwaal misschien een beetje af, maar dat is zo’n mooi verhaal.

Je weet dat ik de platen voordat ik ze op de draaitafel leg, eerst even langs m’n arm haal om ze schoon te maken. Nou had Tineke een tune en die lag altijd In de vensterbank. We begonnen ‘s morgens en ik pak die plaat uit de vensterbank, haal m’n arm er over en pats… in duizend stukjes. Die plaat was door de vorst zo hard geworden dat-ie bij de minste geringste aanraking in diggelen viel. Goed, we waren bezig met Ma de Leeuw van Rees. Omdat het zo vreselijk koud was zijn we naar de directie gegaan en hebben gevraagd of er misschien wat elektrische kacheltjes mochten komen. Nou, dat was in orde. We hadden die dingen net en het was maandagmorgen. Stervens koud In net gebouw en ik met Ida de Leeuw van Rees naar m’n cel, kacheltje aan en beginnen. Inmiddels waren de anderen ook gekomen en allemaal hun kacheltje aan natuurlijk. Ik was halverwege toen ik opeens een knal hoorde. De hoofdstop kapot. We hadden veel te veel stroom gebruikt. Na een tijdje werd er zo’n nieuw ding ingezet, maar die kacheltjes durfden we niet meer aan te
doen. Ik zie het nog voor me. Ida de Leeuw van Rees die het programma presenteerde in een dikke bontjas. Ik heb er van de week nog eens over na zitten denken. Maar we hebben wat afgelachen in die tijd. Het was één grote familie. Toen ik bijvoorbeeld ging trouwen ging het hele bedrijf gewoon een dag dicht. Dat was heel normaal. Iedereen de hele dag bij de trouwerij. Het was net of je familie aan tafel zat. Het was ook de tijd dat we met z’n allen veel naar nachtconcerten gingen. Wij mochten dan af en toe een opname maken. Art Blakey hebben we eens gedaan. Ik heb er nog banden van. Daar gingen we hoor, de spullen in een auto. Ja, een bandrecorder en twee microfoons en een grote speaker op een stuk hout. Als het dan afgelopen was zaten we met z’n allen bij mij op de zolder waar Ik woonde tot vier, vijf uur ‘s morgens.

Onze eerste grote opname klus kregen we geloof ik In 1964. De Rolling Stones waren in Nederland en wij mochten dan als enig radiostation opnames maken. Dat was me wat hoor. We hadden vier microfoons uit de studio en twee bandrecorders. Bij die andere concerten als we maar een bandrecorder bij ons hadden zaten we altijd te emmeren met verwisselen van de banden en zo’n band was dan altijd net midden onder een nummer vol. Maar bij de Stones zouden we het dan even helemaal maken. Ik met Nol ‘s middags naar het Kurhaus en wij de microfoons met touwtjes aan spotjes binden en dan de lucht in hijsen. We waren al uren van te voren bezig, want we knepen ‘m als ouwe dieven. Nou hingen die microfoons niet alleen in de lucht vanwege het geluid.

We hadden hier en daar al gehoord dat het altijd een geweldige rotzooi was als de Stones ergens optraden en we waren erg zuinig op onze spullen. Goed, alles was klaar en wij liepen even naar buiten om een zakkie patat te halen. Toen we een half uur later terug kwamen stonden bij de achteringang een zootje kerels met grote honden en we mochten er niet meer in. En wij praten hè. Want toevallig hing de halve studio van ons wel in de lucht in het Kurhaus. Na heel veel toestanden mochten we dan naar binnen. In het voorprogramma stonden een paar Nederlandse artiesten en als er dan zo’n groepje opkwam werden ze met alles wat los en vast zat van het toneel gekegeld. Ik keek eens naar Nol en die zag het ook niet zitten. Achter de bühne hoor- den we dat de Stones niet zouden optreden want ze braken de tent bijna af. Wij de spots met onze microfoons naar beneden, alles netjes Inpakken en maar door het gordijn gluren wat er allemaal In de zaal gebeurde. Dat was me een zootje. Op de eerste rij zaten onze vrouwen en iedereen van Veronica. Die kwamen in de verdrukking want de hele club stormde naar voren en de stoelen vlogen door de lucht. Via de bühne zijn we met z’n allen naar het balkon gevlucht waar we een prachtig uitzicht hadden op het slagveld in de zaal. De Stones kwamen nog wel en speelden twee nummers, maar ik was blij dat we onze spullen hadden gered. En dat was dan onze eerste grote klus.

Als Je het gebouw waar we nu In zitten met dat gebouwtje op de Zeedijk vergelijkt is hét nu eigenlijk een hemel op aarde. Op de Zeedijk was bijvoorbeeld een kantoor onder een opnamestudio. Maar de vloeren en de plafonds waren zo dun dat we rode lampen in de gang en in het kantoor hadden gemaakt die aangingen als er boven gesproken werd. Iedereen in het kantoor en in de gang moest dan z’n mond houden of fluisteren anders kon je later op de zender precies horen wat er op de gang of in de kamer beneden was gezegd. We kregen later ook centrale verwarming. ik geloof dat de mensen een maand lang in de Veronica-programma’s hebben gehoord waar de monteurs mee bezig waren. Toen ze op de Zeedijk begonnen met de bouw van V & D was de ellende trouwens helemaal niet te overzien. Een half jaar lang dwars door alles heen nrrrt-boem, rrrrrt- boem. Maar het is geloof ik net als de diensttijd. Als je er later met anderen over praat bemerk je dat je alleen de leuke dingen hebt onthouden. En trouwens er gebeurden alleen maar leuke dingen.