Posts Tagged ‘Veronica 192’

Ad Bouman

Monday, May 10th, 2010

Ad Bouman, fotograaf Vincent Schriel

Ad Bouman tijdens 50 jaar Radio Veronica Fotograaf: Vincent Schriel

Op de LTS en later de MTS wordt Ad Bouman (30 mei 1947), geboren en getogen in Amsterdam, klaargestoomd voor een carrière als technicus. Die begint hij bij Philips, maar thuis op zolder is de tiener altijd in de weer met bandrecorders, platen en microfoons. Vriend en later Veronicacollega Juul Geleick oppert het idee om te solliciteren bij Radio Veronica, destijds Nederlands enige echte popstation. Niet lang daarna, op 14 november 1965, mag de 18-jarige Bouman beginnen als programmatechnicus.

Ad Bouman Zijn moment suprème breekt aan tijdens een avonddienst in februari 1967. De technicus is een uitzending aan het opnemen met dj Jan van Veen, die weinig zin heeft zijn programma af te maken als hij terugkomt van een bespreking in het directiekantoortje. “Zet maar een paar lekkere platen op”, zegt hij vrolijk tegen ‘Adje’, zoals Willem van Kooten hem had gedoopt. Het volgende moment kondigt de dj in een opwelling “de tien favoriete platen van onze technicus Adje Bouman” aan; de ABTT is geboren.

Als de twee het bandje terugluisteren besluit Van Veen, die Boumans voorkeur voor bijzondere platen wel kan waarderen, de ‘Adje Bouman Top Tien’ als vast onderdeel op te nemen in het programma Muziek bij de lunch op de woensdag. De apetrotse Bouman laat zijn eerste bandjes thuis aan iedereen die voorbijkomt horen. Het radiostation wordt overladen met enthousiaste reacties van luisteraars; iedereen wil meer weten over de mysterieuze technicus.

Die volgt in zijn Top Tien geheel zijn eigen smaak; oude liedjes, albumtracks, soms gewoon een vreemd geluidje. Het maakt ‘de meester’, zoals zijn fans hem noemen, mateloos populair. Voor een lunchprogramma acht programmaleider Van Kooten de platenkeuze echter niet zo geschikt en zo ‘promoveert’ de ABTT na een paar weken naar Joost mag het weten op de woensdagavond. Met daarvoor en daarna wat goede platen, zoals de dj wel eens grapte.

Na het vertrek van Van Kooten (alias Joost de Draaijer) blaast Lex Harding de ABTT in 1970 nieuw leven in met zijn programma Lexjo. Er ontstaat een ware cultus rond de ‘krankzinnige’ geluidsexperimenten van Bouman en Harding, regelmatig aangevuld door op cassette ingesproken brieven van luisteraars. De directie vond alles best. In 1977 krijgt Veronica’s populairste technicus overigens een column in de Hitkrant (‘Levi’s Top 10 door Ad Bouman’).

De meester van de mixtafel produceert daarnaast talloze promo’s en (remixen van) jingles voor Veronica, waaronder eind 1978 het fameuze jinglepakket ‘The Power’. “Een intensief karwei”, aldus Bouman, “nog nooit had iemand in Nederland het op die manier gedaan.” De moeite is niet voor niets; het zogenaamde WIND-logo zingt iedereen meteen mee. Samen met de andere technici Juul Geleick en Sytze Gardenier knipt en plakt hij allerlei platen bovendien tot kortere radioversies, die soms ook uitgebracht worden door de platenmaatschappij.

In 2000 komt er een eind aan vijfendertig trouwe dienstjaren voor Radio Veronica. De Meester wordt niet meer ingepland door toenmalige programmaleider Robert Jensen, die met de zender een nieuwe richting wil inslaan waarin Bouman niet meer zo goed past.

Daarop spant de radioliefhebber zich in om samen met Michael Bakker een nostalgisch station met het oude zeezendergevoel van Veronica op te zetten. Op 4 juli 2001 gaat het voormalige Okay FM van Bakker en Bouman de lucht in als Radio 192, naar de eerste golflengte van Radio Veronica. Na een hoogtepunt in 2003 krijgt de zender geen FM-frequentie toebedeeld tijdens de etherveiling en verdwijnt Radio 192 na een paar kunstgrepen van de kabel.

Na een aantal zakelijke toeren start de voormalige geluidstechnicus het internetradiostation LaserRadio. De zender combineert de sfeer van Veronica met eigentijdse muziek. Volgens Bouman, programmadirecteur en dj bij de zender, heeft internetradio de toekomst: “Bij LaserRadio bepalen de dj’s nog grotendeels zelf wat ze draaien. Dat vind je nergens meer. De band met luisteraars is veel groter.” Zijn volledige eigen platenkeuze in de vorm van de ABTT is dan ook terug on air.

Als dj werken was destijds een nieuwe uitdaging voor de geluidsman, en nog steeds krijgt hij er geen genoeg van: “De technische kant blijft altijd boeien, maar met een soldeerbout rondlopen behoort niet meer tot de favorieten.”

Overigens is Ad Bouman één van de initiatiefnemers van de Stichting Norderney, dat het culturele erfgoed van Veronica’s zeezenderperiode beheert. Volgens de man die altijd al veel bewaarde uit de tijd waaraan hij “vele en vele mooie herinneringen” heeft, kan niemand die geschiedenis immers beter beschrijven dan de medewerkers zelf. Ook regelde de oud-Veronicaan al twee keer een reünie van zijn geliefde Radio Veronica.

Veertig jaar na de eerste Adje Bouman Top Tien is op 30 mei 2007 de ABTT-website gestart. Op deze site stelt Bouman muziek, jingels, uitgezonden programma’s, ABTT-lijsten, verhalen en foto’s beschikbaar.

In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

Lekker uit het raam hangen en aan een toevallige voorbijganger vraagt of ie een bakkie koffie komt drinken. Kijk, dat is Veronica
Kijk, dat jij mij nou moet hebben voor dat Veronica verhaal begrijp ik al helemaal niet. Nee jonge, ik ben namelijk om te beginnen normaal aangenomen op een advertentie en dat is bij ons al een hele vreemde zaak. Nou ja, normaal aangenomen… Ik had dus een brief geschreven op een advertentie en ik moest langs komen.

Gesprekjes met Karel en toen naar huis. De hele nacht niet slapen, allemaal plannen maken en drie weken later een brief in de bus van, mijnheer Bouman dank voor uw sollicitatie, maar we zijn reeds voorzien. Helemaal nul dus. Maar een paar weken later werd ik gebeld bij de buren, wij hadden thuis geen telefoon, en ze hadden gevraagd of ik Veronica even terug wilde bellen. Ik kreeg Karel aan de lijn en die vroeg of ik nog Interesse had. Ik had wel door die hoorn willen schreeuwen of-ie wel goed bij z’n hoofd was. Jonge ik was helemaal door het dolle.

M’n meisje vond het allemaal maar niks en tegen m’n vrienden zei ik ook niet dat ik bij Veronica ging werken want dat was toen nog zo’n suf station met de zogenaamde betere muziekjes. Geen hits ofzo. Hoewel, ze waren er net een beetje mee begonnen maar het was eigenlijk nog helemaal niks. Goed, ik dus naar Hilversum en ik zie Karel nog zitten achter z’n burootje. Wat wilt u verdienen vroeg-ie. Ik zal nooit vergeten wat ik toen heb gezegd: Dat kan me niet schelen mijn- heer. Daar had ik jaren later nog spijt van. Ik kreeg toch wat natuurlijk en zo was ik dan technikus bij Veronica. Als er toen een technikus werd aangenomen moest-ie een week lang alleen maar rondlopen. Ja jonge. Gewoon een week niks doen alleen maar achter de doorgewinterde jongens zitten kijken hoe het allemaal moest. Kun je je dat nou nog voorstellen? Ik had dus die eerste week gehoord van nou doen we dit en dan doen we dat, en in de tweede week stond ik achter een technikus die bezig was met een programma van Anouska. Het was in studio een en ik zal het m’n leven lang niet vergeten. Ik moest op z’n plaats zitten en hij had me wel tien keer verteld hoe het allemaal in z’n werk ging met de knoppen en het zweet brak me aan alle kanten uit. Ik zat en Anouska keek me aan zei, oh nee dat kan ik niet hoor. Dat niet met jou achter de knoppen. Nou nou nou. We moesten stoppen, en Anouska begon van ja, ik heb niks tegen jou en je lijkt op Tom Jones en fijn dat je hier werkt maar ze kon niet met me opnemen. Ze had in die tijd nog een half uurtje gevarieerd, daar ben ik dan mee begonnen. Ja, dan moest je non-stop een half uur muziek maken want een heleboel programma’s gingen toen nog zo. Het werd op een vrijdagmiddag uitgezonden en ik vond het zelf het einde. Ik ben er speciaal voor thuis gebleven om er naar te kunnen luisteren. Nou, het was helemaal niks.

Ik kwam van Philips in Amsterdam. Daar werkte Juul ook en die had me die advertentie gegeven. Dat was me wel even een overgang van Philips naar Veronica. Tegen een directeur kijk je altijd op nietwaar. Ik vond het zo gek dat ik tegen die mensen oom moest zeggen. Ik zat er amper een maand toen we met z’n allen een sinterklaasfeest gingen vieren. Vroegen ze aan me wat moet jij hebben. Ja, wat moest ik hebben. Ik durfde nauwelijks wat te vragen. Nou reed ik in die tijd op een bromfiets en ik heb toen zo’n ding-dong bel gevraagd. je weet wel zo’n heel groot ding dat ze op bakfietsen hebben. Ik vond het allemaal raar, maar dat komt omdat de sfeer bij Veronica gewoon niet te vergelijken is met de sfeer op andere bedrijven. Ik ben wel blij dat ik het na m’n schooltijd ook eerst nog even anders heb meegemaakt, maar het heeft toch een hele tijd geduurd voordat ik er aan was gewend. In die tijd was Kees Mois nog technikus en van die vogel heb Ik erg veel geleerd dat ging zo van, let op je stopwatch, denk aan de microfoon, staat je plaatjescherp, je voor-afluistering staat nog dicht… Ik werd er helemaal gek van maar achter af is het erg goed geweest. Ik was in die tijd de jongste technikus vandaar dat ze me ook meteen Adje noemden, het was toen nog zo dat ]urg mijn banden door moest luisteren om te kontroleren of ik ook wat verkeerd had gedaan. Ik hoorde hem op een dag toevallig in de gang tegen Karel zeggen, nou het is wel goed maar een beetje te hard. Ik schrok me dood want ik zat er nog maar net. Dus ik de volgende dagen alles heel zacht op de band zetten he, maar het was bijna niet meer te horen dus ik begreep er al geen bal van. Maar goed ik zat bij de radio en dat wou ik voorlopig wel zo houden. Nou, en toen was het te zacht. We hebben later ontdekt dat alle studio’s waar we in werkten onderling totaal verschillend waren wat volume betreft. Als ik in studio een ‘n band maakte en die werd dan afgedraait in bijvoorbeeld drie klonk het hardstikke zacht maar als je dan in studio twee een programma maakte wat je lekker zacht opnam was het in vier weer keihard.

Een keer heb ik wel vreselijk in m’n rats gezeten. Kees van Zijtveld zat voor het eerst bij mij en die zei; zo Adje nou gaan we eens lekker met een stel engelse hits rammen. Da’s goed zei ik maar ik wist bij god niet wat het woord rammen betekende. Na een kwartier heeft Kees me uitgelegd dat rammen zoiets was als praten tijdens het intro en pats boem, na de deejay de muziek er in. Nou, dat zag ik wel zitten dus ik rammen. Op een gegeven moment zat het bij een plaat zo goed dat ik van schrik de knop helemaal open draaide. De naald van de volume me- ter sloeg bijna rond. Ik vond het veel te mooi om het over toe doen en ik dacht laat maar zitten. Die band ging naar boord en een dag na de opname zaten we zo tussen de middag met elkaar te praten en toen zei iemand als je die platen er te hard in ramt knalt de zender uit de lucht dan hoor je niks meer en degenen die z’n banden zo weg heeft gestuurd is nog niet jarig. Wie zou dat nou doen, zei een ander want dat kun je toch precies op je meter zien, ]onge, jonge, ik wilde ter plaatse wel In elkaar storten. Toen dat programma een paar dagen later werd uitgezonden zat ik thuis bij de radio en iedere keer dacht ik o god daar komt die plaat, nou IS het gebeurd met je Bouman. En toen kwam die plaat eindelijk… en toen was er niks aan de hand.

De reclames die nu allemaal op cassette staan hadden wij in de oude studio losse bandjes die keurig op een speeltje zaten in doosjes. Nou, nou, nou… Van elke reklame hadden we maar een bandje en je liep dus de hele dag door het gebouw te hollen om die dingen op tijd in je cel te krijgen. Ik zag hoe die technicie, die er al een tijd werkten het binnen een paar seconden voor elkaar kregen en ik dacht, nou ja dat leer je nooit Bouman, En gek hé, na een paar maanden deed je het net zo vlug en stonden mensen die in de studio kwamen met open mond te kijken. Over mensen die langs kwamen gesproken. De deur stond bij ons altijd gewoon open. Het was heel normaal dat je opeens vijf zes man in je cel had staan waarvan niemand wist waar ze vandaan kwamen en wat ze nou precies in de studio deden. Die mensen kwamen gewoon even binnenlopen en gingen dan na een half uur weg. Als het mooi weer was hingen we tijdens de opnames af en toe uit het raam en als er mensen over de Zeedijk liepen. Het was net een ongeorganiseerd feest in het begin gen we of ze zin hadden in een koppie koffie en dan kwamen ze binnen.

In de zomer van zesenzestig hadden we trouwens een vreselijk leuk spelletje ontdekt. We namen een volle spoel, zetten die op de recorder en stuurden den iemand met het uiteinde in z’n hand de straat op, zo richting Kerkstraat. Die vent liep net zo lang door tot-ie dacht nou is de spoel leeg en dan kwam hij terug naar de studio. En daar begon de pret want wij deden de recorder op terug spoelen. Die koppen van die mensen op straat…

Verrek, ga maar bij je zelf na als Je een band zo voorbij ziet komen terwijl Je nergens iemand ziet die em oprolt. We hebben ons op die manier heel wat uurtjes vermaakt, totdat er op een keer aan het einde van de tape een kerel zat die opeens onder ons raam stond te schelden, Hij vond het geen ma- nier en wet we wel dachten om nou ook op straat de piraten uit te hangen. Die vent schreeuwde zo hard dat we er maar mee zijn opgehouden. Jammer dat in de studio waar we nu zitten geen ramen in de cellen zijn gemaakt die open kunnen, anders waren we er allang weer mee bezig geweest denk ik.

Ja, jij zult wet denken werken die jongens ook nog op de Zeedijk. Maak je niet ongerust hoor. De programma’s zijn altijd op tijd klaar gekomen, maar het kon je niets schelen wanneer Je dat moest doen. Als het mooi weer was zei je gewoon, we gaan eerst maar eens lekker aan het strand liggen en dan maken we vanavond die uren wel. Er was wel Iets op een bord met verschillende kleuren strookjes, maar daar trok niemand zich wat van aan en trouwens Willem die het allemaal moest regelen was kleurenblind, dus dat zat wel goed. Ik weet nog goed dat er opeens een toep-manie was op Veronica je kon niet in de studio lopen of ze zaten te toepen. De hele dag door. Dat moest Je dan zelf weten, als Je programma maar op tijd klaar was en dat gebeurde altijd en hoe laat het werd was niet belangrijk. Ik heb een paar weken geleden gelezen dat Dick de Bois vertelde over die eerste drive in show die we maakten bij van Dijk in Loosdrecht maar ik zal nooit vergeten wat er allemaal voor die tijd Is gebeurd. We hadden dus besloten om zo’n discobar in elkaar te zetten, maar niemand wist hoe het nou precies moest. Dat werd een ellende want iedereen dacht dat-ie het juiste systeem had ontdekt en als het dan helemaal voor elkaar was kwam er weer een ander die het nog beter wist. En als we dat dan weer wilden maken kwam er iemand die de pest in had omdat we hem helemaal niet hadden gevraagd wat hij er van dacht. Maar goed, op een gegeven moment was het hele geval dan klaar. De huistimmerman van Veronica had zo’n barretje gebouwd en wij hadden de versterkers er in gemaakt met de draaitafels en de mengpaneeltjes. De discobar was dus klaar, maar waar moest je zoiets uitproberen. Om daar nou speciaal een zaaltje voor te huren zagen we niet zo zitten en toen kwam er Iemand op het linke idee om het hele geval dan maar op het binnenplaatsje van de studio te installeren en het in de buitenlucht uit te proberen. Wij net zo lang wachten tot er een mooie dag zonder regen werd voorspeld want we waren natuurlijk als de dood dat het hele geval nat zou worden, en dan zou het gebeuren.

Goed, het zonnetje scheen en daar ging het hele geval naar buiten. De timmerman kwam er bij voor geval dat er iets niet klopte en na heel veel gevloek en geschreeuw stond onze eerste discobar dan op de binnenplaats. Iedereen er omheen en we waren trots…! Als Je met dat zelfde zootje ongeregeld nu moest werken, zouden de bierflessen om je oren vliegen, maar In die dagen was het helemaal te gek. We hebben een paar platen gedraaid en we dachten ziezo, de mensen tot in Utrecht kunnen horen dal wij een discobar hebben, üonge jonge wat vonden we het allemaal hard. Er zaten geloof ik acht zuiltjes bij. Dat was wat hoor. Die dingen moes- ten we in de zalen aan de muren spijkeren en met grote kabels doorverbinden. Na die eerste proefshow bij van Dijk gingen we een weekend naar Texel. Daar had je een zaal met een bühne waar gordijnen voor hingen. Wij waren de hele middag bezig geweest om de boel klaar te zetten en de gordijnen van het toneel hadden we dicht- gedaan. Om acht uur ging het: tatatataraboem! Gordijn open en wat denk je. Bijna twee duizend man die alleen maar stonden te staan. Niemand wilde er dansen want ze keken hun ogen uit. Willem was toen deejay en die wist ook niet wat-Ie er mee aan moest. Na een half uur is-ie maar polonaise muziek gaan draaien en toen was het voor elkaar. Nee, toen waren we allang niet meer dat suffe station waar ik In het begin kwam werken. M’n vriendjes waar ik het eerst niet aan durfde vertellen kwamen allemaal langs want zo’n baantje zagen ze eigenlijk ook wel zitten. Dat kwam natuurlijk ook omdat Juul bij ons was gekomen en ze dachten dat gaat goed, misschien hebben ze voor ons ook nog te doen. Ik heb thuis nog een heleboel oude banden van de uitzending uit die jaren. Die draai ik ‘s avonds thuis nog wel eens, ik weet het niet, maar als ik dan zo zit te luisteren komt die sfeer van de zeedijk weer helemaal bij me terug. Ik heb er geen heimwee naar hoor, want we zitten hier in de nieuwe studio, zoals wij dat dan nog altijd noemen, geweldig, maar toch, zo lekker uit het raam hangen en dan aan de mensen die toevallig buiten lopen vragen of ze even een bakkie koffie komen drinken zou ik best weer een tijdje willen.

Will Wil Wel: Adje Bouman Top Tien (ABTT)
Van de oude hap zie ik eigenlijk niemand meer. Behalve Tineke en Ad Bouman. Tinus is veel in Zuid Afrika en Bouman is veel lunchen. Van dat laatste ben ik ook een liefhebber dus Luiks en de Fred Kaps van de geluidsbanden, hebben ooit afgesproken dat we minstens een keer per maand tussen een en pak-um-beet drie uur, zwaar  gaan tafelen, desnoods in een bejaarden tehuis…… Soms lukt het niet om elkaar maandelijks te treffen maar dan hebben we de goede gewoonte om die dagen in te halen en lunchen we drie keer per week want afspraak is afspraak. Ik ben meestal de tel kwijt en Ad heeft  ook geen economie gestudeerd en dat heeft het voordeel dat  we heel vaak samen rond het middaguur bij elkaar aan tafel zitten te knagen. -En waar hebben jullie het dan over?- vragen mensen die niet begrijpen  wat nou dat gekke Veronica-gevoel is waar je met de maatjes van vroeger, uren over kunt ouwehoeren. Bij Ad en mijn persoontje gaat het over drive in shows, storm aan boord, lange nachten in het Hilversumse, de Huishoudbeurs, mooie zangeressen, feesten in Vollendam en de Adje Bouman Top Tien.

Die Top Tien was de pijler van het Nederlands Muziek Wezen. De trekker van Radio Veronica. De redding van de Nederpop. De lijst der lijsten. De graadmeter van wat er muzikaal te koop was. Dankszij die Top tien bleef ons scheepje drijven op de Noordzee. De ABTT zorgde er voor dat niemand in de gaten had, dat Hilversum drie was begonnen met popmuziek. De boei van onze commercie. De hoop in bange dagen. De wortel en de bijl. De wekelijkse spiegel van de Nederpop en alle andere pop. En…… ik durfde in mijn programma te roepen dat ik het helemaal niks nul nadda noppie vond. Een week na mijn ontboezeming stond er een vrachtwagen voor mijn deur geparkeerd, zodat ik geen zicht meer had op het weidse landschap van de polder in Nijkerk, kreeg ik een dreigbrief, zat er poep op mijn nieuwe Opeltje en werd ik ’s nachts regelmatig gebeld met de medeling dat ik te ver was gegaan. Ad vond dat allemaal heel vervelend. Dat zei hij tenminste……

Tijdens een vergadering van twee personen, te weten Bouman en Luik, besloten we wat aan die ellende te doen. Na lang overleg waren we er uit. Ik  kreeg, zogenaamd, de gelegenheid een plaat in zijn top tien te zetten, waar hij dan weer van zou zeggen dat het een wereldnummer was. Daarna zouden we elkaar hoorbaar zoenen in zijn uitzending, give peace a change, draaien en roepen dat we hele goeie vrienden waren. De plaat mocht ik niet zelf uitzoeken, want Ad je wilde ondanks alles, de baas blijven over zijn top tien! Toen ik een paar dagen later met het zweet in mijn handen naar Veronica luisterde terwijl de ABTT werd uitgezonden hoorde ik ‘mijn keus’.
Een onbekend duo zong

Zijn naam was Keesie
Hij was zo’n aardig beesie.

Jaren later belde Rob Out mij op en zei -We gaan een dierenprogramma doen en dat moet jij presenteren want jij hebt er verstand van. -Ik…… hoezo?-
-Jij hebt toch ooit dat liedje van die dooie hond Keesie geschreven dat in de ABTT heeft gestaan.-

Rij en hadiedieren voorzichtig,denk aan mij Will

Jurg van Beem

Friday, July 17th, 2009

In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

“ik was een echte mooi-weer-vaarder”

Hoe ik eigenlijk bij radio Veronica te- recht gekomen ben? Nou, he, via Nol Vis. Die was al een half jaartje hier in dienst en we vogelden wel eens wat samen. Nol en ik zaten vroeger bij elkaar op school en toen hij bij Veronica ging werken, kwam ik af en toe kijken en dan mocht ik ook wel eens helpen. Toen werd die Engelse cel in de oude studio omgebouwd en daar hadden ze een nieuwe technicus voor nodig. Nou ja, ik liep er toch al rond en dus namen ze me maar in dienst. Dat ging trouwens erg vreemd. Ik werd aangenomen door Karel en die ging naar oom Bul! en zegt: „nou he, deze jongen wordt hier technicus’. Toen zegt oom Bull: ,Verwey is de naam’. Ik heel netjes ]urg van Beem zeggen, want ik kende ‘m helemaal niet. Toen zegt ie tegen mij: ,dat komt goed uit dat je er bent, want oom Piet is ziek en de post moet worden uitgezocht.” Nou was er toen nog wel niet zoveel post als nu, maar het was toch een postzak vol. Je begrijpt dat ik wel even stond te kijken. Vooral toen bleek dat ik het een paar dagen achtereen moest doen. Ik wou al bijna weer ontslag nemen, toen Karel me kwam halen om een programma op te nemen. Nu ik het toch over Karel heb; hij ging in 1963 trouwen en Nol en ik hadden banden met bruidsmuziek gemaakt om die in het raadhuis in Amsterdam tijdens de plechtigheid te draaien. Nou, dat was een toestand in Amsterdam. De ene ambtenaar vond het wel goed en de ander weer niet. We moesten van het kastje naar de muur lopen. Uiteindelijk krijgen we dan toch toestemming van de vogel die Karel moest trouwen.

Wij een plechtig gezicht opgezet en voor een stemmig stukkie muziek gezorgd tijdens het huwelijk. Nou was er één moeilijkheid, we hadden maar één recorder en we wilde ook de trouwrede opnemen. De bruidsmars is afgelopen, iedereen gaat zitten en meteen begint die vogel aan zijn rede. Terwijl wij nog de hele band moesten terug- spoelen. Ik naar die man toe en vragen of hij even wilde wachten. Ik heb nog nooit iemand zo vreemd zien kijken. Maar goed, hij deed het toch. En terwijl iedereen in de zaal een beetje zat te lachen brak tijdens het terugspoelen ook nog de band. Gelukkig hadden we wat sellotape bij ons, waar we een beetje geïmproviseerd mee konden plakken, maar het was wel een ellende. Ik geloof dat het wel een minuut of twintig duurde voor hij eindelijk aan die rede kon beginnen. We hebben hem later nog een kopietje gestuurd en hij was er nog blij ook mee. Karel trouwens ook. Die draait ‘m elk jaar weer af voor zijn vrouw. Zo van: „weet je nog wel”.

Het was wel een gekke tijd in het begin, hoor. We I hadden bijvoorbeeld geen planning zoals nu. ]e kwam ‘s ochtends gewoon en was er wel de een of andere deejay die met je op wilde nemen. Het was allemaal niet zó efficiënt, maar het bevorderde wel de stemming. En als er veel werk was, omdat we om wat voor reden dan ook achter geraakt waren, dan werkten we tot s’ avonds heel laat door; sliepen dan in de studio en gingen de volgende morgen weer verder. En toch ging het wat minder serieus he. Als het mooi weer was en je had zin om een paar uur in de zon in Loosdrecht te gaan liggen, dan deed je dat gewoon. Daar zei helemaal niemand wat van. Als het dan helemaal uit de hand liep, dan codeerde je gewoon een paar ouwe banden opnieuw en dan werden ze nog een keer uitgezonden. Er werden ook erg veel programma’s non stop gemaakt. Dat komt nu bijna niet meer voor. Ik geloof ook niet dat je dat nu zou kunnen maken. De luisteraars zijn gewend geraakt aan gepresenteerde programma’s. In 1964 ben ik naar boord gegaan. Ik was namelijk verloofd met Willy Hogenbirk; dat was het hoofd van onze reclameafdeling en het ging niet zo goed met z’n tweetjes in eén bedrijf. Het was een nogal stevige tante, die ervan hield de boel te regeren en dat gaf dan wel eens wat moeilijkheden. Ik ben toen voor een poosje aan boord gegaan, maar dat was wel een heel ander leven. De werkte een week op en een week af en dat is wel een goeie planning, maar ja, je zit er met tien kerels, hè, en dat blijven kerels. Op zichzelf niet zó erg, maar wel vervelend als je s’ zomers met een verre- kijker naar het strand stond te kijken waar allemaal mooie vrouwen in badpak rondhuppelde.

En dan de ontberingen die je doormaakt. Neem nou eens storm. ]e hebt dan geen minuut rust. Het enige wat je kunt doen is slapen. Nou, ja, slapen. De ligt en daar is dan alles mee gezegd. Tenslotte ligt dat ding geen moment stil. En onweer bijvoorbeeld. Tjonge, zoiets maak je je hele leven niet meer mee. Wij zijn het hoogste punt op zee en als de bui boven je hangt dan slaat de bliksem onmiddellijk in. Met de huidige zender valt dan automatisch de hoogspanning uit. De bliksem vloeit dan af en de spanning komt weer te- rug. Toen moesten we dat nog met een handschakelaartje doen. Bliksem d’er in. Schakelaartje om. Hoogspanning eruit. Bliksem weg. Schakelaartje weer in de ouwe stand en de spanning was er weer. Ik heb het meegemaakt dat we om de anderhalve seconde een blikseminslag hadden. Dat was op een avond. We zijn twee uur de lucht uitgeweest, want er was geen houden aan. Van die hele grote luchtcondensatoren waren krom getrokken van de spanning. We zijn toen met z’n allen in de kombuis gaan zitten; deur dicht en dan krijg je de kooi van faraday. Maar omdat de zender eruit was geslagen, gebeurde er opeens allemaal vreemde dingen. De bliksem liep via de antenne, langs de lamp naar beneden en dat kon je zien hoor, dat kon je gewoon allemaal zien. Maar het krankzinnigste moet nog komen.

Via de railing van het schip sloeg ie op de koperen bel en weer terug. Het was net of er iemand stond te bellen het was ontzettend eng. Vooral ook omdat het klaarlichte dag leek. Je kon gewoon schepen voorbij zien varen. Allemaal in zo’n oranje gloed. Het leek wel het spookverhaal van de vliegende Hollander. Ik kon me achteraf goed voorstellen dat veel zeelui bijgelovig zijn. We stonden daar allemaal op een hoopie in de kombuis en de één was nog banger dan de ander. We hebben allemaal een vrij langdurig gesprek met onze lieve heer gehad. En het heeft nog geholpen ook, want we zijn er door- heen gerold. Veel van dit soort avonturen heb ik trouwens aan boord niet meegemaakt. Ik was bijna nooit aan boord als er storm was. Ik ben wat ze aan boord noemen, een mooiweervaarder. Ik slofte altijd, nou ja bijna altijd.

Ik heb één keer een pittig orkaantje meegemaakt. En dat was nog wel op oudejaarsavond Het stormde jongen, dat hou je niet voor mogelijk. Enorme golven die over het schip denderde. En een lawaai, het lijkt dan wel of de hele wereld vergaat. Ontzettend angstaanjagend. Vooral omdat wij aan een ketting liggen en het schip meer klappen krijgt dan een varend schip. Nou hadden we omdat het oud en nieuw was een paar flessen drank mee naar boord genomen en iedereen nam wat meer en sneller in dan gewoonlijk, zodat we tegen een uur of één ‘s nachts niet helemaal meer in aanmerking kwamen voor het predicaat .nuchter”. En toen vielen alle lichten uit. Moet je nagaan; midden in de nacht tijdens een storm. Ik was van angst meteen weer nuchter. Nou was het zo dat als de zender de lucht uitging, dan stopte de hoofdmotor en gingen we op een lichtaggregaat over. En daar was duidelijk iets mee aan de hand. Ik op onderzoek uit. Ga d’r maar aan staan. In pikkedonker. Eerst het dek op in vliegen- de storm. Dan het trappetje af naar het onderschip waar de aggregaat staat. En terwijl ik me langzaam naar beneden laat zakken, voel ik opeens iets nattigs. Ik denk, nou is het gebeurd met ons. Er is water naar binnen ge- komen, dus we zijn aan het zinken. Ik hing gewoon verlamd van schrik tegen dat trappetje aan en dat was net voldoende om die paniek reactie van hard weglopen te onderdrukken het stonk er namelijk ontzettend naar dieselolie en toen ik me nog wat liet zakken om te voelen wat het voor vloeistof was, merkte ik dat het geen water, maar olie was. De leiding was natuurlijk losgesprongen en daarom was de motor er ook mee gestopt. Ik heb toen zo’n drie uur tot aan mijn liezen in olie gestaan om het spul te repareren.

Zoiets vergeet je ook niet gauw hoor. Maar we waren ook zat leuke dingen aan boord, we gingen bijvoorbeeld in zee zwemmen op een hele speciale manier. Door de sterke stroom kun je namelijk niet gewoon zwemmen. Nee, we sprongen van de kop af in zeeën lieten ons dan een heel eind meedrijven. Dat kon, want het schip ligt altijd met de kop in de stroom en we hadden achter het schip een hele lange lijn met een mand eraan. En je kwam altijd ongeveer bij die mand uit. We gingen ook vaak met het bootje de zee op. Vissen met een garnalennet. Ontzettend goed gaat dat, en we maakten weleens een uitstapje naar het strand. Dat mocht eigenlijk niet, maar ja. Als je al die gezelligheid van uit de verte zag, dan was de verleiding ge- woon te groot en dan gingen we ook een paar uur het strand op. Het was natuurlijk wel erg onverantwoordelijk, want ik was de enige zendertechnicus aan boord. Als ik ging vissen of op het strand, dan was er niemand om op de zender te letten. Nou nam ik wel altijd een zakradiootje mee en als je die aanzette en je hoorde muziek, dan dacht: „hij is er nog, ik kan nog wel effen blijven zitten’.