Posts Tagged ‘Technicus’

Ad Bouman

Monday, May 10th, 2010

Ad Bouman, fotograaf Vincent Schriel

Ad Bouman tijdens 50 jaar Radio Veronica Fotograaf: Vincent Schriel

Op de LTS en later de MTS wordt Ad Bouman (30 mei 1947), geboren en getogen in Amsterdam, klaargestoomd voor een carrière als technicus. Die begint hij bij Philips, maar thuis op zolder is de tiener altijd in de weer met bandrecorders, platen en microfoons. Vriend en later Veronicacollega Juul Geleick oppert het idee om te solliciteren bij Radio Veronica, destijds Nederlands enige echte popstation. Niet lang daarna, op 14 november 1965, mag de 18-jarige Bouman beginnen als programmatechnicus.

Ad Bouman Zijn moment suprème breekt aan tijdens een avonddienst in februari 1967. De technicus is een uitzending aan het opnemen met dj Jan van Veen, die weinig zin heeft zijn programma af te maken als hij terugkomt van een bespreking in het directiekantoortje. “Zet maar een paar lekkere platen op”, zegt hij vrolijk tegen ‘Adje’, zoals Willem van Kooten hem had gedoopt. Het volgende moment kondigt de dj in een opwelling “de tien favoriete platen van onze technicus Adje Bouman” aan; de ABTT is geboren.

Als de twee het bandje terugluisteren besluit Van Veen, die Boumans voorkeur voor bijzondere platen wel kan waarderen, de ‘Adje Bouman Top Tien’ als vast onderdeel op te nemen in het programma Muziek bij de lunch op de woensdag. De apetrotse Bouman laat zijn eerste bandjes thuis aan iedereen die voorbijkomt horen. Het radiostation wordt overladen met enthousiaste reacties van luisteraars; iedereen wil meer weten over de mysterieuze technicus.

Die volgt in zijn Top Tien geheel zijn eigen smaak; oude liedjes, albumtracks, soms gewoon een vreemd geluidje. Het maakt ‘de meester’, zoals zijn fans hem noemen, mateloos populair. Voor een lunchprogramma acht programmaleider Van Kooten de platenkeuze echter niet zo geschikt en zo ‘promoveert’ de ABTT na een paar weken naar Joost mag het weten op de woensdagavond. Met daarvoor en daarna wat goede platen, zoals de dj wel eens grapte.

Na het vertrek van Van Kooten (alias Joost de Draaijer) blaast Lex Harding de ABTT in 1970 nieuw leven in met zijn programma Lexjo. Er ontstaat een ware cultus rond de ‘krankzinnige’ geluidsexperimenten van Bouman en Harding, regelmatig aangevuld door op cassette ingesproken brieven van luisteraars. De directie vond alles best. In 1977 krijgt Veronica’s populairste technicus overigens een column in de Hitkrant (‘Levi’s Top 10 door Ad Bouman’).

De meester van de mixtafel produceert daarnaast talloze promo’s en (remixen van) jingles voor Veronica, waaronder eind 1978 het fameuze jinglepakket ‘The Power’. “Een intensief karwei”, aldus Bouman, “nog nooit had iemand in Nederland het op die manier gedaan.” De moeite is niet voor niets; het zogenaamde WIND-logo zingt iedereen meteen mee. Samen met de andere technici Juul Geleick en Sytze Gardenier knipt en plakt hij allerlei platen bovendien tot kortere radioversies, die soms ook uitgebracht worden door de platenmaatschappij.

In 2000 komt er een eind aan vijfendertig trouwe dienstjaren voor Radio Veronica. De Meester wordt niet meer ingepland door toenmalige programmaleider Robert Jensen, die met de zender een nieuwe richting wil inslaan waarin Bouman niet meer zo goed past.

Daarop spant de radioliefhebber zich in om samen met Michael Bakker een nostalgisch station met het oude zeezendergevoel van Veronica op te zetten. Op 4 juli 2001 gaat het voormalige Okay FM van Bakker en Bouman de lucht in als Radio 192, naar de eerste golflengte van Radio Veronica. Na een hoogtepunt in 2003 krijgt de zender geen FM-frequentie toebedeeld tijdens de etherveiling en verdwijnt Radio 192 na een paar kunstgrepen van de kabel.

Na een aantal zakelijke toeren start de voormalige geluidstechnicus het internetradiostation LaserRadio. De zender combineert de sfeer van Veronica met eigentijdse muziek. Volgens Bouman, programmadirecteur en dj bij de zender, heeft internetradio de toekomst: “Bij LaserRadio bepalen de dj’s nog grotendeels zelf wat ze draaien. Dat vind je nergens meer. De band met luisteraars is veel groter.” Zijn volledige eigen platenkeuze in de vorm van de ABTT is dan ook terug on air.

Als dj werken was destijds een nieuwe uitdaging voor de geluidsman, en nog steeds krijgt hij er geen genoeg van: “De technische kant blijft altijd boeien, maar met een soldeerbout rondlopen behoort niet meer tot de favorieten.”

Overigens is Ad Bouman één van de initiatiefnemers van de Stichting Norderney, dat het culturele erfgoed van Veronica’s zeezenderperiode beheert. Volgens de man die altijd al veel bewaarde uit de tijd waaraan hij “vele en vele mooie herinneringen” heeft, kan niemand die geschiedenis immers beter beschrijven dan de medewerkers zelf. Ook regelde de oud-Veronicaan al twee keer een reünie van zijn geliefde Radio Veronica.

Veertig jaar na de eerste Adje Bouman Top Tien is op 30 mei 2007 de ABTT-website gestart. Op deze site stelt Bouman muziek, jingels, uitgezonden programma’s, ABTT-lijsten, verhalen en foto’s beschikbaar.

In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

Lekker uit het raam hangen en aan een toevallige voorbijganger vraagt of ie een bakkie koffie komt drinken. Kijk, dat is Veronica
Kijk, dat jij mij nou moet hebben voor dat Veronica verhaal begrijp ik al helemaal niet. Nee jonge, ik ben namelijk om te beginnen normaal aangenomen op een advertentie en dat is bij ons al een hele vreemde zaak. Nou ja, normaal aangenomen… Ik had dus een brief geschreven op een advertentie en ik moest langs komen.

Gesprekjes met Karel en toen naar huis. De hele nacht niet slapen, allemaal plannen maken en drie weken later een brief in de bus van, mijnheer Bouman dank voor uw sollicitatie, maar we zijn reeds voorzien. Helemaal nul dus. Maar een paar weken later werd ik gebeld bij de buren, wij hadden thuis geen telefoon, en ze hadden gevraagd of ik Veronica even terug wilde bellen. Ik kreeg Karel aan de lijn en die vroeg of ik nog Interesse had. Ik had wel door die hoorn willen schreeuwen of-ie wel goed bij z’n hoofd was. Jonge ik was helemaal door het dolle.

M’n meisje vond het allemaal maar niks en tegen m’n vrienden zei ik ook niet dat ik bij Veronica ging werken want dat was toen nog zo’n suf station met de zogenaamde betere muziekjes. Geen hits ofzo. Hoewel, ze waren er net een beetje mee begonnen maar het was eigenlijk nog helemaal niks. Goed, ik dus naar Hilversum en ik zie Karel nog zitten achter z’n burootje. Wat wilt u verdienen vroeg-ie. Ik zal nooit vergeten wat ik toen heb gezegd: Dat kan me niet schelen mijn- heer. Daar had ik jaren later nog spijt van. Ik kreeg toch wat natuurlijk en zo was ik dan technikus bij Veronica. Als er toen een technikus werd aangenomen moest-ie een week lang alleen maar rondlopen. Ja jonge. Gewoon een week niks doen alleen maar achter de doorgewinterde jongens zitten kijken hoe het allemaal moest. Kun je je dat nou nog voorstellen? Ik had dus die eerste week gehoord van nou doen we dit en dan doen we dat, en in de tweede week stond ik achter een technikus die bezig was met een programma van Anouska. Het was in studio een en ik zal het m’n leven lang niet vergeten. Ik moest op z’n plaats zitten en hij had me wel tien keer verteld hoe het allemaal in z’n werk ging met de knoppen en het zweet brak me aan alle kanten uit. Ik zat en Anouska keek me aan zei, oh nee dat kan ik niet hoor. Dat niet met jou achter de knoppen. Nou nou nou. We moesten stoppen, en Anouska begon van ja, ik heb niks tegen jou en je lijkt op Tom Jones en fijn dat je hier werkt maar ze kon niet met me opnemen. Ze had in die tijd nog een half uurtje gevarieerd, daar ben ik dan mee begonnen. Ja, dan moest je non-stop een half uur muziek maken want een heleboel programma’s gingen toen nog zo. Het werd op een vrijdagmiddag uitgezonden en ik vond het zelf het einde. Ik ben er speciaal voor thuis gebleven om er naar te kunnen luisteren. Nou, het was helemaal niks.

Ik kwam van Philips in Amsterdam. Daar werkte Juul ook en die had me die advertentie gegeven. Dat was me wel even een overgang van Philips naar Veronica. Tegen een directeur kijk je altijd op nietwaar. Ik vond het zo gek dat ik tegen die mensen oom moest zeggen. Ik zat er amper een maand toen we met z’n allen een sinterklaasfeest gingen vieren. Vroegen ze aan me wat moet jij hebben. Ja, wat moest ik hebben. Ik durfde nauwelijks wat te vragen. Nou reed ik in die tijd op een bromfiets en ik heb toen zo’n ding-dong bel gevraagd. je weet wel zo’n heel groot ding dat ze op bakfietsen hebben. Ik vond het allemaal raar, maar dat komt omdat de sfeer bij Veronica gewoon niet te vergelijken is met de sfeer op andere bedrijven. Ik ben wel blij dat ik het na m’n schooltijd ook eerst nog even anders heb meegemaakt, maar het heeft toch een hele tijd geduurd voordat ik er aan was gewend. In die tijd was Kees Mois nog technikus en van die vogel heb Ik erg veel geleerd dat ging zo van, let op je stopwatch, denk aan de microfoon, staat je plaatjescherp, je voor-afluistering staat nog dicht… Ik werd er helemaal gek van maar achter af is het erg goed geweest. Ik was in die tijd de jongste technikus vandaar dat ze me ook meteen Adje noemden, het was toen nog zo dat ]urg mijn banden door moest luisteren om te kontroleren of ik ook wat verkeerd had gedaan. Ik hoorde hem op een dag toevallig in de gang tegen Karel zeggen, nou het is wel goed maar een beetje te hard. Ik schrok me dood want ik zat er nog maar net. Dus ik de volgende dagen alles heel zacht op de band zetten he, maar het was bijna niet meer te horen dus ik begreep er al geen bal van. Maar goed ik zat bij de radio en dat wou ik voorlopig wel zo houden. Nou, en toen was het te zacht. We hebben later ontdekt dat alle studio’s waar we in werkten onderling totaal verschillend waren wat volume betreft. Als ik in studio een ‘n band maakte en die werd dan afgedraait in bijvoorbeeld drie klonk het hardstikke zacht maar als je dan in studio twee een programma maakte wat je lekker zacht opnam was het in vier weer keihard.

Een keer heb ik wel vreselijk in m’n rats gezeten. Kees van Zijtveld zat voor het eerst bij mij en die zei; zo Adje nou gaan we eens lekker met een stel engelse hits rammen. Da’s goed zei ik maar ik wist bij god niet wat het woord rammen betekende. Na een kwartier heeft Kees me uitgelegd dat rammen zoiets was als praten tijdens het intro en pats boem, na de deejay de muziek er in. Nou, dat zag ik wel zitten dus ik rammen. Op een gegeven moment zat het bij een plaat zo goed dat ik van schrik de knop helemaal open draaide. De naald van de volume me- ter sloeg bijna rond. Ik vond het veel te mooi om het over toe doen en ik dacht laat maar zitten. Die band ging naar boord en een dag na de opname zaten we zo tussen de middag met elkaar te praten en toen zei iemand als je die platen er te hard in ramt knalt de zender uit de lucht dan hoor je niks meer en degenen die z’n banden zo weg heeft gestuurd is nog niet jarig. Wie zou dat nou doen, zei een ander want dat kun je toch precies op je meter zien, ]onge, jonge, ik wilde ter plaatse wel In elkaar storten. Toen dat programma een paar dagen later werd uitgezonden zat ik thuis bij de radio en iedere keer dacht ik o god daar komt die plaat, nou IS het gebeurd met je Bouman. En toen kwam die plaat eindelijk… en toen was er niks aan de hand.

De reclames die nu allemaal op cassette staan hadden wij in de oude studio losse bandjes die keurig op een speeltje zaten in doosjes. Nou, nou, nou… Van elke reklame hadden we maar een bandje en je liep dus de hele dag door het gebouw te hollen om die dingen op tijd in je cel te krijgen. Ik zag hoe die technicie, die er al een tijd werkten het binnen een paar seconden voor elkaar kregen en ik dacht, nou ja dat leer je nooit Bouman, En gek hé, na een paar maanden deed je het net zo vlug en stonden mensen die in de studio kwamen met open mond te kijken. Over mensen die langs kwamen gesproken. De deur stond bij ons altijd gewoon open. Het was heel normaal dat je opeens vijf zes man in je cel had staan waarvan niemand wist waar ze vandaan kwamen en wat ze nou precies in de studio deden. Die mensen kwamen gewoon even binnenlopen en gingen dan na een half uur weg. Als het mooi weer was hingen we tijdens de opnames af en toe uit het raam en als er mensen over de Zeedijk liepen. Het was net een ongeorganiseerd feest in het begin gen we of ze zin hadden in een koppie koffie en dan kwamen ze binnen.

In de zomer van zesenzestig hadden we trouwens een vreselijk leuk spelletje ontdekt. We namen een volle spoel, zetten die op de recorder en stuurden den iemand met het uiteinde in z’n hand de straat op, zo richting Kerkstraat. Die vent liep net zo lang door tot-ie dacht nou is de spoel leeg en dan kwam hij terug naar de studio. En daar begon de pret want wij deden de recorder op terug spoelen. Die koppen van die mensen op straat…

Verrek, ga maar bij je zelf na als Je een band zo voorbij ziet komen terwijl Je nergens iemand ziet die em oprolt. We hebben ons op die manier heel wat uurtjes vermaakt, totdat er op een keer aan het einde van de tape een kerel zat die opeens onder ons raam stond te schelden, Hij vond het geen ma- nier en wet we wel dachten om nou ook op straat de piraten uit te hangen. Die vent schreeuwde zo hard dat we er maar mee zijn opgehouden. Jammer dat in de studio waar we nu zitten geen ramen in de cellen zijn gemaakt die open kunnen, anders waren we er allang weer mee bezig geweest denk ik.

Ja, jij zult wet denken werken die jongens ook nog op de Zeedijk. Maak je niet ongerust hoor. De programma’s zijn altijd op tijd klaar gekomen, maar het kon je niets schelen wanneer Je dat moest doen. Als het mooi weer was zei je gewoon, we gaan eerst maar eens lekker aan het strand liggen en dan maken we vanavond die uren wel. Er was wel Iets op een bord met verschillende kleuren strookjes, maar daar trok niemand zich wat van aan en trouwens Willem die het allemaal moest regelen was kleurenblind, dus dat zat wel goed. Ik weet nog goed dat er opeens een toep-manie was op Veronica je kon niet in de studio lopen of ze zaten te toepen. De hele dag door. Dat moest Je dan zelf weten, als Je programma maar op tijd klaar was en dat gebeurde altijd en hoe laat het werd was niet belangrijk. Ik heb een paar weken geleden gelezen dat Dick de Bois vertelde over die eerste drive in show die we maakten bij van Dijk in Loosdrecht maar ik zal nooit vergeten wat er allemaal voor die tijd Is gebeurd. We hadden dus besloten om zo’n discobar in elkaar te zetten, maar niemand wist hoe het nou precies moest. Dat werd een ellende want iedereen dacht dat-ie het juiste systeem had ontdekt en als het dan helemaal voor elkaar was kwam er weer een ander die het nog beter wist. En als we dat dan weer wilden maken kwam er iemand die de pest in had omdat we hem helemaal niet hadden gevraagd wat hij er van dacht. Maar goed, op een gegeven moment was het hele geval dan klaar. De huistimmerman van Veronica had zo’n barretje gebouwd en wij hadden de versterkers er in gemaakt met de draaitafels en de mengpaneeltjes. De discobar was dus klaar, maar waar moest je zoiets uitproberen. Om daar nou speciaal een zaaltje voor te huren zagen we niet zo zitten en toen kwam er Iemand op het linke idee om het hele geval dan maar op het binnenplaatsje van de studio te installeren en het in de buitenlucht uit te proberen. Wij net zo lang wachten tot er een mooie dag zonder regen werd voorspeld want we waren natuurlijk als de dood dat het hele geval nat zou worden, en dan zou het gebeuren.

Goed, het zonnetje scheen en daar ging het hele geval naar buiten. De timmerman kwam er bij voor geval dat er iets niet klopte en na heel veel gevloek en geschreeuw stond onze eerste discobar dan op de binnenplaats. Iedereen er omheen en we waren trots…! Als Je met dat zelfde zootje ongeregeld nu moest werken, zouden de bierflessen om je oren vliegen, maar In die dagen was het helemaal te gek. We hebben een paar platen gedraaid en we dachten ziezo, de mensen tot in Utrecht kunnen horen dal wij een discobar hebben, üonge jonge wat vonden we het allemaal hard. Er zaten geloof ik acht zuiltjes bij. Dat was wat hoor. Die dingen moes- ten we in de zalen aan de muren spijkeren en met grote kabels doorverbinden. Na die eerste proefshow bij van Dijk gingen we een weekend naar Texel. Daar had je een zaal met een bühne waar gordijnen voor hingen. Wij waren de hele middag bezig geweest om de boel klaar te zetten en de gordijnen van het toneel hadden we dicht- gedaan. Om acht uur ging het: tatatataraboem! Gordijn open en wat denk je. Bijna twee duizend man die alleen maar stonden te staan. Niemand wilde er dansen want ze keken hun ogen uit. Willem was toen deejay en die wist ook niet wat-Ie er mee aan moest. Na een half uur is-ie maar polonaise muziek gaan draaien en toen was het voor elkaar. Nee, toen waren we allang niet meer dat suffe station waar ik In het begin kwam werken. M’n vriendjes waar ik het eerst niet aan durfde vertellen kwamen allemaal langs want zo’n baantje zagen ze eigenlijk ook wel zitten. Dat kwam natuurlijk ook omdat Juul bij ons was gekomen en ze dachten dat gaat goed, misschien hebben ze voor ons ook nog te doen. Ik heb thuis nog een heleboel oude banden van de uitzending uit die jaren. Die draai ik ‘s avonds thuis nog wel eens, ik weet het niet, maar als ik dan zo zit te luisteren komt die sfeer van de zeedijk weer helemaal bij me terug. Ik heb er geen heimwee naar hoor, want we zitten hier in de nieuwe studio, zoals wij dat dan nog altijd noemen, geweldig, maar toch, zo lekker uit het raam hangen en dan aan de mensen die toevallig buiten lopen vragen of ze even een bakkie koffie komen drinken zou ik best weer een tijdje willen.

Will Wil Wel: Adje Bouman Top Tien (ABTT)
Van de oude hap zie ik eigenlijk niemand meer. Behalve Tineke en Ad Bouman. Tinus is veel in Zuid Afrika en Bouman is veel lunchen. Van dat laatste ben ik ook een liefhebber dus Luiks en de Fred Kaps van de geluidsbanden, hebben ooit afgesproken dat we minstens een keer per maand tussen een en pak-um-beet drie uur, zwaar  gaan tafelen, desnoods in een bejaarden tehuis…… Soms lukt het niet om elkaar maandelijks te treffen maar dan hebben we de goede gewoonte om die dagen in te halen en lunchen we drie keer per week want afspraak is afspraak. Ik ben meestal de tel kwijt en Ad heeft  ook geen economie gestudeerd en dat heeft het voordeel dat  we heel vaak samen rond het middaguur bij elkaar aan tafel zitten te knagen. -En waar hebben jullie het dan over?- vragen mensen die niet begrijpen  wat nou dat gekke Veronica-gevoel is waar je met de maatjes van vroeger, uren over kunt ouwehoeren. Bij Ad en mijn persoontje gaat het over drive in shows, storm aan boord, lange nachten in het Hilversumse, de Huishoudbeurs, mooie zangeressen, feesten in Vollendam en de Adje Bouman Top Tien.

Die Top Tien was de pijler van het Nederlands Muziek Wezen. De trekker van Radio Veronica. De redding van de Nederpop. De lijst der lijsten. De graadmeter van wat er muzikaal te koop was. Dankszij die Top tien bleef ons scheepje drijven op de Noordzee. De ABTT zorgde er voor dat niemand in de gaten had, dat Hilversum drie was begonnen met popmuziek. De boei van onze commercie. De hoop in bange dagen. De wortel en de bijl. De wekelijkse spiegel van de Nederpop en alle andere pop. En…… ik durfde in mijn programma te roepen dat ik het helemaal niks nul nadda noppie vond. Een week na mijn ontboezeming stond er een vrachtwagen voor mijn deur geparkeerd, zodat ik geen zicht meer had op het weidse landschap van de polder in Nijkerk, kreeg ik een dreigbrief, zat er poep op mijn nieuwe Opeltje en werd ik ’s nachts regelmatig gebeld met de medeling dat ik te ver was gegaan. Ad vond dat allemaal heel vervelend. Dat zei hij tenminste……

Tijdens een vergadering van twee personen, te weten Bouman en Luik, besloten we wat aan die ellende te doen. Na lang overleg waren we er uit. Ik  kreeg, zogenaamd, de gelegenheid een plaat in zijn top tien te zetten, waar hij dan weer van zou zeggen dat het een wereldnummer was. Daarna zouden we elkaar hoorbaar zoenen in zijn uitzending, give peace a change, draaien en roepen dat we hele goeie vrienden waren. De plaat mocht ik niet zelf uitzoeken, want Ad je wilde ondanks alles, de baas blijven over zijn top tien! Toen ik een paar dagen later met het zweet in mijn handen naar Veronica luisterde terwijl de ABTT werd uitgezonden hoorde ik ‘mijn keus’.
Een onbekend duo zong

Zijn naam was Keesie
Hij was zo’n aardig beesie.

Jaren later belde Rob Out mij op en zei -We gaan een dierenprogramma doen en dat moet jij presenteren want jij hebt er verstand van. -Ik…… hoezo?-
-Jij hebt toch ooit dat liedje van die dooie hond Keesie geschreven dat in de ABTT heeft gestaan.-

Rij en hadiedieren voorzichtig,denk aan mij Will

Nol Vis

Friday, August 7th, 2009

In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

Ik versleet in een jaar meestal zo’n vier bazen, Ja, kijk er Is altijd wat wat nietwaar. Da laatste was een radio en tv-handelaar. Ik had het er best naar m’n zin maar dit kaar zag de patroon het niet meer zo zitten. Op een vrijdagavond keek ik in m’n loonzakje en toen zat er een briefje in met de mededeling dat ik vanaf de volgende week aan beetje minder zou verdienen vanwege de slechte tijden. Ik dacht die slechte tijden knap Je dan zelf maar op en ik ben nooit meer terug gekomen. Nou zat ik In Hilversum op kamers bij een oude dama en toen Ik weer eens thuis kwam met de mededeling dat Ik en m’n baas het niet eens waren keek ze aan beetje zorgelijk en haaide een krant voor de dag. Kijk zei ze, hier staat een advertentie van radio Veronica, die zoeken een technicus waarom ga je dat niet proberen. Na het eten ben ik op m’n brommer gestapt en daar stond Ik dan op de zeedijk. Nico de Jong deed open. Dat is trouwens een naam die ik nog niet ben tegengekomen In die verhalen van de anderen. Hij was In die tijd programmaleider. Ik denk dat-ie z’n werk zeer rustig deed want Iedereen heeft hem tot nu toe over het hoofd gezien. Krankzinnig eigenlijk. Nico de Jong zei dat ze inderdaad nog een technicus zochten. Ze hadden wel iemand maar die werkte alleen ‘s avonds en knutselde dan wal versterkers in elkaar. Die man moest mij enkele vragen stellen want voor het zelfde geld had ik net zo goed een boekhouder kunnen zijn die graag bij de radio wilde werken. Hij zei, wat denk je, hoe gaat het ongeveer. Ik zei dat lijkt me niet zo moeilijk je hebt twee pick-ups, een bandrecorder en een mengversterkertje nodig. Prima zei hij toen, ja bent aangenomen. De eerste dag dat ik daar rond liep zei iemand tegen mij; in de gang staat een oude bandrecorder ga jij dat ding nou maar eens repareren en zorg dat-ie zo snel mogelijk weer loopt. Ik naar de gang toe en zoeken naar een bandrecorder. Nou was die gang ook nog opslagplaats van die textielfabriek naast ons en midden tussen de kousen en andere troep zag Ik dal hete grote zware kreng staan. Het was nog zo’n oud ampex geval met die hele brede banden. D’r klopte helemaal niets van want er waren gewoon een stel onderdelen uit en die dingen zijn nergens meer te krijgen. Ik heb er kwartiertje aan slaan rammelen, gaf er een paar grote trappen tegenaan en toen ben ik maar gaan koffie drinken. Af en toe liep ik dan weer even voorbij dat kreng, gaf hem een trap en liep weer fluitend verder. ]a, verrek ik dacht als ze nou af en toe maar geluid uit die gang horen denken ze dat ik er mee bezig ben. Die bandrecorder heeft trouwens nooit meer gelopen. Gelukkig was-ie erg zwaar. Oud ijzer was in die tijd hartstikke veel waard…

Die eerste cel waar ik ging werken was toen al een museumstuk. Het is misschien wat moeilijk om jou uit te leggen hoe dat ding in elkaar zat, maar ik zal het toch proberen. Om te beginnen zaten de technicus en de omroeper in één ruimte, Er zat geen raam of niks tussen. Dat is natuurlijk erg gezellig maar het geeft wel een paar aardige problemen. Je moet bijvoorbeeld een plaat scherp zetten maar dat kan in zo’n geval al helemaal niet want alles wat de technicus deed hoorde de luisteraar in de radio via de microfoon van de deejay. Boven m’n hoofd hing een speaker en daar hoorden we dan alles door wat de luisteraars ook mochten horen. Verder had ik nog een koptelefoon en als ik dan dacht nou die ene plaat is bijna afgelopen deed ik gauw die koptelefoon op, zette de andere plaat scherp en als ik de mond van de deejay niet meer zag bewegen liet ik het spul los. In die tijd nam ik al op met oom Frans Nienhuis en die man deed soms wel tien minuten over de aankondiging van een plaat vanwege al die namen die hij op moest noemen. En daar zat ik dan. Deze plaat is voor Jan van z’n vriendin Truus, voor Gerrit vanwege z’n twaalfde verjaardag. Nou ja je kent dat wel en dan dacht ik na vijf minuten daar komt-ie en dan haalde oom Frans alleen maar even adem om nog eens honderd namen te noemen..

Ze zaten trouwens ook altijd te donderen met het buitengeluid. Er is een tijd geweest dat je op de zender precies kon horen of er die dag veel auto’s over de zeedijk waren gereden. We waren het er op een gegeven moment wel over eens dat het niet meer ging een technicus en een omroeper in een cel. Dus wat deden we. We maakten een apart kamertje voor de omroeper en daarnaast een apart kamertje voor de technicus. Ze konden elkaar niet zien want er zat gewoon een muur tussen en de omroeper kon niks horen want dat was niet nodig. Degene die in die spreekcel zat moest beginnen te praten als het rode lampje ging branden en als het lampje uit was wist hij dat er een plaat draaide. Het werkte voortreffelijk. Je kunt er nu wel om lachen maar in die tijd was radio heel anders dan tegenwoordig. Dat ging allemaal nog heel rustig. Zo van, „goede middag luisteraars het is nu twee uur en we gaan beginnen met gezellige plaatjes voor de huisvrouwen. Allereerst is hier dan het kwartet van Dave Brubeck. Dan kwam er een plaat en ging het rode Lampje uit. Geen enkel probleem hoor, Tegenwoordig met platen die worden Ingesproken en jingles die je gebruikt kan het natuurlijk helemaal niet meer. Later Is er een raam in gekomen maar we waren in het begin al dik tevreden met dat rode lampje. Die cel werd later helemaal opgeknapt en ik weet nog goed dat ik in de nacht met Toon Vos de hele boel vol geplakt heb met akoestische tegels. We hadden een beetje geld gekregen om materiaal te kopen en die tegels zagen we helemaal zitten. We begonnen boven in de cel en toen we aan het einde van de nacht op de helft zaten, waren de tegels op. Geld was er voorlopig niet meer en wij waren allang blij dat het weer een stukje beter klonk. Zo ging dat nog in het hela prille begin van Veronica. Je bent er in meegegroeid en je hebt gezien hoe alles beter werd, hoe er steeds meer mensen kwamen werken en het is eigenlijk een stukje van je zelf geworden.

We hebben ook eigenlijk zes jaar toegeleefd naar die nieuwe studio waar we nu zitten. Op een gegeven moment werd er dus gezegd dat we in de toekomst wel eens naar een groter gebouw zouden kunnen gaan en dat was dan ook echt wel nodig want op de zeedijk barstten we er zowat uit. Over de spullen die we daar hadden staan zal ik het helemaal maar niet hebben. Het Was gewoon op. Adje had bijvoorbeeld een grote rubberhamer naast z’n bandrecorder liggen en als-ie het dan niet deed gaf hij er een enorme klap met die hamer op en dan liep-ie meestal wel weer. Je kunt rustig zeggen dat de laatste drie jaar op de zeedijk gemaakt zijn met elastiekjes, touwtjes en knutselen. Ik heb in die tijd m’n bandrecorder zovaak uit elkaar gehaald dat ik elk schroefje precies kon uittekenen. Je hoorde ook aan de geluidjes van die krengen wat er aan mankeerde. Het is trouwens nog een wonder dat ze het 20 lang uitgehouden hebben want ze draaiden zeven dagen per week twaalf uur en tijd voor een goede revisie hadden we gewoon niet.

Weet je wat de pest Is nou ik hier zo zit te praten ik weet eigenlilk alleen nog maar dingen die de andere jongens ook al verteld hebben, Ja, het wordt natuurlijk steeds moeilijker. Ik weet nog wel dat het toen helemaal in was om stukken voor te dragen en gedichten voor te lezen in de huiselijke kring. Tineke woonde toen in Hollandse Rading en als we dan klaar waren in de studio reed ik op m’n'bromfiets met Mn fles martini en wat gedichtenbundels in de fietstassen naar haar toe en dan zaten we tot diep in de nacht elkaar gedichten voor te lezen. Nou nou wat een tijd.

Tja, dat eerste sponsorprogramma van ons. Die mensen wilden graag een eigen orkest]e hebben en aangezien Toon Vos jaren z’n eigen kwartet had gehad kon hij daar uiteraard wel voor zorgen. Een broer van Toon speelde piano Toon zelf klarinet of bas, maar wie er nog meer meespeelden weet ik echt niet meer. Het programma namen we bij Toon thuis in Hilversum op, want er moest natuurlijk een piano staan en die hadden we niet op de zeedijk, Iedere week haalde ik dus uit mijn studio het mengpaneel de bandrecorder en uit de andere cellen haalde ik dan nog wat microfoons en dat hele zootje gooide ik in m’n oude volkswagentje en reed er mee naar Vos. De kelder van hel huis hadden we een beetje opgeruimd en daar installeerde ik mijn toestanden. Dan gooide ik allemaal microfoonkabels door de gang naar de kamer en we konden beginnen. Het eerste Veronica huisorkest. En de mensen vonden het prachtig ook. Nou is het op den duur natuurlijk geen pretje als Je tot ‘s morgens vijf uur in een kelder zit maar daar wen Je wel aan.

Het werd namelijk meestal zo laat om dat er ‘a avonds natuurlijk mensen belden en de telefoon stond min of meer op de piano en het was of de duivel er mee speelde, maar net als een moeilijk nummer er bijna opstond ging óf de telefoon óf stond er Iemand op de stoep met z’n vinger aan de bel. Ais we dachten dat het een beetje in de maat was lieten we het nog wel eens staan. Je hoorde in het begin soms
toch krankzinnige dingen over de zender.

Ik zal nooit vergeten dat ik met mijn oor in de radio lag, dat deed je In die dagen nog, toen ik dwars door de aankondiging van de omroeper allemaal mensen hoorde lachen en gieren. Deuren werden dicht geknald er werd geschreeuwd, enfin het was een kompleet hoorspel op de achtergrond. Wat bleek nou. Door dat oude gebouw en die gammele cellen die we hadden pikte de microfoons alles op wat er in de gang gebeurde en daar moet je natuurlijk wel mee oppassen. Zeg nou zelf, af en toe geef jij ook wel eens een kreet waarvan je denkt dat zou Ik nooit voor de microfoon zeggen.

Maar goed voor die hoorspelen op de achtergrond hebben we ook weer een oplossing gevonden. Overal in het gebouw kwamen rode lampjes te hangen en een ieder werd vriendelijk verzocht zeer rustig te zijn als die dingen brandden. Was trouwens erg makkelijk want als je ‘s morgens een kater had deed je een zootje van die rode dingen aan. Dan was het lekker rustig.