De eerste vrouw bij Veronica is ze niet; daarin gaat omroepster Ellen van Eck haar voor. Maar minder baanbrekend is Tineke de Nooij daarmee allerminst. Zo introduceert zij met haar programma Tineke het ‘middagmagazine’ format – veelvuldig nagevolgd door onder meer De 5 uur show en Life & Cooking. Ook is ze de eerste die live in de uitzending koks laat kokkerellen. Later heeft ze een primeur met ontbijt-tv voor de zaterdagochtend en is ze de eerste Europese talkshowhost, wanneer ze live vanuit Moskou tv-uitzendingen maakt voor een miljoenenpubliek.
De in Groningen geboren Will Luikinga (30 juli 1943) is al in zijn jeugd verslingerd aan muziek. Op zijn tiende leert hij saxofoon spelen, gevolgd door de klarinet, piano en dwarsfluit. Al snel weet hij die voorliefde te combineren met een passie voor media; hij studeert aan het Instituut voor Perswetenschappen en werkt als redacteur voor muziekbladen als Muziekparade en Televizier. Maar na een jaar of drie besluit hij zich volledig op zijn carrière als muzikant te storten. Hij is onder meer lid van de groep Roecks Family (later Ginger Ale), die in 1969 een hit scoort met het nummer The Flood.
Zodoende wordt Will een veelgeziene gast in de Veronicastudio. Tijdens zijn bezoekjes blijft zijn basgeluid niet onopgemerkt en na een stemtest laat Rob Out de Ginger Ale-saxofonist plaatsnemen achter de radiomicrofoon, in augustus 1969. Amateur diskjockey is hij nooit geweest, maar als de zeezender een nieuwe diskjockey nodig heeft omdat ze in de weekeinden ook ’s nachts gaat uitzenden, heeft Luikinga een vaste aanstelling te pakken. Iedere vrijdag-, zaterdag- en zondagnacht van 2 tot 6 uur presenteert ‘Will Weyman’ het programma Nachtklup. Daarbij runt het multitalent ook de Veronica persdienst; hij verzorgt documentatiemateriaal en onderhoudt het contact tussen Veronica en de luisteraars.
In 1970 maakt de legendarische radioshow Will wil wel zijn debuut. Tot en met 1997 – de laatste jaren op Radio 538 – weet dit middagprogramma de luisteraars te vermaken met plaatjes, praatjes en quizjes. Luisteraars die het geluid van een spruitje of schemerlamp moeten nadoen; niets is Luikinga te dol. Door de jaren heen brengt de jolige radiomaker slechts kleine veranderingen aan, zoals het postcodespel en de fruitautomaat Harry. Maar de rasdiskjockey kent de kracht van de herhaling; jarenlang gebruikt hij de stokoude jingle ‘Luikinga, Luikinga… Jongetje wat doe je daar?’
Als in 1971 het eerste Veronica Blad verschijnt, schrijft Luikinga zijn eerste Will wil wel column, wat hij bijna dertig jaar volhoudt. Sommige mensen werden alleen lid van de gids vanwege zijn column! Optreden voor publiek zit Luikinga echter ook nog steeds in het bloed. Naast radio maken en schrijven doet hij jarenlang enthousiast mee aan de Veronica Drive-In Shows, en ook voor het Veronica voetbalelftal zet hij zich fanatiek in.
Als de zeezender in 1974 uit de lucht gaat heeft Luikinga genoeg te doen. Hij is producer van The Buffoons en van ene Leen Huyzer, de Rotterdamse monteur die doorbreekt onder de naam Lee Towers. Ook schrijft hij songteksten, zowel voor zijn eigen band (de nummers Get yourself a ticket en The Flood) als voor andere artiesten, bijvoorbeeld Papa was a poor man voor Jack Jersey (1974) en Verliefd verloofd getrouwd voor Frank en Mirella (1973). In 1975 wint het door Luikinga geschreven liedje Ding-a-dong van Teach-In het Eurovisiesongfestival.
In 1982 is Will wil wel terug op de radio, en als Veronica televisie-uitzendingen gaat maken is Luikinga van de partij. Met twaalf man een radio- en tv-station runnen? “Geweldig!” Hij produceert onder meer De wonderbaarlijke wereld van Will (1977), de satirische show Hollanders waarvoor hij sketches en liedjes schreef, De Patsboemshow (1986-1987), een talentenjacht voor talentloze mensen, Baas boven baas (1988) en Ha die dieren (1991). Het programma De Pyjamaparty (1988) zal Luikinga nooit vergeten: “Alles wat mis kon gaan in deze live uitzending ging mis. Als ik eraan terugdenk, breekt het zweet me opnieuw uit.”
Al met al heeft zeezenderperiode de meeste indruk gemaakt op Luikinga. Hij toont zich een ware Veronicaan: “Ik ben altijd voorstander geweest van vrije radio. Ik regel mijn zaakjes zelf, zonder dat iedereen zich daarmee moet bemoeien. Leve de vrije concurrentie!” Als eind 1992 het commerciële Radio 538 van start gaat is Luikinga dan ook één van de Veronica-dj’s die overstappen. Zijn programma Will wil wel verhuist met hem mee.
Per 1 oktober 1997 stopt Luikinga bij 538; volgens sommigen valt hij buiten de doelgroep van de zender. Zelf wil hij ook wel eens wat anders: “Ik werk inmiddels met technici die nog niet waren geboren toen ik Will wil wel al deed. Ik ben door het programma een soort instituut geworden.” Maar geen afscheidsfeestjes voor Luikinga: “Als ik wil kan ik over twee jaar nog terugkeren…”
Will Wil Wel door de jaren heen
jaren 70
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jaren 80
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jaren 90
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Eind 1999 stopt Luikinga ook met zijn column in het Veronica Blad. Hij neemt zich voor een punt te zetten achter zijn mediacarrière, maar al snel zwicht hij voor Radio Gooiland (in 2000) en later maakt hij voor Radio 192, waar “een heleboel programma’s weer klinken zoals vroeger bij Veronica”, weer dagelijks een programma – nu vanuit het Spaanse Benidorm.
De mooiste periode? Dat blijft voor Will Luikinga toch het begin, als hij in 1969 het piratenteam komt versterken. Hij herinnert zich de eerste keer dat hij het schip ziet: “Wat een klein rotbootje, dacht ik, en de studio was een kippenhok.” Maar het kleine clubje had juist zijn charme. “We waren met een paar dj’s, wat meiden van discotheken, een paar op reclame, en de matrozen natuurlijk. Dat is echt het Veronica voor mij. Later, als ik met wat oudere jongens van het schip in de kantine zat, liep er opeens honderd man met een bordje. Geen idee wie het allemaal waren.”
Luikinga leert Rob Out kennen bij het blad Muziek Parade, waarvan hij redacteur is. Out werkte bij een theaterbureau in hetzelfde gebouw. “Een beetje lachen na het werk, je kent het wel. Rob werkte toen al bij Veronica op de Zeedijk, dus ik kwam wel eens in de studio.” Met zijn bandje, Roeck Williams and the Fighting Cats, treedt Luikinga op tijdens de drive-in show. Je hebt een mooie donkere stem, zegt Out op een gegeven moment; geknipt voor de nachtuitzending. Dus stuurt hij Luikinga naar de studio om een paar plaatjes aan te kondigen. “Volgens mij ging dat heel slecht”, herinnert deze zich, maar een week later heeft hij een nachtprogramma.
Tegelijkertijd dient zich een grote kans aan: de instrumentele band Exception wil Luikinga als saxofonist. “Die jongens verdienden vreselijk veel geld, per maand wel drieduizend gulden. Ze waren heel beroemd in Europa, en ik verdiende 250 gulden bij Veronica”, vertelt hij. Achteraf is Luikinga blij dat hij voor Veronica gekozen heeft: “Weet jij nog hoe de saxofonist van Exception heette?”
Aanvankelijk gebruikt Luikinga de schuilnaam Will Weyman. “Dat was niet mijn schuld”, zegt hij snel: “dat had de secretaresse van Rob Out bedacht. Iedereen had een schuilnaam, dus ik moest er ook een. Ik vond het flauwekul.” Dan komt hij met het programma Will wil wel. Even heeft de diskjockey getwijfeld: is dat niet te ordinair? “Maar vanaf toen heette ik gewoon Will Luikinga.”
In de tijd van de grote quizzen zorgt Will wil wel met Harry de gokautomaat voor enige relativering. “Ik maakte van de quiz iets belachelijks. Dat zit eigenlijk in alles wat ik doe: je moet zelf maar uitzoeken of ik serieus ben of dat ik het als grap bedoel.” Niet alle luisteraars hadden dit even goed door. Zo liet Luikinga mensen eens vier autobanden brengen. “Alles deden ze. Ik beloofde in mijn programma eens een prijs aan de eerste die morgen met een koe op het Leidseplein zou staan. De volgende dag stonden er dus twee koeien.”
Die truc probeerde hij ook eens tijdens een radioshow op de huishoudbeurs. De eerste die hier komt met een koe, zou tien muntjes krijgen om te spelen op Harry. Een verontruste directeur liet Luikinga voor het programma begon even langskomen op zijn kantoor. “Die man zat met z’n rug naar het raam. Ik zat tegenover hem en keek zo uit op de binnenplaats van de RAI. Nee meneer, die mensen zijn toch niet gek, stelde ik hem gerust. Op dat moment zie ik een veewagen het terrein oprijden. Er komt een man uit met een stok en een koe. Snel kwam iemand die koe er weer injagen en de auto reed weg. Die directeur zal wel gedacht hebben, wat zit die kerel te lullen. Hij heeft niks doorgehad.”
Het spel met de fruitautomaat is bij toeval ontstaan. ‘Harry’ is afkomstig uit een Engelse kroeg. Toen de penny eruit ging, waren deze gokkasten voor weinig geld te koop. “Je kon ze laten ombouwen voor guldens, dus ik had er één gekocht. Hij werd bezorgd in de studio. Voor de gein gooide ik er een muntje in. De creativiteit begon bij Veronica vaak op de gang, of op de trap.” Luikinga had het apparaat gemanipuleerd, zodat er elke drie keer wat uitkwam. Harry van Doorn, de minister waarnaar de fruitautomaat is vernoemd, was overigens de peetoom van Luikinga’s vrouw. “Ik heb hem dus nog eens beloofd dat ik goed voor haar zou zorgen. Daarna is het een beetje uit de hand gelopen…”
Tegenwoordig staat de gokkast in het Omroepmuseum. Toen hij bij Radio 192 werkte heeft Luikinga Harry nog eens van stal gehaald: “Ik moest allemaal papieren tekenen, dat ik hem heelhuids zou terugbezorgen. Die man zei heel trots: ik heb hem helemaal gerepareerd! Maar zonder die ratels heb je er voor de radio niks meer aan.”
Ondanks hun grote populariteit hadden de Radio Veronica dj’s helemaal niet in de gaten hoe beroemd ze waren. “Joh, je ging gewoon lekker je programma maken.” Luikinga herinnert zich de actie ‘Veronica blijft… als u dat wilt’. “Hebben we op een middag aan boord bedacht. Toen we aan land kwamen bleek opeens heel Nederland op z’n kop te staan. Op het schip was er natuurlijk geen contact met de buitenwereld. Alleen in geval van nood mochten we Scheveningen bellen.”
Mensen herkenden de Veronica diskjockeys bovendien vooral van stem. Dat leverde wel eens problemen op. Luikinga herinnert zich een drive-in show in een grote feesttent op een kermis. Tom Mulder en hij melden zich bij de organisatie, maar krijgen te horen dat ‘iedereen wel kan zeggen dat ‘ie van Veronica is’ en ze komen er niet in. Ondertussen loopt de zaal vol, het begint al aardig te loeien, en de technici draaien de plaatjes. “Stonden wij lekker ergens een biertje te drinken, komt die man er weer aan. Had ‘ie ons toch wel nodig.” Andersom gebeurde het ook dat mensen probeerden gratis binnen te komen. “Dan kwam er iemand naar ons toe: Deze man zegt dat ‘ie Lex Harding is.”
Onherroepelijk naderde dan toch het einde van de zeezender. Emotioneel? Voor Luikinga niet echt. “Je was erop voorbereid”, vertelt hij, “er was al zoveel emotie geweest het jaar ervoor. 18 April heb ik op het Malieveld gepresenteerd, ontzettend leuk vond ik dat.” De laatste uren maakt hij niet aan boord mee, maar in de studio. “Het laatste uur kwam er een bommelding en zaten we uiteindelijk in de tuin van het Laapersveld bij een autoradio naar dat laatste gedeelte van Radio Veronica te luisteren.”
Ook aan Veronica’s publieke omroepperiode bewaart Will warme herinneringen, met name aan de zomertours langs de Nederlandse campings. “We begonnen met een klein uitklapbaar karretje. De laatste jaren gingen we met een grote crew en zo’n megatruck op pad, met artiesten als Albert West, Bartje Boos en Nico Haak. Iedereen bleef overnachten; dolle pret.”
Luikinga is één van de weinige dj’s die voor de VOO ook televisie gaat maken. “Ik moest natuurlijk weer een quiz doen. Tijdens het monteren zagen we dat de opnames verschrikkelijk waren. Het kon echt niet.” Hij besluit het maar eerlijk aan Rob Out te vertellen. Die avond neemt Luikinga plaats voor de camera, zegt dat hij een quiz heeft gemaakt, maar dat die te slecht is om uit te zenden: volgende keer beter. Veronica had altijd een noodgreep als er iets mislukte; dan werd er gewoon een popconcert uitgezonden. “Dat was helemaal niet normaal in Hilversum!”
“Op een gegeven moment kreeg je nachtfilms in het weekend. Elke omroep moest die na z’n normale programmering aan- en afkondigen. Out wilde dat we dat allemaal probeerden, en als je het aardig deed moest je het maar blijven doen. Ik vond dat helemaal niks. Dus toen ik in dat hokje zat en het rode lampje ging branden, deed ik helemaal niets. De regisseur begon wild te gesticuleren. Na een minuut of twee zei ik: ‘Mij hoor je niet vanavond’. De volgende dag moest ik bij Out komen. Eruit, zei hij. Ach, hij heeft me wel tien keer ontslagen.”
In 1975 schrijft Luikinga het winnende liedje voor het Eurovisiesongfestival, Ding-a-dong. “Dat was lachen”, vertelt hij. “We stonden zo ver voor dat het allang zeker was dat we gingen winnen, maar het duurde heel lang voor ik het besefte.” Tegenwoordig vindt Luikinga het festival niet zo leuk meer. “Het was de laatste Elfstedentocht. Ik vind dat ze gewoon met klompen aan de vogeltjesdans moeten doen.” Dat het ook een kwestie van geluk is erkent Luikinga wel: “Een liedje dat ik later schreef was tien keer zo goed en dat kreeg nul punten.”
Vaste prik op zondagavond was bijna dertig jaar het schrijven van de column voor het Veronica Magazine. Waar haalt Luikinga zijn inspiratie vandaan? “Mensen zeggen altijd: wat beleef je veel, ik beleef nooit wat. Dat is onzin. Iedereen maakt dingen mee, maar pas als je een column schrijft ga je het als onderwerp zien.”
Diskjockey, televisiemaker, muzikant, columnist… Hoe ziet Luikinga zichzelf eigenlijk? “Ik ben waar ik op dat moment mee bezig ben. Ik heb ook periodes dat ik me het lazarus loop te filmen en dagen achter de pc zit te knippen en te plakken. Dan sta ik op het punt om een hele dure camera aan te schaffen en opeens is het afgelopen. Dan ken ik het kunstje.”
Hoewel hij met het Veronica van nu niet meer zoveel heeft, blijft het Veronicagevoel Luikinga zijn hele leven bij: “Je voelt je toch een beetje verbonden met elkaar. Als ik mensen van vroeger tegenkom hebben we het meteen weer heel gezellig. Maar dan hebben we het eigenlijk nooit over meer Veronica.” Volgens Luikinga gaat het dan ook meer over een periode dan over het station: “Wij waren flowerpower, vrijgevochten idioten allemaal. Een heel andere cultuur dan nu. Veronica paste precies in die tijdgeest. Dat mensen je en jij zeiden, dat was helemaal nieuw. Ik kon ook gewoon zeggen dat ik de avond ervoor nogal was doorgezakt en hoofdpijn had, en het kalm aan deed vandaag.”
Op die vrijgevochtenheid komt Luikinga even later terug. “Er werd gewoon hard gewerkt. Je kon doen wat je wilde, als het programma maar op tijd af was. Het was niet zo’n losgeslagen zooi als iedereen denkt.” Uiteindelijk ging het erom dat je jezelf was, besluit hij. Het duurde wel een jaar voordat hij dat kon. “In het begin schreef ik m’n teksten van tevoren en die las ik dan op. Maar dat was helemaal niet de bedoeling. Als je niet jezelf bent val je onherroepelijk door de mand, en dat geldt voor het hele leven. Dat heb ik geleerd bij Veronica.”
Op zijn zestigste besluit Luikinga voor de tweede keer dat het mooi is geweest, maar opnieuw blijkt dat ‘Will wel weer wil’. Op 20 juni 2005 maakt hij zijn tweede radiocomeback op het Nederlandse ‘oldies’ station XtraFM aan de Spaanse Costa Blanca, wederom met zijn oude succesformule. Ook schrijft hij af en toe weer een column voor het meest gelezen Nederlandstalige blad van de costa, De Week. Om af te sluiten met de slotzin die Luikinga zelf meer dan twintig jaar gebruikte: “Rij en radio voorzichtig, denk aan mij!”
Een echte gouwe ouwe, dit middagprogramma van Will Luikinga: Will wil wel is één van de oudste spelletjesprogramma van de Nederlandse radio. Tussen 1970 en 1974 wordt het uitgezonden vanaf de Norderney. Als Veronica eind 1982 de B-status krijgt keert de lunchshow terug op Hilversum 1 (later Radio 2) en in 1992 verhuizen programma en presentator naar Radio 538, waar het tot en met 1997 nog altijd populair is. Inmiddels is de presentator de zestig gepasseerd, maar sinds 2005 is Will wil wel nog aan de Spaanse costa (en via een internetstream) te beluisteren.
De combinatie van fijne plaatjes, een jolige diskjockey en natuurlijk het telefoonspel betekende altijd lachen op woensdagmiddag tussen twaalf en twee. Een groot succes blijkt de introductie van ‘de domme vraag’ in quizland. De zenuwachtige deelnemer blijft het antwoord schuldig op vragen als ‘Wie heeft Amerika ontdekt?’ En wie ‘een vliegveld met een S’ moet noemen, flapt er “Scheveningen” uit. Terwijl Luikinga er voortdurend doorheen ratelt en deelnemers op het verkeerde been zet, bescheuren de luisteraars zich.
Ook kent Will de kracht van de herhaling: “Alles wat je heel lang doet en ook nog uitzendt op een goed tijdstip wordt vanzelf onsterfelijk”, weet hij. Zo ook zijn jingle ‘Luikinga, Luikinga… Jongetje wat doe je daar?’, die hij in 1970 in één minuut opnam en vijfentwintig jaar later nog gebruikte. Op dat moment werkt de radiolegende met technici die nog niet waren geboren toen hij met Will wil wel al voor de Veronica-microfoon zat.
Natuurlijk verandert Luikinga door de jaren heen wel het een en ander in zijn programma. Direct legendarisch is Harry de fruitautomaat, vernoemd naar Harry van Doorn, de toenmalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk die verantwoordelijk was voor de invoering van de anti-zeezenderwet in 1974. In de jaren tachtig komt het postcodespel erbij, in de jaren negentig de krasloten. En er is natuurlijk de periode dat Luikinga mensen vroeg dingen na te doen, zoals het geluid van een spruitje of een schemerlamp.
Luikinga: “Het is altijd mijn programma gebleven, met mijn spelletjes. Ieder ander zou ermee op zijn bek gaan.” Na zijn vertrek bij Radio 538 in 1997 lijkt het de radioveteraan het beste dat met hem het hele programma verdwijnt: “Zet er iemand anders neer en de mensen gaan bellen met de vraag wanneer ik terug ben van vakantie.”
In 2004 wordt Will wil wel door de luisteraars gekozen op nummer vijf van de beste Veronica radioprogramma’s aller tijden. En de gokkast Harry? Die staat nu in het Omroepmuseum. Voor de laatste reeks shows die Luikinga maakte voor Radio 192 werd de eenarmige bandiet uitgeleend. Maar het Omroepmuseum blijkt hem geheel te hebben gereviseerd; alle rateltjes, reuteltjes en knarsgeluidjes zijn verdwenen. Reden te meer voor Luikinga om ‘stille Harry’ in het museum te laten.
Lucius Johannes Hubertus Maria van Rooij, Luc voor vrienden en bekenden, werd op 25 december 1962 geboren. Het Kerstkindje was er wat de radio betreft al vroeg bij. Ook Luc begon zijn radiocarrière bij een zeezender, Radio Monique om precies te zijn. Daarna heeft Luc bij verschillende bekende radiostations gewerkt. Hij maakte radio voor omroepen als de VARA, de AVRO en bij RTL Rock Radio, Radio Tien, Kink FM, Radio 192 en natuurlijk Veronica.
Zelf is Luc een grote fan van rockmuziek en in programma’s die hij maakte en presenteerde stond deze muziek dan ook vaak centraal. Maar ook aan tv heeft Luc regelmatig zijn stem geleend. Vooral bij RTL5 is hij vaak te horen, voor de zender zelf, maar ook was hij de stem achter de succesvolle programma’s als ‘Big Brother’ en ‘Starmaker’. De stem van Luc zal menigeen dus bekend in de oren klinken.
Al op achtjarige leeftijd is Bert van Rheenen, beter bekend als Chiel Montagne (Uitgeest, 26 augustus 1944) op de radio te horen. In het KRO radiohoorspel ‘Suske en Wiske’ speelt hij de rol van Suske. Na de middelbare school gaat hij naar de Toneelschool in Arnhem, maar daar is men minder overtuigd van zijn acteertalent; hij wordt weggestuurd. Terug bij zijn ouders in Hilversum vindt zijn vader dat Bert beter kan gaan werken. Hij besluit te solliciteren bij Veronica; misschien wil de directie, waarvan hij verre familie is, een balletje voor hem opgooien. Zo stapt de 19-jarige jongen in 1964 de kousenwinkel van de gebroeders Verweij binnen, waar zich ook de Veronica-studio bevindt. “Kun jij echt programma’s maken?”, vraagt Dirk Verweij, waarop Bert maar een beetje bluft. Twee weken later wordt hij thuis opgehaald door een grote Mercedes. Hij blijkt al veertien dagen in dienst te zijn.
In werkelijkheid is radio voor de aanstaande diskjockey een grote witte vlek. Hij bezit niet meer dan vijf platen, maar vanwege zijn hoorspelervaring mag hij een jeugdprogramma op de woensdagmiddag doen. Al snel krijgt hij een heus muziekprogramma en reist ‘Suske’, zoals zijn collega’s hem noemen, regelmatig naar Parijs voor de nieuwste Franse platen. Het pseudoniem ‘Chiel Montagne’ verwijst dan ook naar zijn liefde voor chansons. Dankzij Chiel halen liedjes als Je t’aime – moi non plus de hitparade. Zijn andere passie, het Nederlandse lied, is niet helemaal Veronica’s pakkie-an, maar de zender richt zich wel op Nederlandse bands.
Het saamhorigheidsgevoel uit die zeeperiode vindt de jonge dj fantastisch: “Veronica was totale bezetenheid.” Met programma’s als Chiel Montagne zonder franje, De Chiel Montagne show en de Herhaling Top 20 bindt de besnorde diskjockey een grote schare luisteraars aan zich. Al doende krijgt hij de smaak van het publiek in de gaten en bouwt hij een ruime muziekkennis op.
Zo komt het Veronica-talent in beeld bij de TROS. Die omroep ziet aanvankelijk niets in Montagne’s voorstel om een programma vol levensliederen te maken. ‘Niet chique genoeg’, vindt de toenmalige directeur. Na lang zeuren mag Montagne in 1971 toch een proefprogramma maken, en als hij directeur Landré betrapt op het neuriën van een van de door hem gedraaide (Nederlandstalige) liedjes, is Op losse groeven een feit. Dit tv-programma, in 1978 omgedoopt tot Op volle toeren, is volledig gewijd aan Nederlandstalige muziek.
Ondertussen probeert Montagne zelf nog een hit te scoren met het nummer Marja (1972), maar dat blijft steken in de Tipparade. Hij blijft werken bij Radio Veronica, waar hij ook muziekspecials produceert en regisseert, tot de laatste uitzending in augustus 1974. Die volgt hij in een privé-kantoor van de Hilversumse studio. “Daarna ben ik zo snel mogelijk naar huis gegaan, ik moest het alleen verwerken.”
Mister Op Volle Toeren breidt zijn taken bij de TROS uit en richt daarnaast in 1974 zijn eigen studio op, Dutch Music Centre, waar onder meer Luv, Golden Earring en Normaal hun hits opnemen. Na bijna twintig jaar komt er in 1991 een abrupt eind aan Op volle toeren. “Het deed pijn toen de TROS wilde stoppen wegens teruglopende kijkcijfers”, aldus Montagne. “Maar dat lag aan henzelf, want er zat te veel popmuziek in en te weinig volkse liedjes.” Niet chique genoeg? Dat gelooft hij niet: “Ik hoorde van notarissen en doktoren dat ze het zo jammer vonden dat het programma er niet meer was.”
Montagne begint aan een lange kruistocht voor de muziek die zijn hart gestolen heeft. In 1994 is hij één van de vier initiatiefnemers van Holland FM (later verkocht aan Veronica) en voorts staat hij bij Radio 10FM, Radio 192 en Radio Nationaal aan de wieg van menig Nederlands muziektalent, dat volgens hem maar al te makkelijk door de andere stations wordt vergeten. Dat er een grote doelgroep bestaat voor muziek van eigen bodem is Montagne allang duidelijk. In september 2001 wordt zelfs de actie ‘Stem Chiel terug op de buis!’ opgezet.
In 2003 richt de propagandist van het Hollandse levenslied – die thuis overigens zeker niet alleen maar Nederlandstalig draait – een nieuwe omroep op die Nederlandstalige muziek moet gaan uitzenden op radio en tv: Montagne Omroep Nederland (MON). De omroep haalt het vereiste ledenaantal (50.000) echter niet en heeft nooit uitgezonden.
Via zijn eigen bedrijf Chiel Montagne Produkties is de oud-Veronicaan tegenwoordig te boeken voor evenementen in het land. Radio maken doet hij ook nog steeds, onder meer voor Radio Nationaal. Er is volgens de 62-jarige Montagne nog veel werk aan de winkel: “Wij waren in die tijd de poort van Europa wat betreft het nationaal product”, zegt hij over zijn Veronica-tijd. “En wat mij betreft komt die tijd weer terug.”
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
We mochten toen overdag geen nieuwe platen draaien
Ik was van de toneelschool afgekomen en wilde bij een gezelschap. Nou had ik een jaar daarvoor ook al hier en daar toneel gespeeld en mijn vader zag dat eigenlijk niet zo zitten. Hij vond dat ik nou eindelijk maar eens op een normale manier geld moest verdienen. Niet de ene week veel en de andere week niks. Gewoon een salaris met aow en pensioen enzo. Omdat ik al een tijdje af en toe wat bij de KRO had gedaan leek me
een baantje bij Veronica wel wat. Ik stapte daar dus binnen en vroeg of ze niks voor me te doen hadden. Dat was eind januari 1964. Ze hadden niemand nodig.
Twee weken later stopte er een grote auto bij mij voor de deur en daar kwam iemand uit die tegen me zei: he joh, wal doe jij thuis. ]e had al twee weken bij ons moeten werken. ]e hebt toch gesolliciteerd.
In de tijd dat ik bij Veronica begon was Hans Oosterhof programmaleider. Die man wilde van Veronica een echt radiostation maken met hoorspelen en verhaaltjes. Wat dat betreft viel ik goed in het pulletje want ik had wel eens hoorspelletjes geschreven en gedaan voor de KRO. Ik moest meteen kinderstripjes schrijven en die speelde ik dan samen met Hans. De hoofdpersoon heette ..Pietje Vitamine”. Die man was daar de hele week vreselijk druk mee bezig. Hij had thuis een paar bandrecorders staan en daar nam-ie dan allemaal verschillende stemmetjes mee op, Geluiden hadden we natuurlijk ook niet. We zaten met allerlei stukkies hout en bakjes water zo’n hoorspel te fabrieken.
We hadden echte kinderprogramma’s. Die werden uitgezonden op woensdagmiddag en op donderdagmiddag. We hadden dus die strip, en ik had zelfs kinderkoren. Oosterhof zei eens legen mij, we moeten eigenlijk ook talentenjachten hebben in dat kinderprogramma. Dat was toen ontzettend in, want iedere platenmaatschappij had wel zo iets in die dagen. Ik reed stad en land af in een autootje van de zaak. Van Groningen naar Maastricht. Als er dan weer een of ander jongen of meisje was dat dacht dal ze kon zingen, ging ik er met een bandrecorder en een microfoontje heen en dan namen we het op in de huiskamer. Gewoon de microfoon voor de mond houden en verder geen flauwekul.
Die bandjes werden dan op woensdagmiddag uitgezonden en de luisleraars mochten een briefkaartje schrijven wie ze het beste vonden. Moet je kijken, hier heb ik nog een plakboek. De Rockin’g Thunders wonnen Veronica’s talentenjacht. Dat was de finale in een zaaltje. Arnold Vis en Andie de Vries maakten de opnames. Het was in Zwijndrecht en de kranten stonden er vol van. Zo van: de zaal werd omgebouwd tol een echte studio van Veronica Nou dat was dan ook zo, want alles wat we in de studio op de Zeedijk hadden, stond of hing in dat zaaltje. We hadden de hele boel gesloopt.
Het hoogtepunt van de avond was dan dat de burgemeester van Zwijndrecht de Veronica-beker aan de winnaars uitreikte. Het ging zo goed met die kinderprogramma’s dat we op donderdagmiddag ook een halt uur kregen. Toen Hans Oosterhof weg ging is dat allemaal gauw anders geworden, want we hadden eigenlijk helemaal geen zin om een soort nieuwe zuil te worden. Trouwens, de hele programmering werd anders. Tot die tijd was het nog to dal je iedere maand een heel boekwerk kreeg waar precies in stond welke programma’s je moest maken en hoe laat ze werden uitgezonden. Dat was voor de luisteraars natuurlijk een ontzettende rotzooi want we hadden geen radiogids en je moest dus maar afwachten wanneer een bepaald programma te horen was.
Nu waren er wel wat vaste dingen, zoals de jukebox, maar voor de rest gebeurde er maar wat. Op een gegeven moment is Willem toen uit Amerika terug gekomen met de top-veertig en de horizontale programmering, zoals we die nu hebben en dat is geloof ik nog steeds het allerbeste wat je op een commercieel station kunt doen. De muziek die we toen draaiden was natuurlijk niet te vergelijken mei nu. Ik had bijvoorbeeld een Frans programma. Dat was het helemaal hoor, Nieuwe platen draaiden we overdag bijvoorbeeld nooit. Engelse en Amerikaanse singles lagen in een la bij Willem en daar mocht je bij wijze van spieken niet eens naar kijken. Die werden alleen gedraaid in zijn programma tussen zeven en acht ‘s avonds en voor de rest moesten we het mooi vergeten. Later zijn we dan heel kalm begonnen met die Engelse en Amerikaanse hits. Weet je wel zo heel voorzichtig af en toe eentje er tussen door. Toen we mei die top- veertig begonnen werd dal natuurlijk ook snel heel anders.
In die dagen kende de mensen alleen je stem. Dat was raar hoor. Ik heb er ontzettend veel gedonder mee gehad Niet met m’n stem maar met het feit dat iemand gewoon kan zeggen, ik ben Chiel Montagne. Dat is me een paar keer overkomen. Hele artikelen in Belgische kranten. Er liep daar een snuiter rond die in de duurste hotels logeerde, de mooiste dingen kocht en zich door artiesten liet trakteren op lekkere etentjes. Die man leefde een paar weken als god in Frankrijk. Nou zal ik in die tijd als nieuwslezer aan boord en ik had net drie weken vakantie, hel kwam voor mijn dubbelganger dus allemaal leuk uit. Maar toen ik terug was aan boord en het nieuws weer deed, viel hij door de mand.
Aan boord heb ik trouwens ook toestanden meegemaakt. Het was altijd een heel gedonder als je werd afgelost en het waaide een beetje. 3e moet niet vergeten dat het schip nou niet zo groot is en als er een beetje golven staan gaat het goed te keer. Met dat kleine aflosbootje moet je dan maar zien dat je precies op het goede moment langs de Veronica komt. Als je pech hebt, zie je dat grote schip zo een meter of vijf onder je zitten en als je nog meer pech hebt, hangt-ie vijf meter boven je in de lucht. En daar lig je dan met zo’n klein aflossingsbootje. En je moet maar zien dat je op de Veronica komt. Gerard de Vries was in die tijd ook nieuwslezer en die heeft een ellende meegemaakt…
We hadden in die tijd hete lucht verwarming en dat ging niet meer. Altijd zo vervelend, droge lucht. 3e moest bij wijze van spreken na twee woorden een slok water nemen. Goed, er werd besloten dat we aan boord gewone verwarming zouden krijgen met radiatoren. Nu is dat in een gewoon huis al een hele toestand, maar wat denk je van zo’n schip. Alles moest met de Ger Anne worden aangevoerd. Nou, Gerard zou mij dus aflossen en ik sta net beneden in de studio nog even m’n tas in te pakken, toen ik een enorm lawaai boven op het dek hoorde. Wat denk je. Gerard had meegeholpen zo’n radiator aanboord te hijsen vanaf de Ger Anne en net toen-ie dat ding in de lucht hield, klapte de Ger Anne tegen de Veronica aan. Z’n vinger bleef er tussen zitten en toen was het gebeurd. Z’n halve vinger lag er af. Ze hebben hem een liter jenever in z’n lijf gegooid en zijn als de bliksem terug gevaren naar Scheveningen. Die Ger Anne gaat niet zo hard, maar het leek toen wel een speedboot.
Je moest er een week opzitten. Maar nou kwam het wel eens voor dat zo’n week een beetje uitliep omdat ze je niet van boord konden halen vanwege het slechte weer. En dan zat je daar hé. Op een gegeven moment zat Harmen Siezen aan boord en hij kreeg het bericht door dat het aflosbootje, de Ger Anne, in het dok moest en hij zou nog een weekje langer moeten blijven. Hermen had net verkering en hij was vreselijk verliefd en dat zat hem dus helemaal niet lekker. Aan boord heb je een klein sloepje met een buitenboord motor en dat was de enige manier om aan wal te komen. Weet je wat, dacht Harmen, ik spring in dat ding, ze kunnen me wat en ik ga lekker naar de wal. Goed, hij komt aan in Scheveningen en belt de studio in Hilversum en zegt: jongens, ik sta hier in Scheveningen, mijn week zit er op en bekijk het verder maar. Ik was aan de beurt om aan boord te gaan en moest dus als een gek in m’n auto naar Scheveningen. Ze hadden daar twee matrozen voor me opgedoken en wij in dat kleine rot sloepie. Nou was het allemaal nog niet zo erg geweest, als er geen wind was gekomen. Maar we waren nog maar goed en wel een kwartiertje op weg toen het aardig begon te waaien. Dat kleine kreng ging alle kanten op en we werden kletsnat. We hadden voor de jongens aan boord een kratje bier en een doos gerookte paling meegenomen en van de zenuwen ben ik maar aan die pils en die paling begonnen. Die twee matrozen gaven geen krimp. Die zaten rustig hun zware sjekkie te draaien en ik dacht: nou ja, als die kerels niet bang zijn, zal er wel niks gebeuren. De hele reis heeft ongeveer drie uur geduurd, long e jonge, wat was ik blij toen we eindelijk in de verte Veronica zagen liggen. Later bleek trouwens dat die matrozen nog banger waren geweest dan ik, maar die dachten: zolang zo’n landrot nergens over in zit en rustig paling eet en bier drinkt, hoeven wij ons geen zorgen te maken.