Posts Tagged ‘Oude Enghweg’

Evert Wilbrink

Tuesday, August 11th, 2009

Ik probeer terug te reizen naar de tijd dat ik nog in korte broek naar school fietste. We flitsen ‘back in time’, het is 1961, hartje zomer, de ramen van de huizen in onze straat staan wijd open. Ik hoor Johnny Jordaan bij de overburen en verderop “Marina” van Willy Alberti en hoor ik daar “Can’t Help Falling In Love” van Elvis?

Bij ons thuis draait m’n vader de Grundig radio, die daarvoor meestal de VARA liet horen, helemaal naar de linkerkant van de zenderschaal. Er staat niet voor niets een kannetje met verzilverde VARA-lepeltjes naast het koffieservies in de woonkamer. Plotseling klinkt nogal krakerig een reclame door de kamer. Mijn moeder wordt verzocht Nurdie nylonkousen te kopen, die door de gebroeders Verweij uit Duitsland geïmporteerd werden: “Let op, Nur Die, nu ook in Nederland, Nur Die, dat is het!” Het riedeltje erachter is trompetmuziek van het gehalte waarmee Willy Schobben, 15 keer onderscheiden met De Gouden Trompet, een paar jaar lang de radiogolven teisterde.

Nur-Die-melodietje
Pas een mensenleeftijd later kom ik erachter dat het Nur-Die-melodietje geschreven is door Diadorius Boudleaux Bryant, die, op twee uur rijden van m’n huidige woonplaats Nashville in de ‘Smoky Mountains’, vlakbij waar nu pretpark Dollywood ligt, samen met z’n vrouw Mathilda, beter bekend onder haar nomme-de-plume Felice, zulke fantastische nummers schreef als “Raining In My Heart” voor Buddy Holly; countryklassieker “Rocky Top” (Osborne Brothers) en “Love Hurts” (de Everly Brothers, Gram Parsons & Emmylou Harris en… Nazareth). Het echtpaar waarvan ik in m’n slaap “Bye Bye, Love”, “Wake Up, Little Suzie”, “All I Have To Do Is Dream” en “Bird Dog” mee kan zingen ligt hier om de hoek op het Woodlawn Memorial Park kerkhof begraven. Ik ben in tegenstelling tot m’n ex geen liefhebber van begraafplaatsen maar moet hier toch eens langs om m’n petje af te nemen.

M’n vader had dus Veronica ontdekt!
Vanaf dat moment volgde Radio Veronica ons overal, op vakantie op de brommer, op de Texelse boot, niet geheel storingsvrij bij m’n oom in het Limburgse Koningbosch, onder de dekens op m’n transistorradiootje… M’n vader bleef Veronica afwisselen met de VARA. Hij kon Malando en Frans Poptie’s Swing Specials en de Kilima Hawaiians niet missen. En ik verdeelde mijn luistertijd tussen 1-9-2 en ’s avonds 2-0-8. Dat was de zweverige frequentie van Radio Luxemburg, waarop om een uur of acht de Battle of the Bands plaatsvonden. De Beatles versus de Rolling Stones. Freddie & the Dreamers tegen Gerry & The Pacemakers… En, mijn favoriete programma in m’n middelbare schooltijd was ‘Top Of The Pops’ van Alan Freeman, ‘s zondagsmiddags op de BBC, dat heb ik minstens vijf jaar lang geen enkele keer gemist.

De Veronica openingstune zou nu totaal niet meer kunnen, een ziek riedeltje op een pijporgel, een aankondiging die ons liet weten te luisteren naar Veronica op 192 meter oftewel 1567 kilohertz en dan een stukje marsmuziek van John Phillip Souza door de Koninklijke Marinierskapel in dezelfde kwaliteit als de wascilinders van Thomas Alva Edison uit 1898. Nieuw voor ons, en best wel spannend, was de vele reclame tussen de gezellige praatjes en de toen nogal volkse muziek door, dat waren we vanuit Hilversum niet gewend: “Bij Televersum kopen – Veilig kopen!”.

Een hoop van die vroege ‘commercials’ en ‘jingles’ werden geschreven door Frans Mijts. M’n vader was helemaal ‘wauws’ van het tango-orkest van de Rotterdammer accordeonist Arie Maasland, beter bekend als Malando. En Frans Mijts speelde daar trompet bij. In z’n vrije tijd schreef Frans honderden deuntjes, waarvan die voor Kant-En-Klaar me nu nog iedere dag zeker tien keer door het hoofd gaan. Als ik over een telefoonnummer nadenk of me afvraag welke straat ik in moet slaan, en het antwoord schiet me te binnen, dan is het: ta-tuh-ta-tuh-ta-taa-kant-en-klaar!!! Het moet een reclame voor een hobbymarkt of zo geweest zijn, of was het voor oploskoffie? Later, in de jaren zeventig, kwam ik Frans vaak tegen als eigenaar van studio Soundpush in Blaricum, waar honderden vaderlandse hits opgenomen werden van Anita Meijer’s “Why Tell Me Why” tot Stars On 45.

Bob en Brenda
Uit de eerste helft van de zestiger jaren komen de stemmen van Anuschka, de sexy gevooisde ‘Koffietijd’ voorganster van Tineke, en het duo Bob en Brenda bovendrijven. Bob en Brenda presenteerden een door het maandblad Muziek Expresse gesponsord programma: ‘Veronica’s Teenager Muziek Expresse’, iedere zaterdagmiddag om een uur of twaalf. De eerste Bob was onze Rob Out, die later vervangen werd door Krijn Torrenga. Ik maakte met Krijn een paar jaar later op Schiphol kennis. Ik haalde die dag de Kinks op, die voor een TV programma uit Londen overkwamen, en Krijn Torrenga kwam net aan uit Helsinki. Hij was in Finnair uniform, want hij verdiende daar zijn brood als steward. Bob en Brenda waren toen, ’t was ergens in April of Mei van 1967, vergaand voltooid verleden tijd als radiofenomeen, maar het duo bleef bestaan als echtpaar. Brenda, die eigenlijk Freda Keuker heette, was inmiddels in ’62 Mevrouw Torrenga geworden.

Krijn Torrenga bleef voor Veronica programmaas presenteren. Freda kluste op een gegeven moment bij een andere radiopiraat, Radio Noordzee. Daar presenteerden Freda samen met een zekere Rob een half jaar lang samen programmaas vol ‘tiener-muziek’, en… die Rob was dus weer Rob Out!

Een dubbeltje per blad
Het was in Februari of Maart (toen nog met een Hoofdletter geschreven) van 1971, dat Lex Harding mij belde met de vraag of ik voor het Veronica-blad wilde gaan schrijven. Het begon met LP recensies en Lex gaf me daarbij volkomen de vrije hand. Soms waren het er zes per pagina, soms besloeg de bespreking van één langspeelplaat meer dan twee pagina’s.

Een enkele keer leidde het tot cowboytaferelen. Op een gegeven moment belde Henri Audier, de persjongen van platenmaatschappij Bovema in Heemstede, mij op met de waarschuwing dat Frits Hirschland, de manager de manager van Kayak naar me op weg was met een pistool op zak. Want ik had net een vernietigende kritiek gespuid over de meest recente langspeler van Edward Reekers c.s. Frits had wel vaker leuke ideeën. Toen de firma Phonogram te weinig achter de nieuwe plaat van Earth & Fire bleek te staan, ging Frits te paard naar Wisseloord in Hilversum, waar de muziekdivisie van Philips kantoor hield, en na z’n rijdier een emmer wonderolie te drinken gegeven te hebben, sjokte hij er het kantoor van de directeur mee binnen. Dat leidde tot een behoorlijke knoeiboel.

Lex vroeg me ook al heel snel om het Popjournaal voor hem te schrijven. Ik geloof eerst voor de zender en daarna ook voor het Blad. Ik werkte tegelijkertijd bij BMG-Ariola, waar ik de laatste nieuwtjes op de telex uittikte en ze zo naar Veronica stuurde. Dat was heel handig, want ik was nog wel eens afgeleid en als Lex dan belde dat ik nog 10 minuten had, dan kreeg ik het toch nog op tijd voor elkaar. Nu heb je e-mail en vliegt alles in een seconde de wereld rond, maar toen was het enige alternatief voor de postduif dat maffe typemachine-achtige gevaarte, waar ponsbandjes uitliepen. Ik besteedde af en toe m’n bijdragen uit aan Rob Bakker en Cees de Bakker, twee journalisten van de Alkmaarse Courant, maar daar was Lex nooit zo blij mee. De stukjes die ik schreef hoefde hij nooit voor te kauwen, die kon-ie zo voor de microfoon doen. “Bekt lekker”, zei Lex. Vond ik een groots compliment.

Met Gérard Bed, die toen reclamechef was bij BMG-Ariola en de bevriende Bintangs-bassist Frank Kraaijeveld, trok ik later dat jaar iedere maandag naar Hilversum om eerst in het Veronicapand aan de Soestdijksestraatweg en later aan de Oude Enghweg aan het blad te werken. Frank hield dat 37 jaar vol en nam pas vorig jaar als vaste vormgever afscheid. We hadden met z’n drieën in de auto de grootste lol en maakten wereldplannen! We maakten af en toe het hele blad vol en op een gegeven moment stapten we op Rob Out af met een voorstel dat hij niet kon weigeren.

We hadden net gehoord dat Rob aan ieder verkocht exemplaar van ‘ons blad’ een dubbeltje overhield. Ik schreef wel eens bijna duizend gulden in één goeie maand bij elkaar, maar ik had geen vaste deal en BMG-Ariola was m’n enige maatschappelijke houvast. Gerard Bed wilde daar sowieso weg. En bassen bij de Bintangs was niet echt een vetpot. We stapten bij Rob binnen, schoven een paar stoelen voor z’n bureau en vroegen het onbeschofte bedrag van één cent per verkocht exemplaar. Dat Rob echt een dubbeltje per blad ving heb ik nog nooit iemand horen ontkennen. Maar die ene cent voor ons drieën kon er dus niet af! Ik haakte af en ging bij BMG-Ariola zoveel verdienen dat ik het niet meer op kon maken aan lekker eten, drank en andere rock ’n roll.

Het was het einde van een prachtige tijd. Tineke, die stiekem een jointje kwam roken in ons hok boven in wat nu Hotel Laapershoek heet. Snel een aktie-nummer in elkaar draaien voor de demonstratie van 18 april ’73 op het Malieveld. Gekonkel en politiek aan wat we nog stiekemer de Enge Outweg noemden. Voor de hand liggende grap, want na het aan-land-kruipen van Veronica verhuisden de studio’s en de Stichting Top40 met de Veronica Omroep Organisatie en de meiden van Out naar de Oude Enghweg.

Op een van de eerste feestjes die ik me daar herinner zou Tom Collins de ‘toastjes’ maken. Je weet wel, die naar karton smakende beschuitachtige baksels op creditcard formaat. Melba toast dus. Iedereen vond ze geweldig. Rob maakte Tom een compliment: “Wat zit er op, tonijnsalade?” “Nee”, zei Tom, “Ik heb er blikjes Purina op gesmeerd”. Rob’s vuist schoot uit en Tom ging gestrekt… Even later werkte ook Tom Collins bij BMG-Ariola, maar dat is een heel ander verhaal.

In 1966 maakte ik voor het eerst kennis met mensen achter de luidspreker. Harry Knipschild had ‘s maandagsavonds een programma ‘Rhythm & Blues Hop’ en met de single “Said I Wasn’t Gonna Tell Nobody” onder m’n arm kwam ik in m’n hoedanigheid van Hitweek-medewerker een interview doen. Dat was in de oude studio aan de Hilversumse Zeedijk. Raar, die Zeedijk ligt in het hart van het Hilversumse winkelen en ik vroeg me toen af of het de naam Zeedijk gekregen had omdat de programma’s van onze zeezender er opgenomen werden. Ik geloof dat Stan Haag de eerste echte disc-jockey was die ik er tegen kwam. Met Tineke, Joost den Draayer, Will Luikinga, Chiel Montagne en al die andere ras-platendraaiers kwam ik pas later en soms op een heel andere manier in contact.

Zeedijk
Na m’n eerste bezoekje aan de Zeedijk werd ik bij Neerland’s oudste platenmaatschappij Negram als publiciteitsman (publiciteitsjongen klinkt zo kortebroekerig) aangenomen. Ik was net negentien, zo groen als gras, had nog nooit een meisje gekust of een biertje gedronken. De hele dag zat ik bedolven onder de muziek en, behalve muziek en het schrijven erover, was er eigenlijk niets anders dat me interesseerde. Eén van Negram’s artiesten was de door Peter ‘Kom Van Dat Dak Af’ Koelewijn geproduceerde Ronnie Schutte, die als Ronnie en de Ronnies een toptien single had met “Beestjes”.

Voor de elpee “Beestjes” had ik de hoestekst geschreven en met m’n chef Cor Aaftink organiseerden we officiële lancering voor radio en pers in Club ’67 in de Lange Leidsdwarsstraat. Het was nog in de dagen dat mijn moeder me om zes uur thuis verwachtte voor Het Warme Eten. Maar dat kwam er die dag niet van. Ik werd opgenomen in De Club van Grote Drinkers. Ronnie lustte er wel pap van. Z’n vriendinnetje Bonnie (later: St. Claire) dronk (te) stevig mee. Peter Koelewijn had een nog dorstiger keel. En dan was er DJ Rob Out, die ik vaag kende van z’n vroegere klus bij het maandblad Muziek Parade en die vervolgens één van de populairste stemmen van Radio Veronica geworden was. Er ging die avond heel veel pils en sterke drank doorheen. Cor was achteraf niet zo blij met de rekening. Maar Rob, Ronnie, Bonnie, Peter en dit jochie uit Alkmaar hadden het vreselijk naar de zin.

Kom uit de bedstee mijn liefste
Aan de bar begonnen we ‘weet je wat ik zie als ik gedronken heb?’ te lallen en andere meezingers in te zetten. Plotseling sloeg er een vonk over toen een ouderwets deuntje tot ‘Kom Uit de Bedstee, My Darling’ werd verbasterd. Rob had het hoogste woord en de luidste stem bij de door Heineken’s vocht opgezweepte samenzang. “Nondedju!,” riep Koelewijn, “Een Jezus-hit!”. Rob moest het op single zetten en toen we wat nuchterder werden met sloten Douwe Egberts koffie, werd besloten dat onder de naam Egbert Douwe zou gebeuren. En die single zou natuurlijk bij Negram uitkomen!

Ik zit nu aan de computer via YouTube van het zwart-wit promotiefilmpje met o.a. Pistolen Paultje (en is die sigarenroker niet onze Draayert Joost?) te genieten. Maar wat ik me totaal niet herinneren kan is waarom we bij Negram deze superhit misgelopen zijn… Het werd een nummer één bij aartsrivaal Phonogram, twaalf weken lang genoteerd in de Veronica Top 40… Als ik achter het telefoonnummer van ‘Peer’ Koelewijn kan komen moet ik hem daar eens stevig over aan de tand voelen…
“Kom Uit de Bedstee” was m’n eerste ervaring met Rob Out. Er volgde nog veel meer…

Evert Wilbrink

PS: “Kom Uit De Bedstee” van Egbert Douwe haalde op 23 maart 1968 de eerste plaats in de vaderlandse Top40.