Will Wil Wel: nadat het afgelopen was met Veronica
De eerste paar weken nadat het was afgelopen met Veronica en we snikkend de zendkristal er uit hadden getrokken, stond bij mij de telefoon niet stil! Foto’s voor de bladen, interviewtjes, praatje voor de radio en af en toe een mijnheer van een omroep die wilde weten of er belangstelling was iets te doen voor zijn clubje. Ik moest er even niet aan denken, want we hadden de laatste maanden van ons bestaan te veel meegemaakt met de heren van de omroep, de vakbonden en de schijnheilige voorstellen die vooral uit de links georiënteerde hoek kwamen.
Ik ging uitgebreid op vakantie, werkte een paar beurzen af, schreef wat liedjes waaronder Dinge Dong, produceerde de eerste elpee met Lee Towers en kwam uiteindelijk bij de Tros teevee terecht waar ik boter kaas en eieren een seizoen presenteerde. En… ik had heel veel heimwee naar de goeie ouwe trouwe radio! Gewoon in je spijkerbroek en T–shirt achter de microfoon, lekkere plaatjes draaien en een beetje keet trappen met de luisteraars. Bij de televisie was het allemaal zo’n gedoe. Kleren uitzoeken bij een winkel en daarna alles weer inleveren bij diezelfde winkel. Vroeg naar bed, haar laten föhnen en vooral niet te dik worden. Het ergste van televisie maken vond ik het contact dat je niet had met de regisseur die ergens boven in de studio zat in een kamer met veel lampjes, faders en beeldschermen en die verantwoordelijk was voor de uitzending. Als hij wat tegen je wilde zeggen, ging dat via een floormanager die via een hoofdtelefoon en een microfoontje met de baas in contact stond.
De regisseur riep dan bijvoorbeeld;
–Zeg even tegen Will dat hij die laatste zin op camera drie moet doen.-
Floormanager tegen Will:
-Will, je moet op verzoek van Paul die laatste zinnen op camera drie doen.-
Will tegen floormanager:
-Ja, maar dan kom ik zo raar uit als ik naar de kandidaten toe loop.-
Floormanager tot regisseur:
-Paul hij komt dan niet goed uit als hij naar de kandidaten toe loopt.-
Regisseur tegen floormanager:
-Dat los ik wel op met een tussenshot.-
Floormanager tegen mij:
-Will, Paul lost dat op met een tussenshot.-
Ik tegen floormanager:
-Oké.-
Floormanager tegen regisseur:
-Oké Paul.-
Regisseur:
-Oké.-
En daar gingen we weer . Zo’n komische skets herhaalde zich regelmatig en ik was blij dat ik in de kantine van de NOS af en toe Paul de regisseur van dichtbij mocht bekijken en een gesprek van mens tot mens met hem kon hebben. Na boter kaas en eieren meldde de AVRO zich. Ze wilden daar bij de radio wat leven in de brouwerij en planden mij van twaalf tot twee en Hein Simons, u weet wel van Mamma en de springpaarden van twee tot drie uur. Twee knallers waar de luistervriendjes niet omheen konden… Uiteraard moest ik een spelletje doen en ik bedacht iets met de stem van een bekende Nederlander die op de door luisteraars gestelde vragen, alleen maar met ja of nee mocht antwoorden. Als een en ander niet binnen zestig seconden voor elkaar was kon de oplossing per briefkaart naar de AVRO worden gezonden alwaar een kaart werd getrokken uit de stapels goede inzendingen. Groot succes! Postzakken vol en een hele afdeling haalde opgelucht adem, want ze hadden weer werk en sorteerden de kaartjes die vervolgens in bundeltjes naar de afdeling ledenwerf, abonnementen en het zilveren AVRO –theelepeltjes comité worden gebracht. Ondertussen begon de programmaleiding te zeuren dat mijn twee uurtjes wel heel veel op een Veronicaprogramma leken. Eerst dacht ik dat het en grap was, maar het werd steeds erger en op een mooie zonnige ochtend zei ik tegen mezelf -Kappen Luik!.-
En dat deed ik om tien voor twee in mijn uitzending. Ik heb de luistervriendjes uitgelegd dat volgens de heren van de AVRO mijn show teveel Veronica gehalte had, dat ik daar nog steeds trots op was en nam afscheid. Wat dachten die eikels wel met hun Veronica gezever! Later hoorde ik dat het even stil was in het AVRO-gebouw afdeling radio toen ik doei had gezegd en dat er daarna door de ene helft van het personeel werd gelachen (stiekem) en door de andere helft gevloekt (uiteraard heel beschaafd).
Toen ik naar huis reed, miste ik Veronica meer dan ooit.
Rij en AVRO voorzichtig, denk aan mij
Will
Will Wil Wel : De eerste column uit 1971
Het gaat goed met hem. Hij heeft een prima tehuis, vreet niets meer op en plast alleen nog in geval van nood op de pers in de kamer. Verder krijgt u allemaal de hartelijke groeten. Van wie….? Van de hond natuurlijk.
Maandagavond. Henk van Dorp komt na de vergadering naar mij toe en zegt:
‘M’n schatje is ziek’. Ik trek een gezicht vol medeleven en zeg: ‘Da’s vervelend Henk, hoe komt dat nou ineens’. ‘Ja ik weet het niet Wil!. De laatste tijd sukkelde ze nogal maar ik dacht dat ze het nog wel even vol zou houden’. ‘Bijzonder rot Henk’ zeg ik dus weer. Hij: ‘Ja jo, ‘t is zo gebeurd. Ik denk dat ze vannacht helemaal alleen is. Ik ga zo nog even naar d’er kijken, maar het zal wel niet veel helpen’.
Henk steekt een verse pijp op en ik frommel heel nerveus een sigaret uit een pakje. ‘Moet je een glas water Henk? ‘ ‘Nee… dat zou toch niet helpen. Het was zo’n schatje he. Als het maar weer goed komt’. ‘Is het nou echt zo ernstig Henk? ‘ ‘Ja Will ik denk niet dat het weer wordt als vroeger’. ‘Zeg Henk, kan ik iets voor je doen? ‘ ‘Eh ja, zou je me even naar huis willen brengen. Je begrijpt ‘t wel al die moeilijkheden enzo’.
‘Tuurlijk.. zullen we dan meteen maar gaan..’
Als we buiten staan zegt Henk: ‘Even naar m’m schatje kijken’, loopt met mij naar het fietsenhok en zegt: ‘Daar staat ze’, wijst op z’n bromfiets, knijpt even in de voorband en zegt: ‘Zie je, ze is lek’.
ledere zondagmiddag in het programma Will Wil Wel zo tussen drie en vier uur het onderdeel Fop Out. Robbie Ombach doet dan z’n best om mensen er in te laten tuinen via de telefoon. Nou moet u niet denken dat zoiets in tien minuten is gepiept. Soms zijn we er uren mee bezig. Als we dan eindelijk een ‘leuke’ hebben, belt Robbie de betreffende persoon nogmaals op, legt alles uit en vraagt toestemming om ‘t een en ander uit te zenden. Meestal is dat geen probleem, maar verleden week hadden we een hele goeie die het eigenlijk allemaal niet zo zag zitten. We hebben het gesprek dus niet uitgezonden, maar aangezien de stem van die mijnheer op papier toch niet herkenbaar is, even de volgende skets voor twee heren en een telefoon;
Goedemiddag, u spreekt met van Dommelen.
Wat is er aan de hand mijnheer.
Ik ga de volgende week trouwen en nu heb ik wat autoos nodig. U verhuurt toch trouwwagens?
Jazeker mijnheer dat kan. Hoeveel wilt u er hebben?
Es kijken. Twintig lijkt me wel voldoende.
Even stilte… Eh.. twintig zei u. Moet u wel een grote familie hebben. Maar ja, het kan natuurlijk altijd. Hoe laat moeten we bij u zijn?
Nou we trouwen om twee uur. Komt u maar tegen twaalf uur.
Wat, twaalf uur. Wat moeten we al die tijd bij u voor de deur doen?
Nou kijk, we hebben niet zo’n groot huis en de mensen die dan een beetje
vroeg komen zetten we vast in de autoos. Die zijn we dan kwijt. Ik heb met de buurvrouw afgesproken dat ze die mensen die al in de autoos zitten af en toe wat koffie en zo brengt.
Nou… ik vind het heel best mijnheer, maar dat kost u wel een heleboel ekstra. Kijk, wij moeten twintig autoos twee uur bij u voor de deur laten staan. Geld speelt geen rol. Komt u maar om twaalf uur. Was er verder nog iets?
Ja ja, morgen zou ik graag een proefrit willen maken, dat kan zeker wel?
Wat zegt u… een proefrit. U bent toch niet gek geworden. Nee, maar kijk ik trouw voor de eerste keer en ik ben die dag natuurlijk wat zenuwachtig. Misschien zeg ik dan wel links af in plaats van rechts af en dan komen we nooit bij het stadhuis. Mijnheer, wij doen dat al twintig jaar en we weten precies hoe we moeten rijden. Dat zegt u nou wel, maar misschien bent u op die dag ook wel zenuwachtig. Ik wil echt een proefrit maken. Ho, mijnheer, stop., luister naar mij. Maakt u zich geen zorgen. Alles komt voor elkaar.
Ja maar ik wil morgen met de hele stoet een proefritje maken. Da’s toch niet te veel gevraagd…
Enfin, tien minuten later vertelde Rob Ombach dat het voor Fop Out was en toen… mocht het allemaal niet van die aardige mijnheer. En da’s dan jammer. Mocht u trouwens nog aardige ideeën hebben op dit gebied, svp. even een briefje aan Will Wil Wel, postbus 218 Hilversum. Bedankt namens vrouw en kinderen.
Ricardo, de papegaai van Lex, die met ons op de buis verscheen, heeft inmiddels een kontrakt als deejay aangeboden gekregen. Veel drukte en weinig woorde enzo… Lex wordt waarschijnlijk zijn manager.
Zeg heb je nog stickers van Veronica voor me. Nee, ze zijn allemaal op. Vol super graag. Zeg de dop van je benzinetank gaat er niet af. Ik kan je niet helpen. Jammer. Zeg heb je echt geen stickers meer. Misschien onder m’n bank. Nou kijk es, hier heb ik er nog twee. Toch nog effies voor je naar dat doppie van de tank kijken. Zo’n ding moet er toch af willen…. Zo… alweer klaar. Vol super zei u toch. Meteen maar even de ruitjes doen, de olie nakijken en de spanning van de bandjes kontroleren? Mooie stickers mijnheer, leuk dat u er toevallig nog twee had liggen.
Rij voorzichtig. Denk aan mij.