In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.

Tijdens Stones-concert hing onze halve studio in de lucht
Filmstudio vraagt assistent geluidstechnicus. Ja. dat stond er in de krant. Ik solliciteerde en maanden hoorde ik helemaal niks. Toen lag er een briefje in de bus of ik maar evenlangs wilde komen bij het Nederlands Laboratorium voor Filmtechniek op de Keizersgracht. Ik zat daar een tijdje te praten en toen bleek dat het helemaal niet ging om een jongetje dat moest zorgen voor goeie filmgeluiden enz, nee het ging om iemand die moest werken voor de VRON. De Vrije Radio Omroep Nederland. Die VRON was in die tijd een echte Amsterdamse aangelegenheid. Iedereen had er in Amsterdam in ieder geval wel eens van gehoord. De VRON was opgericht door de vrije radiohandelaren. ]e weel wel, de vogels die op een of andere slimme manier zelf radio’s en teevees importeerden. Processen bij de hoge raad met Gründig Nederland. De kranten stonden er vol van. Nou die combinatie van vrije radiohandelaren hebben de VRON opgericht. Ik begon bij dat filmlaboratorium te werken voor de VRON terwijl het schip nog in de haven van Emden lag. Nou was dat niet zo’n probleem want men had besloten om zoveel mogelijk programma’s van te voren op de band te zetten. Als de uitzendingen dan begonnen en er kwam gedonder, hadden we in ieder geval voor een paar weken programma’s in voorraad, We hadden een geluidskamer die grensde aan de projectiezaal. In die projectiezaal stonden twee cellen waar normaal gesprokenmensen in zaten als er films nagesynchroniseerd moesten worden. In de geluidskamerhadden we een regietafel staan die zo hoog was dat je er niet achter kon zitten, dusdat was de hele dag staan, Nou was die regietafel zo gebouwd dal je met twee technici tegelijk kon opnemen, Aan de linker- en aan de rechterkant stonden twee pick-ups, dus ieder had z’n eigen toestanden.
AIs we nou met opnamen begonnen deden we allemaal een koptelefoon op want anderswerd je natuurlijk gek van het programma dat je buurman, die vrolijk naast je stond te huppelen, opnam. We hadden in die dagen ook een echte producer. Max Appelboom, Die man zat tussen die twee technici in en had natuurlijk ook een koptelefoon op. We hadden voor hem een knopje gemaakt waarmee hij kon kiezen of hij het linker, of het rechter programma wilde beluisteren. Die twee omroepers die in de cellen zalen konden we vanuit de geluidskamer niet zien. We konden trouwens ook niet met ze praten. We hadden in die cellen een rood, een wit en een groen licht. Zo waarschuwden we de omroepers dan als er wat aan de hand was. En. als we opnamen, hadden we een witte stofjas aan,.. Het zag er voor die tijd hartstikke leuk uit en het werkte ook nog.,.
In die tijd was de PTT nogal eens lastig en omdat we bang waren dat al onze banden in beslag genomen zouden worden hadden we daar een speciale schuitplaats voor gemaakt. Een dubbele wand met een trap en een klein deurtje. Ik weet nog goed dal het altijd een hele klim was om die bandjes op te bergen. Toen het schip er eenmaal lag werden die banden dan ‘s avonds heel laat opgehaald en via allerlei slimme manieren kwamen ze aan boord. Omdat de apparatuur van het filmlaboratorium was kon de PTT daar niet aankomen. De VRON bezat gewoon niks. Nou goed. we hadden een (linke voorraad banden gemaakt, trots als een aap natuurlijk, en alles netjes achter de dubbele wand, toen er iemand kwam met die naamsverandering, Je hebt in Nederland de Veron, dal is de Vereniging voor experimenteel onderzoek in Nederland. Al die zendamateurs zitten daar bij. Nou gaf dat nogal eens verwarring want VRON en Veron scheelt in letters niet zoveel. Om moeilijkheden te voorkomen zochten ze naar een andere naam. Iemand bedacht Veronica. Daar zaten diezelfde letters in en Veronica was een bekende naam door een verhaaltje van Annie M.G. Schmidt; hel zwarte schaap Veronica, We werkten toen met half uur bandjes en aan het begin stond een stationcall die iedere tien minuten werd herhaald. Je weel wel: „dit is de VRON…”
Op een gegeven moment hoorde Max Appelboom van die naamsverandering en daar gingen al z’n bandjes die hij zo netjes in voorraad had gemaakt, Hij is toen de deur uitgelopen en is ook nooit meer teruggekomen, We hebben nog geprobeerd de stationcalls er uit te knippen, maar dat was onbegonnen werk en we konden mooi weer van voren af aan beginnen. Op een gegeven moment verhuisde dat spulletje van Veronica naar Hilversum en wij bleven met onze handel zitten in Amsterdam. Ik was niet in dienstvan Veronica, maar van dat filmlaboratorium en ik dacht al dat het wat mij betreft het einde was van m’n radioloopbaan. Ik las toen een advertentie van Cinecentrum inHilversum. schreef daar op en werd uitgenodigd om eens langs te komen. Ze wilden me wel aannemen, maar ik vroeg een paar dagen bedenktijd. Omdat ik toch in Hilversum was dacht ik, kom ik loop eens langs de Zeedijk en ga eens kijken bij Veronica hoe ze daar zitten. Nou ja, ik kwam binnen, ze vroegen of ik voor ze wilde werken en nou zit ik er nog.
Toen ik begon in Hilversum was Nol Vis net een weekje daarvoor aangenomen. Die had al een echte studio boven. Nou ja… iedereen was er verschrikkelijk trots op. En dan had je nog een cel beneden waar de Engelse jongens zaten, die uitzendingen op Veronica verzorgden. Die deden alles zelf zonder technicus. SeIf-operating. Daar viel iedereen de bek van open hè.
‘t Was wel erg primitief maar dat vonden we goed. Helemaal echt hè. De Engelsen gingen weg en we hebben die cel weer opgebouwd. De cel van Nol boven was door ons zelf in elkaar gezet. We hadden wal van een mannetje van de toenmalige NRU adviezen gekregen hoe we het zo’n beetje moesten doen. Dat was natuurlijk strikt geheim want die mensen mochten geloof ik niet eens bij ons in de straat komen. Nee jonge. Als iemand van de NRU bij ons in de straat stond werd-ie bijwijze-van-spreken de volgendedag op het matje geroepen.
Ja, die cel van Nol. Een heel klein kamertje dat In tweeën werd gedeeld door een houten schotje. Ze hadden het zo gebouwd dat Nol met z’n rug naar de omroeper zat. Het kon gewoon niet anders omdat de deur ook nog open moest. Dal hele geval was anderhalf bij twee meter…
Later hebben we nog een cel boven de voordeur gebouwd. Ja, het was toen de gewoonte dat de kleinste ruimte voor de techinus was en dat de omroeper lekker ruim zat. Waarom ze dat deden weet ik niet, maar je zat wel altijd klem en ‘s zomers wist je niet waar je moest kijken van de hitte. Een Intercom of zo was er ook niet in het begin. Als het lampje ging branden wist de omroeper dat-ie weer wat kon zeggen. Lekker rammen was er toen natuurlijk niet bij. Als zo’n man in de gaten kreeg dat het lampje ging branden was de plaat al Tang en breed afgelopen. Maar ja, haast hadden we in die tijd niet en het ging eigenlijk allemaal best. Plaatje aankondigen en dan rustig wachten tot de plaat helemaal afgelopen was. Echt omroepen he.
Later hebben we een soort babyfoon gekocht en dat was onze intercom. We waren gewoon pure amateurs. Omroepmedewerkers mochten dus niet bij ons komen. Maar ze waren zo nieuwsgierig als de pest. Op een gegeven moment kragen we dus spots en sponsorprogramma’s. Nou dan kwam er zo’n man van een reclamebureau met een stem. Dat was dan altijd een omroepmedewerker. Dat moest allemaal stiekem ge-
beuren. Ja, niemand wist dus eigenlijk hoe het moest. Bedrijven die spots maken zoals nu waren er toen gewoon nog niet. Als zo’n reclameman dan binnen kwam met een tekst die hij precies zo op de band moest hebben had je het gedonder al. Die teksten waren gewoon niet te lezen. Als die man nou verstandig was en zei maak er maar wat van had je geen probleem maar als het een eigenwijs kereltje was zat je uren te hakketakken en dan stond het er nog niet goed op.
Maar die mensen kwamen steeds vaker en we hebben elkaar zo’n beetje geleerd hoe het dan wel moest. Ik zat veel in die spots. Je werd er helemaal gek van. En die bekende personen die dan moesten spreken, keken ontzettend neer op dat zooitje ongeregeld wat wij hadden staan. Maar als ze dan klaar waren wisten ze niet wat ze hoorden en ze vleien helemaal achterover van de snelheid waarmee wij alles deden. Ja, soms hadden ze gerekend dat het een dag zou duren en dan stonden ze binnen een paar uur weer buiten. We moesten toen programma’s maken voor een wolfabrikant. Ida de Leeuw van Rees zou het presenteren. Je weet wel van goedemiddag dames vanmiddag behandelen wij patroon dertien. We hadden toen in het Veronica-gebouw nog geen centrale verwarming. Het was er altijd ontzettend koud. Het vroor er binnen net zo hard als buiten. In die tijd is er trouwens een tune van Tineke gesneuveld. Ik dwaal misschien een beetje af, maar dat is zo’n mooi verhaal.
Je weet dat ik de platen voordat ik ze op de draaitafel leg, eerst even langs m’n arm haal om ze schoon te maken. Nou had Tineke een tune en die lag altijd In de vensterbank. We begonnen ‘s morgens en ik pak die plaat uit de vensterbank, haal m’n arm er over en pats… in duizend stukjes. Die plaat was door de vorst zo hard geworden dat-ie bij de minste geringste aanraking in diggelen viel. Goed, we waren bezig met Ma de Leeuw van Rees. Omdat het zo vreselijk koud was zijn we naar de directie gegaan en hebben gevraagd of er misschien wat elektrische kacheltjes mochten komen. Nou, dat was in orde. We hadden die dingen net en het was maandagmorgen. Stervens koud In net gebouw en ik met Ida de Leeuw van Rees naar m’n cel, kacheltje aan en beginnen. Inmiddels waren de anderen ook gekomen en allemaal hun kacheltje aan natuurlijk. Ik was halverwege toen ik opeens een knal hoorde. De hoofdstop kapot. We hadden veel te veel stroom gebruikt. Na een tijdje werd er zo’n nieuw ding ingezet, maar die kacheltjes durfden we niet meer aan te
doen. Ik zie het nog voor me. Ida de Leeuw van Rees die het programma presenteerde in een dikke bontjas. Ik heb er van de week nog eens over na zitten denken. Maar we hebben wat afgelachen in die tijd. Het was één grote familie. Toen ik bijvoorbeeld ging trouwen ging het hele bedrijf gewoon een dag dicht. Dat was heel normaal. Iedereen de hele dag bij de trouwerij. Het was net of je familie aan tafel zat. Het was ook de tijd dat we met z’n allen veel naar nachtconcerten gingen. Wij mochten dan af en toe een opname maken. Art Blakey hebben we eens gedaan. Ik heb er nog banden van. Daar gingen we hoor, de spullen in een auto. Ja, een bandrecorder en twee microfoons en een grote speaker op een stuk hout. Als het dan afgelopen was zaten we met z’n allen bij mij op de zolder waar Ik woonde tot vier, vijf uur ‘s morgens.
Onze eerste grote opname klus kregen we geloof ik In 1964. De Rolling Stones waren in Nederland en wij mochten dan als enig radiostation opnames maken. Dat was me wat hoor. We hadden vier microfoons uit de studio en twee bandrecorders. Bij die andere concerten als we maar een bandrecorder bij ons hadden zaten we altijd te emmeren met verwisselen van de banden en zo’n band was dan altijd net midden onder een nummer vol. Maar bij de Stones zouden we het dan even helemaal maken. Ik met Nol ‘s middags naar het Kurhaus en wij de microfoons met touwtjes aan spotjes binden en dan de lucht in hijsen. We waren al uren van te voren bezig, want we knepen ‘m als ouwe dieven. Nou hingen die microfoons niet alleen in de lucht vanwege het geluid.
We hadden hier en daar al gehoord dat het altijd een geweldige rotzooi was als de Stones ergens optraden en we waren erg zuinig op onze spullen. Goed, alles was klaar en wij liepen even naar buiten om een zakkie patat te halen. Toen we een half uur later terug kwamen stonden bij de achteringang een zootje kerels met grote honden en we mochten er niet meer in. En wij praten hè. Want toevallig hing de halve studio van ons wel in de lucht in het Kurhaus. Na heel veel toestanden mochten we dan naar binnen. In het voorprogramma stonden een paar Nederlandse artiesten en als er dan zo’n groepje opkwam werden ze met alles wat los en vast zat van het toneel gekegeld. Ik keek eens naar Nol en die zag het ook niet zitten. Achter de bühne hoor- den we dat de Stones niet zouden optreden want ze braken de tent bijna af. Wij de spots met onze microfoons naar beneden, alles netjes Inpakken en maar door het gordijn gluren wat er allemaal In de zaal gebeurde. Dat was me een zootje. Op de eerste rij zaten onze vrouwen en iedereen van Veronica. Die kwamen in de verdrukking want de hele club stormde naar voren en de stoelen vlogen door de lucht. Via de bühne zijn we met z’n allen naar het balkon gevlucht waar we een prachtig uitzicht hadden op het slagveld in de zaal. De Stones kwamen nog wel en speelden twee nummers, maar ik was blij dat we onze spullen hadden gered. En dat was dan onze eerste grote klus.
Als Je het gebouw waar we nu In zitten met dat gebouwtje op de Zeedijk vergelijkt is hét nu eigenlijk een hemel op aarde. Op de Zeedijk was bijvoorbeeld een kantoor onder een opnamestudio. Maar de vloeren en de plafonds waren zo dun dat we rode lampen in de gang en in het kantoor hadden gemaakt die aangingen als er boven gesproken werd. Iedereen in het kantoor en in de gang moest dan z’n mond houden of fluisteren anders kon je later op de zender precies horen wat er op de gang of in de kamer beneden was gezegd. We kregen later ook centrale verwarming. ik geloof dat de mensen een maand lang in de Veronica-programma’s hebben gehoord waar de monteurs mee bezig waren. Toen ze op de Zeedijk begonnen met de bouw van V & D was de ellende trouwens helemaal niet te overzien. Een half jaar lang dwars door alles heen nrrrt-boem, rrrrrt- boem. Maar het is geloof ik net als de diensttijd. Als je er later met anderen over praat bemerk je dat je alleen de leuke dingen hebt onthouden. En trouwens er gebeurden alleen maar leuke dingen.