Nol Vis
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
Ik versleet in een jaar meestal zo’n vier bazen, Ja, kijk er Is altijd wat wat nietwaar. Da laatste was een radio en tv-handelaar. Ik had het er best naar m’n zin maar dit kaar zag de patroon het niet meer zo zitten. Op een vrijdagavond keek ik in m’n loonzakje en toen zat er een briefje in met de mededeling dat ik vanaf de volgende week aan beetje minder zou verdienen vanwege de slechte tijden. Ik dacht die slechte tijden knap Je dan zelf maar op en ik ben nooit meer terug gekomen. Nou zat ik In Hilversum op kamers bij een oude dama en toen Ik weer eens thuis kwam met de mededeling dat Ik en m’n baas het niet eens waren keek ze aan beetje zorgelijk en haaide een krant voor de dag. Kijk zei ze, hier staat een advertentie van radio Veronica, die zoeken een technicus waarom ga je dat niet proberen. Na het eten ben ik op m’n brommer gestapt en daar stond Ik dan op de zeedijk. Nico de Jong deed open. Dat is trouwens een naam die ik nog niet ben tegengekomen In die verhalen van de anderen. Hij was In die tijd programmaleider. Ik denk dat-ie z’n werk zeer rustig deed want Iedereen heeft hem tot nu toe over het hoofd gezien. Krankzinnig eigenlijk. Nico de Jong zei dat ze inderdaad nog een technicus zochten. Ze hadden wel iemand maar die werkte alleen ‘s avonds en knutselde dan wal versterkers in elkaar. Die man moest mij enkele vragen stellen want voor het zelfde geld had ik net zo goed een boekhouder kunnen zijn die graag bij de radio wilde werken. Hij zei, wat denk je, hoe gaat het ongeveer. Ik zei dat lijkt me niet zo moeilijk je hebt twee pick-ups, een bandrecorder en een mengversterkertje nodig. Prima zei hij toen, ja bent aangenomen. De eerste dag dat ik daar rond liep zei iemand tegen mij; in de gang staat een oude bandrecorder ga jij dat ding nou maar eens repareren en zorg dat-ie zo snel mogelijk weer loopt. Ik naar de gang toe en zoeken naar een bandrecorder. Nou was die gang ook nog opslagplaats van die textielfabriek naast ons en midden tussen de kousen en andere troep zag Ik dal hete grote zware kreng staan. Het was nog zo’n oud ampex geval met die hele brede banden. D’r klopte helemaal niets van want er waren gewoon een stel onderdelen uit en die dingen zijn nergens meer te krijgen. Ik heb er kwartiertje aan slaan rammelen, gaf er een paar grote trappen tegenaan en toen ben ik maar gaan koffie drinken. Af en toe liep ik dan weer even voorbij dat kreng, gaf hem een trap en liep weer fluitend verder. ]a, verrek ik dacht als ze nou af en toe maar geluid uit die gang horen denken ze dat ik er mee bezig ben. Die bandrecorder heeft trouwens nooit meer gelopen. Gelukkig was-ie erg zwaar. Oud ijzer was in die tijd hartstikke veel waard…
Die eerste cel waar ik ging werken was toen al een museumstuk. Het is misschien wat moeilijk om jou uit te leggen hoe dat ding in elkaar zat, maar ik zal het toch proberen. Om te beginnen zaten de technicus en de omroeper in één ruimte, Er zat geen raam of niks tussen. Dat is natuurlijk erg gezellig maar het geeft wel een paar aardige problemen. Je moet bijvoorbeeld een plaat scherp zetten maar dat kan in zo’n geval al helemaal niet want alles wat de technicus deed hoorde de luisteraar in de radio via de microfoon van de deejay. Boven m’n hoofd hing een speaker en daar hoorden we dan alles door wat de luisteraars ook mochten horen. Verder had ik nog een koptelefoon en als ik dan dacht nou die ene plaat is bijna afgelopen deed ik gauw die koptelefoon op, zette de andere plaat scherp en als ik de mond van de deejay niet meer zag bewegen liet ik het spul los. In die tijd nam ik al op met oom Frans Nienhuis en die man deed soms wel tien minuten over de aankondiging van een plaat vanwege al die namen die hij op moest noemen. En daar zat ik dan. Deze plaat is voor Jan van z’n vriendin Truus, voor Gerrit vanwege z’n twaalfde verjaardag. Nou ja je kent dat wel en dan dacht ik na vijf minuten daar komt-ie en dan haalde oom Frans alleen maar even adem om nog eens honderd namen te noemen..
Ze zaten trouwens ook altijd te donderen met het buitengeluid. Er is een tijd geweest dat je op de zender precies kon horen of er die dag veel auto’s over de zeedijk waren gereden. We waren het er op een gegeven moment wel over eens dat het niet meer ging een technicus en een omroeper in een cel. Dus wat deden we. We maakten een apart kamertje voor de omroeper en daarnaast een apart kamertje voor de technicus. Ze konden elkaar niet zien want er zat gewoon een muur tussen en de omroeper kon niks horen want dat was niet nodig. Degene die in die spreekcel zat moest beginnen te praten als het rode lampje ging branden en als het lampje uit was wist hij dat er een plaat draaide. Het werkte voortreffelijk. Je kunt er nu wel om lachen maar in die tijd was radio heel anders dan tegenwoordig. Dat ging allemaal nog heel rustig. Zo van, „goede middag luisteraars het is nu twee uur en we gaan beginnen met gezellige plaatjes voor de huisvrouwen. Allereerst is hier dan het kwartet van Dave Brubeck. Dan kwam er een plaat en ging het rode Lampje uit. Geen enkel probleem hoor, Tegenwoordig met platen die worden Ingesproken en jingles die je gebruikt kan het natuurlijk helemaal niet meer. Later Is er een raam in gekomen maar we waren in het begin al dik tevreden met dat rode lampje. Die cel werd later helemaal opgeknapt en ik weet nog goed dat ik in de nacht met Toon Vos de hele boel vol geplakt heb met akoestische tegels. We hadden een beetje geld gekregen om materiaal te kopen en die tegels zagen we helemaal zitten. We begonnen boven in de cel en toen we aan het einde van de nacht op de helft zaten, waren de tegels op. Geld was er voorlopig niet meer en wij waren allang blij dat het weer een stukje beter klonk. Zo ging dat nog in het hela prille begin van Veronica. Je bent er in meegegroeid en je hebt gezien hoe alles beter werd, hoe er steeds meer mensen kwamen werken en het is eigenlijk een stukje van je zelf geworden.
We hebben ook eigenlijk zes jaar toegeleefd naar die nieuwe studio waar we nu zitten. Op een gegeven moment werd er dus gezegd dat we in de toekomst wel eens naar een groter gebouw zouden kunnen gaan en dat was dan ook echt wel nodig want op de zeedijk barstten we er zowat uit. Over de spullen die we daar hadden staan zal ik het helemaal maar niet hebben. Het Was gewoon op. Adje had bijvoorbeeld een grote rubberhamer naast z’n bandrecorder liggen en als-ie het dan niet deed gaf hij er een enorme klap met die hamer op en dan liep-ie meestal wel weer. Je kunt rustig zeggen dat de laatste drie jaar op de zeedijk gemaakt zijn met elastiekjes, touwtjes en knutselen. Ik heb in die tijd m’n bandrecorder zovaak uit elkaar gehaald dat ik elk schroefje precies kon uittekenen. Je hoorde ook aan de geluidjes van die krengen wat er aan mankeerde. Het is trouwens nog een wonder dat ze het 20 lang uitgehouden hebben want ze draaiden zeven dagen per week twaalf uur en tijd voor een goede revisie hadden we gewoon niet.
Weet je wat de pest Is nou ik hier zo zit te praten ik weet eigenlilk alleen nog maar dingen die de andere jongens ook al verteld hebben, Ja, het wordt natuurlijk steeds moeilijker. Ik weet nog wel dat het toen helemaal in was om stukken voor te dragen en gedichten voor te lezen in de huiselijke kring. Tineke woonde toen in Hollandse Rading en als we dan klaar waren in de studio reed ik op m’n'bromfiets met Mn fles martini en wat gedichtenbundels in de fietstassen naar haar toe en dan zaten we tot diep in de nacht elkaar gedichten voor te lezen. Nou nou wat een tijd.
Tja, dat eerste sponsorprogramma van ons. Die mensen wilden graag een eigen orkest]e hebben en aangezien Toon Vos jaren z’n eigen kwartet had gehad kon hij daar uiteraard wel voor zorgen. Een broer van Toon speelde piano Toon zelf klarinet of bas, maar wie er nog meer meespeelden weet ik echt niet meer. Het programma namen we bij Toon thuis in Hilversum op, want er moest natuurlijk een piano staan en die hadden we niet op de zeedijk, Iedere week haalde ik dus uit mijn studio het mengpaneel de bandrecorder en uit de andere cellen haalde ik dan nog wat microfoons en dat hele zootje gooide ik in m’n oude volkswagentje en reed er mee naar Vos. De kelder van hel huis hadden we een beetje opgeruimd en daar installeerde ik mijn toestanden. Dan gooide ik allemaal microfoonkabels door de gang naar de kamer en we konden beginnen. Het eerste Veronica huisorkest. En de mensen vonden het prachtig ook. Nou is het op den duur natuurlijk geen pretje als Je tot ‘s morgens vijf uur in een kelder zit maar daar wen Je wel aan.
Het werd namelijk meestal zo laat om dat er ‘a avonds natuurlijk mensen belden en de telefoon stond min of meer op de piano en het was of de duivel er mee speelde, maar net als een moeilijk nummer er bijna opstond ging óf de telefoon óf stond er Iemand op de stoep met z’n vinger aan de bel. Ais we dachten dat het een beetje in de maat was lieten we het nog wel eens staan. Je hoorde in het begin soms
toch krankzinnige dingen over de zender.
Ik zal nooit vergeten dat ik met mijn oor in de radio lag, dat deed je In die dagen nog, toen ik dwars door de aankondiging van de omroeper allemaal mensen hoorde lachen en gieren. Deuren werden dicht geknald er werd geschreeuwd, enfin het was een kompleet hoorspel op de achtergrond. Wat bleek nou. Door dat oude gebouw en die gammele cellen die we hadden pikte de microfoons alles op wat er in de gang gebeurde en daar moet je natuurlijk wel mee oppassen. Zeg nou zelf, af en toe geef jij ook wel eens een kreet waarvan je denkt dat zou Ik nooit voor de microfoon zeggen.
Maar goed voor die hoorspelen op de achtergrond hebben we ook weer een oplossing gevonden. Overal in het gebouw kwamen rode lampjes te hangen en een ieder werd vriendelijk verzocht zeer rustig te zijn als die dingen brandden. Was trouwens erg makkelijk want als je ‘s morgens een kater had deed je een zootje van die rode dingen aan. Dan was het lekker rustig.
Tags: Hamer, hoorspelen, Nico de Jong, Nol Vis, Oud ijzer, sponsorprogramma, Technicus, Toon Vos, veronica huisorkest, Zeezender
Categories:
Personen
