Cees van Zijtveld
In 1972 vertellen omroepers en technici van het eerst uur van Veronica hoe het er aan toeging. Het is nog twee jaar voordat het doek gaat vallen voor Veronica als zeezender en alweer 12 jaar geleden dat Veronica begon. In die twaalf jaar is er veel veranderd en gebeurt. Lees en geniet mee met de Veronica Story’s van de mensen van het eerste uur zoals zij er in 1972 tegen aan keken.
We stonden onze mond te spoelen voordat we met de programma’s begonnen.

Het begon voor mij allemaal in 1961. Ze hadden toen bij Veronica een programma, de omroeper van de week. Amateurs mochten wat maken van een half uur en als het dan een beetje redelijk was werd het uitgezonden. Ik had het een paar keer gehoord en omdat ik zo af en toe iets deed bij Minjon dacht ik dat ik het ook best eens kon proberen. Goed ik ben op een middag naar binnen gestapt, maakte voordat ik het wist een programma en een week later hoorde ik het over de zender, ik was zo trots als een pauw.
En toen kwam mijn grote mazzel. Een week of twee na die eerste uitzending van mij gingen een heleboel mensen weg bij Veronica en ze zaten van de ene op de andere dag te springen om omroepers. Ze hadden m’n adres nog ergens en zo zat ik dan voor ik het goed en wel wist in vaste dienst bij Veronica.
Bij Minjon had ik precies geleerd hoe ik een radio-programma moest maken. Tenminste dat dacht ik. Alle platen precies uittimen, tekst op een papiertje zetten en dan het liefst nog een streepje onder de woorden waar de klemtoon moest komen. Ik stapte in het begin de studio binnen met een tasje vol papieren waar ik precies op had staan wat ik allemaal in m’n programma zou zeggen. De eerste dagen nam ik op met Nol. Nou die begreep er helemaal geen barst van als ik hem netjes een kopietje gaf met mijn teksten. Hij zag het trouwens helemaal niet zitten en dat papier waar ik zo bloedig op had zitten werken gooide hij meteen in een hoek. En dat begreep ik dan weer niet…
Enfin na een paar dagen kwamen we tot elkaar, zoals dat dan heet, en toen was er geen vuiltje meer aan de lucht. Hij z’n papiertje weg en ik m’n papiertje weg en dan maar proberen een lekker programma te maken.
Ik had in het begin helemaal niet het idee dat Ik voor een radiostation werkte waar ontzettend veel mensen naar luisterden. Er zaten daar op de Zeedijk gewoon een stel gezellige mensen bij elkaar en je zei af en toe wat voor een microfoon. De programma’s gingen eigenlijk tussen alle gezelligheid door. Op die programma’s kreeg je wel zakken post, maar god daar lette je eigenlijk helemaal niet op. Als je nou terug denkt aan die tijd begrijp je niet hoe je sommige dingen durfde. Ik weet nog goed dat ik een programma had voor de huisvrouwen. Ik was toen achttien jaar en ik dacht dat pikken die mensen nooit hè. Zo’n jong knulletje dat daar een beetje plaatjes zit te draaien voor moeder de vrouw! Nou had ik gelukkig een vrij zware stem en ik zei in m’n programma maar steeds dat ik getrouwd was, dat ik een paar schatjes van kinderen had en dat er ook nog een hond bij ons over de vloer liep. Hier moet je kijken. Ik kreeg toen een brief van een moeder die een dochter had van achttien jaar. Dat kind had verkering en nou was het uitgegaan. Dochter huilen, moe huilen en of ik maar even een oplossing wilde geven. Enge
toestand hoor…
Dat mens schreef: mijnheer van Zijtveld u weet toch wat er in het leven te koop is. U heeft toch ook kinderen. U heeft toch ook uw gezinnetje… De mensen reageerden toen op alles wat je voor de microfoon zei. Ik zat dus vaak te kletsen over m’n hond die ik niet had. Op een dag zei ik: hij is hardstikke ziek. Ik weet niet wat er met hem aan de hand is, maar hij blijft in z’n mandje liggen en wil helemaal niet meer mee naar buiten. De volgende dag kwam de post met zakken vol hondenbrood, medicijnen en brieven van luisteraars die mij allemaal goede raadgevingen gaven voor m’n zieke hondje. Op dieren-dag heb ik eens gezegd: Luisteraars dat komt mooi uit want ik heb vandaag een kikker In m’n keel. Hup, de volgende dag dozen hoestbonbons, hoestdrankjes en alles wat er verder nog In de wereld is gemaakt om iemand van z’n keelpijn at te helpen. Een keer heb ik trouwens ontzettend op m’n donder gehad. Je had toen die Bart Huygens, je weet wel die jongen die een keer een gaatje in z’n hoofd had laten boren. Nieuwsuitzendingen kende Veronica toen nog niet en ik zei in een programma: Dames en Heren hier volgt een extra uitzending van radio Veronica’s nieuwsdienst. Zo juist vernemen wij dat Bart Huygens bij het zwemmen is verdronken. Nou was er niks aan de hand geweest als ik meteen de kloe had verteld, maar dat deed ik niet. Eerst draaide ik een plaatje en toen zei ik; Ja hij was vergeten een kurk in het gaatje te stoppen. Toen dat plaatje draaide en de mensen nog niet in de gaten hadden dat het een geintje was stond de telefoon rood gloeiend. Hoe we dat wisten; sinds wanneer we geen nieuwsdienst hadden. Nou ja, het was een komplete paniektoestand in de studio. Je deed zulke dingen omdat je, zoals ik al zei, helemaal niet in de gaten had dat je voor een miljoenenpubliek zat te werken, Zo’n geintje maakte je eigenlijk voor je buurjongen maar je dacht er helemaal niet bij na wat voor toestand je er mee uithaalde.
Ja, dat was allemaal nog in de tijd dat men ons omroeper noemde. Ik luisterde toen veel thuis naar de AFN en daar hadden ze het maar steeds over Disc jockeys. Prachtig woord vond ik dat en ik liet kaartjes drukken met Cees van Zijtveld, Disc-jokey. Dat was wat hoor. Daar hebben ze me wat mee gepest in de studio. Ik kreeg ook een hele grote echte jockey pet en die moest ik in de studio op m’n hoofd zetten. Ik had in m’n paspoort als beroep omroeper staan en toen ik een paar jaar later dat ding moest verlengen wilde ik een nieuwe hebben met als beroep disc-jokey. Mooi dat het niet doorging. Dat woord kenden ze niet laat staan dat het beroep is. Het werd weer gewoon Cees van Zijtveld lengte een meter achtenzeventig, beroep omroeper.
M’n grootmoeder begreep er trouwens helemaal niks van. Die zei altijd dat ik dik jochie was… Rare tijden waren dat. Je hebt van verschillende mensen al gehoord dat er op een gegeven moment Engelse jongens bij ons op de Zeedijk rondliepen die de Engelstalige uitzendingen voor ons deden. De jongens zakten ‘s avonds nog al eens door en als ze dan s morgens om negen uur in de studio kwamen Stonden ze met alle mogelijke soorten gorgeldrankjes hun stem een beetje op peil te brengen. Dat was het helemaal voor ons hè. Nou en zo stonden wij dan ‘s morgens voordat we met onze programma’s begonnen ook met flesjes vreemdsoortige drankjes onze monden te spoelen. En de een had dan weer een beter soort ontdekt en dat kon je dan ook horen. Nou ja, allemaal flauwekul maar we geloofden er echt in. Toen de Engelse jongens waren verdwenen, was het met de gorgeldrankjes trouwens gauw afgelopen. Je strot ging er alleen maar van dicht zitten en dat praat zo moeilijk …
Weet je wat nou zo ellendig is. De meeste dingen die ik heb uitgehaald zijn al door de anderen verteld. Je kent die toestanden van het waterballet dat ik had aangericht toen die mensen van die platenmaatschappij kwamen om eens te praten over platen die ze ons zouden sturen. Nou lach je daar om, maar toen zatenwe behoorlijk in onze rats of we die platen nou wel of niet kregen. Kompleet feest hoor toen het eerste pakje met de post binnen kwam. Ik had in die tijd een filmprogramma. „Binnenkort in dit theater”. Op een hoorspelachtige manier bespraken we dan films en draaiden daar muziek uit. Ik was constant op pad om die soundtracks te pakken te krijgen. Als ze niet op de plaat stonden ging ik met een recordertje naar de bioscoop. De film werd dan gedraaid en ik zat dan met de microfoon voor de luidspeaker het geluid te registreren. We hadden toen een volkswagentje en dat mocht je gebruiken als je op reportage ging. Ik haalde meteen mn rijbewijs want dat was wat he. Zomaar met een auto op pad om programma’s te maken. Goed, de eerste keer dat ik op pad ging kreeg ik een ongeluk, de tweede keer was het ook raak en de derde keer zat ik weer in de kreukels. Toen moest ik mooi weer met het treintje.

Dat filmprogramma duurde een half uur. Ik heb van de week nog een draaiboek gevonden. Vijftien pagina’s vol. We werkten er soms een hele nacht aan. Ik deed het altijd met Jos Hoogen. Als ik hem nou tegenkom zegt-ie nog al- tijd, Cees zullen we een filmprogramma maken. let was ook de periode van de talentenjachten. Ik heb nog een paar foto’s uit die tijd gevonden. Moet je zo maar eens naar kijken. Niet te geloven hoor. Het was toen nog van hup een gitaar kopen, twee weken repeteren in het schuurtje en dan gelijk meedoen aan een talentenjacht. Omdat we geen ruimte hadden in de studio op de Zeedijk namen we dat programma op bij Bovema. Daar stond ik dan dat zootje ongeregeld aan te kondigen en dan moest je je lachen in houden want het was meestal niet om aan te horen. ]onge jonge jonge. En dan die managers, want die had je toen ook al, meestal de vader van een van de jongens, maar vragen: Was het goed mijnheer. Geeft u ons een kans? Ie zat toen ook bijna iedere avond wel in de een of andere jury van zo’n talentenjacht. De hele avond aan zo’n tafel en maar luisteren. Ze keken allemaal naar je gezicht want jij was tenslotte de man die het kon weten dachten ze. Als je een beetje lachte was het niks en als je te ernstig keek was het ook niks. Ik zat altijd maar heel driftig op een papier te schrijven want je kon moeilijk gaan zitten huilen.
Als er trouwens een filmster ofzo naar Nederland kwam moesten we ook altijd opdraven. En dan samen op de foto met Mien Zus of zo. Ja jongen, dat waren zware tijden hoor… Ach, er is een heleboel veranderd en gelukkig maar. Al die toestanden maak je nu niet meer mee maar de programma’s zijn veel professioneler geworden. Dingen die ik toen flikte zoals b-kantjes draaien van bekende platen omdat ik gewoon zin had om even lekker de stad in te gaan kun je nu niet meer doen. Maar toch, de mensen vonden het hartstikke leuk als je een uur b-kanten draaide. Ze hadden gewoon niets anders en alles wat Veronica deed werd gevreten. We hebben daar geloof ik nooit misbruik van gemaakt, maar je was gewoon wat makkelijker. In de studio én voor de microfoon. Ik geloof dat de mensen gewoon voelden dat het bij ons een ontzettend gezellige toestand was. Dat Is volgens mij overgekomen in de uitzendingen en dat heb je nu nog. Een paar weken geleden was ik nog even bij jullie. Rob Out was met een programma bezig. We hebben samen voor de microfoon de grootste lol gehad en eigenlijk is er niets veranderd in al die jaren. Je lacht je nog steeds kapot. Ik weet zeker dat je over een paar jaar weer krom ligt van het lachen als je bij elkaar zit en je vertelt dingen die van de week gebeurd zijn bij Veronica.
Tags: b-kantjes, binnenkort in dit theater, Cees van Zijtveld, filmprogramma, hoorspel, Minjon, Story, Veronica
Categories:
Personen
